NNM: Joep Beving – Liminal

NNM is een serie waarin we nieuwe muziek van Nederlandse artiesten bespreken.

Joep Beving – Liminal (cd, Deutsche Grammophon)
De Nederlandse pianist en componist Joep Beving heeft een ietwat bijzondere start gemaakt, namelijk door eerst bestuurskunde te studeren en later muziek te gaan maken voor commercials en korte films. Vervolgens richt hij zich serieuzer op een solocarrière. Dat doet hij door zijn pianocomposities op Spotify te plaatsen, alwaar het meer dan 7 miljoen keer beluisterd wordt en waaruit zijn geweldige debuut Solipsism (2016) voortkomt. En de rest is geschiedenis zou ik haast willen zeggen. Zijn muziek kenmerkt zich door het verstilde aspect en ruimtelijkheid, balancerend tussen minimal music en neoklassiek. Zelf omschrijft hij het als “toegankelijke muziek voor complexe emoties”. De vier prachtalbums die erna volgen komen “gewoon” uit op Deutsche Grammophon.

Daar verschijnt ook zijn nieuwste album Liminal op. Beving onderzoekt hierop de rol van de mensheid binnen een bredere, meer-dan-menselijke ecologie, waarbij hij verbinding zoekt met de natuur in plaats van zich ervan te scheiden. Het album is verder geïnspireerd op Guillaume Logé’s boek “Wild Renaissance” en is ontstaan als reactie op de groeiende onzekerheid en het uiteenvallen van oude systemen. Het heeft 15 stukken opgeleverd van samen 71 minuten, die zoals vaker veel met (liminale) ruimte en tijd spelen. Ook is het weer bijzonder dromerig, bezinnend, meeslepend, gracieus, teder en emotievol, waardoor het lastig schrijven is tijdens de beluistering. Dat is toch wel echt een gave van hem. Zelf zegt hij nog het volgende over dit album:

“Het album beweegt zich tussen twee kanten. Soms probeer ik het geluid vorm te geven en te verfijnen tot zijn puurste vorm. Andere keren lijkt de muziek vanzelf te stromen, te verschuiven, te vervagen en terug te keren naar de stilte, alsof ze geleid wordt door iets natuurlijks. Het gaat minder om structuur en meer om verbinding, resonantie en verandering, dichter bij ecologie dan bij architectuur.”

Dat maakt de muziek ook zo organisch en vermoedelijk ook zo biologerend. Je kan haast geen weerstand bieden aan deze haast hypnotiserende, natuurlijke muziek. Het laveert van eigentijdse composities tot ware intuïtieve toonkunst. Alles weet tot de verbeelding te spreken. Slechts een enkele keer versnelt hij iets, maar de rest is uitermate onthaastend. De associaties met Erik Satie, Frédéric Chopin, Bruno Sanfilippo, Ludivico Einaudi, Lubomyr Melnik, Deaf Center en Sophie Hutchings zijn er wel, maar eigenlijk vormt hij zijn eigen referentiekader. Het is weer een overdonderend, zij het zachtjes, meesterwerk geworden.

Comments

comments

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.