Zonder Parton hier weer een lijstje uit het:
SCHADUWKABINET
Ik luisterde naar: Butthole Surfers, Sera Cahoone, da Googie + Cara Tivey, Hilal Kaya, Lambchop, Lemoncello, Euan Alexander Millar-McMeeken, Elanor Moss, Pulp, Shearwater en Theory Of Ghosts.
Jan Willem
Butthole Surfers – After The Astronaut (cd, Sunset Boulevard)
Qua prettig gestoorde, maar ontzettend goede experimentele rockmuziek kon je altijd gerust bij de Amerikaanse Butthole Surfers aankloppen. Ook op de alternatieve dansvloer hebben ze een aantal klassiekers in huis. De in 1981 opgerichte groep onder leiding van Gibby Haines heeft echter al sinds 2002 geen album uitgebracht. Ze treden nog wel eens live op en Gibby Haines trekt er ook nog wel eens op uit met een groep jonge rockacademie muzikanten. Kennelijk was er toch nog muziek op de plank blijven liggen, dat nu verzameld is op After The Astronaut. Bepaald geen kliekjes zo blijkt. In drie kwartier lanceren ze hier 12 tracks, waar de fans sowieso van gaan smullen. Daar waar ze op hun laatste reguliere albums meer de normalere rockkant opzochten, klinken ze hier weer lekker ontspoord. Ze vliegen de boel met meer elektronica en samples aan, het stuitert alle kanten op, maar weten onmiskenbaar hun eigen stempel te drukken. Hiermee heb ik wel een voldoende shot gekregen om met de serieuze zaken des levens om te gaan.
Sera Cahoone – I’ve Missed You All These Years (cd, Sub Pop / Konkurrent)
Opvallend was toen ik Sera Cahoone voor het eerst leerde kennen, dat er overal vermeld werd dat ze de dochter van een dynamietverkoper was. Ze knalde zelf in de jaren 90 op de drums en speelde jarenlang in donkere kroegen met stoffige bluesmannen. Na haar verhuizing in 1998 naar Seatle is ze een vaste muzikale waarde in die stad geworden en maakte deel uit van Carissa’s Weird, Band Of Horses en nog wat bands. Ook was ze te horen bij Betsy Olson. Vanaf brengt ze eigen werk naar buiten. Vier albums om precies te zijn, waarvan de laatste in 2017. Nu is ze eindelijk terug met haar vijfde I’ve Missed You All These Years, waarop ze in zo’n 35 minuten 11 nieuwe songs serveert. Hier is een album waarop ze bepaalde nare zaken in haar leven een plek heeft weten te geven. Zoals meestal brengt ze samen met diverse gastmuzikanten een mengelmoes van folk, altcountry, blues en Americana. De meer rustieke, verstilde en tevens meer droefgeestige liedjes springen er hier torenhoog bovenuit, dan doet ze me aan Cat Power denken, al mogen de meer uptempo songs er ook wezen. Andere referenties zijn Tarnation, Aimee Mann, Waxahatchee, Mia Doi Todd en Neko Case. Een gloedvolle comeback.
da Googie + Cara Tivey – The Golden Thread (cd, Tiny Global Productions)
Deborah Googe heeft gespeeld in My Bloody Valentine, Snowpony, Thurston Moore Band en Bikini Mutants. Ze opereert nu onder de naam Da Googie en vorig jaar heeft ze het album The Golden Thread uit gebracht met pianist/componiste Cara Tivey, die ooit in de Au Pairs te horen was. Ik stuitte door de bekende algoritmes op dit album en vind het zo goed, dat ik het toch nog even wil delen. Ze brengen hier 8 uiterst mysterieuze nummers, die ergens landen tussen neoklassiek, post-punl en industrial. Daarbij moet je denken aan een wonderlijke hybride van SPK, Soap&Skin, Sophia Djebel Rose, Massive Attack en The Revolutionary Army Of The Infant Jesus. De bitterzoete zang hier is prachtig en soms haast etherisch, maar de instrumentale tracks weten eveneens een diepe indruk te maken. Aanrader dus en ook als je deze net als ik gemist hebt.
Hilal Kaya – Sümbül (cd, CPL Music / Xango Music Distribution)
Hilal Kaya is een Deens-Turkse zangeres, die momenteel in Berlijn woont. Ze presenteert nu haar debuut Sümbül, dat hyacint betekent. Een kleurige en geurige bloem, wat misschien ook haar muziek wel typeert. Met een Turks-Koerdische achtergrond in de broekzak, haalt ze haar inspiratie uit de Anatolische folkmuziek, die altijd een licht melancholische inslag heeft. Naast zang brengt ze ook akoestische gitaar en krijgt steun van een kwartet muzikanten op bağlama, ebow, bas, drums, percussie, gitaar, steel gitaar, keuboards, mandoline en zang. Verwacht overigens geen folk pur sang, want ze kleurt deze verder in met psychedelische rock, jazz en pop. Dat levert sterke en meeslepende songs op, die soms heerlijk uptempo zijn en altijd een melancholische maar bepaald niet neerslachtige ondertoon hebben. Haar muziek omarmt de traditie maar staat ook op verfrissende wijze helemaal in het hier en nu. Liefhebbers van onder meer Selda, Altın Gün, Derya Yıldırım & Grup Şimşek, Grup Yorum en Kızılırmak kunnen hun hart eraan ophalen. Een ontwapenend en wonderschoon debuut.
Lambchop – Punching The Clown (cd, City Slang / Konkurrent)
Officieel is Lambchop al in 1986 opgericht, al kwamen de albums pas in de jaren 90; eerste heetten ze nog Poster Children, maar dat terzijde. De band uit Nashville staat altijd onder leiding van Kurt Wagner met dikwijls een wisselend stel kornuiten om zich heen, Ze roeren stevig in de altcountry, maar lengen dat aan met lo-fi, Americana en pop en dat heerlijke “soaky in the pooper”-gevoel. Na hun sterke eerste albums, kwamen er ook nog wel eens vocoders en elektronica om de hoek kijken. Dat pakt voor mij wisselend uit, maar ze scoren altijd een dikke voldoende en verandering is goed, zij het dat de laatste jaren weer wat meer wordt teruggegrepen naar hun vroegere sound. Dat is min of meer ook het geval op hun zeventiende album Punching The Clown. De basis sluit erop aan, maar Wagner werd toen hij ’s nachts in de auto naar muziek luisterde gegrepen door werd doror een onbekend gospelkoor met minimalistische begeleiding op banjo; hij is tevergeefs gaan uitzoeken wat het de muziek was. Tijdens zijn zoektocht ontdekte hij “lined out singing”, een vorm van a capella gospelzang met vraag-en-antwoordstructuur die in de 19e eeuw in Schotland ontstond en een basis vormde voor Amerikaanse gospel- en countrymuziek toen Schotse immigranten zich in de Appalachen vestigden. Dat is wat hij heeft geïncorporeerd op dit nieuwe album. Naast Justin Vernon op banjo en Andrew Broder op gitaar plus zijn eigen instrumenten en zang komt er extra vocale inbreng van de London Choir en het Eau Claire Vocal Sextet. Als zij plots hun zang inzetten wordt het allemaal narcotiserend mooi. Daarnaast zitten er ook genoeg grappen doorheen (het plotse door de muziek heen schreeuwen in de openingstrack en geestige elektronische vondsten). Het is allemaal volslagen eigenzinnig. Een geniaal prachtalbum!
Lemoncello – Perfect Place (cd, Claddagh Records)
Het Ierse label Claddagh Records moet je in de smiezen houden als het gaat om goede en tevens uiteenlopende muziek, waar onder meer het briljante debuut van ØXN is verschenen. Twee jaar geleden debuteerde ook Lemoncello er met hun gelijknamige debuut. Ik noemde het toen een instant klassieker en zo voelt dat nog steeds. Het duo bestaat uit de Ierse singer-songwriter en gitariste Laura Quirke en celliste, banjospeelster en zangeres Claire Kinsella, die beiden ook synthesizer spelen. Ze zijn terug met hun tweede album Perfect Place. In drie kwartier brengen ze weer 10 tijdloze folksongs, die ook neoklassieke een rock elementen bevatten. Ze krijgen steun van drie gastmuzikanten op piano, synthesizer, bas, gitaar, drums, percussie en concertina’s. Ondanks de brede inzet van de instrumenten en elektronica komt het vooral als een ingetogen akoestisch album over. De prachtige, bitterzoete zang en samenzang daarbij is zo ontstellend mooi, zelfs als er een tekst als “beating you to pulp with it” volgt. Het is weer van een uitzonderlijk tijdloze klasse.
Euan Alexander Millar-McMeeken – Framed Insects (cd, Sleep In The Fire Records)
Bij Schotse, maar in Engeland gevestigde componist, pianist en singer-songwriter Euan Alexander Millar-McMeeken lijkt er enkel melancholie door zijn aderen te stromen. Dat blijkt niet enkel uit de releases onder zijn eigen naam, maar ook uit de diverse, uiteenlopende projecten, te weten The Kays Lavelle, Graveyard Tapes (met Matthew Collings), Glacis, Civic Hall (met Craig Tattersall) en onlangs ook met Yoal (met Satomimagae). Van pop tot neoklassiek en experimentele muziek, maar altijd doordrongen van een droefgeestig vernis. Nu is hij terug met zijn nieuwe album Frames Insects, dat weer eens onder zijn eigen naam is uitgebracht. Hij brengt weer 8 uiterst fragiele songs, die hij voorziet van zijn subtiele instrumentaties en experimenten en breekbare zang. Daarbij mag hij rekenen op de steun van Jesse Narens, Vanessa Farinha, Katharina Schmidt, Claire Deak, Tony Dupe, Henrik Meierkord, Michael Cottone, Duarte Lobos Antunes en Aranzazu Rangel Hernandez. Ondanks deze inbreng weet hij het klein te houden. Op mistige wijze koerst de muziek door alternatieve pop, experimentele muziek, kapotte muziek en neoklassiek. Hoewel hij een volslagen eigen sound in huis heeft moet je het ergens zoeken tussen Being, Labradford, Graveyard Tapes, Daniel Blumberg, Dakota Suite en Library Tapes. Het album brengt een tot de verbeelding sprekende schemerig geluid, dat dikwijls zo mooi is dat het haast zeer doet.
Elanor Moss – The Knife, The Needle (cd, Merge / Konkurrent)
De Britse singer-songwriter Elanor Moss heeft eerder al twee epees uitgebracht, waarop ze nog een beetje haar koers aan het bepalen was. Nu brengt ze haar eerste, volledige album The Knife, The Needle uit. Hierop lijkt haar geluid meer uitgekristalliseerd. Sterker nog, de 9 songs die ze hier in een kleine 33 minuten de revue laat passeren zijn instant klassiekers. Ze begeleidt haar breekbare bitterzoete zang met gitaar en krijgt steun van gasten op saxofoon, vleugelhoorn, viool, tenorhoorn vedel, bas en piano. Dat levert uiterst stemmige en dikwijls nachtelijke muziek op, die uiterst ingetogen is maar van weelderige franje wordt voorzien. Ondanks het zachte geluid gaan de teksten nogal eens over gewelddadigheden. Haar muziek houdt het midden tussen Laura Marling, Sibylle Baier, Nancy Elizabeth, Essie Jain, Nick Drake en Adrianne Lenker. En dan is dit voor haar niet alleen een helend album geworden, het is ook een geweldig droomdebuut.
Pulp – Live! (2cd, Rough Trade / Konkurrent)
Met name in de jaren 90 waren Suede en Pulp toch wel de intellectuele, artistieke buitenbeentjes, die beide met enige maat een hitje scoorden. Pulp, onder leiding van de geweldige zanger Jarvis Cocker, is er in 2002 mee gestopt. Hun album This Is Hardcore (1998) is hun magnum opus. Toch na allerlei reünies en beloften was er vorig jaar toch weer het nieuwe album More. Hun fanbase bleek nog intact. Er volgde een film en ze gaven één van hun grootste show in The O2 London arena. De live registratie ervan vind op de dubbel cd Live!. Hierop manoeuvreren ze moeiteloos langs oude hits en nieuwe, tevens succesvolle songs. Het is een spetterend optreden, waarbij veel interactie is met het publiek, dat dikwijls luidkeels meezingt. Hoewel ik dat laatste wel jammer vind, want je kan er dan beter echt live tussen staan, is het album toch uiterst vermakelijk en genietbaar. Het zal met name voor de fans een enthousiast makende document zijn.
Shearwater – The New World (cd, Polyborus / Konkurrent)
In 2001 ging de spraakmakende groep Shearwater van start met Jonathan Meiburg en Will Sheff in de gelederen, die elkaar kennen van de band Okkervil River. De bezetting wisselt nog wel eens, maar de output met eigenzinnige aert en prog rock blijft onverminderd van hoog niveau. Naast zanger/gitarist en afgestudeerd ornitholoog (vandaar de bandnaam die pijlstormvogel betekent) Jonathan Meiburg bestaat de band tegenwoordig uit Loma leden Dan Duszynski (teven Any Kind) en Emily Lee (Cross bij Loma), waarmee ze hun elfde album The New World presenteren. Meiburg noemt dit het wildste ensemble dat ze ooit hebben samengesteld, wat misschien nog een understatement is. Maar het voelt precies goed voor een album waarvan de negen nummers zich ontvouwen als een wereldwijde reis naar de kern van een diep mysterie, gezien door een caleidoscoop van emoties: hoop, verwarring, spijt, tederheid, ontzag. Soms allemaal tegelijk. Ze mogen rekenen op een batterij aan gastmuzikanten, waaronder Thor Harris, Shahzad Ismally, Laurie Anderson, Leo Abrahams, Mahamadou Tounkara en Moctar Kouyate (Bassekou Kouyate). Van het begin tot het eind weten ze in de houdgreep te nemen en te verrassen. De muziek is emotioneler, breekbaarder, gedetailleerder, verfijnder en mooier dan ooit. Er zit een soort ongrijpbare magie door alles vervlochten, wat maakt dat ze boven zichzelf uitstijgen. In het verleden heb ik ze met uiteenlopende, veelal hardere act geassocieerd, maar nu komen eigenlijk vooral Talk Talk en The White Birch in me op. Toch blijft het onmiskenbaar een Shearwater album vol inventieve vondsten en hun weidse, licht dramatische rockgeluid. Echt een album van een ongekend hoog niveau. Wat mij betreft hun magnum opus.
Theory Of Ghosts – EP 3 (mcd, Theory Of Ghosts/ Faint Horizon)
De Britse zanger/muzikant Glen Johnson staat garant voor geweldige, veelal droefgeestige muziek, niet in de laatste plaats met zijn inmiddels ter ziele gegane Piano Magic. Naast werk onder zijn eigen naam heeft hij verder nog met Verder dragen de projecten Silver Servants, Statues In Fog, Textile Ranch, Future Conditional en Theory Of Ghosts uitgebracht; allen steengoed. Die laatste is in 2023 van start gegaan. Inmiddels zijn er al twee fraaie epees en eerder dit jaar het debuut The Sulphur And The Grey verschenen. Hoewel het in de lijn van Piano Magic ligt, is dit nieuwe project opener, luchtiger zoals je wil, maar zeker niet minder goed. Er sluipen naast wave en ook (synth)popelementen in de muziek, wat het allemaal pakkend maakt. Nu is Glen (zang, gitaren, programmering) samen met Franck Alba (gitaren, bas, piano, zang) en Paul Tornbohm (keyboards, xylofoon, zang), zeg maar Piano Magic light, terug met de derde epee die gewoon EP 3 heeft. Hierop weten al helemaal op catchy wijze de muziek te presenteren. Drie nummers, waarvan één in het Frans gezongen, zorgen voor krap kwartier voor een te gekke luisterervaring. Denk aan een lekker melancholische mix van Disco Inferno, O.M.D., New Order, The Cure en Piano Magic. Wat een schitterend kleinood weer.
