Ludo’s decennium in films (Deel 3/3)

Laat de kurken knallen. De tien beste films van het decennium. Films die je allang gezien had moeten hebben. En anders hebt u nu een goede besteding voor de komende feestdagen.

10. Half Nelson (Ryan Fleck)
Half nelson
Ryan Gosling is een beetje een lui mens. Hij heeft het zelf toegegeven. Tegenwoordig 'dabblet' ie als Dead Man's Bones wat in muziek, het schijnt nog de moeite van het horen waard te zijn ook, maar als betrekkelijk weinigspelende acteur zorgde hij dit decennium voor twee prima films, die voor meer dan de helft op hem leunden. Het eerdergenoemde The Believer was gedenkwaardig provocatief en Half Nelson is een topper in het high school-film genre. Daar heb ik, zoals gezegd, altijd al een zwak voor gehad. Een van de eerste films die mijn interesse voor het medium opriepen was The Browning Version uit 1994, ik zag 'm jaren later, met een van Albert Finney's allerbeste rollen. Misschien was ik toen al nostalgisch naar school, terwijl ik er nog opzat?  Wellicht vind ik het gewoon fijn als iets wordt "uitgelegd"? Hoe dat nu weer Freudiaans/psychologisch te duiden? Gosling heeft in Half Nelson in elk geval op een heel andere manier wat uit te leggen, als een leerlinge op de banlieu-achtige school ontdekt dat 'teach' aan de crack zit. Er ontstaat een moeizame en risky vriendschap die het door het script heel aards wordt gehouden, zonder artificiële oplossingen of wendingen. Het open einde mag je zelfs literair noemen.

9. Dark Horse (Dagur Kári)
Dark horse
Een volbloed-komedie die puur om de lach draait ergert me meestal. Ik houd niet zo van de stand up-geintjes, comedians spelen ook geen rol, ze komen gewoon als zichzelf opdagen. Een tragikomedie van Scandinavische snit is meer mijn ding. (Er volgt er zo nog een) De IJslandse regisseur Dagur Kári, die getuigde het asgrauwe Nói Albinói heel depressief van zijn vaderland werd, ging voor Dark Horse terug naar Denemarken, waar hij al aan de filmacademie had gestudeerd. Daar maakte hij in zwart-wit een veel lichtere film. Vol magisch-realistische 'ik doe waar ik zin in heb'-ideeën (een olifant!) en mijn favoriete filmgrap van het hele decennium. ("Ik lijd aan de oudste ziekte ter wereld" "Tuberculose?") Het korte momentje dat de film voor een paar seconden op kleur overschakelt en de prachtige hoofdrolspeelster met rood haar plots nog fraaier wordt, krijgt ook een ereplaats in de geïnspireerde film-momenten lijst. Jammer eigenlijk dat Jim Jarmusch, de verwante aartsvader van dit genre (denk aan Strangers Than Paradise) het dit decennium met Broken Flowers toch net niet had, hij kwam daar wellicht te snel na Lost in Translation met Murray aanzetten.

8. Keane (Lodge Kerrigan)

Keane
Een 'haunting' film van heb ik jou daar. In een rechtvaardige wereld had de rossige hoofdrolspeler Damian Lewis een Oscar gehad. Wat een rol. Ik vind het ook mooi dat regisseur Lodge Kerrian, die als een soort Malick nauwelijks films maakt, tien (!) jaar eerder al iets vergelijkbaars draaide met Clean, Shaven, maar daar kennelijk toch niet helemaal tevreden was en met Keane definitief zijn bedoelingen op celluloid kreeg. Ik lees net dat Kerrigan script consultant was voor Haneke's Amerikaanse versie van Funny Games. Geen toeval. Ook hij geeft de kijker een fikse vuistslag in het gezicht, maar dan nog harder, beter en vooral herkenbaarder. In Funny Games versjteren twee eikels een vakantie-uitje, in Keane is een op zich sympathieke kerel zijn eigen beul, met zijn dwanggedachten, al dan niet ingebeelde angsten en daarmee ook weer een gevaar voor anderen. De man, die zegt op zoek te zijn naar zijn dochter, sluit vriendschap met een vrouw (en dochter!) waardoor hij later alleen wordt gelaten met het kind. Het wijze meisje lijkt de man beter te begrijpen dan wie dan ook en gaat gelaten hand in hand met hem terug, naar de plek des onheils.

7. Zodiac (David Fincher)
Zodiac
Zodiac is een van de weinige films waarin de talrijke tijdssprongen me niet ergeren. Of nou ja, nauwelijks dan, ik geloof dat ik wel eens over de grime heb geklaagd. De zegetocht van Zodiac begint al bij de geweldige cast. Gyllenhaal en Ruffalo in de hoofdrollen en in de talrijke bijrollen evenzeer toppers als Chloë Sevigny, Philip Bakker Hall en Robert Downey Jr. Zodiac is Fincher's diepste film. De regisseur staat altijd wel garant voor intellectueel amusement, maar nergens komt hij met personages zo boeiend als hier. Met name Gyllenhaal is ijzersterk als de loserige striptekenaar die zich volledig vastbijt in de Zodiac-seriemoordenaarszaak, terwijl met elke nieuwe clue de boel juist alleen maar ingewikkelder lijkt te worden. Overigens, Gyllenhaal is haast terloops toch wel een van dé Hollywood-acteurs van het decennium, zie Donnie Darko, zie de wat saaie controverse van Brokeback Mountain. Er zitten tal van zeer fraaie scènes in Zodiac, maar het moment dat Dirty Harry in première gaat, een film die over dezelfde zaak gaat, en detective Ruffalo en Gyllenhaal elkaar tegenkomen in de bios is prachtig in zijn ongemakkelijkheid. Het is bijna alsof de kijker in Zodiac hele film Dirty Harry er gratis bij krijgt, terwijl we er slechts wat glimpen van te zien krijgen.

6. The Darjeeling Limited (Wes Anderson)
Darjeeling limited
Wes Anderson kan bij mij niet veel verkeerd doen. Van Bottle Rocket tot deze, ze zijn allemaal op z'n minst leuk en meestal meer dan dat. De pers leek vaak een tikkeltje aan de zuinige kant, al schijnt de Fantastic Mr. Fox, dat hier nog niet is uitgekomen, inmiddels juichende kritieken te krijgen. In The Darjeeling Limited wordt de spielerei van de eerdere films ervoor grotendeels losgelaten voor een persoonlijke reis. Ik schreef er hier al over en ik herhaal het maar: Al na vijf minuten denk je, verrek hij kan nu gewoon de personages zwijgend rond laten lopen, een goed liedje opzetten (van de Kinks bijvoorbeeld) en dan is 't ook ok.

5. Grizzly Man (Werner Herzog)
Grizzly man
Werner Herzog, superheld van de Duitse cinema en net als een andere held, Woody Allen, iemand die van aanpoten weet. Gigantisch oeuvre en (in tegenstelling tot Woody) ook dit d
ecennium nog altijd op niveau. Zou het ietsje makkelijker zijn om documentaires te maken? Voor fictie moet je toch weer alles uit jezelf halen en val je misschien sneller in herhaling. Terwijl je voor een docu een uniek verhaal als het ware toegespeeld krijgt. Ik bedoel, de fictie van Herzog stelt recent nu ook weer niet zoveel voor. (Rescue Dawn) Het zou me ook weer niet verbazen als Grizzly Man, de laatste Herzog-klassieker blijkt. En ik begon dit stukje nog wel zo positief, sorry Werner! Grizzly Man was in elk geval zonder de regie (en het volstrekt oorspronkelijke filosofische commentaar) van Herzog niet de klassieker geworden die het nu is. Prachtbeelden van het Alaskaanse landschap, dat klaarblijkelijk mensen met een doodswens aantrekt, zie Into The Wild, en een ijzersterk hoofdpersonage, zo bedenk je ze niet in fictie. Misschien zeggen al de opnamen die Treadwell, niet alleen van de beren, maar vooral van zichzelf maakt, ook wel wat over de ijdele tijdsgeest. Als je iets gedenkwaardigs ziet kijk je niet, je neemt het op met je mobieltje/camera, als schild tussen jou en de naakte waarheid. Dan draai je de camera naar jezelf en zegt 'wow, did you see that?' Meesterlijke Herzog-touch is het vaak gememoreerde, zeer aangrijpende (dus perfect door Herzog getimede) moment dat de zorgvuldig uit beeld gehouden vriendin van berenexpert Treadwell helemaal aan het einde toch nog even verschijnt, bijna als een engel des doods.

4. The Man Without A Past (Aki Kaurismäki)
Man without a past
Kaurismäki, portretteur van het ongetwijfeld grotendeels gefantaseerde Finse loserdom bereikte begin dit decennium een eindpunt met The Man Without A Past. Meteen ook zijn meest commercieel succesvolle film, wat eigenlijk wel zo gepast is. (En volkomen terecht) Jammer dat hij daarna nog Lights of the Dusk maakte, voor zijn doen bijzonder matig. Dat bewijst alleen nog maar 'ns hoezeer The Man Without A Past een complete volmaking is van zijn stijl, niet in geringe mate dankzij regular Kati Outinen, de actrice die een verlegen Leger des Heils-soldate speelt. Zij duikt dermate vaak op in het oeuvre van Kaurismäki dat eigenlijk alle vrouwen in zijn oeuvre op haar beginnen te lijken. De sjofele hoofdrolspeler Markku Peltola (die ook al eerder in Kaurismäki's oeuvre opdook) speelt de man zonder verleden en is inmiddels alweer een paar jaar dood. Hij zou al een tijdje in 'ill health' zijn geweest, drankprobleempje wellicht? The Man Without A Past is de enige film in de top 5 die geen briljante soundtrack heeft. Dat pleit eigenlijk juist voor de film, met hartverwarmend spel en stemmige beelden van de zelfkant van Helsinki.

3. Me And You And Everyone We Know (Miranda July)

Me and you and everyone we know
Als het waait moet ik altijd aan deze film denken. Ergens hier in de buurt staat een vlaggenmast die vanaf windkracht 3 een tikkend/klapperend geluid begint te maken. (Volgens mij is het een stuk touw dat tegen de ijzeren paal aanslaat) Het klinkt exact als de oude man die in Me And You And Everyone We Know met een muntje tegen een lantaarnpaal tikt en zodoende de zon doet ondergaan. Gedurende de film vraagt het jongste van de talrijke kinderpersonages zich af waar dat geluid toch vandaan komt. De hierboven geschetste oplossing is tegelijkertijd zo doodgewoon en door het snuifje magisch-realisme zo geniaal dat zelfs dat piepkleine onbelangrijke zijlijntje symbool kan staan voor de fantastische wereld die regisseur Miranda July hier oproept. Altijd als de film ter sprake komt heb ik weer zin om de hele opening uit de doeken te doen, met die geniale muziek van Michael Andrews (dit gaat nooit meer iets beters doen als wat hij hier met wat simpele casio's bereikt) en de brandende hand van de treurige, depressieve vader. Overigens ook een film die zonder enig gezeur een multiculti-gezin opvoert.

2. The Squid and the Whale (Noah Baumbach)
Squid and the whale
Eerst zette ik deze film altijd af tegenover het werk van Wes Anderson, wat me een beetje lullig voor Anderson leek, die vergeleken met Squid & Whale toch inventievere, in zekere zin spetterende films maakt. Maar de drie andere films die Noah Baumbach tot op heden maakte zijn allemaal dermate goed dat hij zelfs als betrekkelijke non-innovator wat mij betreft tot de groten van de moderne Amerikaanse cinema moet worden gerekend. Ook al is het hem tot op heden niet gelukt uit de indie-cinema wereld te geraken. The Squid and the Whale vertelt in die typische goudbruine nostalgietinten van duurder New York het semi-autobiografische verhaal van Baumbach zelf. De jaren '80, ouders die gaan scheiden, een sympathieke vader die het in een mid-life crisis met een jong studentje aanpapt waarmee je zelf ook wel wat zou willen. En een superieure soundtrack, die je ongetwijfeld met de paplepel krijgt ingegoten in zo'n artistiek nest. Who's gonna drive you home? Bert Jansch, Loudon Wainwright, The Feelies en als hoogtepunt Lou Reed's Street Hassle. Dit is de enige film die ik maanden na een eerste kijkbeurt op een middagje haast op de achtergrond opnieuw heb zitten kijken, gewoon omdat ik me nog een keer wilde onderdompelen. (Alsof je een muziek-album opzet, bedoel ik) Je kunt dat overigens ook voor elkaar krijgen door even naar Galaxy 500's Dean Wareham's Family Conference te luisteren. Een heerlijk simpel instrumentaaltje dat Wareham samen met Britta Phillips schreef, eigenlijk zegt die titel genoeg, over het milieu, de film, alles.

1.Eternal Sunshine Of The Spotless Mind (Michel Gondry)
Eternal sunshine of the spotless mind
En nogmaals zal dit hele stuk, als ik niet oplet, over de soundtrack gaan. Van Jon Brion ditmaal, hij weet de hele film eigenlijk nog beter te comprimeren in Phone Call. Duurt nipt een minuut, harpachtige melodie in rafelig lo-fi met weemoedige strijkers. Ik kan het eindeloos horen en ik hoor het ook altijd elders terug. Chad Vangaalen, Guillemots, F.S. Blumm, de nieuwe Mountain Goats, enzovoort. Maar alleen de muziek prijzen zou de film vanzelfsprekend tekort doen, want dit is een hartverscheurend verhaal van duizelingwekkende genialiteit. Scenarioschrijver Charlie Kaufman is hier op zijn warmst, regisseur Gondry weet zijn geknutsel volledig in dienst te stellen van het verhaal en Kate Winslet heeft nooit een betere rol gespeeld (of gehad?) als de immer van haarkleurverschietende Clementine. Ze doet me zelfs wat aan mijn moeder denken! Wie weet dat ik daardoor haar egocentrische theatraliteit vol nukken kan begrijpen, tolereren en, ach, zelfs waarderen. Nooit erachter gekomen of die naam Clementine nou in verband staat met Vergeetachtige Jan uit Sesamstraat, dat zou perfect passen. In de film zingen ze wel de hele tijd dat kinderliedje, maar dat kw
am toch niet uit Sesamstraat? Iemand zou Jim Carrey moeten verplichten om alleen maar in 'serieuze' films te spelen. Ga maar na: The Cable Guy, The Man On The Moon, The Truman Show, stuk voor stuk klassiekers! Wat heeft het in godsnaam voor zin Jim om maanden van je tijd aan een godvergeten 3D-versie van A Christmas Carol te besteden. De magie van Eternal Sunshine zit hem evengoed in de bijrollen, de namen noemen is alweer genoeg: Mark Ruffalo, Tim Wilkinson, Thomas Jay Ryan, Kirsten Dunst. (En eh, Elijah Wood) Vergeet dat en denk even aan de perfect imperfecte tandjes van Kirsten Dunst. Serieuzer, in dat zijplot met de dokter Tom Wilkinson en zijn verliefde assistente zit een film net zo mooi als de film die we nu zien. En heel stuk fucked up-er. Het kinderliedje Row, row, row your beat, gently down the stream, zal ook nooit meer hetzelfde zijn. Om de cirkel met de inleiding uit deel 1 rond te maken, Eternal Sunshine is niet alleen de film uit de top 10 die ik het vaakst heb gezien, een stuk of zes keer (inclusief boeiend audio-commentaar op de dvd) het was niet toevallig ook de eerste film die ik van het net haalde, toen ik 'm al lang kende. Weer even terug in de puzzel van verlaten treinstations en bevroren rivieren.

(door Ludo)

Comments

comments

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.