Het schaduwkabinet: week 46 – 2019

Aangezien Sinterklaas een kinderfeest is, gaan volwassenen met elkaar op de vuist, maar dat is logisch. Vol verwachting klopt ons hart, wat er nu weer staat in de lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Aziza Brahim, Nick Cave And The Bad Seeds, Aurélie Dorzée & Tom Theuns Ft. Michel Massot, Steve Hauschildt, Headland, Land Of Kush, PHÔS en Tindersticks.


 

Jan Willem

Aziza Brahim – Sahari (cd, Glitterbeat / Xango Music Distribution)
Op het Network Medien label hebben ze een geweldige serie, die “Desert Blues” heet, waarvan drie delen zijn verschenen. Het is een combinatie van Afrikaanse blues, met een universeel invoelbare melancholie, plus prachtige foto’s. Zangeres, actrice en activiste Aziza Brahim zou er met haar muziek zo tussen passen. Brahim behoort tot het bedoeïenenvolk de Sahrawi en wordt geboren in een vluchtelingenkamp in Algerije. Inmiddels leeft ze al ruim twee decennia in ballingschap, eerst in Cuba maar nu al jaren in Barcelona. Ze brengt sinds 2009 haar muziek naar buiten, namelijk de epee Mi Canto en de soundtrack Wilaya voor een film waarin ze zelf speelt. Haar echte debuut Mabruk verschijnt in 2011, waarna ook nog de prachtalbums Soutak (2014) en Abbar El Hamada (2016) volgen. Ze presenteert zich immer als een krachtige, strijdlustige dame, die ook nog eens prachtige muziek produceert. Muziek die een brug vormt tussen verschillende landen, culturen, generaties en tevens muzikale stijlen. Daarbij snijdt ze onderwerpen als ballingschap, bezetting en diaspora aan, hetgeen haar huidige status ook verklaart. De meer dan bewonderenswaardige dame is nu terug met haar vierde wapenfeit Sahari, wat geen meervoud voor Sahara is. Wel vormt haar geboortegrond weer de voedingsbodem voor haar nieuwe songs, die breder uitpakken dan voorheen. Ze werkt hierop samen met Amparo Sánchez (Amparanoia, Calexico). Aan de ene kant laat ze vergeten tradities van haar volk en Afrika horen, maar dat combineert ze dan weer met een breed pallet aan stijlen. De zogeheten “desert blues”, traditionele muziek en eveneens reggae en Afro-Cubaanse muziek. Ze slecht hier vele barrières, middels het sterke gevoel dat overal in zit ook de taalbarrière, waarmee ze veel mensen zal aanspreken. Ze zit met haar muziek ergens tussen Souad Massi, Rokia Traoré, Orchestra Baobab, Oumou Sangare en Tamikrest in. Het is weer een wereldalbum in alle opzichten geworden.

 

Nick Cave And The Bad Seeds – Ghosteen (2cd, Bad Seeds Ltd.)
Laat ik beginnen met te zeggen dat ik een enorme fan ben van Nick Cave. Dat is al sinds The Boys Next Door en het daarop volgende The Birthday Party, maar nog meer met het werk dat hij onder zijn eigen naam uitbrengt, al dan niet met begeleidingsband The Bad Seeds. En de groep Grinderman mag er ook best wezen. Dan heb ik het dus zeg maar gerust over zo’n 40 jaar aan muziek maken. En hoewel ik de rauwe, ongepolijste en ongetwijfeld destijds nog door drank dan wel drugs ingegeven muziek het meest waardeer, ben ik toch ook wel fan geworden van de meer “cleane” versie van Cave. De man bezit nu eenmaal over een geweldige stem, die een poel van emoties lijkt te bevatten. En met zijn songsmederij zit het ook altijd wel snor. Cave is inmiddels met Warren Ellis een grote leverancier van soundtracks geworden, die niet onverdienstelijk zijn. Juli 2015 zal door de tragische dood van zijn 15-jarige zoon Arthur voor eeuwig een keerpunt zijn voor Cave. Het levert in 2016 het aan de grond nagelende prachtwerk Skeleton Tree op, dat een intens rouwalbum is geworden, waarbij je het als vader niet of nauwelijks droog kunt houden. Drie jaar later, plus zoveel soundtracks verder, is de opvolger Ghosteen een feit. Cave leunt hierbij ook sterk op de eerdere tragiek, wat volkomen te begrijpen valt. De muziek is soms zelfs nog soberder dan voorheen en buitengemeen mooi. Maar vocaal gezien doet hij iets vreemds. Cave gebruikt namelijk redelijk vaak een kopstem dan wel een gevoelige haast pathetische stem, terwijl ik Cave roem om zijn rauwe, zware en emotievolle zang, zonder dat het ooit een winnaar van The Voice zou zijn worden (gelukkig niet). Daarmee kom ik een soort spagaat, waarbij ik enerzijds de intensiteit voel maar aan de andere kant het idee krijg dat de emoties voor 50 cent uit het kauwgomballenautomaat komen, waarbij je het plaatje op de cover er gratis bij krijgt. Als ik het iets positiever benader brengt Cave (zang, piano, synthesizer) samen met Warren Ellis (synthesizer, (drum) loops, Wurlitzer, fluit, viool), Martyn Casey (bas), Thomas Wydler (drums), Jim Sclavunos (percussie, vibrafoon) en George Vjestica (akoestische gitaar) een ander, meer elektronische sound, al komen ook de nodige prog en soul voorbij. Dat valt te prijzen, want er wordt geen populaire weg ingeslagen, maar één die ze gewoon zelf graag plaveien en dat soms zelfs op experimentele wijze. En er staan echt prachtige songs op, maar met enige regelmaat krommen mijn tenen. Te clean of zo. Volpompen met drank en drugs is natuurlijk iets wat ik totaal niet mag aanbevelen in deze tijd, dus dat doe ik dan braaf niet. De tweede schijf, die met 3 tracks van samen een klein half uur ook dwars en dubbel gevouwen makkelijk bij de ruim 38 minuten durende eerste disc had gepast, bevalt me beter. Het is allemaal een tandje donkerder, meer experimenteel en oprecht, hetgeen misschien ook deze opdeling wel rechtvaardigt. De muziek hier raakt bij mij weer diepe snaren, ook als hij hier zijn kopstem laat horen. Cave zal altijd een immense held voor mij blijven, maar hier zitten we niet altijd op één lijn. Neemt niet weg, dat hij nog altijd ver boven de middelmaat uitstijgt. Eh…amen.

 

Aurélie Dorzée & Tom Theuns Ft. Michel Massot – Elixir (cd, Homerecords.be)
In België wemelt het van de groepen met een aanpak die over grenzen heenstappen. Dan bedoel ik niet enkel hun eigen landgrens, maar ook die van ver daarbuiten. Dat met wisselend succes moet ik wel eerlijk zeggen. De Belgische zangeres/violiste Aurélie Dorzée, die me qua aanpak wel enigszins doet denken aan mijn persoonlijke favoriet Iva Bittová, zowel solo als met haar groep Aurélia, weet wel de juiste snaren te raken. Op haar albums komen folk, neoklassiek en wereldmuziek gelardeerd met tango’s, walsen, chansons en Afrikaanse en Joodse thema’s voorbij. Met Aurélia lid Tom Theuns heeft ze in 2015 ook al het album L’Art De Voler uitgebracht. Nu brengt ze samen met hem en de Belgische blaasmuzikant Michel Massot (trombone, saxhoorn, euphonium,susafoon) de cd Elixir. Aurélie (diverse violen, altviool, zang, psalterium) en Tom (mandoline, gitaar, sitar, banjo, zang) laveren hierop van klassiek en folk naar jazz, wereldmuziek en iets tijdloos tussen alle genres in. De muziek weet zich te onderscheiden door de ontroerend melancholische en tevens bezinnende aanpak, die weer dwars door genre-, tijd- en landgrenzen heen gaat. Liefhebbers van L’Arpeggiata & Christina Pluhar, Iva Bittová en Sainkho doen er goed aan hun oor hier te luister te leggen. Het is een ontroerend, werelds, ongrijpbaar en tijdloos mengsel dat ze hebben gebrouwen. En brouwen kunnen de Belgen als geen ander. Het levert hier een geweldig en ook nog eens heerlijk (alcoholvrij) elixir op.

 

Steve Hauschildt – Nonlin (cd, Ghostly International / Konkurrent)
Celestial Sprinkler, het sublieme trio Emeralds en het kwartet Fancelions delen allemaal de geweldige Amerikaanse synthesizer/keyboardspeler Steve Hauschildt. Solo weet hij het ook te schoppen tot het prestigieuze Kranky label, wat gezien zijn prestaties ook volkomen te begrijpen valt. Zijn vorige album Dissoli (2018) komt uit op het eveneens klasse label Ghostly International. Dat geldt tevens voor zijn nieuwste wapenfeit Nonlin, waarop hij met negen nummers van samen ruim 42 minuten het verschil weet te maken. Hij brengt een pakkende en tevens dromerige mix van IDM, ambient, downtempo en synthpop. Ook neoklassiek maakt hier deel uit van het muzikale spectrum. De muziek roept herinneringen op aan Biosphere, Boards Of Canada, Autechre, Beaumont Hannant, Bola, Oneathrix Point Never en Blanck Mass. Dat maakt dit alles tot een uiterst geslaagd album.

 

Headland – What Rough Beast (cd, Agitated Records / Konkurrent)
Het is lastig om vat te krijgen op het ietwat mysterieuze, Australische gezelschap Headland. Ze hebben de band ooit opgericht om muziek te maken voor super 8 beelden uit de jaren zeventig in de omgeving van hun thuisbasis Lennox Head en als het even kan voor surffilms. Kopman Murray Paterson is zelf ook een surfer geweest en daarbuiten een groot liefhebber van gitaargestuurde muziek. Op hun albums Sound/Track (2013) en True Flowers From This Painted World resulteert dat in een filmische mix op van folk, postrock, altcountry, jazz, avant-garde, singer-songwritermuziek en poprock. Het nieuwe What Rough Beast borduurt daar enigszins op voort, al is het misschien wel hun meest gangbare album geworden. Ze brengen stemmige, veelal instrumentale muziek, die contemplatief en filmisch is maar wel meer op de rock leunt dan voorheen. Toch dwalen ze hier ook regelmatig af met ambient- of drone-achtige stukken. Murray (gitaar, zang, wurlitzer, bas, lap steel, piano, tamboerijn) krijgt hierbij hulp van bandleden Les Dorahy (accordeon, accordina, mandoline), Joel Silbersher (zang, gitaar, bas, drums, percussie, piano) en Brock Fitzgerald (drums, klokkenspel) plus diverse gasten op viool, cello, contrabas, orgel, piano, pedal steel, keyboards en zang. Hoewel de muziek heerlijk downtempo en vredig is en het centrale thema gaat over verlies, verdriet en verlangen, komen ook onderwerpen als een met bloed gevulde voetbal, het installeren van een vaatwasser, gezichten in de lucht en het gezichtspunt van een hagedis voorbij. Maar ook de dood van een goed vriend. Ze brengen verder nog een heel fraaie versie van Motörhead’s “Deaf Forever”. Met dit alles komen ze ergens uit tussen Boduf Songs, Hungry Ghosts, Lullaby For The Working Class, Nick Drake, Roy Montgomery, Boxhead Ensemble en Hood. En dat klinkt toch als muziek in de oren?

 

Land Of Kush – Sand Enigma (cd, Constellation / Konkurrent)
De Canadese muzikant/componist Sam Shalabi uit Montréal is bepaald niet in een hokje te duwen. Onder zijn eigen naam, maar ook met de projecten Shalabi Effect, Molasses, Po, Detention, ’Gypt Gore, Balai Mécanique, Cindy, Nutsak, Karkhana, Moose Terrific en Land Of Kush. Muzikaal gezien lopen de stijlen uiteen van jazz tot punk, maar belandt hij veelal in de improvisatorische, experimentele dan wel psychedelische hoek. Met Land Of Kush maakt hij een bijzondere kruising tussen Arabische muziek, jazz, folk, punk, experimentele en filmmuziek. Daarmee maakt hij vanaf 2009 al drie albums mee, waarop hij veelal vergezeld wordt door tientallen gastmuzikanten. Na een stilte van zes jaar is hij terug met Sand Enigma, waarbij hij weer 24 muzikanten om zich heen verzameld heeft, die een keur aan Oosterse en Westerse instrumenten meebrengen. Namen die bekend zijn van diverse andere projecten, waaronder Genviève Heistek, Anthony Seck, Alexander St-Onge, Katie Moore, Jason Sharp en Elizabeth Anka Vajagic. Shalabi heeft 14 stukken geschreven. In het begin van het album creëert hij chaos, alsof er een zandstorm door een bazaar waait. Bij vlagen is het echt kakofonisch, vol noise, freejazz, experimenten en ook Oosterse ingrediënten, en bepaald niet toegankelijk. Maar vanaf het midden van het album gaat de storm steeds vaker liggen en krijgt de meer rustige en soms gewoonweg wonderschone muziek meer een kans. Shalabi maakt het gelukkig nooit helemaal eenvoudig, hetgeen zorgt dat het ook spannend blijft. Shalabi brengt een intrigerende, innovatieve, imponerend en een compleet eigenzinnig album, dat zich met niets laat vergelijken. Klasse!

 

PHÔS – À L’Oblique (cd, Catgang)
De muzikale honger van de Franse zangeres, pianiste en componiste Catherine Watine lijkt nog niet gestild. Begin dit jaar is er van haar 14 jaar lopende project Watine namelijk al de prachtige nieuwe cd Géométries Sous-cutanées verschenen. Deze heeft later dit jaar een vervolg gekregen middels een remix album. Watine, die ook deel uitmaakt van het trio This Quiet, heeft nu samen met ene Intratextures de groep PHÔS geformeerd. Ze maken naar eigen zeggen poëtische wave rock. Dat dekt de lading ook wel als ik naar hun debuut À L’Oblique luister. Watine (zang) heeft alle teksten verzorgd en Intratextures (programmering, keyboards, bas, gitaar) de muziek. Ze krijgen daarbij nog hulp van Damien Somville (gitaar, bas, opnames), die eerder ook bij Watine en Marie-Claire Buzy te horen is. Watine zingt en draagt de teksten op sfeervolle wijze voor, waarbij ze me wel doet denken aan een mix van Patti Smith en Marianne Faithfull. De muziek gaat van stemmige synthwave met neoklassieke trekjes naar soms venijnige post-rock. Denk daarbij aan een steeds wisselende hybride van Encre, Arab Strap, Gravenhurst, Phylr en Arca (die met Sylvain Chauveau). Muziek naar mijn hart. Wat een ongelooflijk prachtalbum.

 

Tinderstcks – No Treasure But Hope (cd, City Slang / Konkurrent)
Als ik blind ben kan ik de Tindersticks ook zonder blindengeleidehond eruit pikken. Sterker nog, zelfs als ik doof zou zijn, herken ik ze nog. En ik weet ook nooit of ze in feite niet de George Clooney onder de muzikanten zijn. En eigenlijk boeit me dat ook niet, want ze weten me keer op keer te grijpen. Met hun soundtracks iets minder, maar zeker wel met hun reguliere albums. Daarop lijken ze ook iedere keer net weer tandje droeviger uit de hoek te komen, al blijft hun recept dus zeer herkenbaar. Toch is dit bij uitstek een band waarbij dat echt niet erg is. Ook de bergen kippenvel, die ik met enige regelmaat krijg bij hun twaalfde album No Treasure But Hope, zeggen wat dat betreft genoeg. Ze brengen weer hun typisch nachtelijke, fluweelzachte en melancholisch gestemde sfeermuziek, waarbij de intense emoties als vanzelf uit de strot van kopman Stuart A. Staples lijken te sijpelen. De fans, ook die niet van koffie houden, weten dan meer dan genoeg. De Tindersticks weten zonder te verrassen weer te verrassen.

Comments

comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.