Het schaduwkabinet: week 37 – 2018

Soms moet je hard zijn! Of je nu met een Struikelblok, een Yo-Yo Mark Harbers dan wel de hoofd Pruttelbaas te maken hebt. Hier gewoon weer heel duidelijk en keihard onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: The Antler King, Brigan, The Chills, Sarah Davachi, Arve Henriksen, The Legendary Pink Dots, Less Bells, Low, Pausal, François de Roubaix, Paul Simon, Už Jsme Doma/ Various Artists: Létající Peřina, Vlimmer, We Were Promised Jetpacks en Various Artists: Antologie Moravské Lidové Hubdy 8.

 


 

Jan Willem

 

The Antler King – Ten For A Bird (cd, Sel/Sync)
Het Belgische duo The Antler King debuteert in 2011 met hun gelijknamige debuut. Ze brengen met folk geënte pop/rock liedjes vol prachtig harmonieën, stemmige vocalen en een overrompelende droefgeestigheid. De groep bestaande uit Esther Lybeert (drums, zang, keyboards) en Maarten Flamand (gitaar, bas, pedalen, loops, zang) gaat daar met Patterns (2013) op nog intensere wijze mee door. Het zijn stuk voor stuk melancholische songs die telkens gevarieerd en interessant ingekleurd worden. De ene keer meer een schijnbare frivoliteit, maar dikwijls ook zo breekbaar en ontroerend. Dan blijft het lang stil. Nu is hun derde cd Ten For A Bird een feit. Ze hebben het instrumentarium hierop iets ingedikt, brengen meer experimenten en komen wat directer en ongepolijster over. Dat alles zonder aan die verrukkelijke melancholische atmosfeer te tornen. Ook voorzien ze alles van een mysterieuze gloed en wat vintage geluiden en komen ze met enige regelmaat met fraaie vondsten. Het maak dat voor de derde keer een evenzo bijzonder als ijzersterk prachtalbum afleveren.

 

Brigan – Rúa San Giacomo (cd, Marocco Music)
Brigan is een kwartet uit het Zuiden van Italië dat een liefde heeft voor traditionele en Keltische muziek. De kern van de groep bestaat uit Francesco Di Cristofaro (stem, accordeon, verschillende doedelzakken, herdersfluit, tin en lage fluitjes, sisco, mandoline, bouzouki), Ivan del Vecchio (diverse gitaren, cello), Gabriele Tinto (koren, mondharp, diverse tamboerijnen, tammorra, castagnetten, percussie), Carmine Scialla (bas, gitaren, mandoline, bastrommel) en Simone Lombardi (koren, castagnetten, bastrommel). Voor hun nieuwe cd Rúa San Giacomo hebben ze veel onderzoek gedaan en zijn ze veel op het Iberische schiereiland verbleven. Daarbij werken ze veelvuldig samen met nog eens 14 gasten op uiteenlopende instrumenten. Het is een ware muzikale pelgrimstocht geworden die door genres, landen en tijd reist. Dat alles laten ze op virtuoze en levendige wijze horen in hun 13 nieuwe tracks, die van uiterst melancholisch en ingetogen tot uitbundig en meeslepend gaat. Een grenzeloze en tijdloze wereldplaat!

 

The Chills – Snow Bound (cd, Fire / Konkurrent)
Ik denk dat The Chills samen met Bailter Space zo’n beetje de eerste alternatieve groepen uit Nieuw-Zeeland zijn die ik leer kennen eind jaren 80. Er volgen er zeker middels het Flying Nun label al snel wel meer (en oudere), maar The Chills weten zeker een diepe indruk te maken met hun licht droefgeestige, ontwapenende mix van wave, pop en indierock. Ze groeien uit tot een ware legendarische band, al brengen ze van 1987 tot 1996 slechts 4 albums uit. In 2013 zijn ze plots een beetje terug met een live registratie van een privéfeest. Maar in 2015 verschijnt Silver Surfer, een heus nieuw album na 19 jaar. Het sluit enigszins aan op hun oudere werk, al merk je dat er meer tijd voor bezinning is. Tevens komen ze soms ook stevig uit de hoek. Hun typische sound met de melancholie, emotioneel geladen rock en fijne zang van weleer is nog altijd aanwezig. Weer 3 jaar later zijn ze terug met de nieuwe cd Snow Bound, waarop ze in 33 minuten 10 nieuwe songs brengen in het verlengde daarvan. Hoewel hun unieke geluid, mede door de innemende zang en bijzondere hooks herkenbaar blijft is het allemaal wel een tandje harder geworden. Van slijtage is absoluut geen sprake. Ze leveren met de nodige bagage zinnig commentaar op de hedendaagse maatschappij, waarbij hun eigen onzekerheden ook bezongen worden. Het levert gewoon een uitstekend eigengereid album op, die het huidige muzieklandschap prima kan gebruiken.

 

Sarah Davachi – Gave In Rest (cd, Ba Da Bing / Konkurrent)
De Canadese Sarah Davachi is, hoewel ze ook concertpianiste had kunnen worden, inmiddels een gerespecteerd elektro-akoestisch muzikant, die voor het experiment en avontuur kiest. Met orgels, synthesizers, piano, stijk- en blaasinstrumenten vult ze haar albums sinds 2013 met muziek die ergens tussen ambient, drones, neoklassiek en subtiele elektro-akoestische muziek uitkomt, waarbij ze dikwijls put uit Middeleeuwse muziek en die uit de Renaissance. Kennelijk loopt ze de laatste tijd over van de inspiratie, want na For Harpsichord / For Pipe Organ And String Trio en Let Night Come On Bells End The Day eerder dit jaar is ze nu alweer terug met Gave In Rest. Met fluit, mellotron, orgels, piano, synthesizer en stem heeft ze 7 nieuwe composities gecreëerd. Deze zijn heerlijk minimalistisch en verstild, ondanks de vele instrumenten en de gastbijdragen van Lisa McGee (zang), Terri Hron (blokfluit) en A Silver Mt Zion/ Black Ox Orkestar leden Thierry Amar (contrabas) en Jessica Moss (viool). De verfijnde kruisbestuivingen van ambient, drones en koorgeluiden die ze hier laat horen, vormen een soort futuristische sacrale stukken, die niet alleen intrigerend maar ook ongelooflijk mooi zijn. Davachi brengt gewoon haar derde meesterlijke album in één jaar tijd.

 

Arve Henriksen – The Height Of The Reeds (cd, Rune Grammofon / Konkurrent)
Vanaf 1991 laat de inmiddels gerenommeerde Noore trompettist Arve Henriksen zijn herkenbare en virtuoze spel horen. Zowel solo als in verschillende formaties als Veslefrekk, Food en Supersilent. Hij werkt eveneens met uiteenlopende artiesten uit de hele wereld. Met zijn melancholische muziek zit hij meestal ergens tussen jazz, neoklassiek, minimal music en ambient in. Zijn nieuwste werk The Height Of The Reeds als een werk in opdracht van de stad Hull, de culturele hoofdstad van Groot-Brittannië in 2017. Samengesteld door Arve Henriksen (trompet, zang), Eivind Aarset (gitaar, elektronica), Jan Bang (samples, programmering) en Jez Riley French (veldopnames), viert het werk de aloude zeevarende relatie tussen Hull en Scandinavië. De muziek is in dat jaar voor bezoekers tijdens het passeren van de Humber-brug te beluisteren via een koptelefoon. Door de populariteit van de sterke arrangementen levert dat veel uitverkochte wandelingen op. Het blijkt dan ook zo goed dat ze besluiten nu met kleine aanpassingen ook uit te brengen. En dat is maar goed ook, want de muziek hierop is van een uitzonderlijke klasse. Ze brengen uiterst breekbare stukken vol cineastische pracht. Het ijle sfeervolle jazzy trompetspel en de spaarzame fragiele zang van Henriksen vloeien prachtig samen met de duistere elektronische creaties, die je soms op een desolate, grimmige zee doen wanen. Heel subtiel voegen ze hier de samples, gitaar en veldopnames aan toe, die voor extra franje en diepgang zorgen. Af en toe krijg je ook nog de kippenvel opwekkende orkestraties en koorzang van de Opera North Choir & Orchestra aan toe. Het is allemaal van een intense en zinnenstrelende pracht.

 

The Legendary Pink Dots – Atomic Roses (cd, Terminal Kaleidoscope)
Hoewel ik een aantal jaar later pas ben ingestapt bij het in 1980 opgerichte The Legendary Pink Dots, mag ik mijzelf toch al zo’n 30 jaar fan noemen. Dat is lang en de groep is me dan ook heel dierbaar. Hun psychedelische mix van avant-garde, folk, experimenten en wave plus de poëtische zang van frontman Edward Ka-Spel is onvergelijkbaar met wie dan ook. Ze brengen zeker de eerste 25 jaar dikwijls meerdere releases per jaar uit, waarbij er zogenaamde reguliere albums verschijnen en daarnaast de meer experimentele werken. Die laatste verschijnen ook nog wel eens op cassette, zoals het in 1982 verschenen Atomic Roses, hetgeen dan pas hun vierde release is. Na 36 jaar verschijnt deze nu ook op cd, inclusief de fraaie artwork. De experimentele songs staan ook nu nog als een huis. Kant A en B zijn beide als één lange track verschenen, maar bestaan beide in feite uit 6 songs. Als ik dan toch iets zou moeten aanmerken, dan is het dat het nog mooier zou zijn geweest als ze als losse tracks op cd zouden staan. Maar veel belangrijker is dat deze muziek er weer is en dat het intens en vertrouwd genieten is van dit bijzondere kleinood.

 

Less Bells – Solifuge (cd, Kranky / Konkurrent)
Je moet ze goed in de smiezen houden die gasten van het prestigieuze Kranky label, want ze gaan stilletjes door met uitbrengen van releases. Ook van nog onbekende artiesten, die je daardoor per ongeluk zo over het hoofd kan zien. Neem nu Solifuge, het debuut van Less Bells. Dit is het project van Julie Carpenter, die haar creaties met viool, cello, omnichord, synthesizers en Rhodes vormgeeft. Ze is hevig geïnspireerd door de natuur in Joshua Tree (Californië), die gekenmerkt wordt door extremen met zomermoessons maar ook indrukwekkende sterrenregens. Haar 8 tracks kennen dan ook een zekere grilligheid. Op papier is het in feite een mix van neoklassiek en ambient, maar deze bestaat uit ongepolijste, dik opeengepakte duistere lagen. Dikwijls start Carpenter haar nummer met haar strijkinstrumenten, die ze vervolgens middels elektronische procedés bewerkt en van extra geluiden voorziet. Hoewel het merendeel bestaat uit die rauwe mix, overheerst soms het neoklassieke of maakt ze even een minimal music uitstapje. Ze krijgt nog hulp van Leah Harmon (zang), Rachel Smith (mix), Kenneth James Gibson (mix, synthesizers) en Dain Luscombe (Optigan. Buchla music box, moog), die voor nog meer diepgang en kleur zorgen. Het levert al met al een bij de strot grijpend
duister, desolaat en droefgeestig album op, dat zich in een donker hoekje nestelt tussen Tim Hecker, Svarte Greiner, Jacaszek, Grouper, Hildur Guðnadóttir, Birds Of Passage en Deaf Center. Wat een gitzwart droomdebuut.

 

Low – Double Negative (cd, Sub Pop / Konkurrent)
Van de in 1994 opgerichte band Low ben ik fan van het eerste uur en ze hebben me sindsdien echt nog nooit teleurgesteld. Ze hebben zich van de traagst spelende band op de wereld, die wel ergens tussen Codeine en Joy Division past, ontwikkeld tot een band met een emotioneel geladen geluid dat soms ook best harder en met meer tempo uit de hoek kan komen. Telkens weer laat de groep net een ander geluid horen dan voorheen. Melancholie en haast narcotiserende schoonheid vormen de rode draad, herhaling zeer zeker niet. Nu kan je net als in een goed huwelijk best uit elkaar groeien, maar de band die ik met Low voel wordt eigenlijk alleen maar hechter. Dat komt wellicht ook omdat ze je telkens met een kleine, vriendelijke zet net een andere richting op laten gaan. Welnu, op hun twaalfde cd Double Negative is die zet een enorme draai in de rondte geworden, waarbij je toch echt even checkt of alle kabels van je installatie wel goed aangesloten zijn. Begrijp me niet verkeerd, ze verrassen op prettige wijze met gruizige vervormingen, pulsende beats en andere elektronische interventies. Zelfs ambient en drones staan op het menu. Ook de zang klinkt de ene keer vervormd of badend door ruis en op andere momenten weer op de voorgrond en van een strelende schoonheid. Maar het lijkt soms wel of ze de strijd met zichzelf aangegaan zijn, hetgeen vooral aan Alan Sparhawk (gitaar, zang, elektronica) en Steve Garrington (bas, keyboards) te danken is, om de misstanden in de maatschappij het beste onder de aandacht te brengen. Het is haast alsof Low een pact heeft gesloten met Labradford, Brian Eno en Arca, terwijl Mimi Parker (drums, zang) daarbij soms net zo dwingend als Jarboe overkomt. En toch klinkt het ook weer echt als Low. Dat is niet alleen bijzonder knap, het getuigt van lef en eigenzinnigheid en levert tevens één van hun meest biologerende, mooiste, duistere en indrukwekkendste werken tot nu toe op. Wat een meesterwerk!

 

Pausal – Volume Flow (cd, Hibernate)
De Britse muzikant Alex Smalley houdt er naast zijn schitterende neoklassieke project Olan Mill ook de groep Pausal op na met zijn landgenoot Simon Bainton. Hiermee deelt hij tevens het project Cask. Samen brengen ze veelal afwisselende kruisbestuivingen van neoklassiek, drones en ambient. Ze zijn inmiddels al een jaar of acht onderweg en hebben 5 albums het licht doen zien. Op hun nieuwe, zesde cd Volume Flow serveren ze in ruim 36 minuten 6 tracks, die weer ergens landen tussen ambient en drones met een vleugje neoklassiek. Het is bloedmooie muziek, waarbij je heerlijk kunt nadenken, wegdromen en gewoonweg intens genieten. Fans van onder meer Stars Of The Lid, Celer, Deaf Center, William Basinski en Bersarin Quartett doen er goed aan dit wonderschone geheel eens te beluisteren. Een innemende black beauty!

 

François de Roubaix – Daughters Of Darkness (cd, Butler / Bertus)
In 1971, mijn geboortejaar, verschijnt de Belgische film Les Lèvres Rouges, ook wel bekend als Daughters Of Darkness, van de regisseur Harry Kümel. Het is een gewaagde vampierfilm waar erotiek en horror zij aan zij gaan. Actrice/muzikante Delphine Seyrig schittert onder meer in deze film. De bijzondere soundtrack die erbij hoort wordt gecomponeerd door de Franse multi-instrumentalist en componist François de Roubaix (1939-1975), die vooral voor Tv-series, films en reclames muziek heeft gemaakt. Deze veel te vroeg overleden componist (omgekomen bij een duikongeluk) heeft een unieke manier van componeren. Hij brengt enerzijds die typische jaren 70 orkestraties, maar mengt dat met chansonachtige muziek, weirde geluiden, melancholisch klassiek, pianoriedels en bijzondere, bijna hip hop achtige ritmes. De hernieuwde aandacht voor deze soundtrack en componist komt dan ook omdat dit onder meer door Ice-T, Ab-Soul, Lil Wayne, Vodo, Lloyd Banks, Add N To X en Carl Craig gesampled is. De oorspronkelijke soundtrack, waarvan in de jaren 70 enkel een 7” is getrokken, verschijnt nu in zijn geheel op cd, waarbij zijn zoon Benjamin de Roubaix, ook een componist, de inleidende tekst in het boekwerk heeft geschreven. Verder is de 16 track tellende score aangevuld met 3 niet voor de film gebruikte bonustracks en 3 remixen. Natuurlijk hoor je wel dat het werk enigszins gedateerd is, maar er zitten aan de andere kant zoveel futuristische elementen, bevreemdende sounds, bijzondere ritmes en schitterende vondsten in dat het in feite ook volslagen tijdloos is. Het is aan alle kanten een geweldig en toonaangevend. Een groot goed om dit meesterwerk weer in ons midden te hebben.

 

Paul Simon – In The Blue Light (cd, Sony Music)
Het is toch een gek idee dat van alle artiesten Paul Simon misschien wel degene is die ik al het langst ken. En hoog heb zitten, laat ik dat er vooral aan toevoegen. Deze paplepel is me altijd goed bevallen. De ouwe baas wordt binnenkort 77 jaar en is aan zijn afscheidstournee begonnen. Net als Slayer, maar dat terzijde. Eerder dit jaar is al de werkelijk potsierlijke remix cd van Graceland verschenen. Zelden heb ik zo’n verminking van een mooi album gehoord. Enfin, links laten liggen kan ik ook prima. Nu is de meester terug met zijn 15de album In The Blue Light, waarop hij niet zozeer nieuwe maar 10 remakes van oude en minder oude nummers brengt; 10 persoonlijke favorieten, die ergens tussen 1973 en 2000 zijn geschreven en niet tot de bekendste horen. Ze worden hier voorzien van fraaie arrangementen, blaasmuziek en andere sfeervolle sounds, die de originelen in een heel ander en vooral mooi licht plaatsen. Een waardige afsluiter van zijn imposante carrière.

 

Už Jsme Doma – Kry (cd, Indies MG)
Various Artists: Létající Peřina (cd, Indies Scope)
De uit de resten van de Fourth Price Band opgerichte Tsjechische groep Už Jsme Doma, hetgeen “we zijn thuis” betekent, bestaat inmiddels 33 jaar. Ze hebben 10 albums uitgebracht plus legio live en remake platen. Tevens vormen ze de liveband van The Residents jaren geleden, wanneer die in hun thuisland optreden. Met hun eigengereide, progressieve avant-rock vormen ze één van mijn favoriete rockbands aller tijden. Op sublieme wijze koppelen ze complexe rock aan jazz, punk en staccato blaaspartijen, die meestal wordt voorzien van de opzwepende, pakkende zang van kopman Miroslav Wanek (zang, gitaar, keyboard), de geluidsbepalende factor en nog als enige overgebleven van de originele line-up. Met zijn huidige formatie, bestaande uit Adam Tomášek (trompet, zang), Josef Červinka (bas, zang) en Vojta Bořil (drums), presenteert hij nu hun officieel elfde cd Kry, ofwel “schotsen”. In de 8 songs, die ze hier in ruim drie kwartier de revue laten passeren, klinken ze weer ouderwets fris, sterk, fel en meeslepend. Ze onderstrepen andermaal hun grootse klasse met dit fantastische album.
De groep geeft eveneens acte de présence op de compilatie Létající Peřina (de vliegende deken), die door Loutky V Nemocini (puppies in het ziekenhuis) geïnitieerd is. Dit is een Tsjechische theatergezelschap, dat met hun muziek de kinderen in ziekenhuizen wil opvrolijken. Dat doen ze niet met kinderachtige muziek maar met serieuze, ertoe doende muziek. Wel met een knipoog, want er moet wel gelachen worden. Ze hebben nu diverse artiesten uitgenodigd om een bijdrage te leveren voor deze compilatie. Naast Loutky V Nemocini en Už Jsme Doma zijn dat onder meer Vltava, Tata Bojs, Květy, Tornádo Lue en Zuby Nehty. In 16 tracks wordt er in 47 minuten tijdeen bont maar erg leuk en toch ook wel consistent geheel afgeleverd, dat tevens met het hart op de juiste plaats is gemaakt.

Luister Online:
Létající Peřina

 

Vlimmer – Angststand (mcd, Repartiseraren)
Feverdreamt, Fir Cone Children, Flight Recorder, Infravoids, Jet Pilot, Leonard Las Vegas en last but not least Vlimmer,het zijn allemaal projecten van de Duitse muzikant en tevens Blackjack Illuminist labeleigenaar Alexander Leonard Donat Stöckigt, de zoon en kleinzoon van respectievelijk de Duitse pianisten/componisten Michael Stöckigt en Siegfried Stöckigt. En dan brengt hij onder zijn eigen naam ook nog muziek uit. Het lijkt wel of hij een creatieve energiebron heeft doorgeslikt, want zijn productie is behoorlijk hoog en dat zowel in kwantiteit als kwaliteit. Met zijn hoofdproject Vlimmer is hij namelijk bezig aan een 18-delige reeks epees, maar daarnaast vindt hij nog tijd om buiten deze serie andere Vlimmer releases uit te brengen. Dat nog even los van hetgeen hij met zijn andere bands uitbrengt. Ook nu verschijnt de mini Angststand buiten die serie om. Deze epee bevat 6 tracks en finisht na een krappe 29 minuten. Hij brengt hiermee doorgaans een fijne potpourri van dark wave, gothic, shoegaze, postpunk, droompop en indierock. Op deze nieuwe release ligt de nadruk op de meer duistere kanten van deze genres, waarbij gothic, dark wave en postpunk de overhand hebben. Dat lengt hij wel aan met mysterieuze, Oosterse elementen. Nog altijd roert hij flink in het verleden, hetgeen deze jonge artiest wellicht niet eens bewust heeft meegemaakt, maar geeft daar een eigen en hedendaagse draai aan. Ondanks zijn hoge productie valt hij eigenlijk nooit in herhaling. En dat maakt Vlimmer, naast de uitstekende muziek uiteraard, tot zo’n geweldig project, dat liefhebbers van Siglo XX, Trisomie 21, OMD en Clan Of Xymox ook wel zal aanspreken. Een schitterend tussendoortje van een artiest waar we in de toekomst nog heel, heel veel moois van mogen verwachten.

 

We Were Promised Jetpacks – The More I Sleep The Less I Dream (cd, Big Scary Monsters / Bertus)
Het in 2003 opgerichte Schotse viertal We Were Promised Jetpacks heeft altijd al een fijn en breed emotioneel geladen indierock geluid in huis gehad. Dat geldt al sinds het debuut These Four Walls (2009), dat vol aanstekelijk, energieke indierock en emo staat. Die lijn trekken ze op In The Pit Of The Stomach (2011) en Unravelling (2014) alleen nog maar verder door. In dezelfde formatie als het begin zijn Adam Thompson (zang, gitaar), Michael Palmer (gitaar), Sean Smith (bas) en Darren Lackie (drums) na 4 jaar terug met The More I Sleep The Less I Dream. Hierop zijn ze eerst back to basic gegaan, gewoon spelen zoals ze ooit als jonge honden zijn begonnen, en pas daarna zijn ze nummers gaan schrijven. Dat heeft gewerkt, want er zit een drive en urgentie in deze muziek, die maakt dat werkelijk alles klopt. Ze hebben de opzwepende goed afgewisseld met de rustieke moment, doseren de emoties op de juiste manier en brengen weer iets van rauwheid in de muziek. Hierdoor komt het allemaal harder binnen. Door de stem maar vooral ook de emotionele lading roept Adam meer dan eens associaties op met Adrian Borland van The Sound. En dat is altijd een pluspunt. Verder zullen ook fans van I Like Trains, The Twilight Sad, Sonic Youth, The National, Interpol en Explosions In The Sky hier wel raad mee weten, zij het dat We Were Promised Jetpacks nu helemaal hun eigen koers vaart. Wat een ongelooflijk magistrale knalplaat! Een instant rockklassieker.

 

Various Artists: Antologie Moravské Lidové Hubdy 8: Smrti, Milá Smrti (cd, Indies Scope)
Van het Tsjechische Indies Scope label kan je werkelijk van alles verwachten, van punk, avant-garde, elektronische muziek, jazz en rock tot folk, wereldmuziek, singer-songwritermuziek, country en zelfs Keltische muziek. Verder brengen ze ook regelmatig muziek uit de Oostelijke regio Moravië, vernoemd naar de rivier Morava. De bekendste steden zijn Brno en Ostrava. In dit gebied zijn sommige tradities nog springlevend, wat je onder meer in de muziek terughoort. Deze wordt veelal gecreëerd met violen, draailieren, cimbalen, allerhande traditionele instrumenten, Hongaarse elementen en dikwijls prachtig dramatische zang. Om de regio in het zonnetje te zetten start Indies Scope in 2012 de (dan nog) 5-delige serie Antologie Moravské Lidové Hudby, die elk wel een eigen subtitel en thema meekrijgen. In 2015 volgen ook nog deel 6 en 7. Het zijn stuk voor stuk schitterende overzichten, waarop je veel (onbekende) artiesten uit de regio op samenhangende wijze krijgt voorgeschoteld. Nu verschijnt dan echt het allerlaatste deel Antologie Moravské Lidové Hubdy 8: Smrti, Milá Smrti. En toepasselijk bij het slot van de serie is het overkoepelende thema de “dood”, van begrafenis- en rouwliederen tot songs waar het leven vaarwel gezegd wordt. Dat gaat ook regelmatig gepaard met een goede dosis (zwarte) humor. De muziek van de uiteenlopende groepen en artiesten, waar ik vooral Musica Folklorica goed ken, is weliswaar uiterst droefgeestig maar bepaald niet zwaar op de hand. “Smrti, Milá Smrti” betekent ook iets als “dood, beste dood”. Het levert dan ook het beste album uit de serie met 22 wonderschone songs op, die de reeks op schitterende wijze afsluit.

Luister Online:
Antologie Moravské Lidové Hubdy 8: Smrti, Milá Smrti