Sociale zekerheid heb je hier nooit, maar bezuinigen gebeurt niet bij het lijstje uit het:
SCHADUWKABINET
Ik luisterde naar: Chat Pile, Immersion, Interpol en Windy & Carl.
Jan Willem
Chat Pile – Who Loves The Sun (cd, The Flenser / Konkurrent)
Bij het hoofdkantoor van het The Flenser label zien ze vermoedelijk weinig daglicht en is vermoedelijk gevestigd in een kelder diep onder de grond. De output is namelijk vrijwel zonder uitzondering gitzwart en uiterst melancholisch. Daar staat tegenover dat ze wel met ijzersterke en urgente bands naar buiten brengen. Daartoe behoort ook het Amerikaanse Chat Pile, dat nog altijd bestaat uit Raygun Busch (zang), Luther Manhole (gitaar), Stin (bas) en Cap’n Ron (drums). Na hun twee overtuigende studioalbums God’s Country (2022) en Cool World (2024), vol kaalgeslagen noise, metal en post-hardcore, presenteren ze nu hun derde album Who Loves The Sun. Een titel die weer veelbelovend is. Ze bieden een antwoord op de wereld die steeds meer gevormd wordt door vluchtige content en de bijbehorende wegwerpcultuur. Alles gaat kapot en daar zetten ze een partij stevige noiserock tegenover, waar ook metal, hardcore en andersoortige grimmige genres doorheen gemengd zijn. Er is geen ontkomen aan en het voelt nog goed ook. Ze zijn iets meer verhalend geworden, waardoor het wellicht beter doorwaadbaar is dan voorheen. Je moet ze ergens positioneren tussen The Body, Sannhet, Pixies, Deftones, Grötus, Korn, Neurosis en Have A Nice Life. Ze worden net als magma gedreven door een aardse oerkracht, waarmee ze met een Apocalyps in slow motion een verpletterende indruk weten te maken.
Immersion – What Is Lost Will Return (cd, Swim / Konkurrent)
Het is ongelooflijk hoeveel ruimte het echtpaar Colin Newman en Malka Spigel samen in mijn cd-kast inneemt. De eerstgenoemde leerde ik uiteraard heel lang geleden kennen via Wire, Wir en ook solo. Malka maakte deel uit van het geweldige Minimal Compact, maar is ook solo actief. Daarnaast delen ze de projecten Oracle, Githead en Immersion. Met dat laatste project, dat ze er ook alweer zo’n 32 jaar op nahouden, komen ze nu met het nieuwe negende album What Is Lost Will Return; hierbij reken ik “Nanocluster”-serie (samenwerkingsverbanden met Tarwater, Laetitia Sadier, Ulrich Schnauss, Scanner, Thor Harris en Suss) even mee. Hoewel de overlap met andere projecten er altijd wel is, is Immersion iets meer elektronisch en minder strak. Maar als je een nummer als “We Don’t Need Your Validation” hoort, kan je onmogelijk niet aan Wire denken. Daarbij beschikken beide over fijne en bovenal unieke stemmen, die je er ook zo uithaalt. Ze werken hier veelvuldig samen met drummer Matt Schulz (Holy Fuck, Enon). Het is een album dat hoop wil bieden in deze chaotische en conflictvolle tijden. Neemt niet weg dat ze er een flinke dosis melancholie doorheen hebben gemixt. Ze laveren van art-rock, shoegaze en krautrock naar avant-garde en ambient, al kan je ze eigenlijk niet vastpinnen op een genre. De twee klasbakken leveren een hoop biologerend luistermateriaal af. Een must have voor de fans en een prima introductie voor als je al jaren onder een steen hebt gelegen.
Interpol – This Mirror Weighs A Ton (cd, Partisan)
Ik vind eigenlijk alle albums van het Amerikaanse Interpol de moeite waard, al zitten er verschillen in hoe hoog ze scoren. Ze nemen altijd wel de tijd om een album te lanceren, tussen de vorige 7 albums zat altijd tussen de 2 tot 4 jaar, waardoor het iedere keer goed in elkaar steekt . Dat laatste is dan ook het geval voor hun nieuwste album This Mirror Weighs A Ton. Normaliter zorgt de lekker emotioneel geladen zang van Paul Banks al voor de nodige diepgang, maar deze wordt door de omlijsting met alternatieve rock extra sterk, waarbij invloeden als Joy Division, Echo & The Bunnymen en Television nooit ver weg lijken. Nu serveren ze 12 nieuwe tracks, die weliswaar aansluiten op hun vorige albums, maar waarbij het vuur van de begintijd weer terug lijkt. Het is meer ingetogen, melancholisch en vol invoelbare emoties, waardoor ze net wat vaker op de urgentieknoppen drukken en meer dan ooit weten te verrassen. Ze voegen er ook een lekker wave-sausje en andere kruiden aan toe, waardoor het allemaal nog beter smaakt. Dit nieuwe album behoort samen met hun eerste twee tot de top van hun oeuvre.
Windy & Carl – Meet Optigan Conservatory (cd, Kranky / Konkurrent)
Het Kranky label is echt één van mijn favoriete labels allertijden en dat gewoon sinds de oprichting in 1993. Alles wat er op cd uitgebracht is heb ik. Ook het langlopende duo Windy & Carl , dat bestaat uit het toonaangevende echtpaar Windy Weber en Carl Hultgren, maakt al sinds 1998 deel uit van deze bijzondere familie. Ze zijn overigens vanaf 1993 bezig met het maken van muziek, die zich doorgaans op dromerige wijze ergens tussen drones, ambient, shoegaze en postrock nestelt, waarbij percussie altijd ontbreekt. Hun muziek past ergens ook wel op het vroegere 4AD, maar sluit ook wel aan op de ambient-beweging die ontstaat in de jaren 80. Eigenlijk vormen ze hun eigen genre en weten dat tot in de puntjes te perfectioneren; uitblinken door zichzelf te blijven. Op hun nieuwe album Meet Optigan Conservatory gaan ze aan de slag met hun Michigan stadgenoten. moeilijk te definiëren, maar onmiskenbare emotionele kwetsbaarheid. Optigan Conservatory is tevens een duo, bestaande uit Frank Rotondo (Laughing Gas) en Fred Thomas (Saturday Looks Good To Me), die sinds 2016 minimalistische en tijdloze elektroakoestische muziek maken. Het album kwam in zeer korte tijd vrijwel moeiteloos tot stand, maar het idee was al jarenlang geleden gesmeed. Je hoort de typische klanken van Windy & Carl, die veelal etherisch van aard zijn, maar ook hoe die aangedikt worden met de elektrische piano en synthesizergeluiden van hun opponenten. Het roept duidelijk herinneringen op aan de vroegere Kranky catalogus, maar brengt ook meer dan dat. Het is ruimtelijk, diepgravend, filmisch, tot de verbeelding sprekend en dikwijls gewoonweg overrompelend mooi. Dit is een joint venture die in alle opzichten geslaagd en voor herhaling vatbaar is.
