Na deze editie even een weekje er tussenuit, maar nu van A tot Z weer een lijstje uit het:
SCHADUWKABINET
Ik luisterde naar: Angine De Poitrine (2x), Natacha Atlas & Samy Bishai, Cowards, Fiesta Alba, Look Outside Your Window, Neurosis, Taihr, Tamise en ZÖJ.
Jan Willem
Angine De Poitrine – Vol. I (cd, Spectacles Bonzaï)
Angine De Poitrine – Vol. II (cd, Spectacles Bonzaï)
De opkomende releases van het Canadese duo Angine De Poitrine hobbelden voor de daadwerkelijke verschijningsdatum uit. Dat valt wel te begrijpen, want hun eerste album, simpelweg Vol. I is al sinds 2024 uit en maakte diepe indruk. Destijds enkel op cassette, dus om die reden niet naar de oppervlakte gedreven, al waren de fans lyrisch. Deze is nu op lp en cd uit. De band bestaat uit de broers Khn (zang, microtonale gitaren) en Klek de Poitrine (percussie, zang). Ze maken naar eigen iets dat je onder de noemer mantra-rock dada pythago-kubisme kan indelen. Duidelijk dus. Nee, ze maken gortdroge doch rijkelijk gedetailleerde instrumentale rock, die net zo virtuoos als rudimentair is. Het is soms alsof je luistert naar een uitgeklede, maar toch avontuurlijke mix van Primus, The Residents, Trumans Water, Nomeansno en Shellac, zij het dat ze eigenlijk als niemand anders klinken en ook andere paden bewandelen. Ze verstaan de kunst van het weglaten en toch weer op het juiste moment dingen toevoegen. Hoekig, ritmisch, psychedelisch maar ook aards, intrigerend, groevend, ongepolijst, spontaan en gewoonweg een genot om in te verdwalen. Een subliem debuut, dat nu voor ieder medium beschikbaar is.
Daarnaast is nu ook hun tweede album verschenen, waarvoor ze de ingewikkelde naam Vol. II
hebben gekozen. Nee, de creativiteit van deze twee moet je toch echt in hun muzikale vondsten zoeken. Met minimale middelen pakken ze hier weer groots uit. Het ritmisch, rudimentair, hoekig en totaal niet pleasende geluid weet je weer volledig mee te zuigen in het verslavende en uiterst innovatieve speelveld dat ze hier neerzetten. Daarbij blijven de genoemde referenties wel overeind, waarbij ik wederom moet onderstrepen dat ze echt een totaal eigen geluid in huis hebben. Het is en blijft ook meer geluidskunst dan echt nummers met kop of staart. En toch denk ik dat ze hier zalen mee plat kunnen spelen. Je kan ze gerust de nieuwe sensatie in alternatief en experimenteel muzieklandschap noemen. En hun tweede is ook een geweldig, maar wel moeilijk album geworden, in de positieve zin dan.
Natacha Atlas & Samy Bishai – Parallel Universe (Volume 1) (cd, Quartertone Sonics/ Airfono)
Hoewel de in België geboren Natacha Atlas, maar met Engels, Marokkaans, Egyptisch en Palestijns bloed in de aderen, de laatste jaren niet zoveel meer uitbrengt, is ze een artieste die je niet meer uit de hedendaagse wereldmuziek weg kunt denken. Ooit begon ze als zangeres bij Trans Global Underground, maar sinds 1995 is ze solo verder gegaan. Daarmee roert ze zich verdienstelijk op het wereldtoneel, waarbij de inkleuring nog wel eens varieert; soms met veel Oosterse instrumenten en op andere momenten met klassieke of juist elektronica en beats. In 2013 werkte ze voor het eerst samen met de veelzijdige violist en componist Samy Bishai (Celloman, Seckou Keita, Moonparticle). Nu slaan ze de handen weer ineen op het album Parallel Universe (Volume 1), dat opgedragen is aan de inwoners van Palestina. Ze laten een muzikale kruisbestuiving horen van Oriënt en Oxident, maar gieten dat uit in moderne songs. De Arabische elementen smelten mooi samen met de diverse elektronische instrumenten, waarbij de twee het experiment ook niet uit de weg gaan. Het weet je allemaal in vervoering te brengen. Daarmee is dit hun tweede sterke samenwerkingsverband geworden (en wordt gezien de titel vermoedelijk vervolgd).
Cowards – Can You Hear Me? (cd, Bloody Sound / Peyote Press)
Cowards is een Italiaans noise/post-punk trio, dat bestaat uit Michele Prosperi (drums), Giulia Tanoni (zang, bas) en Luca Piccinni (zang, gitaar). Op hun vorige album lengden ze dat dikwijls aan met lekker gruizige shoegaze. Op hun nieuwe album Can You Hear Me? drijft dat nog meer naar de oppervlakte, maar voegen ze er tevens behoorlijk wat psychedelica aan toe. Hun focus is meer naar buiten gericht en transformeert persoonlijke onrust naar een bredere reflectie op angst, vervreemding en collectief verval. De vraag die de albumtitel vormt, blijft onbeantwoord, zwevend in een landschap gekenmerkt door onzekerheid, desillusie en richtingloosheid. Of je ze letterlijk kunt horen, blijft overigens geen vraag en wordt met luide muziek duidelijk beantwoord; dikwijls in hoog tempo ook. Het aanstekelijke geheel houdt ergens het midden tussen The Jesus And Mary Chain, Thee Hypnotics, A Place To Bury Strangers, Ringo Deathstarr, Deity Guns, Giardini Di Mirò en Joy Division. Dat lijkt me luid en duidelijk toch?
Fiesta Alba -Drops Of Sunshine In The City Of Spectres (cdep, Neontoaster Multimedia Dept./ Altiplani / Peyote Press)
De Italiaanse band Fiesta Alba heeft al een gelijknamige mini (2023) en het album Pyrotechnic Babel (2025)uitgebracht. Daarbij weten ze ongeëvenaarde en gevarieerde cocktails van math rock, dub, art rock, elektronische punk, Afrikaanse ritmes en avant-garde op te dienen. Tegenwoordig bestaat de groep uit Octagon (compositie, gitaren), Dos Caras (uitproducer, synthesizers), Fishman (bas), Sangre Azteca (live gitaar) en Paltamayo (viool). In deze samenstelling brengen ze nu hun volgende mini Drops Of Sunshine In The City Of Spectres. Wederom verkennen ze hierop diverse stijlen en voegen er her en der nog extra elektronica aan toe. Tevens maken ze gebruik van samples van hedendaagse radicale denkers en gastvocalisten uit de onafhankelijke alt-rockscene. Het levert een heerlijk druk en stuiterend maar zeker ook pakkend geheel op. Er gebeurt echt megaveel per vierkante seconde. Dat past ook wel bij de wereldwijde instabiliteit, conflicten en bedreigingen voor de democratie gepaard gaan met een overheersend gevoel van top-down subcultureel conformisme, weten hier en daar toch nog lichtpuntjes door te dringen in deze ‘stad van spoken’. Het is de erkenning van kleine groepjes verzet en unieke culturen die hoop bieden zonder in illusies te vervallen. Ik kan zeggen dat de muziek raakvlakken heeft met Battles, The Ex, Fela Kuti, Adrian Sherwood, Hypo, The Residents, Tuxedomoon, Tom Waits en King Crimson, maar of je daar chocolade van kan maken. Gewoon luisteren naar dit nieuwe -wederom sensationele- album.
Look Outside Your Window – Look Outside Your Window (cd, Look Outside Your Window)
Ik vond in 1999 het gelijknamige debuut van de nu metalband Slipknot erg goed en deze staat ook nog altijd in de kast, maar ben daarna m’n interesse een beetje kwijtgeraakt. Toch werd mijn interesse gewekt toen de band Look Outside Your Window hun gelijknamige album aankondigde. Het zijn 4 leden van Slipknot, maar ze hebben hier een meer experimentele aanpak beloofd. En dat is ook echt het geval in de 10 songs die ze hier presenteren. Je hoort echt nog wel dat ze vanuit de metal komen, maar ze mengen er ook alternatieve rock plus industriële en experimentele geluiden doorheen. Daarbij is het dikwijls behoorlijk emotioneel geladen. Dat alles maakt bij elkaar genomen, dat ze hier diepe indruk weten te maken. Het doet me denken aan een hybride van onder meer Nine Inch Nails, Tool, Stabbing Westward, Deftones en deels uiteraard ook aan hun moederband. Het is eigenlijk gewoon een compleet verrassend en bovendien steengoed album geworden. Ze mogen van mij vaker uit hun raam kijken.
Neurosis – An Undying Love For A Burning World (cd, Neurot / Konkurrent)
Dat de in 1985 opgetuigde groep Neurosis nog met een nieuw album zou komen, was toch wel een verrassing. Ze zijn door de jaren heen van een hardcore band naar een post-metal-punk-doom-sludge groep geëvolueerd, waarbij ze van alles en nog wat hebben omarmd. Ik heb al hun 12 albums in de kast staan, maar mijn favoriete album is toch altijd wel Through Silver In Blood uit 1996. Dertig jaar na dat album komen ze na een hiaat van tien jaar met hun dertiende wapenfeit An Undying Love For A Burning World. De groep is qua samenstelling ook wat gewijzigd, want naast Steve Von Till (gitaar, zang), Dave Edwardson (bas, zang), Jason Roeder (drums) en Noah Landis (synthesizers, samples, zang) hebben ze niemand minder dan zanger/gitarist Aaron Turner (Isis, Old Man Gloom, House Of Low Culture, Sumac, Lotus Eaters) weten te werven. Die laatste geeft de band een extra impuls. Maar ook de rest verkeert in bloedvorm en de urgentie spat er vanaf. “We are torn wide open” luidt de titel van de korte introductie, waarin veelzeggende zinnen als “We’ve forgotten how to live, so we suffer”, “We’ve forgotten how to struggle, so we suffer”, “We’ve forgotten we are wild, so we suffer” en “We exist in isolation, so we suffer”. Maar suffer dan dat wordt het niet. Zelf zeggen ze over het album:
“De beproevingen en tegenslagen in ons persoonlijke leven en als band, gecombineerd met de waanzin van onze maatschappij, met alle stress, angst en isolatie die daarbij horen, kunnen ondraaglijk zijn. Voeg daar de existentiële verwarring en het verdriet van de klimaatcrisis en de zesde massa-extinctie aan toe. Het is genoeg om je verstand te verliezen als je geen uitlaatklep of catharsis kunt vinden. Deze vreemde, emotioneel geladen muziek is altijd onze manier geweest om te overleven en dit is waar we altijd over hebben gezongen. Als je een leven lang met deze energieën bezig bent geweest en deze vorm van expressie hebt gebruikt om te zuiveren en te reinigen, voelt het schadelijk voor je welzijn om het ongebruikt en verwaarloosd te laten liggen. Dit was nu of nooit.”
Dat gevoel knalt ook werkelijk uit iedere porie hier. Ze grijpen terug naar hun beste tijd van weleer, om met een kolossale uppercut in het hier en nu te belanden. De imponerende en echt bij de strot grijpende uitbarstingen zijn gewoon van een andere orde. Maar ze combineren dit ook weer met sterke elektronica, samples en spannende rustiger stukken; zeker de apocalyptische slottrack “Last Light” van bijna 17 minuten is daar een mooi voorbeeld van. De opbouw is overal zo goed. Voor je het door hebt word je in een zwart gat gezogen, om vervolgens elders weer bij je zinnen te komen. Verzetten heeft geen zin en eerlijk gezegd wil je dat ook niet; op harde wijze weten ze te hypnotiseren. Dit is zo verpletterend mooi. Ik denk dat ik een nieuw favoriet Neurosis album heb. Wat een meesterlijke comeback!
Taihr – Allicanto (cd, Tonzonen Records / Cargo / Creative Eclipse PR)
Soms staan er plots van die volslagen eigengereide bands op, hetgeen muziek mede ook zo leuk maakt. Neem de nieuwe groep Taihr uit Duitsland bijvoorbeeld. Een kleurrijk gezelschap om meerdere redenen. Ten eerste omdat de twee leden Genesis Trinidad Galves Jaramillo (zang) en Mauricio Ricardo Inostroza Andrade (keyboard, synthesizer, vleugelhoorn, zang), te herkennen aan de korte namen, uit Chili komen en allerlei Latijns Amerikaanse invloeden meebrengen. Daarnaast is het instrumentarium van David Zilz (drums, percussie), Leon Schmidler (gitaren, mandoline), Maximillian Hartmann (gitaren), Martin Halbfass (saxofoon), Tobias Losch (bas) plus die van de twee eerder genoemden geen alledaagse combi. Tot slot brengen ze op hun tweede album Allicanto tevens een bonte mix van math-, alternatieve en progressieve rock, jazz, funk en indie met een lekkere salsa saus, waardoor ze in feite hun eigen genre brengen. In 35 minuten brengen ze 7 uiterst pakkende songs, die ze op ludieke wijze ingekleuren. De zang doet daarbij zowel aan Daisy Chainsaw als Björk denken, terwijl de muziek nog wel anderen doet denken. Maar eigenlijk boeit dat niet zo, want ze sprankelen op hun eigen wijze, zowel in het hard als in het zacht. Een heerlijk tweede album, waarmee we de zomer in kunnen knallen.
Tamise – Silence Island (cd, Talitres)
Het Franse label Talitres biedt altijd een podium voor bijzondere muziek. Nu verschijnt er het debuut Silence Island van het duo Tamise. Deze bestaat uit de Brusselse actrice en muzikante Juliette Bertrand (zamg, guitalele, viool, percussie) en de uit Bordeaux afkomstige muzikant en danser Jon Debande (zang, gitaar, trompet, harmonica, basukelele, percussie). Ze hebben elkaar tijdens de pandemie in 2019 ontmoet en daar broeide niet alleen het virus, maar ook muzikale ideeën. Deze zijn nu te horen op het kersverse album. In goede 33 minuten leveren ze 10 innemende songs af, die ergens tussen folk, altcountry, lo-fi en indierock. Zachte zang in het Engels en soms Frans met tedere muziek erbij, het is allemaal van zo’n delicate en charmante schoonheid. Daarbij komen thema’s als liefde, verdriet, afstand, tederheid en doorzettingsvermogen doorheen. Liedjes om heerlijk bij weg te zakken, te dromen, wakker te worden, na te denken of simpelweg van te genieten. Ik denk dat liefhebbers van onder meer Sodastream, Iron & Wine, Nick Drake, Raoul Vignal en Sufjan Stevens hier wel mee uit de voeten kunnen. Een schitterend droomdebuut!
ZÖJ – May The Devil’s Ear Be Deaf (cd, Parenthèses Records / Xango Music Distribution)
Op het eigenzinnige Australische duo ZÖJ lijkt echt geen maat te staan. Zowel hun debuut FIL O FENJOON (2023) als het vervolg Give Water To Birds (2025) eindigden in mijn jaarlijst. De groep bestaat uit de in Iran geboren zangeres en kamancheh-speelster Gelareh Pour en percussionist Brian O’Dwyer. Pour heeft gestudeerd aan het conservatorium in Teheran en haar master “ethnomusicology” gehaald aan de universiteit van Melbourne en tevens onderzoek gedaan naar het leven van gevluchte vrouwelijke Iraanse zangeressen; vrouwen mogen sinds de Iraanse revolutie niet meer op de voorgrond zingen. Hun muziek vormt meestal een soort combinatie van Oosterse muziek met hedendaagse experimenten. Op hun derde album May The Devil’s Ear Be Deaf hebben ze het complexe Perzische tapijt wat anders geweven. Het is muziek die in één adem live is gemaakt, zonder overdubs, zonder polijsten en zonder herhaling; gewoon puur en levend in het moment. De titel verwijst naar een Perzisch gezegde dat gebruikt wordt om iets moois te beschermen tegen afgunst of een noodlottig lot. In deze muziek wordt dat idee een stille daad van moed: creëren, zelfs wanneer schoonheid kwetsbaar aanvoelt. Het is zoals wel vaker bij deze twee dat ze niet per se behagen, maar wel weten te biologeren en verrassen met avontuurlijke muziek, die uit een eigen universum lijkt te komen. Met enkel kamancheh, zang en drums weten ze een vol geluid neer te zetten, die eigenlijk veel meer doet instrumenten doet vermoeden. In bijna 38 minuten laten ze hier 4 langgerekte tracks horen, die meer improvisatorisch zijn dan hun vorige werken maar zeker niet minder interessant. Wat een volslagen uniek duo is dit toch!
