Rechterhand’ Omtzigt heeft opeens de voorzittershamer vast. Hij is niet links, dus niet onrustbarend. In de Sint-Pietersbasiliek zal er wel iemand opgebaard worden. Minder zorgbarend is het lijstje uit het:
SCHADUWKABINET
Ik luisterde naar: Beirut, Cotoba, Death Machine, Ensemble Marani, Kuunatic, Rodrigo Leão, Jensen McRae, Oak, Bjørn Riis, Mark Springer/ Neil Tennant/ Sacconi String Quartet, Trappist Afterland en Westberg/ Udupa/ Mazurkiewicz.
Jan Willem
Beirut – A Study Of Losses (cd, Pompei Recording Co / Konkurrent)
“It is said that everything that is lost pm earth ends up on the moon”. Dat is de zin die valt te lezen in het nieuwe, zevende studioalbum A Study Of Losses van Beirut. Deze vond z’n oorsprong bij het Zweedse circus Kompani Giraff, waarbij directrice en regisseuse Viktoria Dalborg kopman Zach Condon benaderde om muziek te verzorgen bij haar volgende productie: een project gebaseerd op een roman van de Duitse schrijfster Judith Schalansky. Verlies en de vergankelijkheid van alles om ons heen, vormen de voornaamste thema’s voor boek en circusvoorstelling. Dat gaat van uitgestorven diersoorten, vernietigde architectuur en verloren literaire schatten tot veel abstractere concepten van verlies als gevolg van ouderdom. Natuurlijk is dat gezien de veelal droefgeestige albums wel aan hem besteed. De vraag is alleen waarmee hij dan komt, want hij is van Americana met Balkan-geluiden via folk met indiepop naar een mix van dat alles. De multi-instrumentalist en zanger laat nu daar in het verlengde wat van horen. In 18 nummers van samen een klein uur brengt hij samen met diverse strijkers zijn muziek ten gehore, waar naast de diverse akoestische ook speelse elektronische instrumenten te horen zijn. Daarbij wisselt hij meer klassiek getinte instrumentale stukken af met de gezongen nummers. Hij weet op mooie en meeslepende wijze handen en voeten aan het onderwerp te geven. Daarmee levert hij gewoon zijn zoveelste onderscheidende album af.
Cotoba – Sin Swims (mcd, Cotoba / Creative Ec;ipse PR)
Seoul (Zuid-Korea) heeft een levendige muziekscene, die behoorlijk veel meer omvat dan K-pop. De muzikale underground is er ook rijk vertegenwoordigd. Cotoba is een groep die daar ook vandaan komt en al een jaar of zeven onderweg is. Dit kwartet bestaat uit DyoN Joo (zang, gitaar, elektrische piano), Dafne (gitaar, producer, elektrische piano), Hyerim (bas) en Minsuh (drums). Ze presenteren nu in eigen beheer hun tweede mini Sin Swims. Net als op voorgaand werk weten ze hier in hun 5 songs een mooie mix van pop, math rock en post-rock neer te zetten. Met name zangeres DyoN Jno weet je makkelijk in te palmen met haar bitterzoete stem. De arrangementen zijn sterk en gevarieerd, van lekker opzwepend tot soms juist uiterst dromerig. Het zal de fans van Dabda, Linkin Park, Delta Sleep, Mogwai, Maybeshewill en And So I Watch You From Afar ook wel aanspreken. Erg leuk tweede visitekaartje!
Death Machine – Dawning Eyes (cd, Celebration Records / Creative Eclipse PR)
Als je leest dat een band sci-fi folk of alternatieve folk maakt, maar dit combineert met indierock, pop en noise, zit ik met een hoop vraagtekens. Maar dat is wel hoe het Deense Death Machine wordt neergezet; dat los wat je van zo’n bandnaam kunt verwachten. Ze presenteren nu hun vierde album Dawning Eyes, de eerste die ook op cd is verschenen, waarop ze in 71 minuten 19 nieuwe tracks serveren. De line-up bestaat uit Jesper Mogensen (zang, gitaar), Sven Busck Andersen (drums) Morten Vinther Ørberg (bas) en Simon Christensen (toetsen). Niet echt een folk-opstelling zou je zeggen, maar toch zit dat wel door hun sound verweven. Ze roepen met de fluweelzachte zang namelijk wel associaties op met Bon Iver, Ben Christophers en Iron & Wine, maar gaan met hun muziek andere kanten op. Daarbij spelen jaren 70 en 80 plus filmische invloeden zeker een rol. Dat maakt hun sound vertrouwd en tot de verbeelding sprekend, maar ook fris en anders. Daarbij borrelen ook namen als The Veils, The National, The Magnetic North, Anywhen, The Antler King en Powe Of Dreams op. Je kan gerust stellen dat ze breed om zich heen grijpen, maar toch die intimiteit van de folk weten te behouden. Ze leveren een intrigerend en sterk album af.
Ensemble Marani – Sharatin (cd, Buda Musique / Xango Music Distribution)
Ik hou enorm van polyfonische zang, die waar het ook vandaan komt, in het DNA van het land en de muzikanten lijkt te zitten; er gaat iets magisch vanuit. Het Bulgaarse Le Mystère Des Voix Bulgares, het Albanese Famille Lela De Permet en het Corsicaanse Les Nouvelles Polyphonies Corses zijn daar fraaie voorbeelden van. Maar ook het in 1993 opgerichte Georgische Ensemble Marani, dat overigens in Frankrijk gevestigd is, mag je daartoe rekenen. Precies hetzelfde geldt overigens voor hun landgenoten Ensemble Mze Shina. En de Georgische variant is zo bijzonder, dat het in 2008 ook opgenomen werd in de lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid. Deze zang wordt in Georgië gebruikt bij alle momenten in het leven, zoals huwelijks- en begrafenisceremonies, genezingsrituelen, liturgie, werk, slaapliedjes voor kinderen, dansen en banketten. Deze wordt van generatie op generatie doorgegeven. Het Ensemble Marani, dat mag rekenen op steun vanuit de Franse Georgische gemeenschap, houdt zich bezig met traditionele Georgische muziek uit alle regio’s van dat land en tevens orthodoxe liturgische liederen. Dit mannenkoor presenteert nu hun derde album Sharatin (შარათინ). Hierop brengen ze in ruim een uur maar liefst 24 hoofdzakelijk a capella nummers ten gehore. Ik heb wel eens discussie met mensen over muziek waarvan je de taal niet verstaat en dat dit minder leuk zou zijn. Echter, ik vind die universeel invoelbare emotie die je erin terug hoort zo ontzettend mooi en knap. Dat nog los van de prachtige zang, die een blend is van boventonen, middelhoge, hoge en baszang. Het ensemble weet je hier compleet in de houdgreep te nemen met hun magistrale zang, die een lange traditie op wonderschone naar het hier en nu brengt.
Kuunatic – Wheels Of Ömon (cd, Glitterbeat / Xango Music Distribution)
Vier jaar geleden debuteerde het damestrio Kuunatic uit Tokio met het geweldigeGate Of Klüna, die ook in mijn jaarlijst eindigde. De bandleden Fumie C. Kikuchi (keyboards, zang, ryuteki, kagurabue, percussie), Yuko Araki (drums, zang, taiko, sho, percussie) en Shoko Yoshida (bas, zang, percussie) brengen daarop in basis alternatieve rock, met lekker stuwend bas- en drumwerk en harmonieuze zang, maar kleuren dit in met tribale sounds, psychedelische en Japanse elementen. Het is een combinatie van traditionele en hedendaagse muziek. Op hun nieuwe album Wheels Of Ömon gaan ze verder met het verhaal over de magische plek Kuurandia, waar ze op hun debuut mee zijn gestart. Hier spelen de maan Klüna en zon Ömon ook een rol. Ze leunen hier nog iets meer op de traditionele instrumenten, maar brengen ook rocktonen waar Black Sabbath en voorbeelden Magma hun vingers bij af zouden likken. Voor de rest weten ze op avontuurlijke en sciencefictionachtige wijze een heerlijk bevreemdend amalgaam te smeden van hetgeen ze eerder ook brachten, al vallen ze bepaald niet in herhaling. Ze navigeren je van de jaren 70 naar de verre toekomst en van Japanse taferelen naar buitenaardse. Het blijft ongrijpbaar, fascinerend en volslagen uniek wat deze groep maakt. Een buitengemeen sterk tweede album vol eigenzinnige wereldmuziek (en ver daarbuiten).
Rodrigo Leão – O Rapaz Da Montanha (cd, Galileo Music / Xango Music Distribution)
Een nieuw album van de Portugese componist en multi-instrumentalist Rodrigo Leão wekt meteen nieuwsgierigheid. Hij is ongetwijfeld het meest bekend van zijn deelname aan de geweldige band Madredeus, waar hij tot 1995 actief was. Maar hij was ook actief in de rockgroep Sétima Legião en laat tussen alle bedrijven door ook van zich horen in Os Poetas. Vanaf 2000 brengt hij ook werk onder zijn eigen naam uit en scoort een kleine hit met het nummer “Lonely Carousel”, waar Beth Gibbons de vocalen voor haar rekening neemt. Nu is hij terug met O Rapaz Da Montanha, hetgeen “bergjongen” betekent. Hierop grijpt hij verrassend wat meer terug naar het echte bandgeluid. Hoewel hij zelf heel veel instrumenten brengt, omringt hij zich met een klein leger aan gastmuzikanten, waarbij een speciale rol is weggelegd voor zangeres Ana Carolina Costa, die de heerlijke Portugese saudade (de mengeling van gevoelens van verlies, gemis, afstand en liefde) van de fado zo mooi weet over te brengen. Dit gevoel zit ook wel door de muziek heen, die verder van Portugese naar filmische, folk en neoklassieke muziek laveert. Daarnaast doen er ook nog een paar zangers mee, die ook voor Hij brengt in 55 minuten maar liefst 16 nummers, die er stuk voor stuk mogen wezen. Het klinkt allemaal behoorlijk droefgeestig, maar het is allemaal geïnspireerd op zaken uit een moeilijke realiteit. Het levert een meeslepend prachtalbum op, dat diep onder je huid weet te kruipen.
Jensen McRae – I Don’t Know How But They Found Me! (cd, Dead Oceans / Konkurrent)
De Amerikaanse singer-songwriter Jensen McRae liet al in 2022 van zich horen met het digitale album Are You Happy Now?. Als fervent journalist documenteert ze haar bestaan al sinds haar achttiende. Het vraagteken is wellicht omdat ze opgroeide als volslagen buitenstaander: een zwart Joods meisje uit Los Angeles, dat toch heel graag meer de folkmuziek wilde maken, die bepaald niet stereotiep was voor wat men van haar verwachtte. Ze studeerde populaire muziek aan de Thornton School Of Music, maar baande zich toch een geheel eigen weg in de muziek. Daarbij hield ze muzikale helden als Alicia Keys, Carole King, James Taylor en Stevie Wonder in haar achterhoofd. Daar hoor je niet per se iets van terug op haar nieuwe album I Don’t Know How But They Found Me!. Nu geen vraagteken meer, maar een ferm uitroepteken. En terecht, want haar talent en eigenzinnigheid komen hier echt fraai uit de verf. In goed een half uur brengt ze 11 verleidelijke songs, die mede door haar prachtig soulvolle bitterzoete zang snel zullen landen bij de luisteraars. Daarbij neemt ze geen blad voor de mond en weet ze ook in haar prachtige uithalen haar gevoelens op smaakvolle wijze naar buiten te brengen. Ik vermoed dat liefhebbers van onder meer Phoebe Bridgers, Suzanne Vega, Suki Waterhouse en de eerder genoemde artiesten hier wel mee uit de voeten kunnen. Soms is het hoe niet zo belangrijk, maar het waarom wel. Klasse!
Oak – The Third Sleep (cd. Karisma Records / Plastic Head Distribution / Creative Eclipse PR)
Het is even zoeken voor je de Noorse progrockband Oak gevonden hebt, maar dan heb je ook wat. Het begon ooit als een folk duo, maar is door de jaren heen uitgegroeid tot een heus rockkwartet. Op hun vierde album The Third Sleep worden Simen Valldal Johannessen (zang, piano, keyboards), Sigbjørn Reiakvam (drums, percussie, programmering, keyboards), Øystein Sootholtet (bas, gitaren, keyboards, programmering) en Stephan Hvinden (gitaren) nog geholpen door Steinar Refsdal (saxofoon) en in één track ook Dave Foster (gitaar). In ruim drie kwartier laten ze 7 songs horen, die de stijgende lijn van hun vorige album verder doortrekt. Daarbij duiken ze op veelal poëtische en suggestieve wijze dieper in de duistere gangen van de geest. Ze larderen hun progrock met folk, jazz en zelfs black metal elementen, voorzien van harmonieuze vocale partijen. Daarbij moet je het ergens zoeken tussen Opeth, Porcupine Tree, Collapse Under The Empire, Tool, Crippled Black Phoenix en Madrugada. Het is een bezinnende en zinderende reis door prachtige geluid en diepgravende emoties geworden.
Bjørn Riis – Fimbulvinter (cd, Karisma Records / Plastic Head Distribution / Creative Eclipse PR)
De Noorse zanger, gitarist en toetsenist Bjørn Riis is in 2014 zijn solocarrière begonnen, nadat hij ervoor in de symfonische progrockband Airbag heeft gespeeld. Hij blijft daarmee wel een beetje in dezelfde muzikale poel vissen. Inmiddels is zijn vijfde album Fimbulvinter een feit, dat vernoemd is naar de legendarische lange winter die Ragnarok inluidt; een tijd van zowel vernietiging als wedergeboorte. Gebaseerd op zijn eigen ervaringen met angst, verkent Bjørn thema’s als hopeloosheid, paranoia en wanhoop, waarbij hij uiteindelijk een sprankje hoop en dankbaarheid in de duisternis vindt. Hoewel hij meestal wel over persoonlijke zaken schrijft, is dit album helemaal autobiografisch. In 6 songs van samen bijna drie kwartier weet hij de genoemde thematiek echt prachtig muzikaal vorm te geven. Het is allemaal doordrongen van invoelbare emoties, een diepe droefgeestigheid en dromerige schoonheid. Hij speelt het meeste zelf, maar krijgt links en rechts nog hulp van Henrik Bergan Fossum (Airbag), Arild Brøter (Pymlico) en Kai Christoffersen. Voer voor liefhebbers van Porcupine Tree, Pink Floyd, Marillion, Black Sabbath, Idaho en natuurlijk ook Airbag. Nu noemde ik zijn vorige album al zijn magnum opus, maar ik denk dat dit nu vergeven is aan dit machtige album.
Mark Springer / Neil Tennant / Sacconi String Quartet – Sleep Of Reason (cd, Sub Rosa)
Zo nu en dan komen er van die totaal onverwachte samenwerkingsverbanden uit. Wat te denken van de combinatie van componist en pianist Mark Springer van Rip Rig & Panic en The Pax Trio, zanger Neil Tennant van de Pet Shop Boys en het Britse Sacconi String Quartet? Dat laatste bestaat uit violist Ben Hancox, violiste Emma Parker, altviolist Robin Ashwell en celliste Cara Berridge. Ze hebben nu hun gezamenlijke dubbelalbum Sleep Of Reason uitgebracht. Dat dit op het avontuurlijke, Belgische label Sub Rosa is verschenen, is wellicht minder verrassend, al is deze muziek ook niet per se gangbaar voor hun catalogus. Op de eerste schijf krijg je in drie kwartier 9 stukken voorgeschoteld, waarvan de eerste 6 geschreven zijn voor zang en strijkers. Deze opent met het werkelijk schitterende “Phantoms And Monsters”, waarbij de emotioneel geladen, gedragen vocale partijen van Tennant prachtig samengaan met de strijkers. Die lijn trekken ze door in de overige stukken, die ongeveer de helft van de cd in beslag nemen en voor de nodige introspectie zorgen. Het is een opmerkelijke en mooie verkenning van diverse creatieve benaderingen. Dan volgen er nog drie stukken voor het strijkkwartet. Ze houden het midden tussen hedendaags en neo-klassiek en zullen ook meerdere muziekliefhebbers aanspreken. Daarbij hebben ze zich laten inspireren door Goya’s prentenserie “Los Caprichos”. En het is een reactie op het hedendaagse politieke landschap: “Het voelt vaak alsof we in een tijdperk leven dat gedomineerd wordt door monsters met hun groteske ego’s, die ongefilterd en onwaarachtig door sociale media schallen en een spoor van verwoesting achterlaten. Misschien heeft het altijd al zo gevoeld.” Dan is nog de tweede schijf, waarop 4 stukken van samen maar liefst 58 minuten staan. Dit zijn solo pianowerken van Mark Springer, die ergen tussen de genoemde genres en ook minimal music en Barokke muziek doorkruizen, waarbij ik soms ook wel aan Wim Mertens moet denken. Ondanks dat het geheel instrumentaal is, zijn de stukken veelzeggend en weten ze je behoorlijk in de houdgreep te nemen. Alles bij elkaar is het een veelzijdig en bezinnend geheel geworden, dat bepaald niet slaapverwekkend is. Het zet aan tot denken, maar dompelt je ook onder in contemplatieve pracht. Een heel bijzonder en sterk album, dat ze gerust vaker mogen doen.
Trappist Afterland – Collected Solo Works (cd-r+ A5 boek, Reverb Worship)
Trappist Afterland is het project van de Australische muzikant Adam Geoffrey Cole, die er sinds 2010 dit project erop nahoudt. Daarnaast brengt hij ook muziek onder zijn eigen naam en met artiesten als Grey Malkin uit. Hij beschikt over een prachtig tijdloze zangstem, die me altijd wel doet denken aan wijlen Owain Phyfe van onder meer The New World Renaissance Band. Ik gun dit soort artiesten altijd een veel groter podium dan ze krijgen. Na diverse prachtige releases vol eigenzinnige folk, komt hij nu met de tot 60 stuks gelimiteerde release Collected Solo Works, die samen met een fraai A5 boekwerk komt. Hierop krijg je “het beste” (dat is natuurlijk subjectief) werk van zijn albums en epees Seasick EP, Fallowing, The Tracks Of The Afterlander en The Cellophane Sea. Hoewel ik al veel van hem heb, is hier ook voor mij nog veel nieuw, hetgeen deze release ook zo interessant maakt. En dan met 19 prachtige tracks van samen maar liefst 69 minuten, krijg je ook echt heel veel. En meer dan zang en akoestische gitaar is het dikwijls niet (hij brengt nog wel een paar andere instrumenten als luit, bodhran, tanpura, dulcimer), maar soms is er ook niet meer nodig om te kunnen overtuigen. Het is een prachtig overzicht album voor liefhebbers van onder meer Owain Phyfe, Bert Jansch, Tyrannosaurus Rex, Espers, Current 93 en dergelijke. Ook voor de doorgewinterde fans een must.
Westberg/ Udupa/ Mazurkiewicz – Everyday Life Activities (cd, Gusstaff Records / Xango Music Distribution)
Soms heb je van die bijzondere projecten en dat gebeurt met enige regelmaat op het Poolse Gusstaff Records. Zo ook nu met het album Everyday Life Activities. Hierop werken de Amerikaanse gitarist Norman Westberg van onder meer Swans en Sulfur, de indiase percusionist Giridhar Udupa (ghatam, konnakol, khanjira, percussie) en de Poolse contrabassist en elektronica man Jacek Mazurkiewics, die in verschillende projecten als 3FoNIA, Modular String Trio en diverse samenwerkingsverbanden. Samen hebben ze hier drie langgerekte tracks neergezet, die werelden van ambient, jazz, improvisaties en Indiase muziek bij elkaar brengen. Het levert fascinerende klanklandschappen op, waarbij de afzonderlijke elementen helemaal in elkaar doorlopen en een soort trace-achtig geheel vormen. Alleen de percussie en Indiase zang is dikwijls te herkennen binnen deze wondere wereld die ze hebben geschapen. Ze hebben een avontuurlijke, mysterieuze soundtrack voor een nieuwe wereld afleverd. Noem dat maar alledaagse activiteiten.
