Het schaduwkabinet: week 07 – 2019

Opname van Holleeder en De Vries. Nou, wij luisteren veel liever naar de opnames uit onze lijstjes van het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Amp, Billie Eilish, Homeshake, Morgane Imbeaud & Elias Dris, Kel Assouf, Tim Linghaus, Elena Setién, Jan Verstraeten, Xiu Xiu en Yak.

 


 

Jan Willem

Amp – Entangled Time (cd-r, Sound In Silence)
Richard Walker speelt halverwege de jaren 80 een grote rol in de nieuwe Bristol-scene waar later ook bands als Flying Saucer Attack en The Third Eye Foundation uit voortkomen. Ze doen overigens ook op elkaars albums mee. Eveneens als Walker (tevens Skree) in 1990 zijn Amp start en met zijn droomdebuut Sirènes (1996) op de proppen komt. Het is een mysterieuze, ongrijpbare en toch zo beklijvend mooie mix van ambient, softnoise, shoegaze en drones. Op de releases erna, die hij uitbrengt op labels als Kranky, Darla, Ochre, Enraptured, SpaceAge, Third Stone, Very Friendly en het eigen Ampbase, spelen ook steeds vaker de elektronica en ruimtelijke geluiden een rol. Walker, dan trouwens als Richard Amp opererend, werkt veel samen met de Franse zangeres Karine Charff (Geromine, The Serpents project, 2 By Bukowski), die min of meer het tweede bandlid is. Richard brengt namelijk ook albums uit als Richard Amp, A.M.P. en A.M.P. Studio, tegenwoordig allemaal vanuit Londen. Zijn laatste studiowerk stamt alweer uit 2011. Nu is Amp terug met het nieuwe album Entangled Time. Richard (gitaar, keyboards, programmering, percussie) en Karine (zang) presenteren in een krappe drie kwartier 4 nieuwe tracks plus een lange mix van één van die tracks. De magie van weleer lijkt weer helemaal terug met hun gruizige, licht spookachtige mix van shoegaze, ambient, post-rock, glitches en drones, aangevuld met zwoele beats. Daarbij hoor je die heerlijk ijle, bitterzoete zang van Karine, die voor extra glans zorgt. Liefhebbers van Slowdive, Bowery Electric, Windy & Carl, Yellow6 en Jessica Bailiff zullen in hun nopjes zijn. Amp keert op grootse wijze terug.

 

Billie Eilish – Don’t Smile At Me (cd, Darkroom/ Interscope)
Soms weet ik (en anderen) niet zo goed onder welke letter je iemand indeelt. Neem Elton John, Nancy Elizabeth of legio andere voorbeelden. Laat ik me echter beperken tot de Amerikaanse jonge en zeer getalenteerde artieste Billie Eilish, die voluit Billie Eilish Pirate Baird O’Connell heet en de zus is van acteur Finneas O’Connell en dochter van actrice/songwriter Maggie Baird en acteur Patrick O’Donnell is. Een creatief nest mag je gerust stellen. Als in familie natuurlijk. Ik houd het maar op de E. Enfin, de nu net 17 jarige start al met haar muziek als ze 15 is. Zoals veel hedendaagse artiesten is dat veelal digitaal of middels indrukwekkende video’s. Eilish doet een beetje van beide en debuteert in 2017 al met haar album Don’t Smile At Me. Eerst volledig digitaal, op 12”, cd-r en cassette om een jaar later in Japan op diverse grote labels op cd te verschijnen. Hoewel inmiddels haar tweede album al aan de deur klopt, wordt dit debuut nu pas net hier uitgegeven. Het oorspronkelijke album met 8 nummers is hier aangevuld met 3 singletracks plus 3 remixen. En dan heb je plots, met dank aan mijn oudste dochter Iva, die me hierop heeft gewezen, een 14 nummers tellend album van ruim 3 kwartier in handen, dat niet alleen getuigt van originaliteit, volwassenheid en talent maar ook van schoonheid , lef, diepgravends en iets om in de smiezen te houden. Hoewel je haar sec genomen zal indelen bij de pop, heeft ze ook ingrediënten in huis als flamenco, trap, soul en folk, die ze op melancholische wijze inzet. De fans van Lana Del Rey, Zola Jesus, Soap & Skin, Roslía, Ibeyi, James Vincent McMorrow en Laura Marling zullen er allen hun hart aan op kunnen halen. Inmiddels heb ik al divers materiaal van haar nieuwe, in maart te verschijnen tweede album mogen horen en dat belooft nog veel meer. Maar voor nu levert Eilish hier al een langlopend visitekaartje van jewelste af.

 

Homeshake – Helium (cd, Sinderlyn / Konkurrent)
De Canadese muzikant Peter Sagar laat eerst van zich horen in groepen als Sans AIDS en Outdoor Miners en is tevens een tijd de gitarist van Mac DeMarco geweest. Hij heeft uit dezelfde bron met prettige lulligheid als die laatst genoemde, zo blijkt als hij vanaf 2013 van zich laat horen met zijn nieuwe project Homeshake. Met hoofdzakelijk gitaren en synthesizers zet hij een lome slaapkamersfeer neer die enerzijds ergens tussen lo-fi indie en toegankelijke avant-garde inzit, waarbij je naast DeMarco ook aan Arthur Russell en Broadcast. Daar voegt hij dan zijn verhoogde, op een trage Prince gelijkende stem aan toe, die voor wat seksuele spanning zorgen in de slaapkamer. Zeker als hij soms ook nog wat zwoelheid van Sade brengt en enige r&b invloeden. Het is bevreemdend, meeslepend en gewoon ontzettend lekker. Dat levert tot nu toe al drie fraaie albums op. De vierde, Helium, neemt hij thuis op en niet zoals de vorige werken in de studio. Daarmee hoopt hij rigide bewerkingsprocessen te ontlopen. Hij werkt wat vaker met microgeluiden, maakt stemmige intermezzo’s op de synthesizer en laat zich inspireren door het feit dat steeds meer mensen van de realiteit verwijderd lijken te zijn. Dat laatste en het feit dat hij je helemaal weet te benevelen met zijn wonderlijke muziek, verklaren de titel ook. De eerder genoemde referenties blijven hier gewoon overeind, alleen is zijn receptuur verfijnd en wint alles aan zeggingskracht. En dat is goed nieuws voor de fans.

 

Morgane Imbeaud & Elias Dris – Homeward Bound (cd, Freedonia Entertainment / Caroline)
Morgane Imbeaud maakt sinds 2006 deel uit van de Franse popfolk-formatie Cocoon. Samen met Elias Dris, die binnenkort haar tweede soloalbum het licht laat zien, vertegenwoordigen zij een nieuwe generatie Franse singer-songwriters. Wellicht halen ze de mosterd bij Paul Simon en Art Garfunkel, wat ook nog altijd helden voor mij zijn en met name Simon. Hoe het ook zij brengen ze samen nu het album Homeward Bound, met de subtitel “The Songs Of Simon And Garfunkel”. Ze brengen hier 12 klassiekers op hedendaagse wijze ten gehore. Het feit dat ze hier werken met 6 gasten op keyboards, bas, gitaren en drums geeft aan dat ze de nummers niet zomaar aanvliegen. Daarbij is de harmonieuze samenzang van de dames, die soms neigt naar zuchtmeisjeszang, ook werkelijk om van te smullen. Dris brengt ook nog folkgitaar en autoharp. En natuurlijk is het normaal gesproken best gemakkelijk om met bekende te scoren, maar zij doen dat echt op artistieke en smaakvolle wijze. Een wonderschoon eerbetoon!

https://open.spotify.com/album/6XRjpM43t61h61yMsPvgcj.

 

Kel Assouf – Black Tenere (cd, Glitterbeat / Xango Music Distribution)
De Toeareg-muziek is misschien groot geworden door de groep Tinariwen, maar ik houd zelf nog meer van Tamikrest en Kel Assouf. Overigens noemt het volk zichzelf Kel Tamasheq (sprekers van het Tamasheq). Ondanks dat de muziek van de verschillende groepen best wel overeenkomsten vertonen, zijn de verschillen ook groot. De Toearegs zijn een Berbervolk, die zich meestal met hun veeteelt ergens ophouden in de Sahara en Sahel, maar dat strekt zich uit van Mali, Algerije en Burkino Faso tot Libië en Niger. Kel Assouf is een vanuit Brussel opererende groep rond zanger/gitarist Aboubacar Harouna, die net zoveel beïnvloed is door Tinariwen als bijvoorbeeld Led Zeppelin, Black Sabbath en Queens Of The Stoneage. Dat is ook goed te horen op hun eerdere albums Tin Hinane (2010) en Tikounen (2016). Op hun nieuwe worp Black Tenere vervolgen ze die weg, zij het op een meer rauwe, ongepolijste wijze. Aboubacar Harouna wordt hier weer bijgestaan door synthesizer/moog-speler Sofyann Ben Youssef (AMMAR 08, Bargou 08) en de nieuwe drummer Oliver Penu. In 42 minuten zetten ze hier 9 fascinerende nummers neer, die zowel die “typische” Toeareg-sound bevat als de rock en psychedelica van de jaren 70 plus hedendaagse beats en de Afrikaanse “desert blues”. Daarmee creëren ze een aanstekelijke mix die heden en verleden verbindt, maar ook vele genre- en landgrenzen overgaat. Denk daarbij aan een innemende en bovenal bijzondere mix van Tamikrest, Bargou 08, Imarhan, Boubacar Traoré, Youssou N’Dour en de eerder genoemde rockers. En dat levert een subliem werelds album op. Prachtige hoes ook!

 

Tim Linghaus – About B. (cd, Sound In Silence)
Vorig jaar debuteert de Duitse muzikant Tim Linghaus op overtuigende wijze met zijn fraaie album Memory Sketches. Dat doet hij op het prestigieuze 1631 Recordings, waarop veelal de meest mooie pianowerken van uiteenlopende artiesten verschijnen. Ook Linghaus heeft een grote rol weggelegd voor dat instrument, maar is als kind van de jaren 80 ook verslingerd aan de synthesizer. Het levert 16 veelal korte composities op vol uiterst melancholische en intieme muziek, die afwisselend bestaan uit piano- en synthesizerstukken, al dan niet aangedikt met subtiele kraakjes, noises, spaarzame stemmen en de cellopartijen van Sebastian Selke (Ceeys). Die laats genoemde is samen met collega cellist Jean-Marie Bø te gast op zijn nieuwe cd About B., dat maar liefst 17 nummers telt maar toch slechts een goede 25 minuten lang is. De subtitel van de cd is “Memory Sketches B-Sides Recordings”. Het bevat 13 stukken die ontstaan zijn tijdens de opnames van zijn vorige werk plus 4 herbewerkingen van bestaande composities. Het zijn adembenemend mooie stukken en bepaald geen laffe kliekjes geworden. Naast de beide cellisten mag hij ook nog eenmaal rekenen op saxofonist Tobias Leon Haecker. Al met al levert hij hier een meeslepend, emotioneel geladen vervolg af, dat weer ergens landt tussen neoklassiek, soundscapes en ambient. Een schitterend kleinood.

 

Elena Setién – Another Kind Of Revolution (cd, Thrill Jockey / Konkurrent)
Op haar website is de uit Baskenland afkomstige Spaanse zangeres, pianist, violist en percussionist Elena Setién heel duidelijk: “ik maak niet simpelweg muziek, maar vertel vergeten, nooit eerder vertelde verhalen.” Als je opgroeit met de onrust van het post-Franco tijdperk en de ETA, snap je deze stelling wel. Op haar derde album Another Kind Of Revolution mag ze rekenen op de steun van gasten op gitaren en bassynthesizer, waaronder de Amerikaan Steve Gunn en de Deen Andreas Fuglebæk. Ze brengt singer-songwritermuziek die ook aardig de rock- en folkkant opgaat. Haar indringende zang, met een lichte echo uit de jaren 80, weet daarbij wel het verschil te maken. Ze roept associaties op met Thalia Zedek, Josephine Foster, Hail, Roy Montgomery, Anari, Nico en Cocteau Twins. Inderdaad, heel divers en dwars door alle tijden en eigenlijk ook genres heen. Dat levert een uiterst intrigerend en pakkend album op.

 

Jan Verstraeten – Cheap Dreams (cdep, Unday / N.E.W.S.)
Eigenlijk zou de visuele kunstenaar en muzikant Jan Verstraeten (zang, gitaar, piano) een film maken, waarbij hij tevens de soundtrack zou schrijven. In feite is alleen van dat laatste iets terechtgekomen. Hij heeft jarenlang gewerkt aan zijn debuut ep Cheap Dreams. Het resultaat mag er dan ook wezen. In een goede 22 minuten serveert hij hier 6 tracks, die prettig melancholisch, dromerig en hoe kan het ook anders filmisch zijn; de beelden krijg je er in je hoofd wel bij. En anders kijk je maar naar één van zijn smaakvolle videoclips van de eerste twee tracks, die je vermoedelijk ook meteen over de streep trekken. Zijn zoetgevooisde, emotievolle en licht geknepen zang, die me wel enigszins aan Marc Bolan doet denken, weet je meteen te raken en mee te slepen. Daarbij brengt hij stemmig piano- en gitaarwerk, dat hij door maar liefst 10 gastmuzikanten schitterend laat inlijsten met contrabas, drums, piano, rhodes, zang, cello, altviool, violen, trombone, Franse hoorn en trompet. De strijk- en blaasarrangementen geven de muziek een prachtig vintage gloed, maar doen op hedendaagse wijze soms ook denken aan rustieke versies van These New Puritans en Woodkid. Dat terwijl de sfeer net zo ingetogen en spannend is als bij labelgenoten Flying Horseman, met de liedjeskracht van een Al Stewart, de artistieke invallen van TalkTalk. Denk bij deze mix van indiepop, neoklassiek, folk, minimal music en filmmuziek nog aan een vleugje jazz en bossanova à la Antônio Carlos Brasileiro de Almeida Jobim en je hebt het eigenzinnige plaatje compleet. Plus een wonderschoon en diepgravend droomdebuut, waarmee Verstraeten een enorme belofte voor de toekomst is.

 

Xiu Xiu – Girl With Basket Of Fruit (cd, Polyvinyl)
Eén ding is zeker, daar waar Jamie Stewart opduikt moet je de oren spitsen. Dat is eind vorige eeuw eerst nog met Ibopa en Ten In The Swear Jar, maar vanaf 2001 met zijn fenomenale experimentele project Xiu Xiu. Daarmee weet hij keer op keer te verrassen met onconventionele muziek, hetgeen ook dikwijls het geval is met zijn andere groepen Former Ghosts (met Zola Jesus), Teen Plaque (met Tim The Mute), Blue Water White Death (met Jonathan Meiburg), Hexa (met Lawrence English) en 7 Year Rabbit Cycle (met Ches Smith, Rob Fisk, Miya Osaki) en XXL (met de band Larsen) plus zijn werken met onder meer Eugene S. Robinson, Grouper, Carla Bozulich, Devendra Banhart, Chad VanGaalen, Father Murphy, John Dieterich (Deerhoof), Merzbow en Charlemagne Palestine. Jamie opereert ook het beste met zijn rug tegen de muur, vanuit misère en in een maatschappij waarbij ons geloof in elkaar verscheurd lijkt te zijn. Daarmee weet hij de luisteraar ook soms een ongemakkelijk gevoel te geven, door het confronterende karakter. Daar waar de pijnlijke eerlijkheid in alles zit, zowel in het mooi als in de soms kakofonische stukken.
Dat geldt zeker voor Girl With Basket Of Fruit. Een fruitmand voor de zieke door mannen gedomineerde maatschappij? Wie zal het zeggen. In elk geval draait het om de chaos aan emoties van nu, die hij hier wil overbrengen. Met de gelijknamige openingstrack trekt hij fel van leer en omhult zijn redelijk maniakale zang met een op hol geslagen Einstürzende Neubauten muziek. Dat is zowel beangstigend als imponerend. Naast Jamie (zang, gitaar, altviool, synthesizers, percussie) bestaat de band uit (contra)bassist Devin Hoff en Angela Seo (piano, zang, percussie, harmonium, orgel). Verder krijgt hij nog hulp van ex-leden en vrienden als zanger/stemkunstenaar Eugene Robinson (Oxbow), Greg Saunier (Deerhoof) hier op orgel, percussionist Ches Smith en nog een paar anderen op percussie-instrumenten en zang. Na het onstuimige begin blijven Stewart en de zijnen zorgen voor verstrooiing, de ene keer op rustieke doch unheimische wijze en op andere momenten luid met dikwijls veel percussie. Met de vele stemmingswisselingen, die op verwarrende wijze worden geopenbaard, is de doelstelling ook behaald. Simon Fisher-Turner, Philippe Petit, Daughters, Cold Cave, Scott Walker (luister alleen al naar “Scisssssssors”) gestoken in een David Lynch productie. Het gaat hier niet meer over muziek, maar over het overbrengen van diepe gevoelens, de naakte waarheid en dat op confronterende, urgente soms haast bijna fysieke wijze. Het is een jas die je wellicht niet aan wilt trekken, maar als je dat toch gedaan hebt wil je hem niet meer uitdoen. Xiu Xiu toont andermaal aan een volslagen unieke band te zijn.

 

Yak – Pursuit Of Momentary Happiness (cd, Virgin EMI)
In 2016 komt de dan nog Brits/Nieuw-Zeelandse formatie Yak met het debuut Alas Salvation aanzetten. Een behoorlijk verpletterend debuut kan ik gerust stellen en dat is misschien nog een understatement. Hun powerrock met punkattitude deelt uppercut na uppercut uit en dan wordt je ook nog eens flink toegeschreeuwd door zanger/gitarist Oliver Burslem. Die stem mag er overigens wezen, want die blijkt een fijne mix van Mark E. Smith, Nick Cave, Jeffrey Lee Pierce en Iggy Pop . Nu zijn ze terug met hun tweede album Pursuit Of Momentary Happiness. Een moeilijke tweede? Welnee! Alleen moet producer Jason Pierce (Spacemen 3, Spiritualized) iets hebben geroepen of het ook wat rustiger mag. Burslem neemt inderdaad wat gas terug. De kiwi drummer Elliot Rawson is nog altijd van de partij en bassist Andy Jones is in 2017 al vervangen door Vincent E Davies. In 11 nummers laten ze horen dat venijn een beetje plaats heeft gemaakt voor een zekere verfijning. Maar vergis je niet, ze schoppen nog altijd behoorlijk kont en maken muziek waar vele tijdgenoten nog een puntje aan kunne zuigen. Vuige rock met her en der blaaspartijen en een zekere vintage gloed, zorgen weer dat je intens kunt genieten van hun eigengereide manier van doen. Zelfs als ze bijna ballads brengen zit er nog genoeg onderhuidse spanning. Gedurende het album zal je heus stuiten op referenties als The Gun Club, The Fall, Sleaford Mods, The Stooges, Velvet Underground, Happy Mondays, Motherhead Bug en dergelijke, maar ik maak ze hier niet vet, omdat Yak al vet genoeg is. Een ijzersterke opvolger!

Comments

comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.