Angèle David-Guillou – Kourouma

Angeledavidguillou-kourouma[cd, Village Green/Konkurrent]


De eerste keren dat de naam van de Française Angèle David-Guillou bij mij langskomt is in 2001 op een mini cd en tevens de cd Son De Mar, beide van Piano Magic. Een jaar erna is ze te gast op de cd’s van de Franse acts Laudanum en Ginger Ale. Bij die laatste opereert ze voor het eerst onder haar nom de plume Klima. Haar etherische, zachte stem valt behoorlijk op en maakt indruk. Vanaf dan maakt ze deel uit van Piano Magic en voorziet met enige regelmaat de albums van haar luisterrijke zang. Later duikt ze ook nog op als gast bij Peter Astor en The Go! Team, maar dan is inmiddels duidelijk dat deze zangeres veel meer in haar mars heeft dan gastzangeres. In 2003 is ze op een split met Piano Magic al voor het eerst met eigen werk te horen als Klima. Ze brengt wonderschone elektro-akoestische droompop, hetgeen op haar gelijknamige debuut uit 2007 helemaal fraai uitpakt. Hier blijkt ze een uitstekende singer-songwriter en tevens multi-instrumentalist. Naast zang brengt ze akoestische/elektrische gitaar, keyboards, percussie en Chinese bellen. Haar tweede album Serenades & Serinettes gaat daar gewoon nog eens in de overtreffende trap overheen. Haar instrumentarium breidt ze uit met citer, klokkenspel, melodica, piano, bas en strijkarrangementen. Het album vol gedroomde droompop, magnifieke melancholie en kippenvel bezorgende schoonheid, dat het midden tussen Piano Magic, Our Broken Garden, Fever Ray, Bat For Lashes en Shannon Wright houdt, eindigt dan ook torenhoog in mijn jaarlijst.


De in Londen wonende, enigmatische Française is nu terug met haar debuut Kourouma onder haar eigen naam. De gelijknamige song is in een andere versie vorig jaar al te horen op de compilatie End Of A Season op het immer fijne Second Language Music, waar ze dit overigens nog als Klima uitbrengt. De keuze om niet als Klima te opereren valt eigenlijk wel te begrijpen. Haar aanpak is hier namelijk veel klassieker en klink daardoor totaal anders dan haar droompopproject, hoewel de melancholie en haar stem prominent aanwezig zijn. De basis voor de muziek wordt veelal gevormd door emotioneel meeslepende stukken op de vleugel en deels op de elektrische piano, die ze vervolgens prachtig verder invult. De veelal instrumentale muziek is soms intiem, klein en sober, maar op andere momenten pakt ze groots uit met majestueuze strijkarrangementen, al dan niet aangevuld door zingende zaag, blaas- en percussie-instrumenten en uiteraard zang. Daar waar ze haar hemelse zang ten gehore brengt, ben je meteen verkocht, ontroerd en betoverd, maar ook zonder die zang weet ze op knappe, indrukwekkende wijze expressief en overtuigend uit de hoek te komen. Het klinkt in eerste instantie alsof Wim Mertens een adembenemende engel heeft ontmoet. Maar er valt meer te genieten. Ze put haar inspiratie ook uit de Franse folk, Barokmuziek en de klassieke kindermuziek van Carl Orff & Gunild Keetman uit de jaren 20 van de vorige eeuw. Alles weet ze om te smelten in pure emoties die diep onder je huid weten te kruipen. Je krijgt ook wel associaties met de muziek van Nils Frahm, Fabrizio Paterlini, Hauschka, Dustin O’Halloran en L’Arpeggiata, maar ze brengt iets extra’s, iets totaal onaards en unieks dat elke vergelijking nooit helemaal past. Ze bezorgt je ontroerende, intrigerende en kippenvelmomenten, waar dikwijls woorden tekort schieten. Een groots en aan de grond nagelend meester(es)werk.



door Jan Willem Broek