Beter bibberen dan broeien …

paysage

Op een LP van de Bereboot maken Maatje, Brilbeer en de Kapitein kennis met een zingende sneeuwman op een ijsschots. In zijn lied zingt hij onder andere “Laat de noordenwind maar loeien, loeien, loeien, lekker koud”. Wintherr van Paysage D’Hiver is ook zo’n ijskouwe, zijn tiende album Das Tor begint zoals bijna al zijn platen weer met suizende wind en krakende vrieskou.

Alle albums zijn inmiddels uitgebracht op CD, in fraaie, uniforme A5 boxen in stemmig zwart wit, altijd afgeleverd in een gitzwarte envelop. Paysage D’Hiver klinkt echter altijd als een getapetrade cassette, het streng gelimiteerde medium-of-choice en wordt ook als demo gepresenteerd. De sound is naar voorbeeld van Darkthrone’s Transylvanian Hunger, waar ook heel doelbewust voor ‘slecht’ geluid werd gekozen, al zit er waarschijnlijk meer werk in dan een ‘professionele’ sound. Wintherr weet hogere kunst van low fidelity te maken.

Traditionele instrumenten als gitaar, bas, drums en synthesizers worden niet mooi in de mix geplaatst maar hij maakt er een waas van, waarin alles uitkristalliseert in een verzengende ijswind. Mijn eerste kennismaking was Isa (van Kristall & Isa uit 2000), wat nog steeds een van mijn favoriete stukken is. Een gitzwarte, aan static noise grenzende, drone waar een desperate melancholie in doorklinkt en de synthesizers als ijskristallen doorheen flonkeren. Waar veel Noorse bands al prachtige sneeuwlandschappen wisten te schetsen in hun muziek doet dit heerschap het simpelweg het allerbest.

Er zijn filmregisseurs die hun carrière slijten met keer op keer dezelfde film maken, omdat de vorige keer toch niet helemaal gelukt was. Deze Zwitserse einzelgänger lijkt ook slechts een doel voor ogen te hebben: het gesamtkunstwerk Paysage D’Hiver. Enkel Die Festung (een ijspaleis van pure synthesizer ambient) en Kerker (een kerkersound die de andere platen nog als hifi doet toeschijnen) zijn slechts bescheiden afwijkingen van een pad dat al in 1998 op Steineiche is bepaald. Das Tor is daarop geen uitzondering en wederom een barre en louterende tocht, geheel volgens het credo van de zingende sneeuwman: “beter koud zijn dan benauwd”.