NNM: Machinefabriek with Anne Bakker – Oehoe

NNM is een serie waarin we nieuwe muziek van Nederlandse artiesten bespreken.

Machinefabriek with Anne Bakker – Oehoe (cd, Machinefabriek)
Machinefabriek is het langlopende project van Rutger Zuydervelt, die ook onder zijn eigen naam en met diverse andere projecten en andere artiesten muziek uitbrengt. Hij komt met zijn releases hier meerdere keren per jaar langs, dus een introductie is niet nodig. Ik ga derhalve nu niet weer zijn hele doopceel lichten, want die kan je ook vinden als je eerdere NNM edities leest (klik op de links). Eerder dit jaar is van Machinefabriek namelijk al het prachtalbum Stillness Soundtracks II verschenen en onder zijn eigen naam heeft hij ook het indrukwekkende Porcelain uitgebracht. En Amalgaam van Machinefabriek is onderweg.

Eén van de artiesten waarmee hij veelvuldig heeft samengewerkt is singer-songwriter en viool/altvioolspeelster Anne Bakker. Zij speelt onder meer in Quibus en Göksel Yılmaz Ensemble, maar werkt ook samen met uiteenlopende artiesten en maakt momenteel deel uit van de liveband van Agnes Obel. Met Zuydervelt is ze te horen op de werken Koploop (2007), Fabriek Bakker Fabriek (2008), Deining (2015), Crumble (2016), Half Slaap II (2017) en Short Scenes (2018). Die laatste is de eerste waarop ze met z’n tweeën als uitvoerende artiesten op de voorkant prijken. Hierop levert Bakker de bouwstenen met haar (alt)vioolimprovisaties, waarmee Zuydervelt knappe, subtiele constructies creëert. Ik noem het destijds een album dat net zo bijzonder en biologerend als fijnbesnaard, diepgravend en wonderschoon is.

Ik ben dus op voorhand al uitermate verheugd als ik hoor dat Machinefabriek en Anne Bakker met een nieuw album komen. Hoewel ik zeker Zuydervelt, door zijn hoge productiviteit, geen uiltje zie knappen is de titel Oehoe geworden. De oehoe, die ook al weer een tijd in Nederland voortkomt, leeft in uiteenlopende gebieden zoals boreaal naaldwoud, mediterraan gebied met struikgewas, bos- en grassteppen, heuvelland en middengebergte. Dat lijkt ook op hetgeen Zuydervelt hier muzikaal neerzet. Rauwe klanklandschappen die variëren van adembenemend mooi en haast onbegaanbaar tot broeierig gedetailleerd en van een grillige, overdonderende grootsheid. Daar worden de minimalistische, Giacinto Scelsi– en Steve Reich-achtige strijkgeluiden in gezaaid, die de toch al spannende stukken voorzien van verrassende franje; de bloemen en beken in de ongerepte bergen, een aangrijpende schakering van natuurelementen of een plots opduikende oehoe. Daar komt nog de zang van Bakker bij, die woordloos, etherisch en geïmproviseerd is en dikwijls bestaat uit “oohoe”-achtige klanken. Ik denk dat dit ook eerder de titel verklaart plus dat veel van haar sounds zweven over het door Zuydervelt geschapen landschap. De zang doet overigens zowel aan de klassieke sirenes denken, maar roept ook associaties op met die emotievolle zang uit de derde symfonie van Henryk Górecki. Buitengemeen mooi, zoveel mag duidelijk wezen. Van links naar rechts duurt dit alles slechts 26 minuten, maar door de rijke detaillering, de grilligheid naar boven en beneden door meer en minder volume, kakofonische en dan weer serene klanken en diepgang door complexiteit in zowel de compositie als emotie, lijkt dit op een positieve wijze veel langer te duren. De avontuurlijke muziek brengt op fascinerende wijze in elk geval veel. Dit is bepaald geen uilen naar Athene dragen, maar een gevleugeld meesterwerk.

Comments

comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.