NNM: Glice – PYRE

NNM is een serie waarin we nieuwe muziek van Nederlandse artiesten bespreken.

Glice – PYRE (2cd, Glice)
Hoewel het Amsterdamse noise-duo Glice al in 2009 is opgericht, ontdooien ze pas echt in 2015. De groep bestaat uit Ruben Braeken en Melle Kromhout. Ruben kan je onder meer hebben getroffen bij Katadreuffe, Apneu en Eva Braun, terwijl Melle ooit rondwandelde bij Fata ‘el Moustache’ Morgana. Vanwege media-verstrengelingen heb ik niet alles van deze heren gehoord, maar heb ik zeker kunnen genieten van hun tweede album CIELO (2017), uitgebracht op het Narrominded label en geproduceerd door niemand minder dan Alexander Hacke (Einstürzende Neubauten). Daar improviseren en experimenteren ze erop los, waarbij de muziek in de noisehoek belandt. Dat doen ze op dusdanige gevarieerde en sterke wijze, dat het ook weet te biologeren, hetgeen niet elke noisemaker gegeven is. Tevens brengen ze er her en der nog fraaie melancholische franje aan.

Nu zijn de noisemaker, of “noise-mentaliosten” zoals ze het zelf zo mooi zeggen, terug met de in eigen beheer uitgegeven dubbel cd PYRE.En in de serie 50 tinten Gruis, zijn ze hier wat meer gestructureerd te werk gegaan. Het album werd mede-geproduceerd en gemixt door de Noorse noisemeester Lasse Marhaug, die onder verschillende namen en middels zijn Jazzassin label al de nodige noise de wereld in heeft geslingerd. Het levert 13 zorgvuldig gearrangeerde tracks op, die ze over twee schijven verdeeld hebben. De eerste, met de subtitel “Cleave”, bevat er 5 en duurt zo’n 42 minuten. Hierop vind je op de zachte introductie (“Saudade”) na ook de meest klievende muziek, maar die wordt bepaald niet met de botte bijl gebracht. Het geluid is gelaagd, subtiel en tevens minder subtiel gedetailleerd en wordt sterk en bedachtzaam opgebouwd. Naast de soms niet te plaatsen noisegeluiden, hoor je ook gitaren, allerhande effecten, onheilspellende percussiepartijen (onder meer door Lasse), spookachtige en sacrale vocalen, saxofoon, bonang en veldopnames. Voor die laatste drie mogen ze rekenen op Coen Oscar Polack waarmee ze veelvuldig hebben samengewerkt. De muziek maakt een diepe indruk, al vormt de afsluiten, 26 minuten durende compositie “Constantinople 514 CE” voor mij wel het absolute hoogtepunt. Daar komt zoveel voorbij, van noise tot sacrale zang en van psychedelische en splijtende tot bezinnende momenten, dat je op de punt van je stoel zit te genieten. Liefhebbers van Will, Merzbow, K.K. Null, Aube, Caspar Brötzmann Massaker, Band Of Pain en Maeror Tri zouden deze ook eens moeten beluisteren. Moeten ja!
De tweede schijf heeft als ondertitel “Coalescence” meegekregen. De 8 tracks hier, die na zo’n 38 minuten finishen, zijn iets gemoedelijker en meer met een vloeiender geluid. De muziek gaat soms zelfs richting minimal music en ambient, maar doet op de meer experimentele stukken ook gerust aan een gesmolten versie van een ruwe Sonic Youth denken. Maar wat bij beide schijven zo geweldig is, is dat ze je bij de lurven weten te grijpen zonder dat je er precies de vinger op kunt leggen. Het wekt een onhoudbare nieuwsgierigheid op waardoor je 80 minuten lang in de houdgreep aan je boxen gekluisterd blijft. Daarmee hebben ze niet alleen hun magnum opus afgeleverd, maar hoeven ze wat mij betreft dus ook bepaald niet op de brandstapel.

Comments

comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.