Murcof & Philippe Petit – First Chapter

Murc_pp_homecover[cd/lp/digitaal, Aagoo/Rev Laboratories/Five Roses]


Twee muzikale helden uit verschillende windstreken, zowel qua muziek als herkomst, die samen een werk uitbrengen is op voorhand al iets om opgewonden van te raken. Het is gewoonweg niet te voorspellen hoe dat klinken gaat.


Ten eerste is er Murcof, het project van de Mexicaanse componist en elektronicamuzikant Fernando Corona. Hij woont overigens tegenwoordig in Barcelona. Hij heeft begin deze eeuw ook geopereerd onder de naam Terrestre, waarmee hij dubachtige, minimal techno fabriceert en daarvoor nog acte de présence gegeven in het Mexicaanse collectief Nortec. Vanaf 2002 verschijnen de releases Martes (2002), Utopía (2004), Remembranza (2005) en Cosmos (2007) van zijn hand. Hij is duidelijk bezig zijn eigen bandnaam in de albumtitels te laten terugkomen. Dit onderbreekt hij hierna, maar gaat hij vermoedelijk ooit nog wel afmaken want Océano schijnt al in de maak te zijn. Solo is hij een meester in het maken van veelal verstilde en bloedstollende kruisbestuivingen van elektronica en klassieke muziek, hetgeen tot stand komt door microbeats en samples van modern klassieke muziek. Hij is dan ook beïnvloed door minimale elektronische muziek en modern klassiek van onder meer Arvo Pärt en Henryk Górecki. Maar zijn muziek roept ook zeker herinneringen op aan Max Richter, Györgi Ligeti, David Darling, Sylvain Chauveau, Susumu Yokota, Deaf Center, Deathprod en zelfs SPK. Na deze fraaie reeks komt hij in 2008 met The Versailles Versions, waar hij voor een live gelegenheid in Versailles, de beroemde kasteelwoning van de Zonnekoning, alleen gebruik gemaakt van 17-de eeuwse, Barokke instrumenten. De klavecimbel, viola da gamba, fluit, viool en een mezzosopraan hebben als input gediend voor zijn eigenzinnige creaties. Als een ware architect smeedt hij hier een duister, soms angstaanjagend en buitengewoon mysterieus geheel van op papier lichte muziek. Het geheel ligt toch ook weer niet zwaar op de maag. Je beleeft het als een spannende trip naar de Barok, maar dan met een modern randje. In datzelfde jaar verschijnt er ook het album Mexico samen met de klasse trompettist/zanger Eric Truffaz, waarmee hij een mix van IDM, jazz en ambient maakt. Zijn laatste wapenfeit is in 2009 met de neoklassieke, licht experimentele soundtrack Le Sangre Illuminada. Een uiterst bijzonder en veelzijdig artiest.


Dan heb je nog of beter gezegd weer de hyperactieve Franse DJ, recensent, radiopresentator en ex labeleigenaar Philippe Petit, waaraan ik meer dan terecht al vele woorden heb gewijd. Zijn muzikale output is gewoonweg niet bij te houden en als je de kwalitatieve meetlat ernaast legt, wordt je er al helemaal stil van. Het begint in de jaren 90 waar hij de labelbaas is van het garagerock label Kinetic Vibes Music en later het geweldige noiselabel Pandemonium. Hierna stapt hij in 2000 verrassend over naar het toonaangevende elektronica label BiP_Hop. Vanaf 2007 laat hij dan voor het eerst van zich horen als muzikant in de supergroep Strings Of Consciousness. En dan raakt alles in een stroomversnelling voor deze draaitafel en elektronicaspecialist. Hij heeft een absolute voorliefde voor de duistere cinema en atmosferen. Solo maakt hij dan ook diverse denkbeeldige soundtracks, die dusdanig zijn opgebouwd dat ze op zichzelf staan. Op andere albums gaat hij meer op een muzikale ontdekkingstocht met verrassende gasten. Hij ziet zichzelf ook liever als een “musical travel agent” dan een componist. Door zijn wijd vertakte netwerk, mede dankzij zijn vroegere labels, komt hij in aanraking met uiteenlopende, dikwijls bevriende artiesten. Zo maakt hij naast solowerken en werken met Strings Of Consciousness ook albums met K11, Lydia Lunch, Cosey Fanni Tuti, Cindytalk, PAS, Ron Anderson, Robert L. Pepper, James Johnston, Vultures Quartet, Chapter 24, Eugene S. Robinson, Asva en eerder dit jaar nog Simon Fisher Turner. Verder is hij terug te vinden op compilaties als Under A Big Red Sun en werkt verder samen met artiesten als Foetus, Graham Lewis, Scanner, My Brightest Diamond, Faust, Barry Adamson, Mira Calix, Justin Broadrick, Yuri Landman Ensemble, Kammerflimmer Kollektief, Edward Ka-spel, Jarboe, Leafcutter John, Banabila, Simon Whetham, Ron Anderson en ga zo maar door. Die laatstgenoemde artiesten zijn dikwijls terug te vinden op zijn Philippe Petit & Friends releases, maar eveneens op de cd’s onder zijn eigen naam. Een zeer gevarieerde, opvallende, spannende en bovenal unieke muzikant, met een ongelooflijke discografie, die het hedendaagse elektronische landschap op eigenzinnige wijze behoorlijk opleukt.


Het debuut van deze twee grootheden, First Chapter, is een gezamenlijke release van het prestigieuze Amerikaanse Aagoo label en het nieuwe Nederlandse label Rev Laboratories van Bas Mantel. Murcof en Petit hebben in de afgelopen drie jaar live wel eens met elkaar opgetreden, maar om de neoklassieke wereld in balans te krijgen met de postmoderne klanklandschappen heeft al die jaren nodig gehad. Nu is dat hen gelukt. Het resultaat is niet louter een optelsom geworden van beide maar veeleer een nieuw, onontgonnen muzikaal gebied. Murcof brengt hier de geluidsmanipulaties, synthesizers en mix en Petit gooit het cimbalom, elektronische psalterium, piano, draaitafels, synthesizer, elektronica, vibrafoon en middels de kazoo gegenereerde zang in de strijd. Ze presenteren 3 langgerekte composities “The Call Of Circé” (20:31), “Pegasus” (06:45) en “The Summoning Of The Kraken” (11:53). In het openingsnummer beginnen ze op rustieke, maar meteen bloedstollende wijze met duistere ambient vol paranoïde geluiden. Murcof zet de verstilde klassieke en minimale geraamtes neer en Petit kleurt deze op thrillerachtige wijze in met desoriënterende en bevreemdende klanken met onder meer de snaarinstrumenten maar ook met de draaitafels en elektronica. Hier hebben ze ook gebruik gemaakt van de mezzosopraan Sarah Jouffroy, die naast diverse klassieke werken ook te horen is op de bovengenoemde The Versailles Versions van Murcof. Haar stem wordt er op spookachtige wijze in gemixt, wat tot een verbluffend en aangrijpend effect leidt. Murcof lijkt in dit alles de architect en Petit de sfeermaker. In de tweede, kortere track is al snel het prachtige geluid van de viola da gamba te horen van Gabriel Grosbard, die net als Sarah Jouffroy op diverse klassieke werken terug te vinden is en tevens op The Versailles Versions. De sfeer blijft onverminderd duister en je zit nog altijd op de punt van je stoel. In het slotstuk lijken ze uit te zijn gekomen op de meest duistere plek van het universum, dat zich misschien wel kilometers diep in de zee bevindt, alwaar het mythische monster de Kraken zich schijnt op te houden. Hoe dan ook is dat het meest surrealistische stuk geworden, dat je net als de rest van het album beetgrijpt om niet meer los te laten. Je krijgt op dit album een bezwerende kruisbestuiving van Svarte Greiner, Deaf Center, SPK, Gultskra Artikler, Kreng, Greg Haines, Györgi Ligeti, Arvo Pärt, David Darling, Arve Henriksen en Henryk Górecki (met name zijn derde symfonie) in een setting van David Lynch voorgeschoteld. Een onwerkelijk maar meeslepend meesterwerk, dat eigenlijk elke verbeelding en vergelijking te boven gaat. En dan is het heel fijn te beseffen dat dit slechts het eerste hoofdstuk is en we dus nog meer van hen in de toekomst mogen verwachten.



door Jan Willem Broek

Comments

comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.