Jan Willem’s TOP20’19

Het minderen van recensies schrijven gaat gestaag door, want met 515 dit jaar, waaronder ook 35 in onze NNM serie, is dit misschien wel één van de rustigste jaren ooit sinds 1991. Nu gaat een verhuizing (naar Groningen) bepaald niet in de koude kleren zitten, maar ik vond 2019 ook een ietwat vlak jaar. Als ik het met wijn mag vergelijken, zou ik zeggen dat het een jaar was vol lekkere, maar gemakkelijke slobberwijn. Minder uitschieters dan normaal, hetgeen je ook wel terugziet in mijn aantal overige nummers 21. Dat betekent zeker niet dat mijn selectie van dit jaar minder is, maar de shortlist was gewoonweg iets korter. Grote helden stelden ook teleur. Zo vind ik de nieuwe van Nick Cave & The Bad Seeds echt de slechtste uit hun carriere, gingen de Swans ietwat op herhaling en bleef het door mij zogenoemde meesterwerk van Tool, na al die jaren, toch niet zo hangen. Er zat denk ik ook wel enige blijdschap van de terugkeer doorheen gemengd. Wel verdienen ze bonuspunten met misschien wel één van de fraaist vormgegeven cd’s ooit. Dat compliment mag ook wel naar The Bullfight met hun combinatie van een indrukwekkend boekwerk en een moorddadige cd (of lp), die met opzet daarom op nummer 13 staan. Sowieso is 2019 een heel sterk Nederlands jaar geworden en zijn 7 van de 20 beste cd’s zijn dan ook afkomstig uit eigen land. En als The Sweet Release Of Death een volledig album hadden gemaakt, waren het er zo 8 geweest, want wat zijn die gruwelijk goed, maar ik baseer mijn TOP20 nu eenmaal op hele albums. Verder is het Franse Eilean Rec gestopt, maar wel met een imponerende zwanenzang van 5 cdr’s.

Zoals ieder jaar is mijn uiteindelijke TOP20 gebaseerd op de muziek die mij het meest geraakt heeft dan wel meer gedraaid heb, die in het Schaduwkabinet, de NNM serie en mijn Senzor AM mixen voorbij zijn gekomen. Daarbij sluit ik mini’s, compilaties, live albums en niet op cd uitgegeven releases uit. Ja, ik moet ergens een lijn trekken. Het doet overigens weinig af aan de overige nummers 21, die je altijd in alfabetische volgorde onder mijn TOP20 vindt en dient als tiplijst. De scheidingslijn is vaak dun, al vind ik de huidige 20 echt wel het verschil maken. Daarbij is de jongste onder hen, degene die mij het meest heeft weten te verrassen dit jaar en dat is ook wel bijzonder te noemen. Een ander draaide ik net wat vaker. Ik voorzie ze van eerder geschreven recensies of delen ervan (tussen de aanhalingsteken) plus voorzien van de weeknummers waarin ik ze beschreven heb en mogelijk nog wat commentaar. Het begint en eindigt in hetzelfde land. Sssspannend….tromgeroffel!

Ik wil eenieder die mij bevoorraad heeft enorm bedanken, net als degenen die me gelezen hebben dan wel van commentaar hebben voorzien.

Spoedig ook een Senzor AM met van elk TOP20 album één à twee (oké misschien ook drie tracks).

En ik wens iedereen een gelukkig en muzikaal 2020 toe! Er lacht ons al weer wat prachtige toekomstmuziek toe….

20. Anoice – Ghost In The Clocks (cd, Ricco Label)
“Er zijn van die bands die ondanks dat ik al veel gehoord heb een bijzondere plek innemen. Dat geldt zeker voor het indrukwekkende Japanse collectief Anoice. Hoewel ze sinds 2006 hun muziek naar buiten brengen, hebben ze pas vier cd’s en een sessiealbum uitgebracht. Ze nemen doorgaans dan ook echt de tijd om hun muziek te creëren. Daarnaast nemen de nevenactiviteiten (RiLF, Cru, films, Mokyow, The Frozen Vaults) van de diverse leden ook de nodige tijd in beslag. Door de jaren heen vormen Takahiro Kido (gitaar, orgel, synthesizer, bas), Yuki Murata (piano, synthesizer), Utaka Fujiwara (altviool, viool) en Tadashi Yoshikawa (drums, percussie, sampler) toch een hechte band (in alle betekenissen). Vier jaar na hun verpletterende album Into The Shadows, die op de tweede plek van mijn jaarlijst is geëindigd dat jaar, komen ze met hun vijfde album Ghosts In The Clocks. Net als op de vorige albums zitten ze met hun muziek ergens tussen neoklassiek, post-rock, ambient en filmmuziek in. Het mooie van Anoice is echter dat ze voor elke gelegenheid net de ene kraan iets meer open draaien dan de andere en daardoor ook substantieel andere muziek maken, die wel herkenbaar blijft als die van hun. Op dit album laten ze een relatief iets luchtiger sound horen, wat mede komt door de lucide pianopartijen. Maar al met al hakt het er net zo diep in als de wat zwaarder op de hand liggende muziek van hen. Het merendeel is van een narcotiserende schoonheid, ook al wordt het hier en daar wat harder Fans van onder andere Mono, Godspeed You! Black Emperor, Hammock, Jóhann Jóhannsson en Hildur Guðnadóttir zijn gewaarschuwd. Ze bezorgen op bezinnende en diepzinnige wijze bergen met kippenvel. Dit zou zo maar op een jaarlijst kunnen eindigen.”
Week 39: Nou en waarrempel, daar staan ze dan!

 

19. Dez Mona – Book Of Many (cd, Majestic/ Caroline International)
“In 2003 wordt de geweldige Belgische band Dez Mona opgericht. Deze groep rond de enigmatische zanger Gregory Frateur laat altijd een lekker melancholisch geluid horen met een goed gevoel voor dramatiek. Ze maken in feite een soort avant-pop, maar ook opera, jazz en rock en allerhande theatrale elementen passeren de revue, waarin Frateur’s emotioneel geladen stemgeluid goed gedijt. Een fantastische en eigenzinnige groep. Na vier jaar zijn ze eindelijk terug met hun zevende album Book Of Many. Naast Frateur (zang, piano) zijn het hier accordeonist/percussionist Roel Van Camp (DAAU), multi-instrumentalist Tijs Delbeke (Louisa’s Daughter, Roosbeef, Balthazar) en gitarist Sjoerd Bruil (Gruppo Di Pawlowski, Sukilove, Millionaire) die de groep completeren. Samen met gasten op zang, bas en percussie presenteren ze hier in zo’n 57 minuten 13 nieuwe tracks, die ook zonder voormalig kernlid Nicolas Rombouts een diepe indruk weten te maken. Ze komen met rustiger en meer gedragen muziek uit de hoek, die meer bij de nacht dan de dag past. Songs over hoop, verlies, liefde, schuld en schoonheid, die ze met hun kenmerkende avant-pop met een fijne jazzy twist brengen. Het is haast of Peter Hammill, David Bowie en Brett Anderson stiekem een supergroep zijn begonnen. Maar de realiteit is dat dit niet kan en het dus gewoon Dez Mona in optima forma is, die hier één van hun allermooiste albums tot nu toe het licht laat zien.”
Week 12: En gedurende het jaar is deze alleen maar gegroeid.

 

18. The Fire Harvest – Open Water (cd, Snowstar/ Subroutine)
“Nadat één van de beste Nederlandse postrockbands We Vs. Death een stille dood sterft, gaan diverse leden door in Homemade Empire, Boyle en niet in de laatste plaats The Fire Harvest. De groep wordt gestart door Gerben Houwer (zang, gitaar). In de kont van 2012 verschijnt de eerste, gelijknamige release op cassette; dat dan weer wel. Hierop zijn het de drummende broer Gibson Houwer (Lost Bear), bassist Jacco van Elst (This Leo Sunrise) en gitarist Bart Looman (Audiotransparent) die de groep completeren. Stiekem een supergroep, maar daarover zal je hen zeker niet horen. The Fire Harvest moet het hebben van pure emoties, oprechtheid en de rest doet er niet toe. Neem niet weg dat de ze op hun eersteling een ingetogen maar ijzersterke en emotioneel geladen mix van altcountry, postrock, folkrock en slowcore laten horen. Als emotionele sluipschutters weten ze je onverwacht maar precies op de juiste plek te raken. Een grote belofte.
In 2016 volgt dan de cd Singing, Dancing, Drinking, waarop ze zich versterkt hebben met gitarist Nicolai Adolfs (Beep! Beep! Back Up The Truck label, Gilgamesh, Kismet). Ze presenteren hier 8 nieuwe tracks, die gewoonweg op alle fronten nóg beter in elkaar steken, wat mede door de sterke productie van de Canadese producenten/muzikanten Daniel Romano en Kenneth Meehan. De muziek is sober maar effectief en weet net als het debuut diepe snaren te raken. Droefgeestig, diepgravend en urgent. Ik noem het destijds wel een nieuw prachtalbum van Songs:Ohia dat er nooit meer heeft mogen komen, zij het dan op eigengereide wijze versneden met elementen van Solbakken, Palace Brothers, The For Carnation, Idaho, Low, At The Close Of Every Day en Timesbold. Dit is zulke goede muziek, dat ze ook ver over de landsgrenzen indruk zouden kunnen maken.
Dat ze ook hier weer overheen kunnen bewijzen ze met hun nieuwe cd Open Water. Niet dat ze daarmee bezig zijn, want het zijn compromisloze muzikanten en oprechte liefhebbers van veelal vervlogen genres, die enkel naar buiten brengen waar ze zelf van houden. Dat wars van wat nu verkoopt of niet. Muzikanten naar mijn hart. Door de hier vertrokken Bart Looman zijn ze weer ingedikt tot een viertal, wat gelukkig geen aderlating is geworden. Ze krijgen hulp van de bevriende Canadese songwriter Michael Feuerstack (Bell Orchestre, Keplet, The Luyas, Wooden Stars). Hij helpt hen om het geheel zo “live” mogelijk, met de bijbehorende dynamiek en directheid, op te nemen. De 8 nieuwe songs vinden hun oorsprong in gesprekken op een tournee in Duitsland, die door Gerben zijn verwerkt tot teksten. Dat loopt uiteen van maatschappijkritische tot, vaker nog, persoonlijke verhalen. Gerben weet deze als geen ander op zijn typisch getormenteerde en meeslepende wijze aan de man brengen. Maar ook de muziek is hier zo sterk opgebouwd, soms heel loom, kabbelend en bezinnend en op de juiste momenten rauwer, harder en aangrijpend. Daarbij laveren ze weliswaar door de bovenvermelde genres, maar zonder vaste koers. Open water, waarin ze stuurloos soms kant noch wal raken, maar wel de diverse bestemming bereiken en hun verhalen weten te vertellen. De eerder genoemde referenties zijn ook gerust hier van toepassing, al tonen ze hier echt hun eigen identiteit en brengen ze de muziek met zoveel urgentie, compassie en schoonheid. Neem alleen de single “Picture Of A Man” al en je bent verkocht. Ze poetsen het gemis aan bands als Timesbold, The For Carnation, Three Mile Pilot, The Black Heart Procession en Songs:Ohia weg met overdonderende pracht, die nog zelden gemaakt wordt.”
Week 9 (NNM): Ze stonden al snel in de shortlist en wilden daar niet meer uit weggaan. Internationaal gezien zouden ze hiermee ook best een potje kunnen breken.

 

17. Viper Mad – First (cd, EM Records)
“In de spiegel kijken kan heel confronterend zijn, maar het levert toch met enige regelmaat tot nieuwe inzichten of aanknopingspunten. Dat gevoel heb ik altijd gehad met de muziek van Bjørn Uyens, zowel qua persoonlijke beleving als hoe hij zijn muziek lijkt te ontwikkelen. Hij komt namelijk keer op keer met net weer andere indierock op de proppen, die als een bloem steeds iets meer opengaat maar wel altijd typisch bij deze beroepsmelancholicus blijft passen. Dat begint allemaal in 1997 met zijn geweldige band Dress, waarvan de 3 prachtalbums Self-important (2001), The Image Reduction Plan (2003) en The Confort Collector (2009) zijn verschenen, gevolgd door Dassuad met hun album Drive (2013). Het laatste en enige wapenfeit van deze groep en Uyens tot nu toe, die op veelbelovende wijze een ander meer extrovert geluid aan de dag legt. Uyens werkt met altijd met uitstekende (gast)muzikanten, zoals Maarten Kooijman, Jochem Klijnman, Empee Holwerda, Corno Zwetsloot, Ineke Duyvenvoorde, Cees Appeldoorn en Marg Van Eenbergen. Er is nu een nieuwe band opgestaan rond Bjørn, die luistert naar de naam Viper Mad.
In 2018 richt Uyens alias Dassuad (zang, gitaar, percussie) samen met zijn neef Peter Sprengers aka Peer de Heer (drums) deze band op. Beide kennen een andere muzikale aanvliegroute, maar landen op dezelfde bodem. Uyens heeft van zich laten horen met indierock, al dan niet gelardeerd met postrock en folk, terwijl Sprengers meer het jazzcircuit heeft doorlopen. Dat dit elkaar bepaald niet bijt, blijkt wel uit het debuut First. De groep bestaat inmiddels ook uit Bob Kuijl (rhodes, zang) en King Leo (bas, zang). Ze presenteren 10 songs, die een pakkende cocktail vormen van indierock, dub, coolwave, jazz en zelfs afrobeat. Het levert een ijzersterk en consistent doch afwisselend geheel op, met diverse instant klassiekers die je niet meer loslaten en diep onder je huid kruipen. Viper Mad laat een extrovert en tegelijkertijd sober geluid horen, dat wel gehuld is in een heerlijk melancholische en dikwijls ook nachtelijke atmosfeer. Daar draagt de prachtig emotioneel geladen stem van Uyens zeker aan bij. Ze mogen rekenen op steun van diverse gasten op zang, trompet, gitaar, percussie en vast nog meer. De muziek positioneert zich op eigenzinnige, bescheiden wijze ergens tussen Fink, Matt Bauer, Flying Horseman, Radiohead en The xx. Daar zouden ze het ook buiten onze landgrenzen ver mee kunnen schoppen. Een broeierig, meeslepend en bovenal wonderschoon debuut!”
Week 37 (NNM): Het is mooi om te zien of eigenlijk horen hoe een muzikant in verschillende incarnaties mij kan blijven raken. Dit is ook echt weer helemaal mijn kop thee.

 

16. PHÔS – À L’Oblique (cd, Catgang)
“De muzikale honger van de Franse zangeres, pianiste en componiste Catherine Watine lijkt nog niet gestild. Begin dit jaar is er van haar 14 jaar lopende project Watine namelijk al de prachtige nieuwe cd Géométries Sous-cutanées verschenen. Deze heeft later dit jaar een vervolg gekregen middels een remix album. Watine, die ook deel uitmaakt van het trio This Quiet, heeft nu samen met ene Intratextures de groep PHÔS geformeerd. Ze maken naar eigen zeggen poëtische wave rock. Dat dekt de lading ook wel als ik naar hun debuut À L’Oblique luister. Watine (zang) heeft alle teksten verzorgd en Intratextures (programmering, keyboards, bas, gitaar) de muziek. Ze krijgen daarbij nog hulp van Damien Somville (gitaar, bas, opnames), die eerder ook bij Watine en Marie-Claire Buzy te horen is. Watine zingt en draagt de teksten op sfeervolle wijze voor, waarbij ze me wel doet denken aan een mix van Patti Smith en Marianne Faithfull. De muziek gaat van stemmige synthwave met neoklassieke trekjes naar soms venijnige post-rock. Denk daarbij aan een steeds wisselende hybride van Encre, Arab Strap, Gravenhurst, Phylr en Arca (die met Sylvain Chauveau). Muziek naar mijn hart. Wat een ongelooflijk prachtalbum.”
Week 46: Ja soms weet iets snel te overtuigen. Eerder dit jaar gooide Catherine Watine ook nog hoge ogen met haar nieuwe album van het project Watine en een remix versie daarvan, maar deze was een nog meer een schot in de roos.

 

15. Miët – Stumbling, Climbing, Nesting (cd, Ici D’Ailleurs/ Kshantu)
“Frankrijk heeft een heel rijke geschiedenis als het gaat om bijzondere noisebands. Ook andere muziek hoor, maar hun noise mag er wezen. Groepen als Hint, Deity Guns, Diabologum, Virago, Papaye, Novö, Cheval De Frise, Aucan, Chevreuil, Porcelain, Watermelon Club (met Sylvain Chauveau en Ulan Bator vormen slechts een kleine greep uit het grote aanbod. Daar komt in 2014 Miët bij. Nu vind ik het doorgaans onnodig om andere artiesten neer te halen bij het recenseren van een album van een ander, maar die nieuwe van Kim Gordon vind ik helemaal niks. Dat mag natuurlijk al helemaal niet na alle loftrompetten en hubububub 66 jaar, maar toch wil ik dat hier graag benoemen. Iedereen die namelijk net als ik vind dat Sonic Youth een gapend gat heeft achtergelaten doet er goed aan eens naar het debuut Stumbling, Vlimbing, Nesting van Miët te luisteren, die volgt na een mini uit 2016. Iedereen die mij wel eens leest, weet dat ik niet simpelweg met een copy aan kom zetten, want herhaling van zetten hoeft van niet. Miët is de soloaangelegenheid uit Nantes van Suzy LeVoid, die met bas en haar stem, die schommelt tussen melodieus zingen en geschreeuw, aan de slag gaat. Daar voegt ze nog wat drumprogrammering en loops aan toe om haar songs te voltooien. Dat levert een meer dan overtuigend geheel op. In ruim 47 minuten serveert ze 9 tracks vol noise, experimenten, cold wave en industrial. Ze doet dat overigens op pakkende en goed te volgen wijze, waarbij de zang en kreten in het Engels dat ook eenvoudiger maken. Hoewel ze daarmee een geheel eigen smoel toont, moet je het ergens zoeken tussen Shannon Wright, Made Out Of Babies, Siouxsie & The Banshees, Chelsea Wolfe, Insect Ark, Babes In Toyland en ja ook zeker Sonic Youth. LeVoid weet op gevarieerde en innovatieve wijze een eigengereid en meeslepend geheel te creëren. Wat een ongelooflijk meesterlijk debuut!”
Week 43: Dit is weer zo’n noiseplaat die wat toevoegt. Natuurlijk hoor je er helden van weleer in terug, maar ze geven er zo’n opwindende, eigen draai aan.

 

14. The Pirate Ship Quintet – Emitter (cd, Denovali)
“In 2007 debuteert de Britse groep The Pirate Ship Quintet met hun gelijknamige mini, waarop ze eigenzinnige postrock laten horen. Ik ben dan ook al meteen instant fan. Dan wordt het maar liefst 5 jaar stil, maar keren ze op het prestigieuze Denovali terug met hun eerste langspeler Rope For No-ropers. Ze brengen overrompelende, emotionele precisie bombardementen, die zich haast als een prachtig requiem ontvouwen. De muziek met cello, gitaar, drums, bas, trompet en spaarzame zang is veelzeggend, diepgravend en wonderschoon. Wederom volgt er een stilte, ditmaal van 7 jaar. Deze doorbreken ze nu met hun nieuwe cd Emitter. In een dik uur laten ze 9 composities het licht zien. Het zijn hier Sandy Bartai (cello) van tevens The London Symphony Orchestra, The BBC National Orchestra Of Wales en haar gastoptreden bij Blueneck, Alphie Matthews (gitaar), Jonathan Sturgess (drums), Jonathan Ziapour (bas) en Alex Hobbis (gitaar) die de dienst uitmaken en hier in topvorm verkeren. Nog altijd brengen ze hun eigengereide postrock, maar deze steekt in alle opzichten beter in elkaar. Ze worden daarbij geholpen door zangeressen Emily Hall, Blythe Pepino (Vaults/Mesadorm) en de prijzenwinnende Australische singer-songwriter Emily Barker plus saxofonist Andrew Hayes. Het resultaat bestaat uit een tot de verbeelding sprekende mix van postrock, indie en neoklassiek. Daarbij moet je denken aan een kruisbestuiving van The Evpatoria Report, Mono, Godspeed You! Black Emperor, Anoice, Blueneck, Rachel’s en Red House Painters. Het merendeel is redelijk sereen, maar her en der laten ze ook heerlijk uitbarstingen horen. Het is zo overweldigend goed en mooi allemaal. Hun absolute masterpiece!”
Week 20: Ik denk dat de referenties in deze voor zich spreken, waarbij ik wil benadrukken dat ze echt een eigen smoel hebben. Een album dat je niet eenvoudig van je afschudt, waarvan acte!

 

13. The Bullfight – Eggs & Marrowbone (cd+kunstboek, Brandy Alexander / Sonic Rendezvous)
“Het is maar weinig bands gegeven dat ze kwalitatief hoogwaardige muziek produceren, compleet hun eigen gang gaan, geen knieval maken voor commercie, toch toegankelijk zijn en geschikt voor een breed en zelfs groot publiek. Dat laatste schiet er dan door alle goede bedoelingen in bij The Bullfight. Deze geweldige Nederlandse groep brengt al jaren een donkere mix van folk, pop noir, dark cabaret en bluesrock. Dat levert vanaf 2004 al vijf schitterende studioalbums (inclusief demo cd) en één live album op. De groep is geformeerd rondom tekstschrijver Nick Verhoeven (zang, achtergrondzang) en muziekschrijver Thomas van der Vliet (gitaar, (optigan) orgel, klokkenspel, samples, percussie, mellotron, omnichord), tevens labeleigenaar van Brandy Alexander Recordings. De groep bestaat verder uit André van den Hoek (drums, percussie), Eddie Kuijpers (bas, contrabas), Tim Moerkerken (piano, orgel, Rhodes, noise) en Esther Vroegindeweij (viool).
De dood behoeft dan weer geen introductie, want daar blijven we liever ver uit de buurt. Dat wil zeggen in het dagelijks leven, tenzij je wellicht een zekere afwijking hebt. Muzikaal gezien is het echter een dankbaar thema. Dan heb ik het niet over de dood achteraf, die dikwijls middels een fraai requiem herdacht wordt, maar echt over de meer actieve, bloedige zaken. Het heeft zelfs een eigen genre gekregen dat “murder ballads” heet, wat tevens een titel is van een album van Nick Cave & The Bad Seeds. Bekende artiesten als To Waits, Sting, Bruce Springsteen, Gillian Welch en Johnny Cash hebben eveneens “murder ballads” op hun naam staan. Maar ook Music To Be Murdered By van Alfred Hitchcock, de “Dead & Gone”-serie op het Trikont label en de bloedige onderwerpen die The Doomed Bird Of Providence op hun albums gebruiken, zijn nog enkele voorbeelden hiervan. Men is door de eeuwen heen gefascineerd door hetgeen misschien ietwat luguber is. De “murder ballad” echter, heeft doorgaans een meer warme en romantische uitstraling.
Voor hun nieuwste album Eggs & Marrowbone snijdt (sorry) The Bullfight dit thema ook aan. Daarbij mogen ze nog rekenen op diverse usual en unusual suspects op gitaar, vleugelhoorn en met name zang, waaronder Mark Ritsema, Daisy Cools en Birgit Schuurman. In 32 minuten schieten er 10 songs voorbij. Daarbij komen de bezongen personen op allerlei manieren (cyanide, pistolen, messen, kussens) aan hun einde. Toch gaat het eigenlijk ook heel vaak en vooral over liefde. Een “murder ballad” gaat ook dikwijls over de angst om iets kwijt te raken. The Bullfight weet dit allemaal op sublieme wijze te doen. Hun nachtelijk romantische mix van pop noir, blues-, art- en folkrock, dark cabaret, filmische en soms ook jaren 60 swing elementen weet je volkomen in de houdgreep te nemen. De prachtig zware, Cave-achtige zang van Nick krijgt met enige regelmaat fraai tegenwicht van de diverse zangeressen. Los van de teksten klinkt het gewoonweg bloedmooi (oeps) en heerlijk melancholisch. Het is muziek die liefhebbers van Nick Cave & The Bad Seeds, The Doomed Bird Of Providence, Tindersticks, The Triffids, The Dresden Dolls, Misophone en Gry wel aan zal spreken. Het enige misdrijf dat ze hier begaan is eigenlijk dat dit alles nog wel langer had mogen duren.
Maar…..dit is dan ook niet alles. Bij de cd (in mijn geval) of de lp (bij mensen met ruimte en drang om te draaien) zit namelijk nog een A4 formaat kunstboek van zo’n 120 pagina’s. Het is een verzameling van alles dat met het thema/genre te maken heeft, zoals tekeningen, gedichten, foto’s, schilderijen, etsen en collages maar ook interviews en de teksten van het album met alle credits. Ongeveer 100 artiesten hebben hieraan meegewerkt. Henk Schiffmacher, Meindert Talma, Mick Harvey, Klaas Knooihuizen, Theo Sieben, Bart Chabot en Erwin Zijleman om er een paar te noemen. Het is een indrukwekkende en fascinerend mooie bundeling van kunstvormen geworden, waarbij de muziek als uitstekende soundtrack dient. Of omgekeerd, maar daar kan ik zo even geen term voor bedenken. Al sla je me dood. Het is een overdonderend eerbetoon aan het genre geworden. Een monumentaal kunstwerk met internationale allure!”
Week 45: 13, lucky for some! The Bullfight slachtoffert in elk geval een hoop eindejaarskandidaten (en terecht).

Luister Online:
Lullaby & The Ballad Of Aurely

 

12. Shannon Wright – Providence (cd, Vicious Circle)
“Hoeveel cd opruimingen ik er ook op na ga houden, sommige “darlings” zullen altijd blijven. Eén daarvan is de Amerikaanse singer-songwriter Shannon Wright. De liefde is al zo’n 24 jaar terug gestart met haar band Crowsdell, waarmee ze twee albums heeft gemaakt. Daarna gaat ze succesvol solo verder. Haar sound varieert nogal, namelijk van postrock tot meer verstilde piano georiënteerde muziek, maar draagt altijd dat typisch melancholische, zoetgevooisde Shannon Wright-stempel. Ze heeft inmiddels 10 solowerken plus één met Yann Tiersen uitgebracht. Menig album van haar wil nog wel eens z’n weg vinden naar mijn eindejaarslijsts. Er staat geen maat op haar kwaliteit en originaliteit. Nu is haar elfde album Providence een heugelijk feit. In een goede 32 minuten laat ze 7 songs de revue passeren. Ditmaal zijn het vooral ingetogen pianogestuurde songs met verstrooiende, sfeervolle elektronica op de achtergrond, die de dienst uitmaken naast haar bedwelmende bitterzoete zang. Dat alles weet me zoals wel vaker bij haar muziek heel diep te raken. Het is voer voor de fans van PJ Harvey, Blonde Redhead, Cat Power, Lisa Germano en Julie Doiron, al heeft Shannon Wright toch vooral een eigen sound in huis. Hoe ze het keer op keer weet te flikken is mij een raadsel, maar ze brengt gewoon weer een (zoveelste) hartverscheurend mooi album.”
Week 42: Deze bijzondere dame loopt al jaren als een rode draad door mijn muzikale leven heen, gewoonweg omdat ze me zo diep weet te raken. En zelfs als een album niet naar een hoger niveau gaat, weet ze ver boven de middenmoot uit te steken

 

11. Machinefabriek – With Voices (cd, Western Vinyl / Konkurrent)
“Rutger Zuydervelt komt zo vaak met een nieuw, vernieuwend, ander en kwalitatief hoogwaardig werk aanzetten, met name met zijn Machinefabriek, dat het eigenlijk niet meer nodig is om te vermelden dat hij ook in groepen als Shivers, Cloud Ensemble, CMKK, DNMF, Piiptsjilling en FEAN terug te vinden is. Of naast artiesten als Mariska Baars, Leo Fabriek, Radboud Mens, Roel Meelkop, Gareth Davis, Wouter Van Veldhoven, Dag Rosenqvist, Dirk Serries, Celer, Tim Caitlin, Peter Broderick, René Aquarius, Freiband, Soccer Committee, Aaron Martin, Steve Roden, Stephen Vitiello, Steinbrüchel, Sarah Payton, Ilia Belorukov, Steven Hess, Sergey Kostyrko, Neil Welch, One Man Nation, Chris Dooks, Sanja Harris, Sergio Sorrentino, Minus Pilots, Edita Karkoschka, Gareth Hardwick, Andrea Belfi, de gebroeders Kleefstra, Anla Courtis, Subterraneanact, Jaap Blonk, Orphax, Anne Bakker en Michel Banabila. Dus laat ik dat maar niet doen. Met Machinefabriek brengt Rutger doorgaans een breed palet aan elektronische muziek naar buiten, van drones, experimentele muziek en noise tot ambient, neoklassiek en minimal music. Deze produceert hij voor reguliere en conceptuele studiowerken, maar ook voor documentaires, dans, installaties, films en overige producties. Het merendeel daarvan is instrumentaal, maar er zijn fraaie uitzonderingen. Onder zijn eigen naam bijvoorbeeld op Stay Tuned (2014) en als Machinefabriek samen met Peter Broderick ook op Blank Grey Canvas Sky (2009).
Zijn nieuwste album getiteld With Voices, wordt op het internationaal opererende Western Vinyl label uitgebracht. Niet dat hij om bekendheid verlegen zit, maar het boort wellicht een breder publiek aan. De titel verklapt natuurlijk direct dat er hier wel degelijk stemmen in het spel zijn. Het zou echter Zuydervelt niet zijn als hij hier niet op creatieve wijze mee om zou zijn gegaan. De stemmen worden hier namelijk als instrument ingezet. Met cassetterecorders, toongeneratoren, radio’s, synthesizers en andere apparatuur heeft hij één lang soundscape van 35 minuten gemaakt en de diverse vocalisten uitgenodigd daarop te improviseren, waarbij ze mogen praten, lezen, zingen of woordeloze keelachtige klanken produceren. Hun reacties staan in feite aan de basis van hetgeen hier in 8 composities van samen een goede drie kwartier eruit is gerold. Zuydervelt mag hier rekenen op bijdragen van Terence Hannum (The Holy Circle, Locrian), Chantal Acda (Distance Light & Sky, Sleepingdog, Chacda, Stasola, True Bypass), Peter Broderick, Marianne Oldenburg (Ode To The Quiet), Zero Years Kid aka Joachim Badenhorst, Richard Youngs (ILKK, AMOR), Wei-Yun Chen (aanstichtster van dit project) en Marissa Nadler. Een waar sterrenteam. Veel belangrijker is dat het ook bijzondere en fraaie muziek oplevert. De stukken vormen een steeds wisselend patchwork van ambient, noise, veldopnames en experimentele elektronische sounds waar de stemmen of beter gezegd stemgeluid als het ware doorheen gevlochten zijn en de naden aaneen naaien. Bijna nergens wordt er echt gezongen, wat een soort rudimentaire songs oplevert, waarbij de stemgeluiden toch voor een veelzeggende bijdrage zorgen. Hoewel de stukken an sich behoorlijk complex in elkaar steken, blijft het toch overal redelijk doorwaadbaar. Maar dat heeft ook er alles mee te maken dat de muziek je gewoonweg in de houdgreep neemt, zowel door de intrigerende vondsten als de gewoonweg unieke pracht die er vanuit gaat. Denk daarbij aan een mysterieuze combinatie van AGF, Tujiko Noriko, Grouper, Tim Hecker, Jaap Blonk, Art Of Noise en Locust (Mark Van Hoen). Machinefabriek weet opnieuw te verrassen met een ander, maar subliem album. Om 2019 maar eens wonderschoon en stemmig te openen!”
Week 3: Stemmig openen en er aan de afsluiting nog bij zijn. Machinefabriek is een instituut, een legendarische muzikant, die absoluut al jaren het verschil weet te maken.

 

10. Banabila – Uprooted (cd, Tapu Records)
“Ik heb al vaker gezegd dat de innovatieve en toonaangevende muzikant, producent en componist Michel Banabila zo in de Made To Measure serie van Crammed Disc zou passen. Dit omdat hij werk maakt waaraan met zich kan spiegelen en waarmee men zich kan meten. Dat geldt, net als de overige artiesten in de serie, niet voor alle albums die hij gemaakt heeft, al zijn ze stuk voor stuk van hoge kwaliteit, maar er zijn er wel veel. En dat al meer dan 35 jaar en in zoveel verschillende disciplines.
Voor degenen die hem niet kennen, zal ik het nog even samenvatten:
Vanaf 1983 (en de laatste paar jaren) maakt hij onder zijn eigen naam, al dan niet verkort tot Banabila, experimentele elektronica, gevolgd door Chi met experimentele ambient, het baanbrekende crossoverproject East Meets West met broeierige wereldmuziek, Byzantium met de downtempo ambient, Cloud Ensemble met experimentele ambient en als gast bij de triphop groep Flying Dutchman. Daarnaast werkt hij onder meer met Zenial, Yasar Saka, Hannes Vennik, Scanner, Radboud Mens, Philippe Petit, Mete Erker, Oene van Geel, Maarten Vos en niet in de laatste plaats Machinefabiek en Eric Vloeimans. Met Machinefabriek laat hij eerder dit jaar het geweldige album Entropia het licht zien, wat alweer hun vijfde samen is. Met de fantastische trompettist Vloeimans wint hij met het derde deel uit zijn zogeheten “VoizNoiz – Urban Soundscapes”-serie zelfs een Edison Jazz Award. Zijn oeuvre omvat reguliere (concept)albums, maar ook muziek voor dans-, film-, televisie-, video- en theaterproducties. Hij heeft genres als ambient, jazz, wereldmuziek, neoklassiek, experimentele muziek, filmmuziek, musique concrète en nog wel meer doorkruist. Hij onderzoekt altijd zonder beperkingen alle verbindingen tussen mens en materie en plaatst die in een compleet uniek kader. Dat brengt hem telkens weer op nieuwe gronden, hetgeen hem uniek maakt.
Banabila is nu terug met het conceptuele en ambitieuze album Uprooted. Hij heeft een orkestraal werk gecreëerd, maar niet in enge zin dat het gaat om een groep instrumenten die op synchrone wijze een vooraf opgesteld patroon afwerken. Eigenlijk is het juist het doel om dit te ontwrichten, door elektronica in zowel het instrumentarium als in het compositieproces te gebruiken. Daarbij is het opnameproces minder belangrijk dat wat je aan geluid hoort en ervaart. Als bijvoorbeeld een basklarinet trilt en pulseert tegen een piano, is dat in deze definitie orkestraal. Goed, dat is erg theoretisch allemaal misschien, maar dan weet je waar het bijzondere, soms haast niet te definiëren geluid vandaan komt. Banabila gaat aan de slag met elektronica en samples en krijgt steun van cellist Peter Hollo (Tangents, Fourplay), basklarinettist Gareth Davis (A-Sun Amissa, Shivers, Mere, Maze, Oiseaux-Tempête, Birdt, The Whalers Collective), toetsenist/elektronicaman Alex Haas (Cypher 7, Bill Laswell, Kronos Quartet), gitarist Stijn Hüwels (Silent Vigils), altviolist en violofonist Oene van Geel (Cloud Ensemble, Zapp String Quartet, Estafest) en (contra)bassist Gulli Gudmundson. Op papier al een superorkest, dat dus heerlijk ontworteld wordt door Banabila. Maar de muziek mag er ook wezen in deze 5 langgerekte stukken. Deze houden het spannende en tot de verbeelding sprekende midden tussen neoklassiek, minimal music, drones, experimentele en filmmuziek. Daarbij weet Banabila zoals wel vaker een surrealistische sfeer te scheppen, die je compleet weet mee te voeren en zorgt voor bezinning. Daar dragen de op sopraanzang lijkende geluiden ook aan bij Denk bij dit alles aan een licht bevreemdende kruisbestuiving van Colin Stetson, Hildur Guðnadóttir, Philip Glass, Dictaphone en Sarah Davachi. Dit is nu precies zo’n toonaangevend meesterwerk, waar ik in de inleiding al op doel. Meeslepende, majestueuze en bovenal diepgravende pracht.”
Week 16 (NNM): Banabila is eveneens een muzikale held voor mij. En lang ook al en met zoveel verschillende disciplines. Dit album heb ik veel opgezet en heeft zich diep geworteld in mij.

 

09. Oiseaux-Tempête – From Somewhere Invisible (cd, Sub Rosa)
“Je hebt van die projecten, die zoveel meer zijn dan de som van de participerende muzikanten. Dat geldt bijvoorbeeld voor Godspeed You! Black Emperor en misschien nog wel meer voor hun zijproject Set Fire To Flames. Het is ook zeker van toepassing op het muzikaal gezien enigszins verwante Franse Oiseaux-Tempête. Deze wordt in 2012 opgericht door de Franse multi-instrumentalist Frédéric D. Oberland (Le Réveil Des Tropiques, Foudre!) en bassist Stéphane Pigneul (Sealight, Heligoland, Norma Loy, Object),die beide ook actief zijn in FareWell Poetry en The Rustle Of The Stars. Inmiddels hebben ze al drie studio albums, een liveplaat, een kliekjesalbum en een split met The Bunny Tylers uitgebracht. Ze brengen doorgaans innovatieve kruisbestuivingen van avant-garde, kraut- en post-rock, psychedelica en allerhande intrigerende experimenten, die genre- en tijdsgrenzen overstijgen. Daarbij mogen ze altijd rekenen op een keur aan gastmuzikanten. Voor hun vierde studiowerk From Somewhere Invisible krijgen Oberland (gitaar, solina string ensemble (analoge synthesizer), mellotron, fluit, altsaxofoon, Moog) en Pigneul (bas, modulaire systemen, Moog) zoals vaker steun van zanger G.W. Sok (ex-The Ex, King Champion Sounds, Cannibales & Vahinés) en toetsenist Paul Régimbeau (Mondkopf). Daarnaast geven ook violiste Jessica Moss (A Silver Mt. Zion, Black Ox Orkestar, The Geraldine Fibers), buzuk-speler/toetsenist Radwan Ghazi Moumneh (Jerusalem In My Heart, Land Of Kush) en percussionist/drummer Jean-Michel Pirès (The Marries Monk, Mendelson, Headphone, Bruit Noir) acte de présence. Het is en blijft een internationale supergroep. In ruim drie kwartier komen hier 7 nieuwe creaties voorbij, die weer zorgen voor een meeslepende trip met de bovengenoemde ingrediënten. Toch is het alles behalve een herhaling van zetten, maar nieuwe ideeën die ze op onnavolgbare wijze vorm geven, zij het dat die vorm dynamisch en bepaald niet in beton gegoten is. Op de momenten dat Sok zijn teksten declameert veranderen uiterst psychedelische klanklandschappen zomaar in een poëtische omgeving en kunnen rustieke, bezinnende stukken door schelle saxofoonpartijen en gruizige gitaren plots omslaan naar uiterst onheilspellende stukken. Ook komt het voor dat je van een Westers georiënteerde omgeving plots meegesleurd wordt naar een noisy oriëntaalse setting. Er valt geen peil op te trekken en toch is het allemaal goed te volgen. Oiseaux-Tempête levert een biologerend, meeslepend, spannend en gewoonweg monumentaal album af.”
Week 42: Dit is al jaren zo’n supergroep en stelt ook nooit teleur! Deze nieuwe is zo’n gevarieerde beauty. Daar blijf je jezelf aan laven.

 

08. Clara Engel – Where A City Once Drowned (cd, Clara Engel)
“Clara Engel is een bijzondere Canadese muzikant en zangeres. Ze beschikt over een licht androgyne getormenteerde stem die door merg en been gaat. Naast haar meer songgerichte albums vol apocalyptische folk, gothic folk, experimentele muziek en 4ad-achtige droompop, die overigens altijd skeletachtige en droefgeestig zijn, maakt ze eveneens instrumentale experimentele albums. Vaak krijgt ze hulp van klasse artiesten, al brengt ze doorgaans alles in eigen beheer dan wel op obscure labels uit; soms op cd of cd-r maar vaak ook enkel digitaal. Ze is al tot tweemaal in mijn jaarlijst geëindigd, zo goed vind ik haar muziek. Met name haar album The Bethlehem Tapes (2013) vindt ik subliem, hetgeen ook een hoge notering oplevert. Maar veel is van een ontzaglijk niveau. Nu is ze terug met Where A City Once Drowned met de subtitel “The Bethlehem Tapes II”. Engel (zang, gitaar, guitalele, Hammond orgel,koto) wordt zoals vaker bijgestaan door cellist Taylor Galassi en daarnaast door gasten op zang, banjo, ambient gitaardrone, bas, synthesizer en harmonium. Hiermee levert ze weer 6 bloedstollend mooie songs af. Gedragen breekbare maar zware pracht, die dwars door je ziel snijdt. Op de achtergrond krijg je een soort Labradford, terwijl op de voorgrond Marissa Nadler, Jarboe en Songs: Ohia de rest in lijken te kleuren. Clara Engel is een volslagen unicum en verdient een veel groter publiek dan wel podium met haar magistrale muziek.”
Week 22: Een typische JW artiest heeft men dit wel genoemd. Het is inderdaad helemaal in mijn melancholische straatje en weet ongeveer elke vezel in mijn lijf te raken.

 

07. BEING – A Death In The Family (cd, Trace Recordings)
“Het is herfst, dus we kunnen ons weer opmaken voor de echt melancholische muziek. Alhoewel, in mijn brievenbus lijkt het wel vaker herfst. En soms zijn er plots van die albums, die je meteen grijpen en zelfs zorgen voor kippenvel. Zo ook nu bij de nieuwe van BEING. Dit is het project van Alex Thomas (zang) en Craig Sullivan-Innes (bas, keyboards). Op het Trace Recordings label van Mark Beazley (Rothko) brengen ze in een oplage van slechts 125 hun debuut cd A Death In The Family uit. Ze weten met een paar klanken op de (bas)gitaar warme, maar uiterst droefgeestige ambient of verstilde postrock te creëren, die je meteen bij de lurven grijpt; soms is er niet veel voor nodig. Muzikaal gezien roep dat associaties op met de vroegere Labradford en Rothko, maar als de gitaarklanken wat duidelijker hoorbaar zijn ook Red House Painters. Toch is het vooral de rustige, bedachtzame manier voor de nodige spanning weet te zorgen, die het eigen maakt. Dat is al helemaal het geval als Alex zijn zielenroerselen op fluisterzachte wijze brengt; dan weet het geheel je echt helemaal te narcotiseren. De teksten gaan, zoals de titel al doet vermoeden, niet over vrolijke zaken. Dat maakt ook dat muziek zo invoelbaar is en keihard binnenkomt. Mark Beazley helpt hen nog hier en daar op diverse instrumenten en in (misschien wel) de mooiste track “Hurts” krijg je nog fraai cellospel van Ilmari Ponkala. Door de zang en persoonlijke, intieme sound moet je ook denken aan Daniel Blumberg, Dakota Suite en Thomas Feiner. Een overdonderend prachtalbum.”
Week 40: Ja deze kwam wel even binnen en bleef hangen. Een heel ander album dan veel genregenoten nog wel eens laten horen. Een emotioneel geladen bijzonderheid.

 

06. VanWyck – Molten Rock (cd, Maiden Name/ Concerto Records)
“Begin 2018 wist ik al vrijwel zeker dat het album An Average Woman van de groep VanWyck in mijn jaarlijst zou eindigen. En dat terwijl ik dan, net bekomen van het jaar ervoor, er niet eens aan moet denken. Eigenlijk is VanWyck het alterego van Christine Oele, die in Nieuw-Zeeland is opgegroeid en daardoor ook perfect in het Engels zingt. Hiervoor is ze ook al te horen geweest in de groepen Hit The Boom en Nevada Drive. De naam heeft ze meen ik me te herinneren ontleend aan de achternaam van haar oma. Toch moet je VanWyck vooral zien als een groep, waar naast Oele (zang, akoestische gitaar) ook muzikanten op bas, contrabas, akoestische gitaar, elektrische gitaar, piano, keyboards, drums, violen, altviool, cello en zang hun steentje bijdragen. Ze brengen op hun debuut een zinnenstrelende, tijdloze mix van altcountry, singer-songwritermuziek, Americana en neoklassiek, waarbij de bitterzoete maar fluweelzachte zang van Oele een haast verlammende uitwerking heeft.
Na zo’n anderhalfjaar zijn ze eindelijk terug met de tweede cd Molten Rock. Naast Oele (zang, akoestische gitaar) bestaat de bezetting hier verder (weer) uit Reyer Zwart (bas, toetsen, gitaren), Marjolein van der Klauw (akoestische gitaar, zang), Sander Donkers (elektrische gitaar) en Rowin Tettero (drums). In een kleine 50 minuten brengen ze 12 nieuwe songs, die voor een deel in het verlengde ligt van het debuut. De sobere maar doeltreffende muziek tapt uit dezelfde vaatjes, maar is hier en daar wat meer uptempo. Daarbij leveren ze iets aan magie in voor meer dynamiek; het zal een kwestie van smaak zijn wat de voorkeur geniet. Mijn voorkeur gaat licht uit naar de meer downtempo songs, zoals het kippenvel opwekkende “Be It To The End”. Sowieso gaat er weer een narcotiserende werking uit van die prachtzang van Oele, die alleen maar nóg beter lijkt te zingen. De muziek, die je misschien het best als Americana noir of (inderdaad) nachtelijk gesmolten rock kunt omschrijven, blijft tijdloos en van een adembenemende, bijzondere schoonheid. De harten van de liefhebbers van onder meer Cowboy Junkies, Leonard Cohen, Chantal Acda, Tanita Tikaram, Trespassers William en Natalie Merchant zullen sneller gaan kloppen van dit meeslepende en diepgravende geheel. Ondanks dat het bloedstollend mooi is. “
Week 46 (NNM): De muziek van VanWyck heeft iets puurs en ongrijpbaars, zonder te morsen met onnodig geluid. Het raakt je recht in het hart.

 

05. Chantal Acda – Pūwawau (cd, Chantal Acda)
“Als ik één stem zou mogen inlijsten of mee zou mogen nemen naar een onbewoond eiland, dan is de Nederlandse, inmiddels in België woonachtige zangeres/muzikante Chantal Acda toch een serieuze kandidaat. Ze maakt al zo’n 20 jaar prachtmuziek, zowel onder haar eigen naam (al dan niet naast Bill Frisell) als met Chacda, Distance Light & Sky (met Chris Eckman (Dirtmusic, The Walkabouts) en manlief Eric Thielmans), Sleepingdog (met Adam Wiltzie (Stars Of The Lid, A Winged Victory For The Sullen, The Dead Texan, Aix Em Klemm)), i-H8 Camera, Stasola, Isbells, Marble Sounds, True Bypass (met Craig Ward) en COHO LIPS (met Styrofoam). Daarbij is haar werkelijk bedwelmende zang een sterke troef. Eerder dit jaar is Chantal ook te horen op het fraaie Machinefabriek album With Voices. Er staat geen maat op haar kunnen. En in herhaling vallen is niet haar ding.
Dat blijkt ook wel weer uit haar nieuwste in eigen beheer uitgegeven album Pūwawau, een titel die ongetwijfeld voor wat spraakverwarring gaat zorgen op feestjes en dergelijke. Toch is juist de stem een belangrijke factor op dit album. Maar de boodschap die de stem overbrengt misschien nog wel meer. Het is een album geboren uit urgentie, omdat Acda gewoonweg niet anders kon. Zelf zegt ze hierover:

“Ik heb deze muziek/voorstelling geschreven omdat ik niet meer anders kon.

Over de dingen die we vergeten zijn.
Omdat we misschien wel beter kunnen dan dit?
Met z’n allen?

Onze wereld lijkt zoveel nood te hebben aan alles wat er verborgen ligt onder de woorden. Ik ben ervan overtuigd dat juist dat ons kan helpen om terug verbinding te zoeken. Met onszelf én met elkaar. We gebruiken zoveel woorden. We hebben een mening over veel. Maar klopt dit wel? Komen deze letters van de juiste plek? Luisteren we wel? Zang heeft mij altijd een plek voor reflectie gegeven. Voor een diep voelen en ervaren.”

Dat is ook de reden dat Acda (zang, saz, synthesizers) de verbinding is aangegaan met sopraan Sara Leemans, mezzosopraan Jony Overdijk, bariton Arjan Lienaerts en tenor Benjamin Jago Larham. Meerdere stemmen, die op hun eigen manier een verhaal vertellen. Als verschillende karakters in een film, hoorspel of toneelstuk. Verder zijn het Eric Thielemans (drums, percussie, programmering), Laurens Smet (banjo, moog, gitaar, bas), Jozef Dumoulin (rhodes), Katelijne Van Kerckhoven (cello) van Boenox, Jeroen Stevens (marimba) uit DAAU, Michaël Brijs (fluit), Beatrijs de Klerck (viool) en Firas Al Alwani (klarinet) die zorgen voor de brede muzikale inkleuring. Daarbij mag ze ook rekenen op arrangementen van Bedroom Community labelbaas en muzikant Valgeir Sigurðsson, die ook al met Björk, Nico Muhly, Ben Frost en Feist heeft samengewerkt. En dan ook nog eens gestoken een digipack met de fraaie artwork van Rutger Zuydervelt (Machinefabriek).
Acda brengt in een kleine 40 minuten 6 composities ten gehore, die de verbinding met van alles en nog wat zoeken. Stemmen, instrumenten, muziekstijlen en taal. Zo zijn alle titels in Maori, waarbij Pūwawau “periodiek” is in die taal. De songtitels, “Tuhinga”, “Marama”, “Taranga”, “Waiata Tamariki”, “Puoro” en “Tumanako” betekenen respectievelijk “schrift”, “licht”, “toonhoogte”, “kinderliedjes”, “muziek” en “hoop”. Het is bijzonder om haar prachtzang, die zoveel emoties in zich herbergt, te horen tussen de klassiek geschoolde stemmen. Acda lijkt bij hen ook een persoonlijke snaar te raken, waardoor ze dichter bij zichzelf blijven en samen één geheel lijken te vormen. Acda als de brenger van de boodschap, die als een rode draad door alles heen loopt, en de klassieke stemmen ter aanvulling, onderstreping van hetgeen gezegd is of als tegengeluid. Daarbij komen de misstanden van de wereld voorbij, niet waarbij er simpelweg tegen zaken aan wordt schoppen, maar juist over hoe het anders kan. Een klaagzang, maar dan wel één met als doel om hoop en liefde als resultaat te brengen. En ze lijken ook te zeggen dat er maar weinig voor nodig is. Kijk eens wat vaker om je heen in plaats van op je mobiel, speel met je kind(eren), ga naar vrienden, wees minder egoïstisch, brul niet mee op de “sociale” media om de 1000ste mening te geven over iets waar je geen verstand hebt, ga de natuur eens in en ga er dan zuiniger mee om, roep niet iets over bijvoorbeeld de Oostvaardersplassen als je niet eens weet waar het ligt of iets van paarden weet. Oké, misschien draaf ik nu wat door, maar het zijn dingen die de muziek op een fraaie manier in me oproept. En eigenlijk is het ook echt kinderlijk eenvoudig om het anders te doen. Zoals kinderliedjes wellicht ietwat simpel kunnen zijn, maar wel oprecht en goed in elkaar steken en de breed gedragen worden.
Muzikaal gezien is er ook lastig een vinger op te leggen, want ook hier zoekt Acda de verbinding met van alles en nog wat. In feite is het een caleidoscopische en ietwat bevreemdende kruisbestuiving van minimal music, klassiek, singer-songwritermuziek, folk, avant-garde en lichte experimenten. Het steekt hoe dan ook geweldig in elkaar en is tot de allerlaatste seconde spannend en meeslepend. Ik kan zeggen dat je het ergens moet zoeken tussen Acda’s solowerken, Philip Glass, Robert Moran, John Adams, Nicholas Lens, Liesa Van der Aa en zelfs Swans, maar dit is iets dat jezelf moet ervaren. Het is hoopvol, troostvol, bij de strot grijpend en tevens buitengemeen wonderschoon wat Acda hier laat horen. Van alle dingen die we vergeten zal dit meesterwerk er geen zijn.”
Week 46 (NNM): Uitgekomen in dezelfde week als die hierboven. En wat heeft Acda weer een uniek exemplaar afgeleverd. Schoonheid, emotie en artistieke vondsten dartelen om elkaar heen.

 

04. Kronos Quartet with Mahsa & Marjan Vahdat – Placeless (cd, Kirkelig Kulturversted / Xango Music Distribution)
“Alleen op papier al is de combinatie van Kronos Quartet met de Iranese zussen Mahsa en Marjan Vahdat al een gedroomde en wereldse combinatie. Het legendarische Kronos Quartet wordt in 1973 al opgericht door violist David Harrington, die vanaf 1978 door de huidige tweede violist John Sherba wordt vergezeld. De groep kent nogal wat wisselingen in de line-up maar bestaat tegenwoordig verder uit altviolist Hank Dutt en celliste Sunny Yang. Het combo laat al vanaf het begin een breed geluid horen, waarbij ze zowel werken van hedendaagse componisten (Steve Reich, Arvo Pärt, Henryk Górecki, Philip Glass, Terry Riley) als oude meesters uitvoeren, met vaak excentrieke shows. Daarnaast zijn ze vermaard om de fusies die ze aangaan met andere genres als tango, jazz, volksmuziek, filmmuziek, experimentele muziek en zelfs rock, hetgeen ze ook nog wel eens met artiesten uit de genres samen doen. Kortom, een groep met een open mind en een onbegrensd bereik. Masha en Marjan Vahdat zijn jaren geleden naar Noorwegen uitgeweken om hun muziek te kunnen maken, die ze meestal op het het Noorse kwaliteitslabel Kirkelig Kulturverksted uitbrengen. Na de Islamitische revolutie in 1979 is het in Iran namelijk onmogelijk geworden voor vrouwen om kunst te maken. De zussen weigeren het zingen echter op te geven. Ze maken diverse albums samen, maar ook diverse solowerken. Mahsa is tevens meer te horen in diverse samenwerkingsverbanden. Maar wat ze ook maken, hun zang is telkens weer het oorstrelend middelpunt. Beide beschikken over een betoverend mooi droefgeestig geluid waaruit universele emoties spreken, zodat de muziek -of je het nu verstaat op niet- toch zal begrijpen. Op uitnodiging van het Kronos Quartet heeft Mahsa Vahdat 14 nummers gecomponeerd voor zowel klassieke Perzische (Hafez, Rumi) als hedendaagse gedichten (Forough Farrokhzad, Mohammad Ibrahim). Daarbij krijgen ze hulp met de arrangementen van Sahba Amenikia (Iraan/ Amerikaans), Aftab Dervishi (Iraans/ Nederlands), Jacob Garchik (Amerikaans) en Atabak Elyasi (Iraans), wat ook de brede internationale aanpak nog maar eens laat zien. Ook hier laten de zusjes hun geweldige zangkunsten horen, waar je gewoonweg kippenvel van krijgt zo mooi. Mahsa neemt 7 songs voor haar rekening en Marjan is in 4 nummers solo te horen. Daarnaast brengen ze ook nog 3 duetten. Alleen dat is de aanschaf van dit album al waard, maar dan krijg je ook die ongelooflijk wonderschone muzikale omlijsting van het Kronos Quartet. Het brengt je naar ongekende plekken waar universele, adembenemende schoonheid en vriendschap heersen.”
Week 10: En eigenlijk heb ik niets toe te voegen aan die laatste zin. Een op en top wereldalbum!

 

03. Dave – Psychodrama (cd, Neighbourhood Recordings)
“Ik word pas even fijn gewezen op het eerder dit jaar verschenen debuut Psychodrama van de Britse rapper Dave. Goede tip van diens naamgenoot DS. Dave is de artiestennaam van David Orobosa Omoregie, die zich ook wel Santan Dave noemt, hetgeen wellicht een handiger alias was geweest gezien de vele andere Dave’s. Maar enfin, dat doet niets af aan de muziek. Het album is als een soort therapiesessie opgebouwd, waarbij hij zoals dat hoort in deze zijn hart lucht. Op pakkende en bovenal openhartige wijze laat Dave horen wat hem dwarszit. Onder meer het toenemende racisme en überhaupt harder moeten knokken als zwarte man in de huidige maatschappij komen aan de orde. Maar ook ongewenste zwangerschap en het feit dat zijn broer vastzit voor betrokkenheid bij een moord, waardoor hij één van de mensen waar hij tegenop keek kwijt is. Echt een confronterend open boek, dat ook in sterke hip hop wordt verpakt, aangevuld met fraaie piano- en strijkpartijen. Daarbij vindt hij ook een stel sterke producers aan zijn zij. De muziek doet me soms wel wat aan DJ Shadow denken, terwijl de rest eerder richting Stormzy en Xxxtentacion gaan. Hip hop, die op een meer gevoelige, emotionele manier gebracht wordt maar daardoor juist kracht uitstraalt. Het is bepaald geen glad of gemakkelijk geheel geworden. De hoogtepunten voor mij zijn toch wel het prachtige “Black” en met name het 11 minuten durende nummer “Lesley”. Maar ook de rest is van een ongekend hoog niveau. Groots!”
Week 29: Ik geloof niet dat ik vaak een hip hop (gerelateerd) album zo hoog op mijn jaarlijst heb gehad, maar Dave vertelt een verhaal. Er zit een zekere urgentie achter, die gehoord moet worden. Het heeft mij in elk geval enorm aangegrepen en ik besteed in mijn Senzor AM sessie rondom deze lijst ook tijd aan de twee genoemde tracks.

 

02. Billie Eilish – When We All Fall Asleep, Where Do We Go? (cd, Darkroom/ Interscope)
“Eerder dit jaar schrijf ik ten onrechte dat Don’t Smile At Me het debuut is van de Amerikaanse artieste Billie Eilish. Het blijkt een veredelde mini met vele extra’s, die twee jaar na de oorspronkelijke verschijningsdatum ook hier landt. Billie Eilish, voluit Billie Eilish Pirate Baird O’Connell, maakt de muziek als ze 15 jaar is. Onwaarschijnlijk haast als je hoort hoe veelzijdig, complex en artistiek ze hier al te werk gaat. Ze brengt weirde pop, waar ook flamenco, trap, soul en folk geïncorporeerd worden. Met een acterende broer Finneas O’Connell en ouders actrice Maggie Baird en acteur Patrick O’Donnell, waarvan een deel ook muziek maakt, kan je gerust stellen dat creativiteit in de familie zit. Dat bewijst de inmiddels 17-jarige nu met haar heuse debuut When We All Fall Asleep, Where Do We Go?, waarop ze 14 nummers het licht laat zien, die door haar broer geproduceerd worden. Wederom grijpt ze breed en uiterst smaakvol om zich heen. Eigenlijk komen de eerder genoemde stijlen wel voorbij, maar tevens dark ambient, pianomuziek en electro. Haar typische, tikje onheilspellende zang en de duistere sfeer en onderwerpen lopen als een rode draad door het geheel heen. Net als haar vorige werk dienen ook hier Lana Del Rey, Zola Jesus, Soap & Skin, Roslía, Ibeyi, James Vincent McMorrow en Laura Marling de referentiepunten. Zo jong en nu al de belofte ver voorbij. Echt een fantastisch debuut van dit volslagen unicum.”
Week 14: Misschien had Eilish wel gewoon mijn nummer 1 van dit jaar moeten zijn, maar zoals eerder aangegeven is er één die ik nog veel vaker heb gedraaid. Eilish, nu net 18, toont aan dat popmuziek wel degelijk samen kan gaan met originaliteit, innovatie en een zekere complexiteit. Alle vooroordelen zaagt ze onder je vandaan. Dit belooft nog wat voor de toekomst!

 

01. Mono – Nowhere Now Here (cd, Pelagic)
“De Japanse groep Mono is in 1999 opgericht en bestaat nu dus 20 jaar. Om dat luister bij te zetten, komen ze nu met hun tiende door Steve Albini geproduceerde album Nowhere Now Here. Ze maken doorgaans postrock die zwaar leunt op gitaren, maar tevens regelmatig afgewisseld of omwikkeld worden door prachtige orkestraties. De groep bestaat tegenwoordig uit Takaakira “Taka” Goto (gitaar), Tamaki Kunishi (bas, piano, zang), Hideki “Yoda” Suematsu (gitaar) en de nieuwe aanwinst Dahm Mario Santo Majuri Cipolla (drums). Daarbij mogen ze hier rekenen op zes violisten, vier cellisten en twee trompettisten. Ik vind deze band al vanaf het eerste uur geweldig, maar hier leveren ze in een goed uur 10 nummers af die hun weerga niet kennen. Dat geldt zowel voor de meer rustieke en bezinnende als de verpletterende, imposante harde stukken. Hoewel er ook combinaties van beide voorkomen. Maar de oprechte melancholiek lijkt eruit te spatten en van alles, zacht en hard dus, gaat een zinnenstrelende narcotiserende werking uit. Tamaki laat hier voor het eerst haar zang horen en die mag er wezen. Het doet wel aan Sigur Rós denken, terwijl de muziek verder het fraaie midden houdt tussen Mogwai, Godspeed You! Black Emperor en Anoice. Van het begin tot het eind zit ik hier met bergen kippenvel. De opbouw is geweldig, de erupties werkelijk overrompelend en de orkestraties hemels. Dit is, ondanks het ontzaglijk hoge niveau van alle voorgangers, hun absolute magnum opus. Tot nu toe dan, want de groep lijkt alleen maar beter te worden. Ik ga het gewoon zeggen: nu al een jaarlijstjeskandidaat!”
Week 5: Jaja, week 5 en toen al een jaarlijstkandidaat. Ik had er op mijn shortlist al uitroeptekens achter gezet. Misschien niet zo origineel als de dame hierboven, maar potverdikkie wat weten deze Japanners aan de grond nagelende pracht en kracht fraai te combineren. Spreekwoordelijk grijsgedraaid deze cd!

 

De prachtige 105 nummers 21:
ALA.NI – Acca (A+lso/ Larde Darde/ Sony)
Alder & Ash – The Crowneater (Mendicant/ Adrian Copeland)
Amp – Entangled Time (Sound In Silence)
Ashtoreth – Rites I & II (Cyclic Law)
A-Sun Amissa – For Burdened And Bright Light (Gizeh/ Consouling Sounds)
Angelo De Augustine – Tomb (Asthmatic Kitty)
Areni Bagdadi – Bloom (ECM)
Banabila & Machinefabriek – Entropia (Eilean Rec)
Michael Begg – Vanitas (Omnempathy)
Joep Beving – Henosis (Deutsche Grammophon)
Iva Bittová & Paolo Angeli – Sul Filo (AnMa Productions/ ReR)
Black To Comm- Seven Horses For Seven Kings (Thrill Jockey)
James Blake – Assume Form (Polydor)
Rhett Brewer – The Thaw (Rhett Brewer)
The Bulgarian Voices Angelite – Heritage (Jaro)
Chasms -The Mirage (Felte)
Deaf Center – Low Distance (Sonic Pieces)
Death And Vanilla – Are You A Dreamer? (Fire)
Sarah Davachi – Pale Bloom (W.25th)
Elias Dris – Beatnik Or Not To Be (Vicious Circle)
Ex:Re – Ex:Re (4AD)
Feverdreamt – Melantant (Blackjack Illuminist)
William Ryan Fritch – Deceptive Cadence: Music For Film Vol. 1 & II (Lost Tribe Sound)
The Girl Who Cried Wolfe – A(R)MOR (The Girl Who Cried Wolf)
Cherry Glazerr – Stuffed & Ready (Secretly Canadian)
Eerie Wanda – Pet Town (Joyful Noise)
Sharon Van Etten – Remind Me Tomorrow (Jagjaguwar)
The Germans – Sexuality (Unday)
Giardini Di Mirò – Different Times (42 Records)
Gideon Wolf – Replicas (Fluid Audio)
Hammock – Silencia (Hammock Music)
Heathens – Love Songs For Insensitive People (Shyrec/ Ricco Label)
Holly Herndon – Proto (4AD)
Hoodna Orchestra – Ofel (Agogo)
Hunter Complex – Open Sea (Death Waltz Originals)
I Am Oak – Osmosis (Snowstar)
Ilm – Gaya (Fluid Audio)
Immigrant – The Empress (Unmei)
Immigrant – High Valley Home (Unmei)
Jambinai – Onda (Bella Union)
Je T’Aime – Je T’Aime (Manic Depression)
Park Jiha – Philos (tak:til/ Glitterbeat)
Eyvind Kang – Chirality (I Dischi Di Angelica)
Eleni Karaindrou – Tous Des Oiseaux (ECM)
Remy van Kesteren – Shadows (Deutsche Grammophon)
Katie Kruel – The Rise And Fall Of Cannibal Planet (Seja)
Kefaya + Elaha Soroor – Songs Of Our Mothers (Bella Union)
Julia Kent – Tempotal (Leaf)
Michael Kiwanuka – Kiwanuka (Polydor)
Lamb – The Secret Of Letting Go (Cooking Vinyl)
Shannon Lay – August (Sub Pop)
The Legendary Pink Dots – Angel In The Detail (Metropolis)
Lingua Ignota – Caligula (Profound Lore)
Lisabö – Eta Edertasunaren Lorratzetan Biluztu Ginen (cd, Bidehuts)
Loscil – Equivalents (Kranky)
Madonnatron – Musica Alla Puttanesca (Trashmouth)
Kali Malone – The Sacrificial Code (iDEAL Recordings)
Emel Mathlouthi – Everywhere We Looked Was Burning (Partisan)
Leyla McCalla – The Capitalist Blues (Jazz Village)
Thomas Méreur – Dyrhólaey (Preserved Sound)
m1nk – em one en kay (Seja)
Moenje – Klavær (Kirkelig Kulturverksted)
Marissa Nadler & Stephen Brodsky – Droneflower (Sacred Bones)
Nivhek – After Its Own Death / Walking In A Spiral Towards The House (W.25th)
Okada – Life Is But An Empty Dream (n5MD)
Oliver Oat – Juniper Resin (Audio Flamingo)
Oratnitza – Alter Ethno (Fusion Embassy)
Daniel O’Sullivan – Folly (O Genesis)
Pan American – A Son (Kranky)
The Phonometrician – Mnemosyne (Lost Tribe Sound)
Piroshka – Brickbat (Bella Union)
Jessica Pratt – Quiet Signs (City Slang)
Purple Pilgrims – Perfumed Earth (Flying Nun)
Refugees For Refugees – Amina (Muziekpublique)
Lana Del Rey – Norman FUCKING Rockell! (Interscope/ Polydor)
Ritual Howls – Rendered Armor (Felte)
Lucy Roleff – Left Open In A Room (oscarson)
Rothko – Refuge for abandoned souls (Trace Recordings)
Nelia Safaie – Songs From Lands Of Silence (Kirkelig Kulturverksted)
Simon Scott – Soundings (Touch)
She Keeps Bees – Kinship (BB*Island)
Silmus – Laaksum (Volkoren)
The Slow Show – Lust And Learn ([PIAS])
Snowdrops – Manta Ray (Gizeh)
Snow Ghosts – A Quiet Ritual (Houndstooth)
Spindle – MicroExpressions (Spindle)
Sunn O))) – Life Metal (Southern Lord)
Swans – leaving meaning (Mute/ Young God)
Maartje Teussink – Organic Cities (Butler)
These New Puritans – Inside The Rose (Infectious)
Daniel Thorne – Lines Of Sight (Erased Tapes)
Yann Tiersen – Portrait (Mute)
Tindersticks – No Treasure But Hope (Lucky Dog/ City Slang)
Tiny Vipers – Olympic Girls (Milk!)
Tool – Fear Inoculum (Volcano Entertainment)
Transtilla – Transtilla I (Opa Loka)
Trappist Afterland – Insects In Amber (Reverb Worship)
Trash Kit – Horizon (Upset! The Rhythm)
Watine – Géométries Sous-Cutanées (Catgang)
Weyes Blood – Titanic Rising (Sub Pop)
Emily Jane White – Immanent Fire (Talitres)
A Winged Victory For The Sullen – The Undivided Five (Ninja Tune)
Xiu Xiu – Girl With Basket Of Fruit (Polyvinyl)
Xxxtentacion – Skins (Bad Vibes Forever)
Yellow6 – Shifting Sands Of Time (Silber)

Comments

comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.