Het schaduwkabinet: week 50 – 2020

V-Day in het Verenigd Koninkrijk, maar R-Day in ons land. Niet voor een prikkie, maar gewoon gratis en voor niks zijn hier onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Calexico, Nick Cave & Nicholas Lens, Angèle David-Guillou, Pharaoh Overlord, Zbigniew Preisner (2x), Emma Ruth Rundle & Thou, Ellen Schoenaerts, Sigur Rós with Steindór Andersen, Hilmar Örn Hilmarsson And María Huld Markan Sigfúsdóttir, Yellow6 en Various Artists: We Hovered With Short Wings.

 


 

Jan Willem

Calexico – Seasonal Shift (cd, City Slang / Konkurrent)
Ik denk dat de Amerikaanse band Calexico met hun mengelmoes van weemoed, texmex en folkrock na 25 jaar geen introductie meer behoeft. De groep rond Joey Burns en John Convertino is inmiddels gewoon een begrip en live een graag geziene gast. Nu leent hun receptuur zich doorgaans natuurlijk ook prima voor de donkere dagen rond de kerst. Dit jaar hebben ze dan ook besloten hun eerste kerstalbum Seasonal Shift op te nemen. Ze brengen naast eigen nummers ook een paar covers van onder meer Tom Petty en John Lennon. Van die laatste ook gewoon het uitgekauwde “Happy Xmas (War Is Over)”, wat ze gewoon achterwege hadden mogen laten. Dat geldt eveneens als ze wel erg blij op de arrenslee langs roetsjen. Maar, eerlijk is eerlijk, er staat menig pareltje op dat ook bepaald niet zou misstaan op een regulier album. Luister maar eens naar nummers als “Heart Of Downtown”, “Seasonal Shift”, “Nature’s Domain” en “Tanta Tristeza”. Ze krijgen daarbij nog vocale ondersteuning van Nick Urata (DeVotchKa), Gaby Moreno (The Songbirds), Bombino, Gisela João (Atlantihda) en Camilo Lara (Compass), die voor Portugese en Mexicaanse sausjes zorgen. Op voorhand was ik niet zo positief over deze cd, wat vooral kwam door de verkeerde uitgelekte nummers zoals die Lennon cover. Het is derhalve sfeervol album geworden, dat de kerstsok waardig is.

 

Nick Cave & Nicholas Lens – L.I.T.A.N.I.E.S. (cd, Deutsche Grammophon)
Onlangs presenteert de legendarische Australische muzikant Nick Cave nog zijn live in lockdown piano-album, wat ik toch wel erg veel navelstaarderij vind. Cave is nu terug samen met de Belgische componist Nicholas Lens met het album L.I.T.A.N.I.E.S., dat ook in lockdown geschreven is, maar wel echt de moeite waard is. Lens is vooral bekend van zijn drieluik The Accacha Chronicles, waar hij de klassieke wereld samen laat gaan met die van de Bulgaarse vrouwenzang. Cave en hij werken eerder al samen op de opera Shell Shock (2016), maar komen op dit nieuwe werk pas echt goed samen uit de verf. Het is een combinatie van klassieke muziek, minimal music, avant-garde, folk en filmuziek. Daarbij krijg je de goddelijke zang van Clara-Lane Lens, Denzil Delaere en tevens Nicholas L. Noorenbergh. De muziek wordt door diverse musici op strijk- en blaasinstrumenten fraai ingekleurd. Daarbij moet je denken aan een hybride van Philip Glass, Robert Moran, Michael Nyman, Blonde Redhead, Peter Hammill, Clogs en Nico Muhly. Dat klinkt op papier niet alleen mooi, maar is in werkelijkheid echt ook van een andere orde en tevens buiten hetgeen ze beide normaal brengen. De twee leveren hier echt een hun beide overstijgende en geweldige prestatie af.

 

Angèle David-Guillou – A Question Of Angles (cd, Village Green)
Je zal de naam van de Franse muzikante Angèle David-Guillou nogal eens voorbij hebben zien komen in mijn recensies. Naast haar prachtige solowerken onder haar eigen naam en als Klima, is ze eveneens te horen bij Piano Magic, Laudanum, Ginher Ale, Peter Astor, The Go! Team en The Silver Servants. Onder haar eigen naam brengt ze veelal iets tussen neoklassiek, klassiek, Barokke en minimal muziek, dikwijls vergezeld van haar wonderschone zang. Ze is nu terug met haar derde album A Question Of Angles, waar ze 6 composities heeft geschreven voor onder meer een saxofoon octet, een strijkseptet, koor en diverse andere gastbijdragen. Angèle zelf is met minimale zang verder te horen op pauk, basdrum, piano, Moog, accordeon, farfisa, celesta, orgel, cimbaal en gitaar. Ondanks de enorme lijst aan muzikanten brengt ze hier een vrij sober geluid ten gehore. De muziek zit behoorlijk in de minimal music hoek, tevens gelardeerd met neoklassieke elementen. Ze doet hier in feite een eigengereid Philip Glass-je. Het toont eens te meer haar veelzijdigheid en talent aan. Veel belangrijker is dat ze hier weer een volslagen unieke prachtalbum het licht laat zien.

 

Pharaoh Overlord – 6 (cd, Rocket Recordings)
Vroeg in de jaren 90 raak ik verslingerd aan de Finse groep Circle, die in de beginjaren een consistent postrock-geluid laten horen, maar daarna naar van alles en nog wat uitwaaieren. Dat laatste heeft zeker te maken met de grillige kopman en Ektro Records labelbaas Jussi Lehtisalo te maken, die naast Circle ook in tig andere uiteenlopende bands opduikt. Wat in elk geval duidelijk is bij dit alles, is dat hij schijt heeft aan genregrenzen. Eén van zijn bands is Pharaoh Overlord, dat hij aan het begin van deze eeuw start. Ze beginnen als een groep die krautrock, psychedelische rock en stoner op een originele wijze aan de man weet te brengen. Maar Jussi zou Jussi niet zijn om daar weer een twist aan te geven. Ze zijn nu terug met 6, waarbij ik er niet helemaal zeker van ben dat het ook echt hun zesde album is, want tussen de genummerde albums zitten ook nog enkele andere. Hoe dan ook serveren ze hier slechts 5 tracks, maar deze finishen wel na 40 minuten. Ze hebben hierop de hulp ingeroepen van zanger of beter gezegd grunter Aaron Turner (Isis, Sumac, Old Man Gloom, House Of Low Culture, Mamiffer, Lotus Eaters). Samen smeden ze een onwaarschijnlijke las tussen enerzijds disco, krautrock en experimentele elektronica en anderzijds doom, deathmetal en alternatieve rock. Alsof Kraftwerk en Neu! de bühne delen met Skinny Puppy, Killing Joke, Leatherface en zelfs ABBA. Dat totaal niet voorspelbare en bevreemdemde is hetgeen Pharaoh Overlord zo typeert en waarmee ze dikke bonuspunten scoren.

 

Zbigniew Preisner – Lost And Love (cd, Caldera)
Zbigniew Preisner – Angelica (cd, Caldera)
Je hebt grote verschillen binnen de componisten die filmmuziek maken, want een deel maakt muziek die eigenlijk niet zonder beeld kan en er is een kleine groep die muziek kan componeren die van zichzelf overeind blijft. Daartoe behoren bijvoorbeeld Max Richter, Jóhann Jóhannsson, Ennio Morricone, Pascal Comelade, Machinefabriek en ook de Poolse componist Zbigniew Preisner. Met deze componist kom ik voor het eerst in aanraking middels de filmmaker Krzysztof Kieślowski, met onder meer de serie Decalogue (1989) en de overweldigende film La Double Vie De Véronique (1991). Preisner weet altijd een mooie las te smeden tussen (neo)klassiek en folk, dat zowel op zijn soundtracks als zijn reguliere, andere albums. Daarbij werkt hij samen met helden als Lisa Gerrard, David Gilmour en Teresa Salgueiro (ex-Madredeus). Mijn liefde voor zijn muziek is groot. Ik heb kennelijk aan het eind van vorig jaar de soundtrack Lost And Love gemist. Beter later dan nooit, maar nu heb ik deze ook. Het is de soundtrack voor de gelijknamige film van de Chinese Peng Sanyuan. Preisner weet zich als een muzikale kameleon hier weer aan te passen en een sluitende sound neer te zetten, die wederom zonder beeld het luisteren waard zijn. Het is zoals vaker uiterst droefgeestig maar ook wonderschoon en de aanschaf meer dan waard.
Daarnaast is er ook alweer de nieuwe(re) soundtrack Angelica van de gelijknamige film van Mitchell Lichtenstein. Zbigniew Preisner heeft 33 korte stukken gecomponeerd, die zich in een tijdsbestek van slechts ruim drie kwartier afspelen. Dat maakt ook wel dat dit veel meer als filmmuziek overkomt. Toch zijn de uitvoeringen door het Warsaw Philharmonic Orchestra, aangevuld met harp en piano, wel echt wonderschoon. De stukken spreken tot de verbeelding en hebben wat dat betreft ook niet daadwerkelijk de film nodig om indruk te maken en je in vervoering te brengen. De Poolse meester weet als geen ander hoe je op melancholische wijze een fraaie atmosfeer kan neerzetten. Dat betekent eveneens dat er geen grote aardverschuivingen plaatsvinden in zijn muziek, maar dat je gewoon weer mag rekenen op vertrouwde, majestueuze klasse.

 

Emma Ruth Rundle & Thou – May Our Chambers Be Full (cd, Sacred Bones / Konkurrent)
De Amerikaanse zangeres/gitariste Emma Ruth Rundle timmert doorgaans hard aan de weg. Dat geldt zowel voor haar soloalbums, waarmee ze iets tussen alternatieve rock en postrock maakt, als die met de groepen The Nocturnes, Marriages en Red Sparowes. Op het Roadburn festival in Tilburg van vorig jaar heeft ze op het podium samengewerkt met Thou, die op hun buurt meer in de sludge/doom metal hoek zitten en die naast hun reguliere ook met The Body albums hebben gemaakt. Ze zien wel heil in een echte samenwerking. En zo geschiede. De twee presenteren nu samen hun album May Our Chamber Be Full. Volle kamers willen we allemaal wel weer, maar dat kan even niet met mensen maar wel met geluid. Ze produceren een lekkere bak herrie, die het fijne midden houdt tussen grunge, postpunk, metal, hardcore en noise. Dat wordt vergezeld door Emma’s emtioneel geladen, diepe zang, maar ook haar snoeiharde geschreeuw plus die van Thou’s zanger Bryan Funck. Naast rustige zang en behoorlijk wat vocaal geweld, laveert ook de muziek van ingetogen en gevoelig tot keihard en overweldigend. Denk daarbij aan een mix van Nirvana, Chelsea Wolfe, Made Out Of Babies, The Body, Esben And The Witch, Alice In Chains en Today Is The Day. Of nee, denk gewoon niet na en schaf dit kamervullende ijzersterke album gewoon blind aan.

 

Ellen Schoenaerts – Vrijblijvend Advies (cd, Vitrin)
Het vorige album Feiten van het Belgische Ellen Schoenaerts Kwartet heeft diepe indruk op mij gemaakt. Het is een prachtig stemmige ode aan alle facetten van het leven, van de tegenslagen tot de dingen waaraan we ons op kunnen trekken. Haar rauwe, confronterende teksten weet ze met haar sterke zang goed aan de man te brengen. De openingstracks “Ik doe heel erg mijn best om mijn leven leuk te vinden” zet ik veelvuldig op als ik zaken wil relativeren. Voor mijn gevoel is dit album een goede vriend, die ik niet lang geleden heb ontmoet. Maar toch, als ik dit opzoek is dit toch alweer in 2012 geweest. Acht jaar verder, maar toch zo dichtbij nog altijd! Dat typeert een goed album toch wel. Ik zocht dit op toen eerder dit jaar, ik meen april, haar nieuwe album Vrijblijvend Advies is verschenen. Ditmaal onder haar eigen naam en exclusief voor de besteller. De reden dat ik er nu pas over schrijf is dat COVID-19 roet in het eten heeft gegooid en de releasedatum noodgedwongen naar december is verschoven. En ik zat eigenlijk te popelen om dit nieuwe werk te delen, want Ellen is hier op haar best. Ze wordt vergezeld door Liesa Van Der Aa (viool, synthesizer, piano, zang, percussie), Ephraim Cielen (drum, gitaar, zang, synthesizer) en Tijs Delbeke (vocoder, bas, synthesizers, piano, gitaar, zang) plus her en der door Bob Hermans (percussie, synthesizers), Tom Pintens (piano) en Sjoerd Bruil (gitaar). Haar sound is iets meer elektronisch, maar dat doet echter niets af aan de boodschap die ze over wil brengen, die weer in het charmant Nederlands-Belgisch wordt gebracht. Ook qua contemplatieve waarde, intensiteit, oprechtheid en schoonheid boet ze nergens in. Ze kijkt in de spiegel en houdt deze vervolgens aan je voor. Het leidt tot nieuwe inzichten, maar zorgt ook gewoonweg voor een overdonderende schoonheid, die haast zeer doet. Je moet het ergens zoeken te midden van Jacques Brel, Tom Waits, Patti Smith, Mi & L’Au, Dez Mona, Liesa Van Der Aa en Chantal Acda. Opnieuw weet Schoenaerts het leven in alle opzichten eerlijk te belichten, zowel het zoet als het zuur en toch vooral met een hoopvol geluid. Daarbij horen ook tegenslagen. Zo is het leven nu eenmaal. Ellen Schoenaert levert een bij de strot grijpende beauty af. Geen vrijblijvend maar een dringend advies om deze tot je te nemen!

 

Sigur Rós with Steindór Andersen, Hilmar Örn Hilmarsson And María Huld Markan Sigfúsdóttir – Odin’s Raven Magic (cd, Krúnk)
Ik weet nog goed dat omstreeks 1999 voor het eerst de IJslandse band Sigur Rós heb gehoord, die dan al twee jaar bestaat. Dat was echt een magische ervaring met die bijzondere postrock en mysterieuze zang, ook wel hopelandic genoemd. Datzelfde geldt eigenlijk ook voor de solomuziek van de IJslandse meester Hilmar Örn Hilmarsson. Hij heeft verder gewerkt met en deel uitgemaakt van The Hafler Trio (als H3ÖH), Psychic TV, Current 93 en tevens eerder al met Sigur Rós. Beide hebben ze dan weer samengewerkt met Steindór Andersen, die doorgaans IJslandse traditionals zingt. In 2002 heeft Sigur Rós al eens live het orkestrale Odin’s Raven Magic opgevoerd, waarbij ze zich hebben laten inspireren door een IJslands middeleeuws gedicht. Nu brengen ze daarvan een studioversie, samen met de hierboven genoemde artiesten plus María Huld Markan Sigfúsdóttir van Amiina en het Reykjavík Sinfonia. Het is in feite hun eerste reguliere werk sinds Kveikur (2013). Ze brengen hier 8 composities, want zo moet je ze toch wel bestempelen, die samen ruim 65 minuten duren. Naast de hoofdrolspelers wordt de muziek ook fraai ingekleurd door het IJslandse zangkoor Schola Cantorum en het Franse L’Orchestre Des Laureats Du Conservatoire National De Paris. Het levert zinnenstrelend geheel op dat bestaat uit een mix van klassiek, filmmuziek, folk, postrock en lichte experimenten. De joiku achtige zang van Andersen en koorzang passen erg mooi naast elkaar en bij deze muziek. Pas later op het album is de serene hoge zang van Jónsi te horen, die weer dat typische Sigur Rós geluid oplevert. Maar alles is gewoon echt meer dan de som der delen. Met de Noordse mythologie, die als een rode draad door de stukken loopt, weten ze hier een wonderschoon en magisch album neer te zetten. Het eindigt wel met live applaus, zo lijkt het althans, maar dat is ook dik verdiend.

 

Yellow6 – DAYS (merry6mas2020) (cd, Silber Records)
Ik heb een hekel aan kliekjes weggooien. Ten eerste omdat het gewoonweg verspilling is en ten tweede omdat het een prima ingrediënt vormt voor een andere maaltijd of als nog een maaltijd dient. Met muziek gaat die vlieger niet altijd op, tenzij je Jon Attwood heet. Met zijn 22 jaar lopende project Yellow6 produceert hij niet enkel studioalbums, maar ook albums vol outtakes, live opnames, exclusief nieuw materiaal en andere versies of demo’s van bestaande nummers. Dat doet hij sinds 1999 onder de noemer “Merry6mas”. Door de noodgedwongen lockdown, is Attwood veel gaan schrijven. Dat heeft in eerste instantie het prachtalbum Silent Streets And Empty Skies opgeleverd, maar nu komt ook DAYS (merry6mas2020) uit diezelfde koker rollen. Het is meer dan de vorige edities een volwaardig album geworden, dat overigens niets ten nadele van de rest. Het zijn wederom muziek, die vanuit de lockdown is geboren. De eenzaamheid, wellicht de lichte verveling, de tijd om over dingen na te denken en bij zaken stil te staan, maar tevens de gedwongen andere manier va leven hebben geleid tot een enorme bron aan nieuwe muziek. Een deel op dit nieuwe album heeft nog “day” in de titel, met daarachter een getal dat refereert aan de dag van de lockdown waarin het is geschreven en een deel heeft gewone titels meegekregen. Niet alles dat Attwood gedurende de periode van isolatie geschreven heeft paste hier. In 78 minuten komen er 11 nieuwe composities voorbij, vol bezinnende, troostvolle pracht. Als je van onder andere Labradford, Robin Guthrie, Low, The Durutti Column, Roy Montgomery, Windy & Carl en Dirk Serries houdt, zal dit ook passen als een warme jas. In korte tijd levert Yellow6 twee schitterende soundtracks voor deze donkere tijd af. Sweet dreams are made of DAYS.

 

Various Artists: We Hovered With Short Wings (2cd, Gizeh)
In 2002 is Richard Knox eigenlijk zonder vooropgezet plan zijn Gizeh label gestart. Eigenlijk is het eerst begonnen doordat hij cd-r’s voor vrienden maakt. De naam heeft hij ontleend aan een song van wijlen Vic Chesnutt. Ik ben vrij vroeg aangehaakt bij het label en heb er zoveel moois in de diepste zin van het woord ontdekt. Gizeh is in de loop der jaren vooral een eigenzinnig, onafhankelijk en innovatief label gebleken. Misschien dat het motto “The Noise Of Harmony And The Harmony Of Noise” ook wel iets zegt. Het gaat van uiterst rustieke neoklassiek en originele postrock tot aan meeslepende metal en experimentele muziek. De grootste gemene deler is misschien wel de fijne melancholie die de meeste releases rijk zijn. De output van het label is meer dan indrukwekkend te noemen, waarbij er ook altijd detail is voor de coverart. Richard Knox is zelf ook een begenadigd muzikant en terug te vinden in groepen als Glissando, A-Sun Amissa, Shield Patterns, The Rustle Of The Stars en het nieuwe Of Thread & Mist, die ook op Gizeh te vinden zijn. Na 18 jaar helemaal zijn eigen weg te zijn gegaan is nu de 100ste release een heugelijk feit. Het is de dubbel-cd We Hovered With Short Wings. Hierop krijg je 21 exclusieve tracks van artiesten die door de jaren heen bij het label betrokken zijn geweest of er iets op hebben uitgebracht. Dit levert een werkelijk schitterende lijst artiesten op, die allen een bij de strot grijpend stuk hebben gefabriceerd. De liefde voor muziek straalt van het label en de artiesten af en de liefde voor het label is bij de artiesten ook weer goed terug te horen. Hieronder kan je de tracklist zijn en de muziek beluisteren en via de bovenstaande titel kom je op de pagina waar deze te bestellen is. Het één van de meest eigengereide en betere compilaties geworden die ik ken. Een prachtig document om de 100ste op dit fantastische label te zijn!

Comments

comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.