Het schaduwkabinet: week 49 – 2021

De pakjesbus is nogal blijven steken, anders zouden we meer bespreken, zo is het maar net, in onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar:
-Aeon Station,
-Gideon Wolf,
-Kateřina Göttlichová,
-Maja,
-Mogwai,
-Polychron+,
-Signe,
-The Sound/ Adrian Borland,
-Susanna,
-The Tea Party en
-Vėjopatis.

 


 

Jan Willem

Aeon Station – Observatory (cd, Sub Pop / Konkurrent)
Waar kennen we Kevin Whelan van? Juist van de uitstekende indierockers The Wrens, alwaar hij baste en zong. Sinds 2003 is het echter stil rond die band en Kevin is er ook officieel uitgestapt. Nu is hij terug als Aeon Station en de cd Observatory, waar hij ruim 10 aan gewerkt heeft. Tussendoor is hij getrouwd, heeft hij in Azië gewoond en een zoon gekregen, die gediagnostiseerd werd met autisme. Dat is ook een deel waarover dit album gaat, de relatie met zijn zoon. Daarover zegt Whelan:

“Ook al praat hij niet veel en kijkt hij niemand direct aan, je kunt hem toch alles om hem heen zien observeren. De albumtitel weerspiegelt de verhalen in de nummers – elk observeert een bepaalde situatie of gevoel.”

Whelan heeft op het album samengewerkt met Wrens-ledenJerry MacDonald en Greg Whelan evenals Tom Beaujour (Labia, Shake Appeal) en Kevin’s vrouw Mary Ann op zang. De songs gaan van stemmig en bezinnend naar sterke rock die doet denken aan Whelan’s vorige band. Goed nieuws voor de fans dus. Je kan goed horen dat dit album lang heeft gerijpt, want van begin tot het eind klopt werkelijk alles. Het is allemaal wat kwetsbaarder en intiemer dan voorheen, maar het is dan ook een persoonlijk document geworden. Een klass(i)e(k) rockalbum!

 

Gideon Wolf – Objects & Apparitions (cd+ artwork, Fluid Audio)
De Britse componist Tristan Shorr heeft pas op 29-jarige leeftijd besloten een muzikale carrière te starten. En dat doet hij nu bijna 10 jaar met verve onder pseudoniem Gideon Wolf. Hij heeft inmiddels ook de masteropleiding muziekcompositie doorlopen aan de Goldsmiths universiteit. Zijn muziek bestaat meestal uit mooi melancholische en tot de verbeelding sprekende neoklassiek. Vandaar dat hij ook werkt als filmcomponist. Zijn vijfde album op het sublieme Fluid Audio label, Objects & Apparitions, begon eigenlijk als een partituur voor de Britse film “All Those Things” van George Ravenscroft. Maar deze nieuwe cd is meer dan dat en de muziek staat ook zeker op zichzelf. Zijn muziek is altijd al filmisch. Shorr brengt alle strijkinstrumenten, piano en elektronica zelf. Alleen in het slotstuk, de tiende track, krijgt hij steun van cellist Tom Spencer. Shorr brengt gedragen, zware stukken, die net zo droefgeestig als wonderschoon is. Het album gaat dan ook over de ondergang en verdwijning van een man en de ultieme eenzaamheid als er niemand meer aanwezig is. De cd gaat vergezeld van 50 afdrukken van labelbaas Daniel Crossley, die hij genomen heeft tijdens een bezoek aan een verlaten ziekenhuis. De beelden zijn bezoedeld met verlies en afwezigheid, droomachtige beelden van een vergeten plek en ingebeelde geschiedenissen. Bij dit alles zorgt de muziek voor een versterkt effect van wat er uit de beelden spreekt, maar de beelden zorgen ook dat muziek nog aangrijpender wordt. De muziek zit tussen drones, neoklassiek, dark ambient en experimentele elektronica in, al voeren de strijkers wel de boventoon. Liefhebbers van Max Richter, Richard Skelton, Julia Kent, Olan Mill, Deaf Center, Hildur Guðnadóttir en William Basinski doen er goed aan deze overrompelende beauty eens te beluisteren.

 

Kateřina Göttlichová – Zimnice (cd, Indies Scope / Xango Music Distribution)
Kateřina Göttlichová is een Tsjechische zangeres, componiste en multi-instrumentaliste. Ze begint haar muzikale carrière bij Psalteria, die middeleeuws getinte muziek maken. Vanaf 2007 gaat ze door met het geweldige gezelschap BraAgas, die wereldse muziek maken met dikwijls Sefardische invloeden. Ze is tevens actief in Trio Le Moko. Op Zimnice slaat Göttlichová solo haar vleugels uit. Grappig hoe sommige woorden in verschillende talen dichtbij elkaar liggen maar toch iets anders betekenen. De titel betekent in het Tsjechisch namelijk “rillingen”, in het Slovaaks “koud” en in het Kroatisch “winter”. Op het nieuwe album begeleid ze haar fraaie zang met de nyckelharpa (ook wel sleutelharp geheten) en akoestische gitaar en krijgt verder hulp op gitaar, melodica, loops, contrabas en keyboards. De elf nummers die ze hier brengt zijn dikwijls originele Slavische volksliederen, die een mooi contrast vormen met de hedendaagse technologieën die ze er tegenover zet. Zo gebruikt ze het kraken van de akoestische instrumenten om er loops van te maken en levert ze moderne toevoegingen met het keyboard. De nummers hebben uiteenlopende wortels, van de Balkan tot aan Spanje. Het levert een ontwapenend mooi modern wereldalbum op, voor fans van Iva Bittová, BraAgas en Mediæval Bæbes.

 

Maja – Kaftan D’Alma (cd, SevenMuses MusicBooks / Xango Music Distribution)
Fado komt uit Bosnië, dat weet iedereen toch? Nou de in Sarajevo (Bosnië en Herzegovina) geboren Maja Milinković, die tegenwoordig in Lissabon woont, heeft daar haar eigen visie op. De 20-jarige heeft al meermaals aangetoond dat fado prima samengaat met sevdah of sevdalinka, de muziek van de Balkan. Beide muzieksoorten zijn melancholisch en hebben een universeel invoelbare emotie in zich. Dat maakt ook dat ik beide stijlen zo mooi vind. Als Maja heeft ze al 4 albums gemaakt, die een naadloze mix van deze stijlen laat horen. Haar vorige met de titel Fadolinka (2019) is al veelzeggend. Ze laat haar overheerlijke receptuur gewoon weer horen op haar vijfde album Kaftan D’Alma. En daarmee weet ze toch weer te verrassen, mede door de intensiteit en emotie die ze erin legt. Ze heeft een heel krachtige, maar tegelijk gevoelige zangstem. Daarmee voert ze je langs de straten van het prachtige oude deel van Lissabon (Alfama), maar ook de middeleeuwse dorpen van het Balkanschiereiland. Het is bij haar eigenlijk nooit of-of maar en-en. En terecht, want dit is zo anders en toch met diezelfde heerlijke snik van beide stijlen. Alsof je Amália Rodrigues naast Mostar Sevdah Reunion zet. Met kracht en pracht weet ze hier weer meeslepende, grenzeloze taferelen te schetsen, die weinig mensen onberoerd zal laten.

 

Mogwai – ZEROZEROZERO (cd, Rock Action)
Als je wat ouder wordt, is men nog wel eens geneigd te zeggen goede muziek zoals vroeger niet meer gemaakt wordt. Toch ben ik van mening dat er nog altijd steengoede bands geboren worden. Zo is ook het Schotse in 1995 opgerichte Mogwai, toch wel voor mij van een latere periode, uitgegroeid tot een grootse en toonaangevende band. De hard-zacht gitaargerichte postrock (er is ook een elektronische variant van postrock) hebben ze tot een kunst verheven. En ze blijven zonder rare concessies te doen zichzelf vernieuwen, wat ook prijzenswaardig is. Inmiddels zijn ze net als vele andere bands toegetreden tot de wereld van de soundtrack, maar dat doen ze op eigenzinnige wijze ook eigenlijk wel weer heel goed. ZEROZEROZERO, de soundtrack voor gelijknamige miniserie, is al in 2020 digitaal uitgebracht. Nu is deze dan ook beschikbaar op fijne compacte en wat grotere schijven. In bijna 79 minuten laten ze 21 nummers de revue passeren, die de fans zeker wel zullen bekoren. Ook zonder de beelden, want daarvoor is het gewoonweg te goed en spannend. Anders natuurlijk dan een regulier album, maar wel duidelijk met een hun eigenzinnige stempel.

 

Polychron+ – She’s Always Been There (cd, Materiali Sonori)
Als het gaat om de betere avant-garde kan je gerust aankloppen bij het innovatieve Italiaanse label Materiali Sonori, dat al in 1979 is opgericht. Vanuit de hele wereld wordt er muziek uitgebracht, maar ook vele klasse bands uit Italië zelf, want ook door komt zoveel goed werk vandaan. Dat blijkt ook maar weer uit het album She’s Always Been There van Polychron+. Dit is het project van Aurelio Menichi (synthesizers, piano, zang, sax, drummachine, samples) en Gabriele Gai (sound qualifier, gitaar, synthesizers, drummachine, piano), die eerder terug te vinden zijn in groepen als Dubital, The Vinylistic, Lord Chapeau en Smoke Signals. Daarnaast hebben ze samengewerkt met onder meer Steven Brown, Mad Professor, Gilles Martin en Ultramarine. Maar ook op deze nieuwe schijf staan naast de namen van 8 Italiaanse gastmuzikanten een hoop opvallende andere gasten, zoals zanger/violist Blaine L. Reininger (Tuxedomoon, Falling Infinities), zanger Alex Spalck (Pankow), zangeres Anna Domino, zangeres Carmen D’Onofrio, zanger Niconote, pianist Daniele Biagini (Minox) en trompettist Luc Van Lieshout (Tuxedomoon). Deze indrukwekkende line-up zorgt ook voor een rijk en gevarieerd geluid. De 12 songs hebben een gelaagde, gewaagde elektronische basis, die van heel sfeervol naar lekker uptempo gaat, maar nooit de rest overstemd. Daar overheen worden de zang, blaas-, snaar- en vele strijkinstrumenten geplaatst plus de overige elektronische texturen. De teksten komen voort uit persoonlijke ervaringen, van dromen, nachtmerries en visioenen tot herinneringen, teleurstellingen en verdriet. Dat geeft nog eens een extra lading aan de avontuurlijke muziek, die zich ergens op het snijvlak van avant-garde, downtempo, techno, krautrock en wave bevindt. Het is muziek die ook op labels als Crammed Discs, Sub Rosa of Les Disques Du Crepuscule uitgebracht kunnen worden, maar dus zeker ook op Materiali Sonori, die al meer dan 40 jaar dit soort muziek opdelft. Denk grofweg aan een mix van Yello, Tuxedomoon, Alesini & Andreoni en John Cale, al past niets helemaal. Daarvoor is het een te persoonlijk en eigengereid prachtalbum geworden, die een niet makkelijk te duiden sfeer uitademt.

 

Signe – Phonemes (cd, Eclipse Music / Xango Music Distribution)
Ik zal meteen maar met de deur in huis vallen. Het Finse Signe is een fenomeen! Ze noemen zichzelf een zusterschap van stemmen en verkennen niet alledaagse paden. Op het debuut To Sappho (2019) waren dat overigens nog 4 stemmen en een contrabas. Hun werken putten uit poëzie en de onontgonnen paden van improvisatie. Hun samenzang, zang duels en ook tegendraadse geluiden maken het zo bijzonder en wonderlijk. Inmiddels is Signe, dat bestaat uit de zangeressen Riikka Keränen, Selma Savolainen en Josefiina Vannesluoma, een nieuwe project “Onomatopoesia” gestart, hetgeen een trilogie van albums wordt. Ze willen hiermee de behoeft aan gehechtheid in onze snel veranderende omgeving beschouwen. Ook over hoe je het gevoel erbij te horen kan versterken door geluiden om ons heen vocaal te spiegelen. Een onomatopee is een woord dat een geluid nabootst. Het komt vanuit het Grieks waarbij onoma “naam” en poiéō “ik maak” (waar ook poëzie vandaan komt). Je kan het woord dus ook zien als klankpoëzie, dat hun sound op het eerste deel Phonemes misschien wel het beste beschrijft. Een foneem is een verzameling klanken die alle dezelfde betekenis onderscheidende functie hebben, ook al wordt het soms anders uitgesproken. De drie brengen hier 3 stukken van samen een kleine 33 minuten. Hun stemmen zetten ze dikwijls in als instrument, waardoor het meer een samenspel van klanken is geworden. Daarbij worden in elke track door één gastmuzikant begeleidt, respectievelijk op percussie, viool en elektronica. Ze vormen met hun klanken organische patronen, die soms heel minimaal en experimenteel zijn, maar op andere momenten ook harmonieus of juist kakofonisch kunnen uitpakken. De muziek laat zich niet echt in een genre vangen, maar laat steeds andere combinaties horen van vrije jazz, Nordic folk, drones, avant-garde en geïmproviseerde zangkunsten. Daarmee zetten ze surreële, verontrustende, fascinerende maar ook wonderschone creaties neer. Wat een geweldig unicum. Dat belooft wat voor de volgende twee delen!

 

The Sound – Will And Testament (2cd, Sounds Haarlem Likes Vinyl)
Adrian Borland – 2 Meter Sessions 1987-1995 (cd, Sounds Haarlem Likes Vinyl)
Men stelt wel eens de vraag, dat als ik terug in de tijd kon gaan, welke band ik dan nog zou willen zien. The Sound is daar absoluut één van! Deze in 1979 opgerichte Britse band, die is voortgekomen uit The Outsiders, heeft voor mij zoveel betekent. Al hun 6 albums, waarvan de laatste uit 1987, vind ik zonder uitzondering geweldig en vol tijdloze songs; klassiekers! Met enige regelmaat pak ik die nog uit de kast. Na het uiteengaan van de groep gaat kopman en zanger/gitarist Adrian Borland solo door tot zijn zelfmoord (26 april 1999). Dat het geen vrolijke Frans was, bleek eigenlijk ook altijd wel uit de muziek, al was die vooral intens, zeer melancholisch en niet per se terneergeslagen. Door de jaren heen wordt het werk van The Sound met enige regelmaat heruitgegeven en vindt dan nog altijd (terecht) een nieuw publiek. Nu is er de dubbelaar Will And Testament, dat op de eerste schijf live-opnames bevat van vooral optredens in diverse clubs in Nederland. Het is zeker geen doorsnede van alle albums geworden, of met de gangbare “hits”. Nee het zijn vooral nummers van Heads And Hearts (1985), Thunder Up (1987) en de mini Shock Of Daylight (1984), dus het latere werk. De meeste zijn denk ik niet eerder op een live album beland, dat is één ding wat dit album zo leuk maakt; de b-keuze die geen b-keuze zijn. En een aantal nummers, drie om precies te zijn, kende ik niet. Een deel daarvan komt van de laatste studio opnames van The Sound. Die laatste opnames, of demoversies daarvan zijn op de tweede schijf verzameld met de naam Starlight. Hierop staan de nummers “13 Hours”, “All I Need (Is You Today)”, “Kiss Of Life” en “Will”. Dat zijn stuk voor stuk heerlijke nummers, die de kers op de taart vormen hier.
Adrian Borland heeft ten tijde van The Sound ook nog de groep Second Layer gevormd en ook het eenmalige samenwerkingsverband The Witch Triais met onder andere Jello Biafra (Dead Kennedys). Na het uiteengaan van The Sound gaat hij even door als Honolulu Mountain Daffodils. Tevens werkt hij als Adrian Borland & The Citizens een tijdlang met leden van het Nederlandse Sjako! en later met andere Nederlandse muzikanten in White Rose Transmission. Hij woont ook een tijdje in ons land. Maar vanaf 1988 brengt hij het meeste uit onder zijn eigen naam, waartussen ook nog de nodige juweeltjes zitten. Hij is ook met enige regelmaat te gast bij de 2 Meter Sessies van Jan Douwe Kroeske. Hier brengt hij (semi)akoestische versies van zijn nummers, maar ook van The Sound. Die zijn nu verzameld op de cd 2 Meter Sessions 1987-1995. Deze bevat 16 tracks van samen een goede 57 minuten. Nummers van The Sound, als “Silent Air” en de ultieme toptrack “Winning”, zorgen in de akoestische soloversie ook voor bergen kippenvel. Maar de overige tracks van zijn hand mogen er ook wezen, zelfs al zijn de opnames soms niet al te best (wat ook wel geldt voor het live-album hierboven). Toch geniet ik met volle teugen van het nalatenschap van deze ongelooflijke klasbak. Beide albums zijn onmisbare documenten voor de fans!

 

Susanna – Jeg Vil Hjem Til Menneskene – demoer (cd, SusannaSonata)
De Noorse zangeres Susanna Karolina Wallumrød brengt haar muziek onder vele namen uit, namelijk Susanna And The Magical Orchestra, Susanna And Ensemble NeoN, Susanna & The Brotherhood Of Our Lady en tevens Susanna Wallumrød of zelfs simpelweg Susanna. Dat laatste is het geval op het album Jeg Vil Hjem Til Menneskene – demoer, wat “ik wil naar huis mensen” betekent, met daarachter het woord “demoer” ofwel demo’s. Het album zelf is namelijk al in 2011 uitgebracht, als Susanna Wallumrød, maar vanwege een conflict met het oorspronkelijke platenlabel Grappa Musikkforlag met betrekking tot de jaarlijkse verkoopcijfers, werd het album in 2018 vernietigd en van alle digitale platforms verwijderd. Gewoonweg niet meer beschikbaar. Hoewel ze hoopt dat dit wel weer gebeurd, heeft ze nu de demoversie van het album uitgebracht. Ik heb het origineel al, maar het mooie van deze is dat het de kale, huiskamerversies bevat met Susanna op zang en piano en Ståle Storløkken ook op de piano in twee nummers. Dus zonder de bijdragen van Hans Magnus Ryan (gitaar) van Motorpsycho, Jo Berger Myhre (bas, contrabas) en Erlånd Dahlen (percussie). De teksten bestaan uit de gedichten van Gunvor Hofmo, dus volledig in het Noors. Dat levert een heel mooi en intiem geheel op, dat wezenlijk verschilt van het origineel. Bovendien heeft ze er twee bonustracks aan toegevoegd. Een fijne aanvulling op haar toch al indrukwekkende oeuvre.

 

The Tea Party – Blood Moon Rising (cd, Sony Music/ InsideOut)
Ik ben eigenlijk vanaf het begin fan geweest van de Canadese, in 1990 opgerichte band The Tea Party. Het drietal maakt een fraaie las van blues, rock en wereldmuziek. Daarbij komt nog eens de geweldige zang van Jeff Martin (niet te verwarren met de zanger van Idaho), die dat Jim Morrison-achtige heeft maar ook soms richting Mark Lanegan koerst. Maar na hun eerste vier albums mis ik de bezieling en ook de originaliteit van de die eerste albums. Toch volgen er nog drie albums, totdat de groep er in 2005 mee ophoudt. In 2011 maken ze een doorstart en in 2014 volgt nog hun nieuwe album. Heel enthousiast word ik er niet van. Toch, zoals ik wel vaker heb gezegd, laat ik bands nooit vallen en blijf ik hopen op beter. En dat geduld wordt nu beloond met hun nieuwe album Blood Moon Rising (de tweede bloedmaan in een week). Hierop klinken ze weer echt als zichzelf. En daarmee bedoel ik niet dat ze in herhaling vervallen, want dat deden ze eigenlijk nooit, maar er zit weer een zeker vuur achter. Hun blues getinte rock bevat ook weer wereldse elementen en heeft weer een zekere urgentie, die me vanaf de allereerste seconde weet mee te slepen. Ze leveren hier echt in een goede 51 minuten 14 tracks af, die er echt mogen wezen. Naast hun eigen nummers brengen ze tevens covers van Joy Division, The Smiths en meer. Het levert dan ook echt een tijdloos, herkenbaar en fraai album op, met ook de nodige prachtige covers, waaronder Joy Division’s “Isolation” en “Everyday Is Like Sunday” van The Smits. De aanhouder wint, zo blijkt maar weer!

 

Vėjopatis – Ritualai (cd, Dangus / Xango Music Distribution)
De Litouwse muzikant Nikolaj Polujanov is in 2012 zijn project Vėjopatis gestart. Hiermee maakt hij eigenzinnige elektronische muziek, die wel altijd verbindingen met de mythologie en de natuur heeft. Toch laat hij dat laatste iets varen op zijn zesde, nieuwste album Ritualai, hetgeen wel “rituelen” betekent. Dat wordt als volgt uitgelegd:

Het album is gewijd aan alledaagse verhalen die we zelf creëren. Het brengt paradoxen van de pandemische tijd, waarin mensen kunnen communiceren en dansen terwijl ze lange tijd alleen zijn, met de illusie van gemeenschap. Het thema is relevant voor de maatschappij, waar ieder mens eigen persoonlijke rituelen heeft, deze een gemeenschappelijk samenleven vormen, of verschillen veroorzaken die door de nieuwe werken van Vējopatis worden gestimuleerd om begrepen te worden.

Vėjopatis duikt met zijn geluid meer de jaren 80 in met synthesizermodulaties en frisse beats, dat hij toch her en der ook voorziet van natuurgeluiden. Het levert 10 warme, dromerige nummers op, die niet alleen heel sterk in elkaar steken maar waar ook een bezinnende werking vanuit gaat. Hij stelt de luisteraar in staat zich onder te dompelen in persoonlijk rituelen en op zoek te gaan naar meer antwoorden in het leven van vandaag. De beats zijn veelal niet opzwepend, maar vormen de hartslag waaruit hoop voor de toekomst lijkt te komen. En een enkele keer koerst hij wel richting de dansvloer, want er mag soms ook best gefeest worden. Het is een veelomvattende prachtalbum geworden.

Comments

comments

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.