Het schaduwkabinet: week 46 – 2021

Geen 1 G of 2 G, nee ook geen 3 G, maar wel 12 Goede albums in onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar:
-Damon Albarn,
-Ander,
-Birds Of Passage,
-David Christian & The Pinecone Orchestra,
-DID,
-Endless Boogie,
-Dave Gahan & Soulsavers,
-Zbigniew Preisner (2x),
-Savage Republic,
-Ashley Shadow en
-Sphyxion.

 


 

Jan Willem

Damon Albarn – The Nearer The Fountain, More Pure The Stream Flows (cd, Transgressive)
Ik heb een grote waardering voor Damon Albarn, al moet ik zeggen dat ik ooit gillend weggerend ben (nou ja, bij wijze van) bij een Blur concert, waar hij als een heel blije eikel het podium betrad en de prima avond van ervoor van een onterechte hiep-hiep-hoera-stemming probeerde te voorzien. Maar sinds het gelijknamige album gaat het goed tussen mij en Blur. Gorillaz heb ik deels wat mee, The Good, The Bad & The Queen vind ik oké, maar zijn projecten met Afrikaanse muzikanten waardeer ik weer heel erg. Het is vooral de melancholische Albarn die ik waardeer, zo lijkt het. Nou daar sluit zijn soloalbum The Nearer The Fountain, More Pure The Stream Flows wel heel erg op aan. Het album kent een roerig verloop en start als hij van het Franse Fêtes Des Lumières-festival de opdracht krijgt om geheel naar eigen inzicht een orkestraal werk te creëren. Het zou een door de woeste IJslandse natuur geïnspireerd werk worden, waarvoor hij zelfs naar Reykjavik was afgereisd. De grote C gooide zoals vaker roet in het eten en ook zijn goede vriend en The Good, The Bad & The Queen-drummer Tony Allen komt plotseling te overlijden. Dit alles trekt een enorme schaduw over dit project. Uiteindelijk heeft hij het voltooid vanuit Britse grond. Op het album werken diverse bevriende Britse en IJslandse artiesten mee. Dat alles wordt aangevuld met veldopnames die Albarn in IJsland heeft gemaakt. Dat levert in zo’n 40 minuten, even los van de verborgen track, 11 nieuwe songs op, die voor het merendeel uiterst droefgeestig zijn. De muziek is dikwijls zeer gelaagd en wordt verder opgesierd met fraaie orkestraties, experimentele elementen en veldopnames. Hoewel de muziek sec genomen popmuziek is, zijn er voldoende avant-gardistische en experimentele ingrediënten, die het ook voor een meer alternatief ingesteld publiek interessant maakt. Albarn laat ook fraai ingetogen zang horen. Daarnaast staan er ook een aantal mooie instrumentale tracks op, die vaak nog meer de diepte ingaan. De laatste 19 minuten van het album, de achter nummer 11 verborgen track, wordt ingenomen door een uiterst meeslepende soundscape, waar hij in de toekomst net als zijn andere meer gewaagde tracks op het album best meer mee mag doen. Hoe dan ook, het is een verrassend en uiterst veelzijdig prachtalbum geworden.

 

Ander – …Potrwa Wiecznie (cd, Zoharum)
Wie er precies schuil gaat achter het Poolse Ander kan je na heel veel speuren wel vinden, maar ik heb het idee dat deze de identiteit op de achtergrond wil houden. Maar over de muziek valt genoeg te zeggen. In 2016 laat Ander voor het eerst van zich horen middels het album Smu†ek, ofwel “droefheid” (of om in stijl te blijven “droe†heid”). Hierop weet hij op filmische wijze muziek te maken, die ergens in het dark ambient-genre uitkomt. Met dikwijls onderkoelde klanken, aangevuld met donkere industriële geluiden weet hij toch emotioneel geladen stukken te smeden. En inderdaad, zoals de titel al deed vermoeden, doorspekt met droevenis. Nu is Ander terug met …Potrwa Wiecznie, hetgeen “…het zal voor altijd duren” betekent. De puntjes ervoor zouden kunnen suggereren dat de vorige titel ervoor past. Muzikaal gezien is dat zeker zo, zij het dat hij hier nog meer uit de kast haalt om zijn muziek vorm te geven. Hij brengt wederom stukken vol melancholische dark ambient, die meestal vrij grofkorrelig zijn, maar wisselt dit af met lucide stukken die soms op een kale versie van Dead Can Dance lijken of naar het minimalisme van Talk Talk kruipen. Maar het merendeel moet je ergens tussen Ksiezyc, Omala, In Slaughter Natives, Black Swan, The Beautiful Schizophonic en Hexa zoeken, al past niets helemaal. Daarvoor zijn de muziek en met name de emoties te authentiek. Het is een bij de strot grijpend werk geworden, dat je niet snel van je afschudt.

 

Birds Of Passage – The Last Garden (cd, Denovali)
De Nieuw-Zeelandse Alicia Merz heb ik met haar soloproject Birds Of Passage (tevens de titel van mijn favoriete Bel Canto album), wel een de godin van de schemerpracht genoemd. Een titel die ze meer dan toekomt met haar nachtelijke, fluisterrijke, dromerige en bovenal mysterieuze pracht, die bestaat uit een mix van ambient, folk, drones en experimentele muziek, voorzien van haar zachte, spookachtige zang. Haar muziek is ook iets dat bij uitstek past bij de herfst en winter en zeker niet zou misstaan op het Kranky label, al is ze ook thuis op Denovali. Ze heeft inmiddels 4 albums gemaakt plus één met Leonardo Rosado. Daarnaast is ze te horen in de groepen Brother Sun, Sister Moon en Snoqualmie Falls en als gastzangeres bij labelgenoten Dale Cooper Quartet & The Dictaphones. Drie jaar na haar laatste album is ze nu terug met The Last Garden. Hierop vind je 9 nieuwe tracks, die samen een goede 42 minuten duren. Ze laat weer een heerlijk mistig geluid horen, dat opgebouwd lijkt uit fijngemalen shoegaze, schaarse drones, dark ambient, wazige folk en vervormde neoklassiek. Dat weet ze te vervlechten tot emotierijke doch ingetogen poëtische soundscapes, die zich beter in thuis voelen in het duister dan in het lciht. Haar zang klinkt weer fluisterachtig en als de aangename bries op een warme avond. Je moet het ergens zoeken tussen een geheimzinnige mix van Grouper, Christina Vantzou, Windy & Carl, Demen, Low en Félicia Atkinson. Ze neemt je mee naar een ijzige, grijze en desolate wereld, waar haar muziek een prachtige glans geeft aan dat alles. Haar beste album tot nu toe!

 

David Christian & The Pinecone Orchestra – For Those We Met On The Way (cd, Tapete / Mutante-inc)
David Bower, nee David Feck, of ik bedoel natuurlijk David Charlie Feck, eh nee toch David Christian Bower, nu ja laat ik het bij David Christian houden. Hij is al 29 jaar de onbetwiste kopman van Comet Gain. Na de Brexit is hij resoluut van Londen naar het zuiden van Frankrijk verhuisd. In 2019 liet hij nog een vrij boos album horen met Comet Gain, toen de Brexit eraan zat te komen. Nu is hij niet meer boos en laat hij op zijn album For Those We Met On The Way meer een geluid over het gemis, maar ook over hoop voor een betere toekomst. The Pinecone Orchestra bestaat uit allemaal bevriende artiesten, waaronder ook drie van Comet Gain. Niet alle banden worden doorgesneden, maar daar waar kan verstevigd. Het levert 12 tijdloze indie/folkrock songs, die me heel sterk aan de jaren 90 en Groot-Brittanië doen denken, hoewel de associaties uiteenlopen van Power Of Dreams en The Blue Aeroplanes tot meer overzeese als The Chills, Strand Of Oaks en Bob Dylan.

 

DID – End Of Xibalba (cd, Zoharum)
De wereld van de Poolse Hania Piosik zou je één van uitersten kunnen noemen. Aan de ene kant heeft ze deel uitgemaakt van de elektronische rockformatie Joy Pop en anderzijds is ze te vinden in het Warsaw Improvisers Orchestra. Daarnaast geeft ze acte de présence bij Michał Jabłoński’s album Humanity (2020). Ze komt nu als DID met het album End Of Xibalba. Xibalba is een term uit de Mayamythologie, die “plaats van angst” of “rijk der schaduwen” betekent. Deze is enigszins te vergelijken met het Griekse Hades, zij het dat het verhaal erachter nogal anders verloopt. Op haar album presenteert ze 4 stukken, die variëren van 4 tot ruim 21 minuten. Liever schrijft ze haar projectnaam als D I D, met ruimtes ertussen. Daar valt wel wat voor te zeggen met haar ruimtelijke geluid, zowel als met ruimte en in de ruimte. Ze brengt iets dat zich op het snijvlak van (dark) ambient en drones bevindt. Dat levert bijzondere soundscapes op, die ondanks het vrij hoge geluid bepaald niet licht te noemen zijn. Door de vaak langgerekte tonen mengt ze uiterst subtiel diverse geluiden, die voor een enorme diepgang zorgen. Na drie instrumentale stukken volgt er nog één waar je zang of flarden ervan hoort, hetgeen wel iets weg heeft van de Cocteau Twins die via een portaal vanuit een andere realiteit dan wel wereld contact met ons zoekt. De muziek tapt, zo moge duidelijk wezen, uit geheel andere vaatjes.

 

Endless Boogie – Admonitions (cd, No Quarter / Konkurrent)
De Amerikaanse groep Endless Boogie timmert al een goede 16 jaar aan de weg en gaat al die tijd geheel hun eigen gang; de bandleden zijn overigens al langer onderweg. De groep laat doorgaans een lekker vuig rockgeluid horen, dat zich ergens tussen stoner-, psychdelische, alternatieve, blues- en krautrock ophoudt. Admonitions zal hun vijfde reguliere album zijn, naast vele live albums en andere tussendoortjes. De groep bestaat hier uit Paul Major (gitaar, zang), Jesper Eklow (gitaar), Harry Druzd (drums), Mike Bones (bas) en Matt Sweeney (gitaar), in één track aangevuld met Kurt Vile (gitaar, synthesizer, zang). Hoewel ze weer uit dezelfde vaatjes als voorheen tappen, maar de output is bij hen door de improvisatorische aanpak toch iedere keer weer anders en verrassend te noemen. Ze gaan uit de startblokken met een track die maar liefst 22,5 minuten duurt. Hierbij gaan ze op volle snelheid met een logge locomotief het spoor af. In eerste instantie redelijk rechttoe rechtaan, maar er zit een verslavende kracht achter de gruizige herhalende geluiden. En ongemerkt gaan ook dikwijls van het spoor af en brengen ze je in woeste gebieden of zelfs in de ruimte. De zang die af en toe opduikt is lekker rauw en ongepolijst, net als de muziek eigenlijk. Verderop staat nog zo’n lange track, die ook weet te hypnotiseren. De andere vijf stukken zitten tussen de 5 en 9 minuten en die zijn meestal iets directer; ze laten in “Bad Call” zelfs een moppie rock ‘n’ roll horen. Maar het merendeel is zwaarder en gruiziger. Denk ter referentie aan groepen als Wipers, Thee Hypnotics, The Desert Sessions, Bardo Pond, Comets On Fire, Circle en Earthless. Een steengoed album weer.

 

Dave Gahan & Soulsavers – Imposter (cd, JJSR Productions / Columbia)
Het producersduo Rich Machin en Ian Glover houden al ruim 20 jaar het elektronische rock-gospel project Soulsavers op na. Hierop werken ze dikwijls met gastvocalisten, zoals Mark Lanegan en met name ook Dave Gahan van Depeche Mode. Die laatste is ingestapt op hun vierde album The Light The Dead See (2012), dat voor mij nog steeds het hoogtepunt vormt van de band. Hierna volgt Angels & Ghosts (2015), de eerste als Dave Gahan & Soulsavers. Ik vind dat album wat schreeuwerig en het spreekt me gewoon minder aan. Na weer nog een instrumentaal album van de Soulsavers in 2015, wordt het stil. Inmiddels is Soulsavers nog vooral een project van Rich Machin, die nu weer de handen ineen heeft geslagen met Dave Gahan. Het album Imposter is wel grappig gevonden, als je bedenkt dat dit allemaal covers zijn van andere artesten. Al mag ik geloof ik coveralbum niet zeggen, omdat het nummers betreft die Gahan echt aan het hart gaan en heeft willen voorzien van een eigen invulling. Ze krijgen hierop weer steun van een keur aan gastmuzikanten, waaronder Ed Harcourt, en een aantal soul- en gospelzanger(es)s(en). Op soulvolle, rockende en soms ook bleusy wijze brengen ze hier de songs van onder meer Mark Lanegan, Neil Young, Cat Power, Elmore James, Rowland S. Howard, Gene Clark, Charlie Chaplin, PJ Harvey en Bob Dylan ten gehore. En daar weten ze op smaakvolle wijze hun eigen versies van de maken. Deze keer bevalt deze samenwerking me weer prima.

 

Zbigniew Preisner – Forgotten We’ll Be (cd, Caldera)
Zbigniew Preisner – Man Of God (cd, Caldera)
Ik houd best wel van filmmuziek, maar dan wel het liefst het soort dat lekker melancholisch is en ook los van de film aan te horen is. De Poolse componist Zbigniew Preisner is daar een meester in, net als een Max Richter maar dan al veel langer. En met onderscheidende en prachtige soundtracks voor de films van Krzysztof Kieślowski, die ook altijd wat aan de film toevoegen. Maar ook maakt hij los van de films schitterende neoklassieke werken, zoals onder meer het ontroerende Requiem For My Friend (1998), dat hij schreef voor diezelfde Krzysztof Kieślowski als die op 54-jarige leeftijd overlijdt aan een hartaanval. De laatste jaren zijn het veelal soundtracks die hij naar buiten brengt, maar die blijven onverminderd van hoog niveau. Vorig jaar is Forgotten We’ll Be voor de gelijknamige film van de Colombiaanse regisseur Fernando Trueba verschenen. Als je Preisner’s site bekijkt lijkt het enkel om een digitale release te gaan, maar niets is minder waar. De stukken worden uitgevoerd door een symfonisch orkest, harpist, hoboïst, fluitist en pianist. Die laatste door Dominik Wania, waarmee hij al vaker heeft gewerkt. Het levert veelal sobere, droefgeestige muziek op, met hier en daar een kleine opleving of een wat romantisch draai. De muziek zit wat dat betreft ergens tussen die van Gustavo Santoalalla, Max Richter, Arvo Pärt en de Mona-toetjes van Edvard Grieg. Een fijne en vooral wonderschone toevoeging aan zijn toch al aanzienlijke oeuvre.
Zbigniew Preisner heeft naast Dominik Wania ook samengewerkt met onder meer zangeressen Teresa Salgueiro (ex-Madredeus) en Lisa Gerrard (Dead Can Dance), waarmee hij ook heel mooie albums heeft gemaakt. Lisa Gerrard] van Dead Can Dance is inmiddels natuurlijk ook goed bekend van haar eigen soundtracks, maar duikt met enige regelmaat ook bij anderen op. Zo ook nu weer, zij het met een gastrolletje, bij de wel dit jaar verschenen Man Of God, de soundtrack voor de gelijknamige film van de Griekse regisseuse Yelena Popovic. De muziek wordt weer uitgevoerd door een symfonisch orkest, maar ook koren, kanuns, gitaar en piano (ja wederom Wania). Preisner brengt zelf nog wat synthesizers. Het is allemaal uiterst ingetogen en melancholisch en zeker een stuk donkerder dan de hierboven besproken soundtrack. Her en daar krijg je klassieke en Griekse thema’s, plus zang en koorzang. Het is een prachtig contemplatief album geworden.

 

Savage Republic – Meteora (cd, Gusstaff Records)
Savage Republic is een legendarische band en een product van de volslagen eigenzinnige scene die in de jaren 80 in Los Angeles is ontstaan, vol post-punk, wave, no wave en dikwijls met wereldse invloeden. Ook het geweldige label Independent Project Records geboren met Savage Republic als boegbeeld. De groep bestaat sinds 1982 en slechtte meteen als genregrenzen, door post-punk, art-punk, avant-garde, industrial, tribale beats en wereldmuziek tot een eigen genre om te smeden. Ze maken ook een eerste aanzet tot de gitaargerichte post-rock. Een band als Godspeed You! Black Emperor noemt deze band één van hun grootste invloeden en zegt zelfs zonder deze band niet bestaan te hebben. Na vier studio- en een paar livealbums volgt de eerste split van de groep in 1990 en worden projecten als Medicine, Scenic, F-Space, Autumnfair en Electric Company geboren. In 2002 komen ze weer bij elkaar, met enkele leden van het eerste uur, Thom Fuhrmann, Ethan Port en Greg Grunke, waarna in 2007 eindelijk weer studiowerk volgt; drie albums, waarvan de laatste in 2014. De oude glorie met hun unieke sound is daarin nog altijd intact, zij het dat het wel naar de moderne tijd is gebracht. Naast Thom Fuhrmann en Ethan Port, bestaat de groep uit Alan Waddington en Kerry Dowling. Dat is nu zeven jaar later nog altijd zo en nog veel belangrijker: ze zijn terug met een nieuw album, te weten Meteora. Ze serveren 9 tracks in zo’n 39 minuten, waarbij je het DNA van de groep direct weer terug hoort, wat een soort galopperend, rauw rockgeluid is, mede door het haast militaristisch drumwerk, maar ook met een dromerige, filmische twist. Ik denk dat de kenners weten wat ik bedoel. Ze laten iets tussen noise, post-punk, wave, ambient, tribal en zelfs surf horen. Het is misschien wel één van hun betere werken tot nu toe geworden, waarbij de urgentie er werkelijk vanaf spat. Ze brengen ook nog het door Graham Lewis (Wire, Dome, He Said) geschreven “Unprecendent”. Ik denk dat liefhebbers van onder meer Godspeed You! Black Emperor, Swans, Wire, Bauhaus, Crippled Black Phoenix, Sonic Youth en Secret Chiefs 3 hier hun hart aan kunnen ophalen. Ook na bijna 40 jaar is deze groep gewoon nog altijd onverwoestbaar goed!

 

Ashley Shadow – Only The End (cd, Felte / Konkurrent)
De Canadese Ashley Webber, die als artiest onder de naam Ashley Shadow naar buiten treedt, is de tweelingzus van Amber Webber (Black Mountain, Lightning Dust). Voor haar gelijknamige solodebuut uit 2016, is ze al te horen in The Organ, Pink Mountaintops, The Cave Singers, Burquitlam Plaza en bij Bonnie “Prince” Billy. Hoewel het Felte label grossiert in de betere wave, post-punk en avant-garde, laat zij veeleer altfolk met Americana en psychedelische elementen horen, dat er zeker mag wezen. Het duurt maar liefst 5 jaar voordat haar tweede album Only The End een heus feit is. Maar daar pakt ze stevig door met waar ze gebleven was. Ashley (zang, gitaar) wordt daarbij geholpen door toetsenist/bassist/percussionist Joshua Wells (Black Mountain, Lightning Dust), (bas)gitarist/zanger Ryan Beattie (Himalayan Bear, Chet, Gigi, Frog Eyes), pedal steel/mandoline speler Paul Rigby (Neko Case) en een enkele keer ook door bassist Colin Cowan (Elastic Stars), drummer Matt Skillings (ex-Frog Eyes) en niemand minder dan Will Oldham a.k.a. Bonnie “Prince” Billy als gastzanger in het wonderschone “Don’t Slow Me Down”. Met dit underground sterrenteam brengt ze 10 songs ten gehore die weer richting de altfolk koersen, zij het dat het her en der wat meer de rock-kant opschuift. Dat voorziet ze van haar aanstekelijke, emotioneel geladen vibrato, hetgeen de kers op de taart is. Lisa Germano, Low, Tarmation, Chelsea Wolfe, Marissa Nadler, Hail en Nina Nastasia, ergens hoor je ze allemaal op bijzondere wijze hierin terug. Door het aantal jaren vermoed je een moeilijke tweede plaat maar niets lijkt minder waar. Het is een bevlogen en buitengemeen mooi album geworden.

 

Sphyxion -3 (cd, Zoharum)
Al ruim 20 jaar staan de Franse tweelingbroers Frédéric en Olivier Charlot garant voor uiteenlopende innovatieve en kwalitatief hoogwaardige muziek. Dat is ooit begonnen met hun geweldige postrock-project Bathyscaphe, waarmee ze twee albums hebben gemaakt. Daar komt in 2007 het genre overstijgende Maninkari, die ergens tussen ambient, minimal music, jazz, folk, artrock, tribal en neoklassiek zitten en waarmee ze al zo’n twaalf albums hebben uitgebracht. Vanaf 2016 komt daar Sphyxion bij, waar ze op het gelijknamige debuut een elektronische en vooral duistere koers varen. Deze houdt het midden tussen darkwave, ambient, electro, cold wave, psychedelica en allerhande experimenten. Inmiddels hebben ze daar ook alweer twee albums van het licht laten zien. In 2018 volgt nog het meditatieve improvisatieproject Indalaska, die tot op heden twee albums en een split hebben uitgebracht. En dan houdt Frédéric er ook nog het soloprject Alaska op na, met een aantal digitale releases op zijn naam. Een imposante discografie dus! Van Sphyxion is nu op het prestigieuze Zoharum label uit Polen het derde wapenfeit verschenen, dat simpelweg 3 heet. Hierop trekken de broers nog verder de ruimte in met hun elektronica, die bestaat uit eigengereide minimal synthwave en wordt aangedikt met metalige en pulserende geluiden. Deze vormen op kristalheldere wijze uiterst complexe, steeds veranderende structuren, die net zo fascinerend als fraai zijn. Mede door de repeterende patronen weten ze ook in een soort trance te brengen. Ze zetten daarbij zowel elektronica in als klassieke instrumenten, al zijn die laatste meestal niet als zodanig te herkennen. Hoe vaker je dit hoort, des te meer details je weet te ontwaren. Ik zou vage associaties met Coil, Tangerine Dream, Neu!, Brian Eno, Jean-Michel Jarre en dergelijke kunnen aanvoeren, maar feitelijk kammen ze op tot de verbeelding sprekende en geheel eigen wijze het universum op de onontgonnen gebieden uit. Een spannend album, dat slechts in een oplage van 300 exemplaren verkrijgbaar is. Dus haastige spoed is weer eens goed!

Comments

comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.