Het schaduwkabinet: week 46 – 2020

Langzaam, na de verkiezingen in de VS lukt het ons weer de open mond te sluiten. Minder gekkigheid in onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Ólafur Arnalds, Liam Bailey, Domenique Dumont, Joni Void + N Nao, Kill Your Boyfriend, Lambchop, Liraz, Molchat Doma, PHÔS en Zazou Bikaye.

 


 

Jan Willem

Ólafur Arnalds – Some Kind Of Peace (cd, Mercury KX)
Ólafur Arnalds is niet alleen een getalenteerde IJslandse componist en multi-instrumentalist (met focus op de piano), hij is ook uiterst veelzijdige muzikant. Zo maakt hij bijvoorbeeld deel uit van het elektronische duo Kiasmos. Solo maakt hij albums vol neoklassiek en elektronica, maar laat hij zich ook niet onbetuigd als maker van diverse soundtracks. De ijle en droefgeestig sound van zijn muziek zijn altijd wel duidelijk herkenbaar. Zijn nieuwe album Some Kind Of Peace komt voort uit het verlangen naar vrede en met name innerlijke vrede. Zelf zegt hij daar het volgende over:

“This album is about what is means to be alive, daring to be vulnerable and the importance of rituals. It is a personal album, my most personal to date, set against a background of a world thrown into chaos.
I’ve poured all of my love, dreams and fears into this album through a magical but difficult process. But the result is something that makes me immensely proud and happy to be doing what I do”

In dat licht moet je eens bedenken dat hij ooit drummer was in diverse hardcore bands. Hoewel de cover haast suggereert dat hij overleden is, is het kennelijk Arnalds in uiterste staat van innerlijke rust. Hij laat, zoals je kunt verwachten, dan ook een rustgevende mix van neoklassiek, ambient, piano en sfeervolle elektronica horen. Arnalds werkt hier niet alleen samen met gasten op violen, altviool en cello, maar ook met producer Bonobo en diverse vocalisten, al dan niet aangevuld met stemsamples. Dat levert weer verrassend andere muziek, die toch zijn typische stempel draagt, En het is inderdaad een heerlijk rustpunt in deze rare, hectische tijd. Zinnenstrelende, bezinnende pracht!

 

Liam Bailey – Ekundayo (cd, Big Crown Records / Konkurrent)
Ik heb de soulvolle Britse-Jamaicaanse zanger/muzikant in 2011 leren kennen middels de toen verschenen mini It’s Not The Same, gevolgd door zijn geweldige Definately Now uit 2014. Hierop wisselt hij stevige rock af met funk, soul en georkestreerde pop. Daarna ben ik hem eigenlijk uit het oog verloren, maar dat blijkt wel mee te vallen. Hij komt namelijk nu pas met het vervolg Ekundayo, hetgeen “welke” betekent in Zoeloe. Dat moet haast wel slaan op de variëteit aan stijlen die hij hier tentoonspreidt. Het lijkt een ode aan zijn jeugd, alwaar zijn ouders graag mochten luisteren naar onder meer Bob Marley, Dillinger, Stevie Wonder, The Beatles, Jimi Hendrix en The Supremes. Nu hoor je dat niet allemaal direct terug hoor, maar er zijn wel diverse knipogen ernaar. Met name het reggae en dub gehalte is gestegen in zijn muziek, al brengt hij ook nog altijd die fijne getormenteerde soul. Hoewel het een fijn allegaartje is geworden, maakt hij de meeste indruk met de verstilde en meer indringende nummers. Neemt niet weg dat het een geweldig album is geworden, dat het wachten waard is geweest.

 

Domenique Dumont – People On Sunday (cd, Leaf / Konkurrent)
Bij mensen op zondag zie ik mannen voor me die aan hun wekelijkse autowasbeurt bezig zijn, of met de hogedrukspuit hun boot of ander amper vuil speeltje aan het reinigen zijn. Maar tevens vrouwen die het nauwelijks zichtbaar onkruid uit de tuin verwijderen en stelletjes in uniforme ANWB-outfits die overgelukkig een boswandeling maken of uit verveling naar een meubelboulevard gaan. Gelukkig schept de formatie Domenique Dumont daar met hun derde album People On Sunday een ander beeld bij. Hoewel dit een persoon lijkt is het een samenwerkingsverband tussen de Letse muzikant Artūrs Liepiņš en een Fransoos, die liever anoniem blijft. Ze laten doorgaans een geluid horen dat het midden houdt tussen ambient, dub, abstracte muziek en schemerige synthpop. Voor deze nieuwe hebben ze een denkbeeldige soundtrack gemaakt voor de gelijknamige film uit 1930, die ook wel luistert naar de naam “Menschen am Sonntag” en “Les Hommes le Dimanche” De film is een sleutelwerk van de Duitse interbellumfilm, gebaseerd op een scenario van Billy Wilder. Domenique Dumont laat in een goede 40 minuten 13 tracks de revue passeren, die zeker filmisch maar ook tot de verbeelding sprekend en gelaagd zijn van karakter. Ze mengen er eveneens nog een flinke scheut neoklassiek door. Dat levert een dromerig geheel op, waarbij het beeldig dagdromen is.

 

Joni Void + N NAO – Nature Morte (cd, laaps)
Dat het jaar 2020 in het teken van één ding staat, is wel duidelijk. Toch zijn er ook genoeg positieve zaken te noemen, zoals bijvoorbeeld het nieuwe label laaps van Mathias Van Eecloo, die er ook IIKKI op nahoudt en eerder tevens Eilean Rec. Op laaps is nu alweer de zevende release verschenen, te weten Nature Morte van Joni Void + N NAO. Joni Void is geen onbekende, want die heeft eerder al werk uitgebracht op het Canadese label Constellation, Joni Void is het alias van Jean Cousin (ook wel Jean Néant) uit Frankrijk, die in 2012 naar Canada verhuist, waar hij een filmstudie volgt. Hij is ervoor ook actief als Johnny_Ripper, waarmee hij diverse releases het licht laat zien die ergens tussen ambient, minimal music, neoklassiek en experimentele muziek finishen. Met Joni Void zoekt hij het meer in de collages, waarbij ambient, elektro-akoestische muziek en abstracte geluiden een grote rol spelen. N NAO is het nom de plume van de Canadese Naomie de Lorimier, die doorgaans een experimentele mix van pop en ambient laat horen. De twee hebben elkaar hebben leren kennen in 2016 op een poëzievoordracht / optreden. Ze werken ook al samen op Joni Void’s vorige album, maar dit is hun eerste gezamenlijke album. Hierop komen stem, tapesamples en veldopnames samen met montage en elektronica, waarmee ze muzikale collages vormen. Ze leggen abstracte puzzels, die de klankwerelden van beide artiesten in elkaar laat haken. Dat levert 12 uiterst intrigerende stukken op, waarbij de zang of abstraherende variaties ervan, voor een uiterst mysterieus effect zorgen. Het decor bestaat uit zachte beats, bevreemdende samples, noise, abstracte en dikwijls niet te plaatsen sounds en ook meer zalvende geluiden. Hun bijzondere elektro-akoestische aanpak maakt dit alles tot een meer dan geslaagde samenwerking. Minder dan de som der delen, die juist voor meer zorgen. Dit ietwat surrealistische past dan ook wel bij hun muziek. Wat een prachtalbum!

 

Kill Your Boyfriend – Killadelica (cd, Shyrec)
Italië staat erom bekend uitstekende bands in de schaduwzijde van de muziek voort te brengen. Bands die gaan van wave en noise tot experimentele muziek. Daarbij moet je in tegenwoordig denken aan groepen als Don Turbolento, Shijo X, Aedi, Blue Willa, The Somnambulist, Niagara, Edible Woman, Father Murphy, The White Screamed Shout, POST en ook zeker Kill Your Boyfriend, dat in 2011 is opgericht en ook leden deelt met bands als The Transister, Wora Wora Washington en Kitsune. Ze hebben twee albums uitgebracht, te weten Kill Your Boyfriend (2013) en The King Is Dead (2015). Daarop laten ze een heerlijke mix van shoegaze, noise, wave, krautrock en post-punk horen. Na een stilte van maar liefst 5 jaar zijn ze eindelijk terug met Killadelica. De groep bestaat tegenwoordig uit oprichter Matteo Scarpa (zang, gitaar, synth-bas) plus drummer Antonio Angeli. Zoals de titel al doet vermoeden leunen ze hier meer op de psychedelische kant. Anderzijds is de muziek ook grilliger, harder en venijniger, hetgeen wel aansluit op de hedendaagse situatie. Daarmee weten ze wel lekker bijtende en pakkende muziek neer te zetten, die tussen noise, post-punk, darkwave psychedelische en krautrock uitkomt. Daarbij moet je het ergens zoeken tussen A Place To Bury Strangers, Suicide, Big Black, The Jesus And Mary Chain, Neu!, Thee Hypnotics en Godheadsilo. Sterke moordplaat!.

 

Lambchop – Trip (cd, City Slang / Konkurrent)
Al sinds 1986 zijn Kurt Wagner en de zijnen muzikaal actief, eerst met de band Poster Children en al vrij snel erna met Lambchop. Hun bekende recept van rauwe lo-fi, folk, altcountry en Americana is inmiddels bekend en ze zijn het lekkerst als ze je een soaky in the pooper gevoel geven. Zelf omschrijven ze zich als “Nashville’s most fucked-up country band”, hetgeen ook wel een kern van waarheid bevat. Voor hun dertiende album TRIP, ten minste als die zo meegerekend wordt, heeft ieder bandlid een nummer mogen uitkiezen en uitwerken, zodat Kurt wat meer op de achtergrond kon opereren. Het levert zes bijzondere, ver-Lambchop-te covers op van Wilco, Stevie Wonder, George Jones, Mirrors, James McNew en The Supremes. Ze openen de cd met de maar liefst 13 minuten durende cover van Wilco’s “Reservations”, die van typische Lambchop-muziek naar minimale experimentele muziek gaat. Een indrukwekkend begin dat ze ook doortrekken naar de rest van het album. Ze komen dikwijls weer in de buurt van hun vroegere, gloedvolle sound maar mengen dat met de soms wat meer elektronische, experimentele elementen van hun laatste twee albums. En dat sluit prachtig op elkaar aan. Ik denk als je zonder informatie naar dit album luistert niet eens direct door hebt dat het om covers gaat. En dat is knap en bovenal erg mooi.

 

Liraz – Zan (cd, Glitterbeat / Xango Music Distribution)
Hoewel ik van vele muzikale markten thuis ben, merk ik dat wereldmuziek steeds meer terrein wint als het gaat om muziek die ik koester. Dat komt veelal doordat ze een universele emotie brengen, waar taal, mode noch landgrens een rol speelt. Je zou het haast een utopie kunnen noemen, of natuurlijk een valse bespiegeling vanuit een parallel universum. Maar dat boeit ook niet, want het is fijn om te kunnen dromen. Twee jaar geleden kom ik aanraking met de actrice/singer-songwriter Liraz Charhi, een kind van Iraanse ouders die in de jaren 70 naar Israel zijn geëmigreerd. Als ze op latere leeftijd naar Los Angeles reist, komt ze in aanraking met de muziek van expats als Ahdeyeh, Googoosh, Sussan Deyhim en Dariush. Na de Iraanse revolutie in 1978 is het voor vrouwen namelijk verboden muziek te maken, waardoor menigeen uitwijkt naar andere landen. Het raakt haar en dit beïnvloed ook zeker haar muziek. Er zit een zekere urgentie achter. Dat geldt ook zeker voor haar nieuwste cd Zan (vrouwen in Farsi), waar ze haar zielenroerselen weer van muzikale franje voorziet. Ze lengt samen met gastmuzikanten haar Iranees getinte muziek aan met Israëlische, elektronische en psychedelische muziek. Dat maakt haar muziek niet alleen buitengemeen biologerend maar ook bijzonder onaards mooi.

 

Molchat Doma – Monument (cd, Sacred Bones / Konkurrent)
Molchat Doma, of Молчат Дома zoals zij plachten te schrijven, is een Belarussische band die in 2017 te Minsk is opgericht. Ze vormen de spil van de post-punk scene in hun land. Dat valt ook best te begrijpen als je hun albums S Krysh Nashikh Domov (2017) en Etazhi (2018) hebt gehoord. Ze grijpen weliswaar vuistdik terug naar de wave, post-punk en synthpop van de jaren 80, maar doen dat op smaakvolle wijze. Beide albums zijn nu ook hier op het fijne Sacred Bones label verkrijgbaar via de evenzo fijne distributeur Konkurrent. Nu is het drietal, bestaande uit Egor Shkutko (zang), Roman Komogortsev (gitaar, synthesizers, drummachine) en Pavel Kozlov (bas, synthesizers), terug met hun derde album Monument. Hierop trekken ze weer lekker alle melancholische registers open, om er hun donkere cocktail van de bovengenoemde stijlen te brengen. Sovietwave is ook wel een term die gebruikt wordt, wat wellicht met het hogere tempo en de indierock elementen te maken heeft, die minder gangbaar zijn voor die meer droefgeestige genres. Ook de Russische band Motorama doet dat. Bij Molchat Doma moet je echter vooral denken aan een kruisbestuiving van The Smiths, New Order, Joy Division, Wire, Bauhaus, O.M.D. en The Sound. Ik kan ook wel hedendaags vergelijkingsmateriaal noemen, maar die tappen uit dezelfde vaatjes. Met name de zang doet me dikwijls aan de vroegere Morrissey denken, zij het dan zingend in het Russisch. Pure nostalgie dit, om ouderwets van te genieten.

 

PHÔS – Disparition (cd, Catgang)
Ik ga er straks nog aan wennen dat de Franse zangeres, pianiste en componiste Catherine Watine met meerdere releases per jaar aan komt zetten. Nog niet zo lang geleden is al een nieuw album van haar langlopende project Watine verschenen, waarmee ze songgericht te werk gaat en ergens tussen triphop, chansons, alternatieve pop en neoklassiek finisht. Ze is eveneens terug te vinden in het trio This Quiet Dust en het duo PHÔS, die ze er met ene Intratextures op nahoudt. Van dat laatst genoemde duo verschijnt nu de tweede worp Disparition. Ze maken naar eigen zeggen poëtische wave rock, hetgeen de lading ook wel enigszins dekt afgaande op hun debuut À L’Oblique (2019). Watine (zang) draagt daarbij de zorg voor alle teksten en Intratextures de muziek (onder andere programmering, keyboards, bas, gitaar). Ze gaan op hun nieuwe cd door met hetgeen ze eerder ook al deden, zij het dat ze hier dikwijls een meer experimenteel en grilliger geluid aan de dag leggen. Daarmee winnen ze het aan avontuurlijkheid, zonder in te boeten op de poëtische sfeer. De teksten zijn sowieso van een dichterlijke schoonheid, maar de muziek weet dit op bijzondere wijze in te lijsten. Het is een uiterst smaakvolle mengelmoes van wave, noise, postrock, pianomuziek, filmische ambient en abstract muziek geworden. Je moet het ergens zoeken tussen Encre, Phylr, AGF, Gravenhurst, Patti Smithc, de poppy kant van de Einstürzende Neubauten en Sylvain Chauveau’s Arca. Maar eigenlijk passen de vergelijkingen nooit helemaal.

 

Zazou Bikaye – Mr. Manager (cd, Crammed Discs)
Als er één muzikant is geweest, die mij tegelijkertijd op het wereldmuziek als avant-garde pad heeft gezet, dan is het Hector Zazou wel. Pierre Job, want zo luidt zijn echte naam, was een Franse, van origine Algerijnse etnoloog, producer en begenadigd muzikant en van vele markten thuis. Was, want helaas is hij in 2008 op 60-jarige leeftijd overleden. Hij heeft met de groten maar ook met de bijzondere der aarde gewerkt en is vermaard om zijn wereldse producties. Zijn solowerken komen meermaals uit in de innovatieve “mae To Measure”-serie van het Crammed label. Als je meer wilt lezen over deze legendarische held, dan kan dat hier. In de jaren 80 werkt hij ook veelvuldig samen met de Congolese (toen nog Zaïrese) zanger Bony Bikaye. Ze vormen het duo Zazou Bikaye en trio Zazou Bikaye and CY1. Daarnaast is Bikaye ook te gast op Zazou’s album Reivax Au Bongo (1985). In datzelfde jaar is ook de eerste 12” van Zazou Bikaye, te weten Mr. Manager, verschenen. Deze krijgt nog een vervolg met de cd/lp Guilty! (1988). Van het genoemde trio is al in 1983 het album Noir Et Blanc verschenen. De combinatie van funk, synthpop, electro, disco en avant-garde, die ze aanlengen met Afrikaanse invloeden, zorgen voor intrigerend en dikwijls opzwepend geluid, dat beide muzikanten uit hun comfortzone trekken. Hoewel ik de muziek wel eens gehoord heb, stak het toch altijd een beetje dat Mr. Manager het ontbrekende puzzelstukje in mijn Zazou-verzameling was. Daar is nu verandering in gekomen, want Crammed heeft het nu opnieuw uitgebracht en tevens op cd. De oorspronkelijke 5 nummers van samen 32 minuten zijn met maar liefst 9 tracks van samen nog eens 42 minuten uitgebreid. Naast Bikaye (zang) en Zazou (synthesizers, programmering) hebben Philippe De La Croix Herpin (sax, klarinet), Vincent Kenis (gitaar, bas, accordeon), Luc Van Lieshout (trompet, harmonica), Marc Hollander (sax), Chris Joris (percussie) en Bgoune (percussie) plus de vocalisten Mwamba Kasuba, Nicole Mt en M’Bombo K hieraan meegewerkt. De oorspronkelijke 12” was al goed, maar de bonustracks zorgen al helemaal dat dit een wereldplaat is geworden, die de tand des tijds prima heeft doorstaan. Een groot goed om deze weer in ons midden te hebben.

Comments

comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.