Het schaduwkabinet: week 42 – 2020

Alle mensen die zo coronamoe waren en alle voorschriften aan hun laars hebben gelapt, willen we hartelijk danken voor wederom strengere maatregels. Doen jullie dit keer gewoon sociaal mee? Ook al zijn de regels niet leuk of heel duidelijk in tegenstelling tot die in onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Clara Engel, Goldmund, Memory Drawings, Kevin Morby, Yael Naïm en Watine.

 


 

Jan Willem

Clara Engel – Hatching Under The Stars (cd, Clara Engel)
Er zijn van die stemmen, bij mij meestal vrouwelijke, die door merg en been gaan. Ik zal ze hier niet allemaal opnoemen, ik heb per slot van rekening wel meer te doen, maar de Canadese muzikant en zangeres Clara Engel is daar zeker één van. Ze brengt songgerichte, zij het sobere, droefgeestige albums vol apocalyptische folk, gothic folk, experimentele muziek en 4ad-achtige droompop, maar ook instrumentale experimentele albums. Dat alles veelal op obscure labels of in eigen beheer, terwijl haar kwaliteit zoveel meer verdient. De gezongen albums, die nog wel eens in mijn jaarlijstjes opduiken, genieten de voorkeur bij mij, al is de rest ook van een aanzienlijk niveau. Haar stem en thema’s passen zo één op één bij mijn belevingswereld, dat het soms zo confronterend is en tegelijkertijd voor bergen kippenvel zorgt. Dat is eveneens weer het geval op haar nieuwe cd Hatching Under The Stars. Geen sterallures hoor, maar wel vijfsterren muziek, die ergens tussen de hierboven genoemde genres zit. Er wordt geen noot verspild en alles gaat behoorlijk diep. Engel (zang, gitaar, Hammond orgel, keyboard, chromonica, harmonica, banjitar) mag daarbij rekenen op een gastenlijst van maar liefst 15 muzikanten op een breed scala aan instrumenten. Toch blijft de output subtiel en vrij sober, waardoor haar krachtige prachtzang schitterend uit de verf komt. Eigenlijk weet ze het gat dat zich ergens tussen Talk Talk, Thalia Zedek, Jarboe, Marissa Nadler en Nadine Khouri zit prachtig op te vullen. Het is haast niet te doen om hier favoriete songs uit te kiezen, aangezien ze allemaal van een ontzaglijke, overdonderende pracht zijn. Wat een weelde weer!

 

Goldmund – The Time It Takes (cd, Western Vinyl / Konkurrent)
Hoewel de Amerikaanse muzikant Keith Kenniff van huis uit eigenlijk een geschoold drummer is, maar de drum verruilt hij na zijn twintigste voor piano en elektronica. Je hoort van zijn verleden ook niets terug in zijn muziek. Want naast werken onder zijn eigen naam, die veelal filmisch van aard zijn, houdt hij er het jazzy Sono, het IDM, wave en ambientproject Helios, de shoegazeband Mint Julep (samen met zijn vrouw Hollie) en het pianogedreven ambientproject Goldmund op na. Van die laatste is er nu het nieuwe album The Time It Takes. Ik weet niet of de muziek refereert aan de huidige misère of aan een ander rouwproces, maar iets in die geest zit wel besloten in de muziek hier. Dat is overigens een positief gegeven. En zeker gezien de prachtige combinatie van neoklassiek, ambient en pure pianomuziek die hij hier laat horen. Ik denk dat liefhebbers van Brian Eno, Dustin O’Halloran, Hauschka, Nils Frahm, Harold Budd, Library Tapes en Ryuichi Sakamoto hier hun hart kunnen ophalen.

 

Memory Drawings – A Few Scattered Hours (2cd, Second Language Music)
De Britse band Hood wordt, hoewel ze beweren nog niet uit elkaar te zijn, nu al zo’n 15 jaar hevig gemist in het meer interessante deel van post-rockland. Dat wordt ten dele gecompenseerd door de legio interessante nieuwe en nevenprojecten als The Declining Winter, The Boats, E And I, The Seaman And The Tattered Sail en ook Memory Drawings. Dat is weliswaar het geesteskind van de Amerikaan Joel Hanson (Judgement Of Paris), maar wordt daar vaak vergezeld door Hood-leden. Op het vierde album A Few Scattered Hours, dat is verschenen op het immer intrigerende label Second Language Music, brengt Hanson vooral de hammered dulcimer plus keyboards en percussie. Daarbij krijgt hij ruggensteun van Richard Adams (Hood, The Declining Winter), pianist Gareth S. Brown (Hood), de Australische cellist Peter Hollo (Tangents. Michel Banabila), drummer, percussionist Craig Grossman, violiste Sarah Kemp (Brave Timbers, Lanterns On The Lake, Anna Kashfi, Last Harbour), bassist Tim Ritters, hammered dulcimerspeler Joel Smith, altvioliste Jessy Greene en gitarist Mykl Westbrooks, Een soort reünie met oude en nieuwe vrienden. En buiten dat een samenkomst van interessante artiesten en instrumenten vanuit een groot deel van de wereld. In krap 40 minuten levert dat 11 uiterst interessante muziekstukken op, die ergens tussen folk, post-rock en neoklassiek uitkomen. Ik heb ook zelden een album gehoord met zo’n mooie hoofdrol voor de hammered dulcimer, die zowel zorgt voor sprankeling als een heerlijk melancholisch geluid. Het is zonder meer het magnum opus van de groep. Voor liefhebbers van onder andere Hood, The Dirty Three, Nick Cave & Warren Ellis, United Bible Studies en Dead Can Dance. Zoals altijd zit er ook een extra schijf bij met remixen. Hierop vind je in ruim 40 minuten 8 mixen van Giulio Aldinucci, Brendan Perry (Dead Can Dance), The Green Kingdom, Insides, Cédric Pin/ Glen Johnson, Mücha en tweemaal Yvonne Bruner (Big Hat). Ze weten allen de droefgeestige sfeer goed overeind te houden, maar er toch hun eigen draai aan weten te geven. Bruner voegt er zelfs zang aan toe, hetgeen buitengemeen goed past. Allen brengen de nummers op interessante andere plekken en maakt dat deze extra schijf een geweldig addendum is op de moederschijf. Een schitterend tweeluik!

 

Kevin Morby – Sundowner (cd, Dead Oceans / Konkurrent)
Na de groepen The Babies, Woods en The Creepy Aliens gaat de Amerikaanse muzikant Kevin Morby sterk solo verder. Zijn muziek houdt doorgaans het fijne midden tussen tussen folkrock, rock, pop en singer-songwritermuziek. Daarbij beschikt hij over een lekker herfstige stem, die klinkt als een hybride van Bob Dylan en Adam Green. Op zijn nieuwste album Sundowner klinkt hij rustiger, meer naturel en oprechter dan ooit. Het lijkt allemaal wel een reflectie op de situatie in de vandaag de dag in de maatschappij. Het levert een stemmig en tevens tijdloos album op vol bezinnende muziek, die je ongemerkt behoorlijk weet in te pakken. Geen bijzondere uithalen of gekunstelde fratsen, maar echt een authentiek album dat recht uit het hart lijkt te komen. Zijn allermooiste tot nu toe, zonder dat dit ook maar enigszins zijn andere werken diskwalificeert.

 

Yael Naïm – Nightsongs (cd, Tôt Ou Tard)
De in Frankrijk geboren en in Israël opgegroeide zangeres en multi-instrumentaliste Yael Naïm is een bijzonderheid in het muzikale landschap. Inmiddels heeft ze sinds 2001 al 4 albums het licht laten zien, al dan niet met multi-instrumentalist David Donatien op de hoes, die ergens tussen pop,folk en klassieke muziek belanden. De genoemde artiesten zijn tevens te horen in de gelegenheidsformatie This Immortal Coil. Ze presenteert haar vijfde cd Nightsomgs, vijf jaar na haar vorige, geheel onder haar eigen naam. Naast Yael (zang, piano, keyboards, gitaren, bas, marimba) draagt Donatien overigens nog altijd zorg voor bas, tenorzang, gitaar en de mix van dit alles. Daarnaast werk Yael met een koor, gastzangeressen en gasten op Franse hoorn. Ondanks dat alles is haar muziek, net als de albumhoes, naakter en soberder. Ze toont een kwetsbare, maar ook wonderschone kant van zichzelf. De klassieke kant drijft meer naar boven en in combinatie met de wereldse sound, droompop en zuchtmeisjesmuziek die ze altijd wel in huis heeft gehad levert dat zulke mooie, breekbare en dikwijls haast engelachtige muziek op. Het doet haast zeer. Dit album gaat van echt van het ene naar het andere hoogtepunt. Ik had haar altijd al hoog zitten, maar dit is zonder twijfel haar allerbeste en mooiste album tot nu toe!

 

Watine – Intrications Quatiques (cd, Catgang Music)
Watine is het inmiddels 15 jaar, langlopende project van de Franse zangeres, pianiste en tevens componiste Catherine Watine, die ook van zich laat horen in ‘PHÔS en het trio This Quiet. Met Watine brengt ze telkens hoogwaardig materiaal naar buiten, dat normaal gesproken ergens tussen triphop, chansons, alternatieve pop en neoklassiek inzit. Maar dat verandert op haar vorige album Géométries Sous-Cutanées (2019), waarop het leeuwendeel puur instrumentaal is en de ingrediënten bestaan ut een mix van neoklassiek, avant-garde, filmmuziek, triphop, dark cabaret, musique concrète, postrock, gefragmenteerde chansons en poëzie. Daar volgt een remix album op, maar nu ook een volwaardig zusteralbum, te weten Intrications Quatiques, dat zowel qua coverart als muziek aansluit op elkaar. Wat het anders maakt, is dat het een meer piano gestuurd album is geworden en het allemaal op meer sobere wijze wordt gebracht. De orkestraties zijn hier achterwege gelaten en de focus ligt echt op de piano. Dit vult ze aan met lier en (geluiden van) regen, Tibetaanse zingende schalen, bellen, kookgerei, houten instrumenten, alarm- en straatgeluiden. Dat alles lardeert ze vervolgens met haar programmeringen, waardoor je met enige regelmaat luisterrijke beats en andere elektronische interventies krijgt. De zes instrumentale stukken, die samen ruim 40 minuten duren, vormen interessante hybriden van neoklassiek, musique concrète, avant-garde, new age, abstracte en filmmuziek. Er gebeurt veel, ondanks dat het zeer subtiel is allemaal. Dat maakt ook dit weer tot een geweldig, meeslepend album.

Comments

comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.