Het schaduwkabinet: week 41 – 2018

Mag het ook eens een keer alleen over muziek gaan? Er is immers meer dan genoeg en van veel oude bekenden in onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Giulio Aldinucci, L’Arpeggiata/ Christina Pluhar, Árstíðir, Bixiga 70, Blackfilm, Daniel Brandt, Cat Power, Einstürzende Neubauten, Ensemble Economique, Anja Garbarek, Mark Isham, Kammerflimmer Kollektief, kj, The Legendary Pink Dots, Mirah, Mirrors For Psychic Warfare, Marc Ribot, UNIFONY, Thalia Zedek Band en Tonus. En gingen naar: Jose Gonzales and the String Theory.


 

Jan Willem

Giulio Aldinucci – Disappearing In A Mirror (cd, Karlrecords)
De Italiaanse muzikant Giulio Aldinucci timmert al sinds 2006 aan de weg. Eerst als Obsil en vanaf 2011 gewoon onder zijn eigen naam, al dan niet in samenwerking met Pleq, Francesco Giannico, Francis M. Gri en eerder dit jaar nog één met Ian Hawgood en één met Martijn Comes. Zijn muziek, die zich veelal in de (dark) ambienthoek bevindt en waarbij drones, experimenten en neoklassiek de revue passeren, wordt uitgegeven op labels als Dronarivm, Time Released Sound, Home Normal, Eilean Rec, Moving Furniture en Karlrecords. Op die laatste verschijnt nu (alweer) het nieuwe album Disappearing In A Mirror. In 7 tracks brengt hij een gitzwarte mix van ambient, neoklassiek en drones, die hij her en der aanvult met glitches en noise. De serene koren en stemmen die hij er doorheen mengt geven wel wat lucht, maar maken het soms ook weer zo mooi dat je naar adem moet happen. Aldenucci neemt je in een ijzeren greep die je niet meer loslaat. Hij komt op een compleet eigen plek uit tussen Tim Hecker en Jóhann Jóhannsson. Een overdonderend meesterwerk!

 

L’Arpeggiata/ Christina Pluhar – Himmelmusik (cd, Erato)
De Oostenrijkse componiste, harpiste, luitiste en theorbospeelster Christina Pluhar is gespecialiseerd in Middeleeuwse en Barokke muziek. Samen met het van samenstelling wisselende Franse ensemble L’Arpeggiata heeft ze al menig meesterwerk mee het licht doen zien. Mediterrane, klassieke, Barokke en eigen muziek, die ook wel eens tussen de jazz, folk en avant-garde belandt. Ik vind haar één van de opmerkelijkste hedendaagse componisten en vertolker van andere componisten. Bijvoorbeeld schrijver/regisseur Philippe Claudel heeft voor zijn prachtfilm Tous Les Soleils ook haar muziek gebruikt. Ik vind niet alles goed, maar de albums die ik goed vind zijn ook meteen bijna een tien waard. Nu komt ze met Himmelsmusik, die vanaf de eerste seconde de naam eer aan doet. Ze brengt met haar gezelschap 13 composities van onder meer Johan Theile, Johann Sebastian Bach en diens zoon Johann Christoph, Heinrich Schütz en Philipp Heinrich Erlebach op eigengereide wijze ten gehore met klassieke maar vooral ook Barokke instrumenten. Daarbij mag ze, naast het ensemble, rekenen op soprane Céline Scheen en countertenor Philippe Jaroussky. Het is allemaal van een verlammende schoonheid. Het geheel is zoals vaker ook gestoken in een prachtig digipack met een uitgebreid boekwerk vol foto’s, tekst en uitleg. Een waarlijk hemels product.

 

Árstíðir – Nivalis (cd, Season Of Mist)
De IJslandse neoklassieke indiefolk groep Árstíðir heeft sinds 2009 al drie ontzettend mooi albums het licht laten zien. In 2016 komen ze samen met onze eigen Anneke van Giersbergen met het volslagen unieke en wonderschone Verloren Verleden, die ook hoog eindigt in mijn jaarlijst. Maar de groep is natuurlijk meer dan deze samenwerking, hetgeen ze in het verleden al bewezen hebben. En ook al zijn resultaten uit het verleden geen garantie voor de toekomst, blijkt dat bij Árstíðir wel snor te zitten. Ze presenteren nu hun vierde album Nivalis, waarop ze 13 bloedmooie tracks laten horen die ergens tussen folk, neoklassiek en atmosferische (prog)rock uitkomen. De harde kern bestaat hier uit Daniel Auðunsson (gitaar, zang), Gunnar Már Jakobsson (gitaar, zang) en Ragnar Ólafsson (keyboards, zang), maar ze krijgen volop hulp van 10 gastmuzikanten op drums, percussie, contrabas, bas, violen, altviolen en cello’s. Het levert uiterst harmonieuze muziek op, die overgoten wordt met een magische schoonheid, zoals wel vaker het geval is met de muziek uit IJsland. Ze brengen een geweldige mix van Sigur Rós, Porcupine Tree, Radiohead, Soley en The White Birch. Of noem een paar anderen, want ze boren diverse muzikale bronnen aan, maar geven dat steeds op hun eigen wijze vorm. Een hartverwarmend prachtalbum!

 

Bixiga 70 – Quebra-Cabeça (cd, Glitterbeat / Xango Music Distribution)
Door de slavenhandel eeuwen geleden is de diepe band tussen Brazilië en West-Afrika een feit. Het heeft ook voor een deel de Braziliaanse cultuur gevormd zoals deze nu is. Een groep die daar echt een exponent van is, is het 9-koppige Bixiga 70. De naam is een samentrekking van de wijk waaruit ze opereren plus het huisnummer van de studio waarin ze alles opnemen. De wijk Bixiga is al helemaal een smeltkroes van culturen, want naast Braziliaanse en Afrikaanse heb er onder meer ook Italiaanse. Sinds 2011 brengt dit collectief een bijzondere hybride aan stijlen, die hen allen verbind. Op hun vierde cd Quebra-Cabeça, hetgeen “puzzel” betekent in het Portugees, gaan ze weer verder met het maken van kruisbestuivingen. Ditmaal hebben ze meer gewerkt aan de composities, die daardoor beter maar ook complexer dan voorheen in elkaar steken. De Afro-Braziliaanse sound lengen ze aan met jazz, rock, avant-garde, dub, reggae en psychedelische elektronische geluiden en ontvouwt zich als een kleurrijke muzikale reis. Wel één die dwars door tijd en ruimte gaat. En ook al kunnen ze daarbij soms best stevig en doorwrochten mee uit de hoek komen, ze weten je moeiteloos mee te slepen op de wervelende trip, zodat alle puzzelstukjes op hun plaats vallen. Ze brengen dan geen ballonnen en slingers, maar het is evengoed een groots transcontinentaal feest geworden.

 

Blackfilm – Zero One Seven (cd, Denovali)
In 2008 debuteert het Hongaarse project Blackfilm met het gelijknamige debuut. De identiteit van degene hierachter blijft geheim. Het debuut is een imposante kruisbestuiving van zware dub, trip hop, neoklassiek en industriële, logge drum n bass. Er volgt daarna nog een album met Eraldo Bernocchi in 2010. Eindelijk is hij (denk ik) terug met Zero One Seven. En daar is best wel wat veranderd ten opzichte van de eersteling. In een klein uur komen er 8 tracks langs, die weliswaar altijd nog dat zware en industriële karakter hebben, maar de nadruk ligt meer op de drum n bass waarbij het tempo aardig is opgevoerd. Dat wordt gelardeerd met spookachtige vocalen, ouderwets goede illbient en soundcapes. Daarmee krijg je een opzwepend maar toch uiterst spannend geheel, waaraan weerstand bieden zinloos is. Houd daarbij, om enig idee te krijgen, een mix van Phylr, DJ Spooky, Boymerang, Techno Animal en Subheim in gedachten. Een geweldige terugkeer.

 

Daniel Brandt – Channels (cd, Erased Tapes / Konkurrent)
Ik leer de Duitse, inmiddels in Londen en Berlijn woonachtige muzikant Daniel Brandt als eerste kennen via het minimale elektro-akoestische trio Brandt Brauer Frick. Maar hij heeft daarnaast ook van zich laten horen middels Die Spielwiese, Scott en The Free Electric Band. En tevens vorig jaar eveneens met zijn soloalbum Eternal Somehing. Nu is Channels een feit. Brandt brengt muziek op drums, piano, synthesizers, gitaar en bas en) heeft gasten op trombone, gitaar, bas en viool. Hij brengt 7 uiterst ritmische stukken vol repeterende geluiden van de piano, drums, gitaar en ook beats, waarvan een haast hypnotiserende werking uitgaat. Dat kleedt hij aan met synthesizerpartijen en de akoestische instrumenten, die soms voor sfeervolle klanken zorgen en op andere momenten aanzwellen tot overrompelende orkestraties. Het levert een wervelend geheel op dat net zo pakkend als complex is geworden. De muziek is een soort gevarieerde combinatie van IDM, softe techno, jazz avant-garde en minimal music, maar gaat eigenlijk steeds op spannende wijze de genregrenzen over, Het komt op af wisselende wijze ergens uit tussen Emeralds, Jon Hopkins, Steve Reich, Hauschka en Wildbirds & Peacedrums. Overtuigend goed(je).

 

Cat Power – Wanderer (cd, Domino)
Laat ik beginnen te zeggen dat ik iedereen zijn/haar geluk gun, nou ja bijna iedereen. Er zit alleen meestal weinig mooie muziek in geluk. Zo zit de Amerikaanse zangeres Chan Marshall vaak door allerlei oorzaken in haar duistere bubbel opgesloten. Maar als Cat Power komen daar wel ontzettend mooie, breekbare en intense gitaaralbums uit voort, die altijd mogen rekenen op haar zacht bitterzoete prachtzang. Dat vind ik missen op haar laatste album Sun, alweer van 2012. Kort haar, zon, het moet niet gekker worden. Toch heb ik ook dat album na een tijd in mijn armen gesloten, want ook die mocht er weer wezen, al was het even wennen. Na 6 jaar is ze eindelijk terug met haar tiende album Wanderer. Ze is moeder geworden, ziek geweest, psychische problemen gehad en weer lang haar gekregen. U begrijpt, die heeft alle ingrediënten in huis om fraaie muziek op te leveren. En zo geschiedde. Negen nieuwe tracks plus een intro en outro, waarin Cat Power in topvorm verkeert. Muzikaal gezien dan, want niets in de wereld van Cat Power is in beton gegoten en lijkt eerder van los zand aan elkaar te hangen. Dat zet ze om in kwetsbare maar bloedmooie muziek. Ze mag eenmaal rekenen op vocale steun van Lana Del Rey en nog wat gasten op trompet en strijkers. Verder brengt ze ook een werkelijk schitterende cover van Rihnanna’s “Stay”; heel kaal, zonder opsmuk maar zo doeltreffend. Eigenlijk zoals als alle muziek van Cat Power, waarbij zang en een piano of gitaar meestal volstaat. Beschadigingen omgesmeed tot kippenvel opwekkende muziek. Wat een topvrouw!

 

Einstürzende Neubauten – Grundstück (cd+dvd, Potomak / Konkurrent)
De Einstürzende Neubauten is ook zo’n groep die door mijn hele muzikale leven verweven zit. Deze experimentele industrialgroep ontstaat in 1980 en kenmerkt zich door de vele zelfgebouwde instrumenten. Mede dankzij de enigmatische zanger Blixa Bargeld, die lange tijd deel uitmaakt van Nick Cave’s Bad Seeds, plus de geweldige dansritmes levert de groep ook menig culthit af. Maar goed, de kenner hoef ik eigenlijk niets uit te leggen over deze supergroep. Ze doen het de laatste jaren wat rustiger aan en hebben zelfs wat releases voor enkel de “supporters” uitgebracht. Ik heb, ondanks jarenlang fan te zijn daar niet aan meegedaan. Ik vind het niet bij hen passen en weet niet wat ik precies krijg. Er zijn grenzen. Enfin, dat betekent wel dat ik het in 2005 uitgebrachte album Grundstück ben misgelopen. Tot nu toe dan, want nu komt deze ook voor iedereen uit. En terecht, want dit album mag gehoord worden en bevat echt weer die typische, ouderwetse machinale sound, die net zo experimenteel als meeslepend is. Gewoon een steengoed en volwaardig Neubauten album! Als bonus zit er ook een live dvd bij, waarbij je ze heerlijk aan het werk ziet op al die zelf gefabriceerde instrumenten. Ook treden ze met een imposant koor op, die trouwens ook op de cd een enkele keer voorbij komt. Het blijven absolute helden!

 

Ensemble Economique – Radiate Through You (cd, Denovali)
Brian Pyle is een experimentele Amerikaanse muzikant met vele gezichten. Je vindt hem dan ook terug in projecten als RV Paintings, Starving Weirdos, Naked Island (met Félica Atkinson) en niet in de laatste plaats Ensemble Economique. Met die laatst genoemde brengt hij sinds 2008 cd’s, cassettes, lp’s en digitale releases uit. In het begin laat hij een eigenzinnige mengelmoes van drones, abstracte elektronica en experimenten horen, maar geleidelijk aan gaat dat meer richting de ambient, waarin ook synthpop, progrock, shoegaze, experimentele muziek en wave voorbijkomen. Telkens schaaft hij weer aan zijn muziek, waardoor elke release weer net anders is. Dat geldt ook voor zijn nieuwe (13de?) album Radiate Through You, waarop hij in ruim een half uur 5 stukken voorbij laat komen. Daarin krijg je een broeierige mix van downtempo, ambient, synthesizermuziek en drones. De muziek is zwaar, transcendent, desolaat, bezinnend en filmisch, van waar een soort louterende werking uitgaat. De muziek zit ergens tussen Oval, Popol Vuh, Moon Zero, The Third Eye Foundation en Okada in. Hij krijgt daarbij hulp van de synthesizerspeler Alexander Molero uit Barcelona en het Nieuw-Zeelandse Purple Pilgrim, een tweeling die zorgt voor prachtige narcotiserende zang in de slottrack. Dat zorgt voor een overrompelend mooi eind van een toch al ijzersterk album.

 

Anja Garbarek – The Road Is Just A Surface (cd, Darbant)
De Noorse muzikante Anja Garbarek, dochter van saxofonist/componist Jan Garbarek, heeft altijd al een goed gevoel voor esthetiek gehad. Dat is al sinds haar debuut Velkommen Inn uit 1992. Hierop maakt ze weliswaar nog met een mix van poprock en synthpop, maar brengt daar al zoveel verrassende details in aan en lardeert het ook met funk en jazz. Op haar tweede Balloon Mood(1996) schemert al haar latere sound door met nachtelijke future jazz, downtempo, pop en lichte experimenten, die zich al in een David Lynch-sfeertje nestelen. Ze neemt de tijd en weer 5 jaar later, komt ze in 2001 met haar doorbraakalbum Smiling & Waving, dat mede door Mark Hollis is geproduceerd en waaraan onder meer leden van Japan en The Porcupine Tree plus Robert Wyatt meedoen. Nu kan ze dikwijls rekenen op uitstekende steun. De muziek komt op betoverende wijze, wat ook aan haar prachtig jazzy bitterzoete zang te danken is, uit tussen trip hop, future jazz, minimal music, neoklassiek en pop. Ook nu volgt er een pauze, ditmaal van 4 jaar, maar presenteert ze in 2005 wel èn de smaakvolle soundtrack Angel-A èn haar vierde album Briefly Shaking. Die laatste kent een meer experimentele aanpak, zonder ook maar iets aan de magische glans van de muziek van daarvoor af te dingen. Ze blijft tegen de pop aanschurken maar op uiterst innovatieve, mysterieuze en dikwijls ongrijpbare wijze.
Dan is er een hiaat van maar liefst 13 jaar, maar nu is ze eindelijk terug met The Road Is Just A Surface, waaronder nog “the original full-length theatrical version” staat. Het is dan ook een op muziek gebaseerd theater geworden, dat de ervaring onderzoekt van vast te zitten in een emotioneel afgesloten levenssituatie en het verlangen om verder te gaan. Ze werkt samen met choreograaf en regisseur Jo Strømgren. Er is een versie met 10 songs (met gele letters op de cover) op vinyl in omloop en één op cd aangevuld met 6 tracks (met rode letters op de cover), die eveneens voor de theaterproductie gebruikt is. Dat is ook de versie die ik heb. Gelukkig maar, want de extra stukken bevatten ontzettend intrigerende experimenten, die zich fraai positioneren tussen de songgerichte nummers. Die liedjes zijn hier weer van een ongekend niveau en bevatten naast die narcotiserende schoonheid van onder andere haar stem ook weer de nodige interessante elementen die haar zo onderscheiden van wie dan ook. Vader Jan (keyboards, arrangementen), min of meer vaste gast, maar ook anderen begeleiden Anja (zang, geluidsontwerp) op altviool, programmering, keyboards, zang, banjo, accordeon, gitaar en geluidsontwerp. Het levert weer zo’n overrompelende luisterervaring op, die het midden houdt tussen een fascinerend hoorspel en een subliem avant-popalbum. Daarbij moet je grofweg denken aan een kruisbestuiving van Emiliana Torrini, Fever Ray, AGF, Stina Nordenstam, Portishead, Lana Del Rey en Einstürzende Neubauten, maar dan geregisseerd door David Lynch. Een ontzaglijk meesterwerk en comeback!

 

Mark Isham – Black Mirror: Arkangel (cd, Fire / Konkurrent)
Hoewel ik nog altijd geen enkele episode van de Netflix-serie “Black Mirror” heb gezien, want ik hoef geen Netflix, is de muziek er omheen inmiddels wel een interessant dingetje geworden. Max Richter, Clint Mansell, Geoff Barrow & Ben Salibury en Alex Somers & Sigur Rós hebben allen al een episode van interessante muziek voorzien. Voor het vierde seizoen is de gelauwerde componist, toetsenist en saxofonist Mark Isham aan de beurt om de muziek te leveren voor de door Jodie Foster geregisseerde aflevering Arkangel, die is uitgebracht in de speciaal op soundtracks gerichte subdivisie Frost van het Fire label. Ik denk dat de klassiek geschoolde Isham, die al sinds de jaren 70 actief is en met de grootste der aarde heeft gewerkt, geen introductie behoeft. Ook zijn soundtrackwerk is wat dat betreft bekend. Hier levert hij in ruim een half uur 13 uiterst beklemmende, soms zelfs unheimische en duistere muziek af. Nu komen in deze film dan ook zaken als kindermisbruik, pornografie, online bedreiging en haat-cartoons voorbij, waarbij de muziek de lading goed dekt. Het is een prachtige mix van droefgeestige orkestraties, indringend pianospel en subtiele elektronische beats geworden. Top!

 

Kammerflimmer Kollektief – There Are Actions Which We Have Neglected And Which Never Cease To Call Us (cd, Bureau B.)
Eén van de leuke dingen van het in 1996 door Thomas Weber opgerichte Kammerflimmer Kollektief is hun continue drang te experimenteren en nieuwe wegen te (onder)zoeken. Dat levert niet alleen mooie resultaten op, het heeft er ook voor gezorgd dat de groep tegenwoordig over een compleet ander geluid beschikt dan ten tijde van hun debuut Mäander uit 1999. De rode draad wordt gevormd door de jazz, alleen openbaart die zich steeds anders. Vanaf 2010 zijn ze van een zeskoppig ensemble gereduceerd tot het trio Thomas Weber (gitaar, feedback, interferenties), Heike Aumüller (oscillaties, harmonium, wind & fury), Johannes Frisch (contrabas, elektronica), die allen ook in The Schwarzenbach spelen. Op hun vorige, tiende cd Désarroi laten ze biologerende experimentele en abstracte muziek horen, wat hun beste album tot dan oplevert. Die lijn trekken ze nog wat verder door op met de recensie vullende titel There Are Actions Which We Have Neglected And Which Never Cease To Call Us. De 7 stukken hier vormen een caleidoscopisch avontuur waar jazz, freejazz, krautrock, psychedelische ambient, noise, drones en soms gewoonweg kakofonisch geluid de revue passeert. Ondanks dat het echt alle kanten uitgaat weten ze je tot het eind in hun bijzondere houdgreep te nemen, die zich met niets en niemand laat vergelijken. Alweer hun beste tot nu toe 

 

kj – ex (cd, Dronarivm)
In 2016 debuteert de New Yorkse muzikant KJ Rothweiler zeer bescheiden als kj met het digitale album wake, waarop hij een fraaie mix van ambient en drones serveert. Vorig jaar brengt hij in de “Prelude To The Decline” serie van het Lost Tribe Sound label, waarbij de onderlinge albums enkel verbonden zijn door de artwork en aanschafbundel, zijn tweede spells uit. Naast de eerdere genres valt hij ook neoklassiek, zangflarden en minimal music te herkennen, wat de muziek iets minder duister maar meer spookachtig maakt dan zijn eersteling. Saillant detail is dat het debuut op label 38 is uitgebracht, hij de 38ste kj op Discogs is en zijn tweede cd 38 minuten en 38 seconden duurt. Belangrijker is dat hij wederom hoge ogen gooit met zijn prachtmuziek. Nu is hij terug met zijn derde werk ex op het Rusische label Dronarivm, dat zich toelegt op hedendaagse ambient, elektroakoestische muziek en neoklassiek. Daar passen de 8 composities van kj ook perfect tussen, zij het aangevuld met drones. Het levert uiterst nostalgische muziek, die gemaakt lijkt voor de eenzame nachten. In de slottrack wordt hij bijgestaan door cellist Aaron Martin (From The Mouth Of The Sun, The Cloisters, Black Vine). Het is uiterst geschikt voor liefhebbers van Richard Skelton, Stars Of The Lid, Celer, Chihei Hatakeyama en William Basinski. Op verstilde wijze komt deze wonderschone muziek keihard binnen, als onversneden melancholie rechtstreeks in de bloedbaan.

 

The Legendary Pink Dots – The Maria Sessions Volume Two (cd-r, Terminal Kaleidoscope)
Dat The Legendary Pink Dots tot één van mijn favoriete bands ooit behoort, zal voor de trouwe lezer geen geheim zijn. Nee de geheimen zitten eerder aan hun kant, want naast hun reguliere albums die de in 1980 opgerichte groep uitbrengt komen ze ook dikwijls met archiefmateriaal, heruitgaven van tapes, alternatieve sessies en restmateriaal. Daarmee kom ik inmiddels op zo’n 80 albums in de kast, waarbij ze dichtbij The Residents komen, één van die andere favorieten. In 2009 verschijnt The Maria Session, waarop je materiaal krijgt die gefilterd is uit de restopnames van het geweldige studioalbum The Maria Dimension (1991), alwaar de opnameknoppen vaak veel langer bleven aanstaan dan hetgeen op de cd is geëindigd. Maar net als met olijven is er van een tweede persing ook nog uitstekend materiaal te verkrijgen. Dat dit verder afstaat van de rest is door de dunnere spoeling niet zo raar, maar het brengt juist daardoor heerlijk psychedelische en bovenal experimentele en avontuurlijke abstracties. In slechts 5 tracks, maar wel met een totale lengte van 56 minuten, weten The Dots hier weer een volslagen eigengereid en biologerend geheel af te leveren. Hieronder vind je de link naar zowel de eerste als tweede sessie, omdat je die nu ook samen kunt aanschaffen. Dit is echt heel fijn voer voor met name de fans!

 

Mirah – Understanding (cd, K / Konkurrent)
Artiestennamen zijn wel een dingetje, maar als je Mirah Yom Tov Zeitlyn heet, is het alleen maar fijn als ze voor Mirah kiest. Solo heeft ze sinds 2000 pas 5 albums uitgebracht en daarnaast houdt ze er samenwerkingsverbanden met The Black Cat Orchestra, Spectratone International, Thao en diverse vrienden op na. Op haar solowerken brengt ze veelal prachtig tijdloze folkachtige rocksongs vol zinnenstrelende strijkers. Ze is nu na een stilte van vier jaar terug met Understanding. Naast Mirah (zang, gitaar) geven hier Phil Elevrum (Mount Eerie) op drums en andere gasten op saxofoon, Franse hoorn, trombone,piano, accordeon, bas en achtergrondzang acte de présence. Dat levert 10 geweldige songs op, die een beetje teruggrijpen op haar beginperiode. Haar zoetgevooisde zang neemt daarbij een prominente rol in, al is de muziek meer grofkorrelig. Dat is waarschijnlijk ook hetgeen dat haar muziek zo aantrekkelijk en noodzakelijk maakt. Daarbij liegen de onderwerpen als de dood, politiek en de (mislukte) liefde er niet om. Met deze bagage weet Mirah weer een uniek en machtig mooi album af te leveren.

 

Mirrors For Psychic Warfare – I See What I Became (cd, Neurot Recordings / Konkurrent)
Door hun vele ervaring in menig band vormen Sandford Parker (Behold! The Living Corpse, Buried At Sea, Circle Of Animals, Minsk, Nachtmystium, The High Confessions, Twilight, Two From The Eye) en Scott Kelly (Blood & Time, Hayward, Neurosis, Shrinebuilder, Tribes Of Neurot, Violent Coercion, Scott Kelly And The Road Home), beide ook uit Corrections House, met Mirrors For Psychic Warfare in feite een supergroep. Ook hun gelijknamige debuut uit 2016 mag er wezen. Hierop laten ze een grillig en duister geluid horen dat ergens tussen darkambient, doom metal en experimentele noise zit en waarbij de zware zang van Kelly meermaals aan die van Michael Gira doet denken. Daarmee gaan ze nu verder op hun tweede wapenfeit I See What I Became, die nog extremer in elkaar steekt. De geluiden zijn massiever, robuuster en meer industrieel en nemen soms monsterlijke maar indrukwekkende vormen aan, die behoorlijk angstaanjagend kunnen zijn. Ze leggen tevens een complexer en ook daardoor nog meer intrigerend geluid aan de dag. Ik denk dat liefhebbers van Neurosis, Swans, Skinny Puppy, Foetus, Sumac, Godflesh en Sand hier wel raad mee weten. De onrustige koortsdroom die ze op hun debuut laten horen krijgt hier een gedroomde nachtmerrie als opvolger.

 

Marc Ribot – Songs Of Resistance 1942-2018 (cd, Anti-)
De Amerikaanse gitarist/componist Marc Ribot eer aan doen, door alles op te lepelen wat hij gedaan heeft is ondoenlijk. Niet alleen maakt hij (later) solowerken en speelt hij in groepen als Lounge Lizard, The Dreamers, Electric Masada en dergelijke, hij speelt ook bij onder veel meer Tom Waits, Elvis Costello, David Sylvian, Elton John, Mike Patton, Robert Plant en Cino Matto. En dit is echt nog maar de top van de ijsberg. Over naar het hier en nu dan maar. Hij vond het in het tijdperk Trump tijd voor een protest cd. Dat is Songs Of Resistance 1942-2018, waar zoals de titel al aangeeft oude en nieuwe songs te vinden zijn; 11 stuks om precies te zijn. Zelf zingt hij er een paar, maar verder mag je rekenen op Fay Victor, Tom Waits, Sam Amidon, Me’Shell NdegéOcello, Steve Earl en nog een paar. Ook qua instrumentatie draaft een keur aan muzikanten op, zoals Kenny Wollesen, Ches Smith, Shahzad Ismaily, Erik Friendlander en Mark Feldman. Het levert een sterke verzameling aan songs op, waarbij de neuzen dezelfde kant op staan, maar die door één van de onderwerpen Trump toch af zullen worden gedaan als “fake music”. Van bloedstollend mooie nummers als “Bella Ciao” met Tom Waits en vooral “The Militant Ecologist” met Me’Shell NdegéOcello tot lekker tegendraadse met Ribot in de hoofdrol. Wie kan hier nou weerstand aan bieden?

 

UNIFONY – UNIFONY (cd, Butler / Bertus)
Hoewel de namen van drummer/componist Minco Eggersman (ME, At The Close Of Every Day), muzikant/componist Theodoor Borger (Mensenkinderen, How To Throw A Christmas Party) en de Noorse trompettist Mathias Eick (Jaga Jazzist, Batagraf, Trondheim Jazz Orchestra) bovenaan de onesheet staan, zijn ze verenigd als UNIFONY. Het project is een jaar of geleden gestart door Minco en Theodoor, terwijl ze werken aan ME’s Reservoir. Theodoor noemt zich dan nog Jan, maar vanwege zijn musicerende vader met dezelfde naam heeft hij voor zijn doopnaam gekozen; dit uiteraard geheel terzijde. Ze delen een liefde voor een specifieke sound uit de jaren 80 en niet in de laatste plaats voor Talk Talk. Die band speelt op hun gelijknamige debuut ook een rol met het hoesontwerp van James Marsh en eigenlijk al gepensioneerde producer Phil Brown. Minco en Theodoor,nodigen gastmuzikanten uit om met hen de pure essentie van de muziek te vinden. Voor het eerste album hebben ze Eick uitgenodigd en dat blijkt een fijn huwelijk. De skeletachtige, jazzy muziek, vaak geschetst met enkel een drumstel, wat elektronica, piano en/of gitaar, wordt door Eick’s atmosferische trompetspel heel fraai, maar sober aangekleed. Daarbij improviseren ze al gaande wel hoe de muziek verloopt, als een kaart waarop alleen het begin- en eindpunt staan en niet de weg er naartoe. Dit maakt dat het veel aan de verbeeldingskracht van de luisteraar overlaat. De muziek is weliswaar kaal maar brengt enorm veel en instrumentaal maar veelzeggend. Al vissen ze uit een hele andere vijver dan Talk Talk, ze weten op net zulke mooie en diepe wijze door te dringen tot de essentie van de muziek.

 

Thalia Zedek Band – Fighting Season (cd, Thrill Jockey / Konkurrent)
Eén van mijn rockheldinnen is toch wel zangeres/gitarist Thalia Zedek, die al sinds 1981 op stevige en zeer indrukwekkende wijze aan de weg timmert. Ze start met de groepen Dangerous Birds, Live Skull en Uzi, maar breekt pas echt door met het onovertroffen Come. En daarna haar solowerk, dat echt aansluit op die groep en daar soms ook overheen gaat. Eerst brengt ze tussen 2001 en 2004 drie albums onder haar eigen naam uit, maar gaat hierna verder als Thalia Zedek Band. Naast Zedek (zang, gitaar) bestaat deze band uit altviolist David Michael Curry (Boxhead Ensemble, Empty House Cooperative, Metal & Glass Ensemble, Willard Grant Conspiracy), pianist Mel Lederman (Victory At Sea), bassist Winston Braman (Consonant, Fuzzy, Shepherdess, Magic People) en drummer Jonathan Ulman (The Marty Kings). Kenmerkend blijft die rauwe, getormenteerde zang plus de ongepolijste rock, die diepe snaren weet te raken. Fighting Season is alweer de vierde cd die ze met de band heeft gemaakt. Hierop brengt ze 9 nieuwe met blues doorspekte rocksongs waar de urgentie vanaf spat. Het is niet per se anders dan voorheen, maar wel oprecht en wonderschoon. Ze mag daarbij rekenen op steun van eregasten en gitaristen Chris Brokaw (Come) en J Mascis (Dinosaur Jr.) plus een cellist. Dat alles zorgt weer voor doorwrochten droefgeestige songs, die stuk voor stuk van meerwaarde zijn en ergens het midden houden tussen Come, Shannon Wright, Anari, Patti Smith en Dirty Three. Zedek is een ongepolijste diamant.


 

Mathijs

Jose Gonzales and the String Theory, CCHA 27 09 2018

Het is inmiddels al weer een tijdje geleden dat ik nog naar een concert ben geweest, en vanavond speelt niemand minder dan Jose Gonzales in het CCHA. Ik kijk er erg naar uit, eerdere optredens van Gonzales die ik heb mogen bijwonen waren echt heel erg goed. Hij weet met gemak enkel met zijn akoestische gitaar een festival podium te vullen. Deze keer deelt hij het podium met the String Theory een 20 koppig hedendaags kamer orkest…

Ik was (eindelijk kan ik eens een van mijn favoriete Engelse uitdrukkingen gebruiken) flabbergasted door het optreden, het heeft mijn verwachtingen overtroffen. Het kamer orkest bestond naast strijkers nog uit koper blazers enkele multi-instrumentalisten en twee geniale percussionisten die een heel scala aan a-typische “instrumenten” mee hadden genomen, een grote metalen plaat en een soort katten krabpaal. Ik moet er ook nog bij vermelden dat het voorprogramma: Barbarossa ook erg leuk was, een singer-songwriter die zijn liedjes opsmukt met subtiele elektronische elementen. Een zeer fijne opwarmer.

Het optreden begon heel subtiel en vrij experimenteel: de leden van het orkest wreven allemaal een krakende plastic zak tussen hun handen wat een stille white noise ten gehore bracht en het stuk werd geleidelijk opgebouwd tot een overdonderend slot, tot hier was Gonzales nog stil geweest. Daarna werden de oude en nieuwe liedjes van Gonzales steeds op originele en niet voor de hand liggende wijze heruitgevonden. Het speel plezier spatte van het podium. De hit Heartbeats waarmee Gonzales doorbrak bij het grote publiek (ook dankzij de stuiterballen reclame van Sony) en zijn bloedmooie cover van Massive Attack’s Teardrops speelde hij ook. Het is een concert geweest waarbij woorden gewoonweg geen recht doen aan het geheel, daarom rest mij dit te zeggen: krijg je de kans om Jose & The String Theory aan het werk te zien: grijp die kans. Wat je sowieso kunt doen is onderstaande video bekijken. In de wandelgangen heb al wel opgevangen dat het niveau van de show sinds 2017 een stuk gegroeid is…

Teardrops:

Concert:

Stuiterballen reclame:


 

Sietse

Tonus – Texture Point (A New Wave Of Jazz)

Enkele weken terug schreef ik al over Cagean Morphology van Tonus, het nieuwe project van Dirk Serries. Naast die CD komt ook Texture Point uit. Daar is het duo van Serries en Martina Verhoeven aangevuld met op viool Benedict Taylor.

Ook op dit album volgen de muzikanten een minimaal schema binnen de 4 verschillende werken. Het geluid, door de toevoeging van de viool heeft wel een rijker geluid dan op Cagean Morphology. Maar zelfs nu blijft er heel veel ruimte voor stilte. Er is veel ruimte binnen de muziek voor eigen invulling, of het op je in laten werken van het voorgaande. Maar anders dan op Cagean Morphology is er nu binnen die stilte vaak opeens hele zacht viool geluid te horen.

Ook afwijkend is de scherpe dissonante geluiden die uit de viool komen. Daarmee schuurt deze release iets meer waardoor een andere soort spanning wordt opgebouwd.

De muziek is minder Cageaan’s dan voorloper, maar doet me denken aan de stapel CD’s die ik heb liggen van het Britse Another Timbre label waar het ook zeker niet had misstaan, en dat kan alleen maar worden gezien als aanrader om hier dieper in te duiken.

Wederom een pracht cd.