Het schaduwkabinet: week 40 – 2018

Appen we het nou goed gehoord? Een appverbod voor alle voertuigen? Wij flappen het er gewoon uit middels onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Blakk Harbor, Molly Burch, Ben Chatwin, Crippled Black Phoenix, The Declining Winter, Ali Derman, Clara Engel, Jerusalem In My Heart, Kersbergen & Janisch, Mahroo Mostofi & Fardin Lahourpour, Murcof, Marissa Nadler, Ann O’aro, Queen Of The Meadow, Spain, Swearin’ en Zatar.

 


 

Jan Willem

Blakk Harbor – Madares (cd, Ant-Zen)
Blakk Harbor is het project van de Griekse, in Berlijn woonachtige muzikant Angelos Liaros, die eerder als Mobthrow van zich liet horen middels duistere elektronica. Op zijn debuut Madares als Blakk Harbor brengt hij gitzwarte, maar meeslepende muziek, die zich ergens tussen industrial, IDM, dark ambient, drones, Oosterse elementen, tribal en experimentele muziek nestelt. Hierbij heb ik de meeste ingrediënten ooit wel eens voorbij horen komen, maar zelden in deze meer dan overtuigende, angstaanjagende en bovenal heerlijke combinatie. Denk aan een gedroomde kruisbestuiving van Locust, Phylr, Biosphere, Muslimgauze, In Slaughter Natives, Blackfilm en Omala. Soms kan ik het ook niet mooier en zeker niet lichter maken dan het is. Een machtig debuut dat soms de grond onder je voeten vandaan slaat.

 

Molly Burch – First Flower (cd, Captured Tracks / Konkurrent)
Vorig jaar debuteert de Amerikaanse Molly Burch met haar fraaie album Please Be Mine. Ik bestempel haar als een nieuwe ster of op z’n minst een belofte; een mens moet niet teveel stempelen. Ze heeft jazzzang gestudeerd en neemt Billy Holiday, Patsy Cline en Nina Simone mee als muzikale bagage. Hoewel ze duidelijk over een oude ziel beschikt, is haar muziek fris en bepaald niet belegen. Dat wil zeggen wel in een nachtelijke setting, want de melancholie druipt van haar landerige singer-songwritermuziek met lichte (folk)rock, soul en altcountry invloeden. Daarbij komt nog haar rokerige, jazzy bitterzoete zang, die franje geeft aan de veelal skeletachtige muziek met vintage vernis. Nu is ze terug met First Flower en hier gaat ze gewoon verder met het maken van die heerlijke songs. Geen aardverschuivingen ten opzichte van haar eersteling, maar een consolidatie en verbetering van haar geweldige sound. Nog altijd is de muzikale begeleiding sober maar uiterst doeltreffend, al komt er ook wel eens een fijne orkestratie voorbij. Ze is een soort ongepolijste mix van Lana Del Rey, Tarnation, Norah Jones, Mazzy Star, Marussa Nadler, Lisa Germano en Dusty Springfield. Daarmee is ze de belofte ver voorbij en zal ik toch maar de stempel nieuwe ster gebruiken.

 

Ben Chatwin – Drone Signals (cd, Village Green)
Het is pas amper 9 weken geleden dat ik het meesterlijke Staccato Signals van de Schotse componist/producer Ben Chatwin (Talvihorros) heb besproken. Hierop begint hij met een schone lei van waaruit hij laag voor laag elektronica en strijkmuziek op elkaar legt, waarbij de ene keer de neoklassieke kant en op andere momenten de elektronica en de noise meer naar voren komen. Het is spannend, emotievol en bij de Dat levert weer een zeer broeierige mix aan stijlen op, die rauw, emotievol en aangrijpend is. De ene keer overheerst de meer neoklassieke kant, maar op andere momenten spelen de elektronica en de noise juist meer de hoofdrol. Het is meeslepend en gewoon overrompelend mooi. Chatwin is daarna in feite tussen alle sporen door gaan flossen en pluizen naar nog ander bruikbaar materiaal. Hij gebruikt daar de strijkers om de elektronica te voeden, maar heeft daarmee zijn eigen tool geschapen. Hiermee heeft hij nu Drone Signals gecreëerd, dat een conceptueel satellietalbum is geworden. Geen mixplaat, geen kliekjes, maar heuse composities van zelf gebrouwen materie, waarbij hij de eerdere strijkers heeft omgesmolten tot nieuwe muzikale elementen. Hij fabriceert van dat alles duister droefgeestige ambientlandschappen vol drones en allerhande biologerende elektronische geluiden en klassieke fragmenten, die soms nog wel harder binnenkomen dan het toch al steengoede zusje. Of broertje nee persoontje moet ik tegenwoordig zeggen. Een strak gedirigeerde emotionele achtbaan, die ongekende ruimtes inschiet. Groots!

 

Crippled Black Phoenix – Great Escape (2cd, Season Of Mist)
Al ruim 11 jaar is Crippled Black Phoenix het fascinerende post/progrock project van vooral Justin Greaves (Iron Monkey, Teeth Of Lions Rule The Divine, The Varukers, Se Delan), die zich steeds met andere muzikanten omringt. Na het leuke tussendoortje Horrific Honorifics (2017) waarop ze hun helden in het zonnetje zetten, is nu hun tiende album Great Escape een feit. De harde kern bestaat hier naast Greaves (drums, gitaar, bas, samples, zingende zaag, percussie, achtergrondzang) uit zanger Daniel Änghede (Astroqueen, Hearts Of Black Science), en toetsenist Mark Furnevall, maar ook drummer Ben Wilsker, gitarist Jonas Stållhammar (Bombs Of Hades, God Macabre, Utumno), bassist Tom Greenway, zangeres Belinda Kordic (Se Delan, Killing Mood, Stabb), pianist/toetseniste Helen Stanley (Freakeasy) en accordeonist Kostas Panagiotou (Clouds, Pantheist, Landskap, Towards Atlantis Lights, Wijlen Wij) plus drummer Karl Daniel Lidén (Dozer, Greanleaf, The Old Wind, Vaka, Demon Cleaner) en Dominic Aitchison (Mogwai) geven acte de présence. In ruim 73 minuten laten ze hier 11 nieuwe tracks het licht zien. Daarop laten ze hun meest uitgebalanceerde geluid tot nu toe horen. Lees dat niet als saai, maar als een goed voorbereide avontuurlijke trip. Ze brengen een fijne caleidoscopische mix van prog-, post- en psychedelische tot experimentele, blues- en stoner-rock. Daarbij maken de vele details, inclusief de samples, het fijne verschil. Hun geluid komt daarmee ergens uit tussen Godspeed You! Black Emperor, Pink Floyd, Grails, Blueneck, Red Sparowes, Queens Of The Stoneage en Masters Of Reality. En dat is echt wel heel erg mooi. Behalve dat de luxe editie in een prachtig boekwerk is gestoken, zit daar ook een extra schijf bij met nog eens twee tracks, die nog eens voor ruim 16 minuten aan luisterplezier zorgen. Dat mede door de Hongaarse metalzanger Zoltán Jakab (Bridge To Solace, Ghostchant, Newborn), maar ook door de uiterst venijnige muziek er omheen. Een geweldig totaalkunstwerk!

 

The Declining Winter – Belmont Slope (cd, Home Assembly Music)
Het in 1991 opgerichte Hood is een uiterst invloedrijke Britse groep, die postrock combineert met folk, experimenten en soms zelfs IDM. Vanaf 2004 gaat Hood de koelkast in en gezien de vele projecten van de diverse leden, als Memory Drawings, The Boats, The Remote Viewer, The Sea, The Seaman And The Tattered Sail en The Declining Winter, zal het daar wel blijven ook. Inmiddels laat Richard Adams sinds 2007 onder meer van zich horen als The Declining Winter, waarmee hij sfeervolle postrock maakt gelardeerd met allerhande stijlen. Op zijn vorige Home For Lost Souls (2015) komt hij daarmee op eigenzinnige wijze dichtbij Hood. Dat doet hij op nog schitterende wijze op Belmont Slope. Hij serveert in drie kwartier 9 tracks, die wederom in de basis bestaan uit songgerichte postrock. Hier vult hij dat aan met ambient, zelfs die richting GAS koerst, shoegaze, lo-fi, folk en pastorale pop. Dat alles combineert hij op zo’n natuurlijke wijze dat het elkaar niet bijt maar juist fraai aanvult. Nu wordt alles ook met een flinke dosis melancholie overgoten, die daarmee de rode draad vormt. Naast liefhebbers van Hood zullen die van Piano Magic, Labradford, Rothko, Talk Talk en July Skies hier ook wel voor kunnen vallen. Verfijnde, vooruitstrevende pracht, die misschien wel het beste van Adams tot nu toe toont.

 

Ali Derman – Ah Yanarım (cd, Ahenk Müzik / Xango Music Distribution)
Ik heb als het om Turkse muziek aankomt kennelijk een voorkeur voor de zogeheten protestmuziek uit het land, hetgeen echt een genre is. Daar ben ik achter gekomen toen ik in Turkije naar bepaalde artiesten vroeg, zoals Ahmet Kaya, Selda, Grup Kızılırmak en Grup Yorum. Ze putten vaak uit de folk, maar lengen dit dikwijls aan met rock. Opvallend genoeg vind ik de zang erbij ook vaak meer Oost-Europees klinken, wellicht door het vaak ingetogen karakter. Iemand die daar met zijn muziek helemaal bij aansluit is Ali Derman. Hij is al ruim 20 jaar actief in de muziek, maar na in diverse bands te hebben gespeeld acht hij de tijd rijp om eens op de solotour te gaan. Dat levert zijn debuut Ah Yanarım op, dat zoiets betekent als “ah, ik hou van”. In slechts 28 minuten brengt hij 7 prachtig melancholische folksongs, her en der aangedikt met rock, van waaruit een soort universele taal spreekt. Hij krijgt hier ruggensteun van een tiental muzikanten op davul, bas, gitaar, keyboards, fluit, kaval, saxofoon, keman, klarinet, percussie en zang. Het is wonderschone muziek die je bepaald niet onberoerd laat. Derman bewijst zijn gelijk door dit fantastische solowerk naar buiten te brengen.

 

Clara Engel – Ashes & Tangerines (cd-r, Reverb Worship)
Vorige week nog bespreek ik het nieuwste album Eleven Passages van de door mij zeer gewaardeerde Canadese zangeres/gitarist Clara Engel, die vanaf 2005 aan de weg timmert met haar indringende muziek. Ze omringt zich veelal met klasse artiesten. Toch brengt ze haar albums in eigen beheer of op obscure labels uit, vaak nog enkel digitaal of op cd-r. Toch werkt ze al samen met Aidan Baker, Thor Harris (Shearwater, Swans), Heidi Harris en Meg Mulhearn (US Christmas). Je kunt haar muziek tegenwoordig in tweeën delen, namelijk de meer instrumentale tot de verbeelding sprekende muziek en haar getormenteerde songgerichte muziek. Tot die laatste categorie behoort Ashes & Tangerines, die in 2012 al gemaakt is en in 2014 voor het eerst digitaal verschijnt. Ze brengt in 54 minuten 11 intense songs naar buiten, die voor haar doen redelijk extrovert maar zeker niet minder zwaar op de hand zijn. Ook mag Engel (zang, gitaar) hier rekenen op steun van zes gastmuzikanten op drums, piano, hoorn, bas, gitaar, klarinet, saxofoon en zang plus een koor van 4 man. Haar singer-songwritermuziek nestelt zich op mysterieuze wijze ergens tussen dark folk, avant-pop en bluesrock. Toch draait alles om haar emotioneel geladen, licht androgyne zang die inslaat als een emotionele precisiebom en fraai ingelijst wordt door de skeletachtige, droefgeestige muziek. Het zal liefhebbers van Esben And The Witch, PJ Harvey, Diamanda Galas, Tarnation, Marissa Nadler en Chelsea Wolfe, allen op hun meer rustieke momenten, wel aanspreken. Dit sublieme album is nu ook in fysieke vorm verkrijgbaar via het innovatieve en immer verrassende Reverb Worship label. Het is een heel groot goed om deze fantastische release daadwerkelijk in handen te hebben.

 

Jerusalem In My Heart – Daqa’iq Tudaiq (cd, Constellation / Konkurrent)
De in Libanon geboren Canadese producer/muzikant Radwan Ghazi Moumneh is een sleutelfiguur in de muziekscene van Montréal. Hij is namelijk mede-eigenaar van de invloedrijke studio Hotel2Tango, waar vrijwel alle Constellation artiesten en tevens die van Alien8 hun albums opnemen. Daarnaast neemt hij er als geluidsman zelf menig werk van andere artiesten op (Matana Roberts, Aids Wolf, Eric Chenaux, Ought) en maakt hij deel uit van veelal experimentele gezelschappen als The Black Hand, Ire, Pas Chic Chic, de hardcoreband The Cursed en Sam Shalabi’s band Land Of Kush. Maar zijn hoofdproject is sinds 2013 toch wel Jerusalem In My Heart, waarmee hij al twee waanzinnig goede albums heeft afgeleverd plus nog één met Suuns. Moumneh keert nog regelmatig terug naar Beirut om daar muziek op te nemen en tevens te participeren in de muziekscene aldaar. Op zijn albums strooit hij vervolgens een niet te vangen mix van Arabische pop, avant-garde, experimentele en elektronische muziek uit over de luisteraar. Na drie jaar afwezigheid gaat hij daar gewoon weer mee verder Daqa’iq Tudaiq, wat zoiets als “minuten die ertoe doen” betekent. In de eerste 4 stukken “Wa Ta’atalat Loughat Al Kalam” 1-4, gaat zijn droom in vervulling om een moderne orkestrale versie te maken van de Egyptische klassieker “Ya Garat Al Wadi” van de legendarische componist Mohammad Abdel Wahab. Moumneh (zang, elektronica) heeft daarvoor in Beirut een 15-koppig orkest samengesteld, die hem vergezellen op bouzouki, riq, darbuka, oud, qanun, santur, altviool, contrabas, cello, violen, gitaar en elektrische basdrones. Alleen Sam Shalabi heeft hem vanuit Canada vergezeld. Samen met de melodieuze, emotioneel geladen zang laten ze een schitterend en eigenzinnig eerbetoon horen, waar het gaat over liefde in een tijd van politiek, politiek in een wereld die samenzweert tegen liefde en de specificiteit van de Arabische diaspora-ervaring in onze brutale 21ste eeuw. Twintig minuten lang brengt hij meesterlijke muziek, die een prachtige brug slaat tussen Oost en West. De laatste 4 tracks, want die zijn er ook nog, waar hij zonder het ensemble te werk gaat maar vooral stukken brengt voor zang, elektronica en bouzouki. Dit zijn ook fraaie kruisbestuivingen, zij het wat soberder gebracht. Het is in alle opzichten een uniek wereldalbum geworden!

 

Kersbergen & Janisch – Kersbergen & Janisch (cd-r, Reverb Worship)
De Noorse muzikant Oliver Kersbergen (gitaar, bas, keyboards, percussie, lier, piano, zang) vormt samen met zijn broer Svein de experimentele, met folk en ambient geïnfecteerde pop/rockformatie Sleepyard, waarvan het laatste, vijfde album Winter Crickets eerder dit jaar is uitgekomen. Hieraan werken een keur aan gasten mee, waaronder ook de Amerikaanse Katje Janisch (zang, fluit, bouzouki, ocarina, kalimba, cello). Zij maakt in de regel weirde folksongs, waarvan een fraaie bundeling is verschenen op West Of Twilight (2015). Nu komen ze samen op het fijne Reverb Worship met de cd Kersbergen & Janisch. Hierop lijken ze met hun 7 stukken te zijn aanbeland op een duister onontgonnen plekje in het heelal. Daar smeden ze drones, ambient, neoklassiek, dark folk, psychedelische rock en allerhande experimenten om tot fraai feeërieke klanklandschappen. Daarbij krijg je dikwijls de etherische, soms haast hallucinante zang van Janisch, een enkele keer afgewisseld met spoken word. Een sprookjesachtige mengelmoes van Roy Montgomery, Jessamine, Grouper, Lydia Lunch, Laurie Anderson, Espers en Heidi Harris komt wellicht enigszins in de buurt. Het is muziek die je meteen in de houdgreep neemt en je even helemaal uit de realiteit neemt. Bezwerende pracht!

 

Mahroo Mostofi & Fardin Lahourpour – Mecnun (cd, Ahenk Müzik / Xango Music Distribution)
Van jongs af aan is Mahroo Mostofi geïnteresseerd in muziek en schilderen, hetgeen ze dan ook beide gaat studeren. Daarnaast leert deze Iraanse ook alles over Koerdische muziek. Inmiddels zingt ze dan ook in het Farsi en Koerdisch en heeft ze in 2006 al de twee albums Ashti en Lalayi uitgebracht. Nu is ze terug met Mecnun, hetgeen “gek” betekent, samen met de Iranese multi-instrumentalist Fardin Lahourpour (düzenleme, ney, duduk, bağlama (bas), uso, jorreh). Daarnaast geven nog eens 9 gastmuzikant op santur, kanun, oud, sitar, def, bendir, tombek en dohol acte de présence. Het levert een fraaie grog aan Oosterse stijlen op, die me het meest doet denken aan de betere melancholische Turkse muziek. De indringende, droefgeestige prachtzang van Mostofi weet, ondanks dat je deze wellicht niet verstaat, diepe snaren te raken. De instrumenten zorgen voor een sterke en veelal dromerige omlijsting, hoewel ze ook geheel op zichzelf staan, zoals ze in sommige instrumentale delen ook aantonen. Het is een majestueus, meeslepend en magisch album geworden.

 

Murcof – Lost In Time (cd, Glacial Movements)
De Mexicaanse muzikant Fernando Corona is al sinds de jaren 90 actief, maar breekt pas vanaf 2002 echt door met zijn elektronische project Murcof waarmee hij neoklassiek koppelt aan onder meer IDM en ambient. Naast solowerken heeft hij ook samen met Eric Truffaz, Philippe Petit en Vanessa Wagner muziek gepubliceerd. In 2009 brengt hij zijn eerste en ook wel heel fraai soundtrack La Sangre Iluminada uit. Dat is kennelijk bevallen, want in 2014 verschijnt de tweede, namelijk Lost In Time voor de gelijknamige film van Patrick Bernatchez. Het is een behoorlijk ijzig werk geworden waarop Murcof neoklassiek koppelt aan isolationistische ambient en drones. Zijn duistere stukken worden afgewisseld dan wel aangevuld met de prachtig serene zang van het jongenskoor Les Petits Chanteurs Du Mont-Royal en emotievol pianowerk. Het levert een biologerend en aangrijpend werk op. Helaas toen alleen op vinyl verkrijgbaar. Gelukkig heeft het prestigieuze label Glacial Movement deze nu ook op cd uitgegeven. Het is dan ook muziek die perfect bij het label past. Het lange wachten wordt nog eens beloond met een mooie bonustrack. Geduld is een schone zaak!

 

Marissa Nadler – For My Crimes (cd, Bella Union)
Ik krijg nog wel eens de vraag voor mijn kiezen of ik na al die jaren nog steeds nieuwe dingen hoor dan wel verrast wordt. En hoewel het mijzelf ook wel eens bevreemd is dat iets wat ik toch met een keiharde ja beantwoord. Veel komt vanuit de wereldmuziek, maar ook daarbuiten valt genoeg nieuws te ontdekken. Dat geldt zeker voor de Amerikaanse zangeres/gitariste en schilderes Marissa Nadler, die de gemoederen inmiddels al zo’n 14 jaar bezig houdt met haar bijzondere, mysterieuze en soms gewoonweg spookachtige singer-songwritermuziek. Daarmee gaat ze op droefgeestige wijze mee verder op For My Crimes. Nadler (zang, gitaar, baspedalen, Hammond, chamberlin) krijgt daarbij weer hulp van gasten op zang, strijkinstrumenten, bas, harp, altsaxofoon, drums, mellotron en contrabas, dat van onder meer Angel Olsen, Eva Gardner en Sharon Van Etten. De muziek is niet heel erg anders dan voorheen, maar brengt op een wat sobere wijze weer heel veel magische pracht, die alleen zij zo machtig mooi en indringend kan maken. Het onderstreept andermaal haar unieke betoverende kunsten.

 

Ann O’aro – Ann O’aro (cd, Label Cobalt/ Buda Musique / Xango Music Distribution)
Dat je ten Oosten van Madagaskar met Euro’s afrekent verwacht je wellicht niet zo snel. Toch ligt daar het eiland Réunion, hetgeen een Frans departement is. Roland Garros komt er bijvoorbeeld vandaan. Ook zangeres Ann O’aro, die eigenlijk voluit Anne-Gaëlle Hoarau heet, is er geboren en getogen en presenteert haar gelijkluidende debuut. Hierop werkt ze met Jean-Didier Hoareau (kayanm, roulèr, sati, koorzang), Willy Paitre (kayanm, bob, roulèr, koorzang), Julien Rousseau (trompet, eufonium) en Fanny Ménégoz (fluit, piccolo). Zoals je ziet geen alledaags instrumentarium die ook passen bj de Maloya muziek van Réunion, die zijn oorsprong vindt in de muziek van Afrikaanse en Madagaskische slaven en Indiase contractarbeiders. Typisch daarbij is dat de begeleiding hoofdzakelijk uit percussie-instrumenten (kayanm, roulèr, sati), muziekboog (bob) en de zang in het Réunions Creools, een Creoolse taal afgeleid van het Frans. Haar zang geeft de muziek iets ritmisch en poëtisch mee. Hoewel het mede door het Franse accent zacht klinkt, kan de toon van de teksten hard en direct zijn en behandelt ze intieme onderwerpen en bepaalde taboes die er nog zijn op het eiland. Seksueel misbruik, incest maar ook hartstochtelijke liefde worden door haar genadeloos uit de schaduw gehaald. Het is rauw, eerlijk en compleet uniek wat ze hier laat horen. Een bij de strot grijpende schoonheid. En een ijzersterk debuut, waar je heel stil van wordt.

 

Queen Of The Meadow – A Room To Store Happiness (cd, Tiny Room Records)
De Française Helen Ferguson (zang, gitaar, piano, metallofoon, percussie) is een laatbloeier, maar doet met haar debuut Aligned With Jupiter als Queen Of The Meadow, waarschijnlijk vernoemd naar het fantastische album van Elysian Fields, wel meteen mee op het hoogste niveau. De groep houdt ze er op na met haar man en voormalig gitaarleraar Julien Pras (Calc, Mars Red Sky, Pull), die ook van zich laat horen op piano, drums, percussie, bas, banjo en zang. Ferguson is eerder al te horen op zijn soloalbum en daarnaast bij World Of Dust en in de live bezetting van Emily Jane White. Hoe dan ook, ze leveren een overrompelend droomdebuut af, dat naast de prachtig bitterzoete zang van Ferguson tevens breekbare, emotioneel geladen muziek bevat. Wonderschoon maar ook met de nodige diepgang. Na twee jaar is A Room To Store Happiness een feit, waarop ze 10 nieuwe songs presenteren die ergens tussen droompop, chansons, folksongs en slowcore landen. En hoewel hun vorige album al mooi is, weten ze hier een nog meer narcotiserend geluid neer te zetten. Muziek die op sobere wijze tot stand komt, maar zo’n enorme indruk weet te maken. Je kunt er heerlijk bij wegdromen of tot bezinning komen, dikwijls met bergen kippenvel, maar als je de teksten induikt geeft het ook voer tot nadenken. Ik denk dat fans van Dévics, Trespassers William, Lana Del Rey, Watine, Shannon Wright, Faustine Seilman en Mi And L’Au hier hun hart kunnen ophalen. Hoewel de kamer om geluk te stallen nog niet gevonden lijkt, levert het wel een machtig mooi tweede werk op.

 

Spain – Mandala Brush (cd, Glitterhouse)
Spain is sinds 1991 de band van zanger/gitarist van Joshua Haden, zoon van Charlie Haden en broer van de drieling Petra, Tanya en Rachel Haden (That Dog). Tot 2001 maakt de groep drie albums die vol staan met die lekker trage mix van indie, emo, art rock en slowcore, maar die genoeg van elkaar verschillen om interessant te blijven. Dan gaat de groep tijdelijk uit elkaar om in 2007 in een nieuwe samenstelling weer verder te gaan. Ik moet bekennen dat ik de groep dan niet meer echt volg, totdat ik de openingstrack “Maya In The Summer” van de nieuwe cd Mandala Brush hoor, die je werkelijk meteen het album inzuigt. Ook daarna ben ik prettig verrast. Het is allemaal wat minder gepolijst en ook de zang van Haden heeft iets rauws, bluesy-achtigs gekregen. Haden wil meer een livesound overbrengen en dat is hem met de juiste productie ook gelukt. Kenny Lyon (gitaar, orgel, strijkarrangementen, productie), Shon Sullivan (gitaar, keyboards) en Danny Frankel (drums, percussie) vormen hier de rest van de band, waarbij ze hulp krijgen van gasten op accordeon, trompet, saxofoon, fluit, viool, cello, trombone, klarinet en zang. Onder hen ook zijn zusjes Petra en Tanya. Ze brengen een geweldige mix van hun oudere werk met jazz, gospel, blues en folk. En naast tracks met reguliere tijden, staat er gewoon ook een aantal op die 7, 8 en zelfs 15 minuten duren. Het is ontzettend gevarieerd maar ook van een bijzondere, diepgaande en betekenisvolle schoonheid.

 

Swearin’ – Fall Into The Sun (cd, Merge / Konkurrent)
Ze zijn lekker bezig de zusjes Crutchfield. Een paar weken terug komt Katie Crutchfield al met een nieuwe mini van haar project Waxahatchee, nu kom zuslief van Allison Crutchfield eindelijk eens met een nieuwe van de groep Swearin’. Samen delen ze verder ook nog P.S. Eliot, Bad Banana en The Ackles en heeft Allison vorig jaar ook een soloplaat uitgebracht. De reden dat Swearin’ na twee prima albums uit 2012 en 2013 even de koelkast in is gegaan heeft te maken met het feit dat het zingende en gitaarspelende koppel Allison en Kyle Gilbride uit elkaar zijn gegaan. Vijf jaar later pakken ze dan toch de draad weer op, muzikaal gezien, wederom samen met drummer Jeff Bolt. Ze brengen in een goede 33 minuten 11 heerlijk ongepolijste en bovenal pakkende rocksongs. Daarmee plaatsen ze zich op eigengereide wijze ergens tussen Mirah, Magnog, Pavement, Pixies, Waxahatchee, That Dog en Torres. Daar kan je gerust mee thuiskomen. Heerlijk ontwapenend album!

 

Zatar – Aremu (cd, VDE-Gallo / Xango Music Distribution)
Normaal gesproken hoef je me echt niet voor elk moppie jazz wakker te maken, maar als het om het in 2013 opgerichte Zwitserse Zatar gaat is dat wel anders. Zij brengen doorgaans namelijk fraaie en zeer avontuurlijke muziek, waarbij ze ook andere genres doorkruizen. De groep bestaat tegenwoordig uit zangeres/stemkunstenares Soraya Berent, cellist Francesco Bartoletti, gitarist Nicolas Lambert en saxofonist Joël Musy. Op hun nieuwe cd Aremu krijgen ze her en der nog hulp op percussie-instrumenten van Catia Olivia. Ze brengen muziek van de Balkan en Italië tot Griekenland en Libanon, zowel uit eigen koker als van anderen dan wel traditionele. Zo krijg je schitterende covers van Goran Bregovic en Yasmine Hamdan naast de eigen composities. Het levert een schitterend mozaïek aan stijlen, landen en talen op, die zorgen voor een wereldse en prettig nachtelijke luisterervaring. Om grenzeloos van te genieten.