Het schaduwkabinet: week 39 – 2020

Gewoon je bek houden en genieten van onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Kate Bollinger, Will Butler, Cults, Death Bells, Mint Field, MJ Guider, Bob Mould en Wax Chattels.

 


 

Jan Willem

Kate Bollinger – A Word Becomes A Sound (cdep, House Arrest / Bertus)
De Amerikaanse singer-songwriter Kate Bollinger was al lekker aan haar eerste officiële mini album, ze heeft vorig jaar in eigen beheer al de cassette/lp (maak me gek) I Don’t Wanna Lose uitgebracht, toen COVID-19 om de hoek kwam kijken en ze niet meer met haar band kon werken. Uiteindelijk heeft ze met toetsenist/producer John Trainum het toch voor elkaar gekregen. Dat heeft de mini A Word Becomes A Sound opgeleverd. Hierop krijg je in 14 minuten 5 songs opgediend, die in basis bestaan uit indiepop. Daar voegt ze echter folk- en jazzelementen aan toe plus subtiele sfeervolle beats. Dat alles voorziet ze van haar zachte bitterzoete zang, waarmee ze je zo weet te betoveren. Door alles sijpelt ook een zekere droefgeestigheid, omdat ze vol weemoed terugdenkt aan betere tijden. Denk aan een lekker cocktail van Feist, Sade, Mazzy Star, Norah Jones en Donna Regina. Een prachtig kleinood, waarmee het heerlijk nazomeren is.

 

Will Butler – Generations (cd, Merge / Konkurrent)
Natuurlijk, de Canadese muzikant Will Butler zal vooral in verband gebracht worden met Arcade Fire, maar inmiddels is hij ook solo al zo’n zeven jaar lekker aan de weg aan het timmeren, al dan niet in samenwerking met Owen Pallett (Final Fantasy). En dat niet op onverdienstelijke wijze. Hij is nu terug met zijn nieuwste wapenfeit Generations, waarbij hij zijn maatschappelijke betrokkenheid laat doorschemeren in zijn teksten. Butler (zang, synthesizers, piano, gitaar, bas, drummachines, percussie, handgeklap) wordt hier vergezeld door een zestal muzikanten op drums, drum machines, percussie, synthesizers, gitaar, zang, piano, klarinet, saxofoon en handgeklap. Dat alles levert in bijna 3 kwartier lang 10 uitstekende alternatieve popsongs op, die je ergens moet plaatsen tussen Bloc Party, Tapes ‘n’ Tapes, Erland & The Carnival, The Veils en David Bowie. En daar kan je gerust mee thuiskomen!

 

Cults – Host (cd, Sinderlyn / Konkurrent)
Vroeger had ik in de ochtend nog wel eens moment dat ik me nog even een keer omdraaide in bed en dan al snel voelde dat ik begon te dromen. Dat waren meestal prettige dromen. Zou ook gek zijn een nachtmerrie in de ochtend. Dit gevoel dat je begint met dromen is ook hetgeen je ervaart bij het nieuwe, vierde album Host van het New Yorkse indiepop duo Cults.Madeline Follin (zang) en multi-instrumentalist Brian Oblivion scheppen die sfeer door de zoetgevooisde, licht etherische zang te koppelen aan wollige bassen, uitwaaiende orgeltjes, zompige drumpartijen, innemende xylofoonsounds en allerhande psychedelische elementen. De teksten sluiten overigens meer bij nachtmerries aan, maar ze landen in zo’n zacht bed, dat dit bijna niet opvalt. Wild Nothing, Pram, Dum Dum Girls, Frankie Rose en La Sera, het zijn zo maar een aantal associaties die boven komen drijven. En hé, komt daar Serge Gainsbourg ook nog even voorbij? Cults brengt 12 dromerige prachtsongs, die je even helemaal uit de realiteit halen. Tenzij ik het allemaal maar gedroomd heb hoor…

 

Death Bells – New Signs Of Life (cd, Dais / Konkurrent)
Death Bells is ergens in 2014 opgericht te Sydney door Will Canning en Remy Veselis. Ze hebben in 2017 de lp Standing At The Edge Of The World uitgebracht, waarop je de een fijne combinatie van post-punk en idierock krijgt voorgeschoteld. Inmiddels zijn de heren naar Los Angeles verhuisd, alwaar ze met diverse nieuwe bandleden muziek opnemen. Dat heeft geresulteerd in het nieuwe album New Signs Of Life, dat een goede 27 minuten lang en 9 nummers breed is. Ze brengen een frisse combinatie van jaren 80 wave, post-punk, indie en alternatieve rock. Dat alles werken ze af met een fijn melancholisch vernis. De lekker bas- en gitaargedreven songs met een emotioneel geladen stem die ergens tussen Adrian Borland en Paul Banks inzit, weten me ondanks veel herkenbare sounds meteen te grijpen. Je moet het dan ook ergens zoeken tussen The Sound en Interpol. De kenners weten genoeg. Geweldig album!

 

Mint Field – Sentimiento Mundial (cd, Felte / Konkurrent)
Het Mexicaanse duo Estrella del Sol Sánchez (zang, gitaar) en Amor Amezcua (drums, synthesizers) heeft in 2015 de groep Mint Field opgetuigd. Daaruit vloeit in datzelfde jaar een cd-r voort, alvorens ze in 2018 hun officiële debuut Pasar De Las Luces (2018) uitbrengen. Ze leggen de basis met shoegaze, maar waaieren allerlei kant op, van wave en post-punk tot noise en droompop. Daar weten ze hoge ogen mee te gooien en ik heb het destijds als een waar droomdebuut bestempeld. En het is geschreven, dus het is waar. Op hun tweede wapenfeit Sentimiento Mundial gaan ze in feite verder met hetgeen ze op hun debuut al deden, namelijk het maken van shoegaze met uitstapjes. De post-punk en wave laten ze iets meer varen en in plaats daarvan maken ze meer psychedelische trips en krautrock met soms een lekkere motorik, wat mede komt door drummer Callum Brown, die hier is aangeschoven. Ze zetten op samenhangende wijze veel verschillende lekkernijen voor. Door de etherische zang en 4AD-achtige klanken doen ze wel enigszins aan Cocteau Twins denken, maar als de shoegaze de overhand neemt ook aan Lush, Warpaint en Slowdive, terwijl de meer noisy en krautrockstukken fijne herinneringen ophalen aan respectievelijk Sonic Youth plus Chelsea Wolfe en Can. Ze wisselen de dromerige nummers goed af met de meer fellere en mengen er een fijne dosis melancholie doorheen. Niks moeilijke tweede album, maar gewoonweg een gedroomd vervolg.

 

MJ Guider – Sour Cherry Bell (cd, Kranky / Konkurrent)
De Amerikaanse muzikante Melissa Guion brengt al sinds 2014 haar muziek naar buiten met het alias MJ Guider. Na de cassette Green Plastic (2014) heeft ze in 2016 haar eerste volledige album Precious Systems op het prestigieuze label Kranky uitgebracht. Dat is ook waar ik aanhaak, wat niemand zal verbazen gezien mijn mening over cassettes. Zonder er helemaal de vinger op te kunnen leggen brengt ze een mysterieuze en dromerige mix van shoegaze, wave, softnoise, lo-fi experimenten en left-field elektronica, die behoorlijk overdonderend te noemen is. Op haar tweede cd Sour Cherry Bell heeft ze meer de focus gelegd op shoegaze, droompop en ambient, waar ze een gothic vernis over aanbrengt. Het zorgt voor een nog meer mysterieus en ook etherisch geheel. Haar zang doet me sterk aan Elizabeth Fraser denken, zij het vanuit een soort nevelgebied gezongen. Op eigengereide en gruizige wijze weet ze het midden te houden tussen Cocteau Twins, Birds Of Passage, Grouper, Bowery Electric, This Mortal Coil, Fever Ray en Mark Van Hoen’s Locust. MJ Guider is en blijft een bijzonderheid en maakt ook hier weer een diepe indruk. Kort na Less Bells en wat langer na Windy & Carl is dit de derde uitstekende release op Kranky dit jaar.

 

Bob Mould – Blue Hearts (cd, Merge / Konkurrent)
Het is niet iedere frontman van een grootse band gegeven om solo ook uit te blinken. Toch kan de inmiddels toch wel legendarische zanger/gitarist Bob Mould prima in zijn eentje Hüsker Dü dan wel Sugar spelen. Het verhaal van Hüsker Dü start al in 1979 en eindigt in 1994 door het excessieve alcohol- en drugsgebruik van bandlid Grant Hart (later Nova Mob) en de zelfmoord van de manager van de groep. Grant is in 2017 alsnog overleden, aan de gevolgen van kanker. Hoe dan ook blijft Bob stug doorgaan met het maken van uitstekende rockmuziek. De inmiddels bijna 60-jarige klinkt op zijn nieuwe album Blue Hearts energieker dan ooit. Met zijn kenmerkende zang, die op een rockversie van Fish en Elvis Costello lijkt, weet hij al het verschil te maken. Echter de muziek mag er ook meer dan wezen. Het is vertrouwd, tegendraads, eigengereid en gewoonweg steengoed. Daar kan ik heel kort over zeggen dat dit muziek is, waar iedere startende rockliefhebber zich aan kan optrekken.

 

Wax Chattels – Clot (cd, Captured Tracks / Konkurrent)
Het Nieuw-Zeelandse combo Wax Chattels debuteerde in 2018 al op sensationele wijze met hun gelijknamige debuut. Hierop maken ze zoals het zelf noemen “gitaarloze gitaarmuziek”, die zich op felle en opzwepende wijze beweegt tussen post-punk, mathrock, krautrock en noise. En dan te bedenken dat de leden Peter Ruddell (keyboards, zang), Amanda Cheng (bas, zang) en Tom Leggett (drums) elkaar ooit hebben leren kennen tijdens hun studie Jazz Performance aan de universiteit van Auckland. Wellicht hebben ze er qua complexiteit iets aan over gehouden, qua jazz is het ver zoeken. Hun tweede album Clot is hoofdzakelijk tot stand gekomen toen ze onderweg waren. Dat levert een spontaan, dynamisch en lekker haastig geluid op. Maar goeie genade er is tevens een stuk venijn in hun sound geslopen. Dat zal vast ook wel te maken hebben met het grofkorrelige mixwerk van Ben Greenberg (Uniform, Cutter, Coca Leaf, Destruction Unit, The Men). Het maakt dat alles net een tandje harder en feller uit de hoek komt, waarbij het ook lijkt of Peter en Amanda hun stembanden van een dikke laag industrieel gruis hebben voorzien. Ze opereren nu vooral in de post-punk en noise contreien, waarmee ze associaties oproepen met Uniforms, Ruins, The Body, Made Out Of Babies, Godheadsilo, Deerhoof en Esben And The Witch. Zonder het debuut ook maar enigszins te degraderen, weten ze hier in de overtreffende trap zichzelf te overstijgen. Wat een ijzersterk tweede album!

Comments

comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.