Het schaduwkabinet: week 39 – 2016

Echt een week met veel H’s, zoals het heurt in de herfst. Hoewel pleurt ook een veelgehoorde is. Gelukkig fleurt de boel altijd weer op door onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Adam Carpet, Giulio Aldinucci, L’Arpeggiata/ Christina Pluhar, Matt Christensen, Les Comptes De Korsakoff, Hannah Epperson, Dan Geesin, Goblin Cock, Grumbling Fur, Heda Pěňová, Helen Money, Midori Hirano, Hiva Oa, Jenny Hval, Hydrogen Sea, Hypnopazūzu, J&L Defer, Aaron Martin & Leonardo Rosado, Mydy Rabycad, Neurosis, Resina, Ryuichi Sakamoto, Self Defense Family, Stems, SubRosa, Jitka Šuranská, JG Thirlwell (2x), True Widow, The T.S. Eliot Appreciation Society, Ultimate Painting, Vanishing Twin, Adrian Younge en Roberta Sá.

 

Jan Willem

Adam Carpet – Parabolas (cd, Irma Records / Five Roses Press)
adamcarpet-parabolasAdam Carpet, al net zo’n potsierlijke naam als Jan Willem Broek, is een Italiaanse band die al in 2011 is opgericht. Toch is hun nieuwe album Parabolas pas mijn eerste kennismaking met hun. Wel meteen een aangename moet ik zeggen. De groep wordt gevormd door Diego Galeri, Alessandro Deidda, Edoardo “Double T” Barbosa, Giovanni Calella en Silvia Ottanà, die afkomstig zijn uit bands als Timoria, Lord Shani, Miura, Le Vibraziono, I Cosi en Kalweit And The Spokes. U weet wel. Op hun nieuwe cd combineren ze op zeer ritmische wijze elektropop met krautrock, wave, funk en postrock. Daar voegen ze nog her en der pakkende zang aan toe en dan kom je uit op een soort hybirde van OMD, New Order, Kraftwerk, Talking Heads en Don Caballero. Er zijn bands met minder Goden vergeleken, me dunkt. Dat alles brengen ze op behoorlijk spacy wijze, waardoor ze je behoorlijk in de houdgreep weten te nemen. Onbekend maakt bepaald niet altijd onbemind.

 

Giulio Aldinucci – Goccia (cd, Home Normal)
giulioaldinucci-gocciaHet Home Normal label, dat deels uit Engeland en deels uit Japan wordt gerund door klasbak Ian Hawgood, brengt menig interessante releases uit. Dat varieert van neoklassiek tot experimentele muziek. Nu hebben ze de Italiaanse muzikant Giulio Aldinucci ingelijfd, die met name werkt met veldopnames en daar werken mee produceert die ergens tussen ambient, IDM, neoklassiek en drones uitkomen. Hij heeft tevens samengewerkt met Pleq en Francesco Giannico. Op zijn nieuwste album Goccia, hetgeen “druppel” betekent, brengt hij in zijn zes composities van bij elkaar 36 minuten ook weer veldopnames, die hij in een bed van ambient, IDM en neoklassiek legt. In twee ervan is de zang van Nadia Bredice te horen. De rest wordt ingevuld door (zang) samples, drones, veldopnames en allerhande elektronica. Het levert een mysterieus en gruizig geheel op, waarbij je compleet uit de realiteit wordt weggesleurd. De filmische muziek laat veel aan de verbeelding over en is van een ongrijpbare pracht.

 

L’Arpeggiata/ Christina Pluhar – L’Amore Innamorato (cd, Erato)
Ilarpeggiata-pluhar-lamoreemand die me keer op keer weet te ontroeren is de Oostenrijkse componiste, harpiste, luitiste en theorbrospeelster (langnek luit) Christina Pluhar, die met haar Italiaanse Barokensemble L’Arpeggiata al menig hemels klassiek werk het licht heeft doen zien. Naast eigen composities pakken ze ook gerust werken van bijvoorbeeld Henry Purcell aan en geven daar een uiterst originele, hedendaagse invulling. Bij meerdere van hun werken zat ik ademloos te luisteren, dikwijls met tranen op de wang. Eind vorig jaar is de cd L’Amore Innamorato verschenen, ja ook ik mis nog genoeg, waarop werken van Francesco Cavalli (1602-1676) worden vertolkt. De Barokke, klassieke arrangementen en het spel van L’Arpeggiata en Pluhar zijn al van een onaardse schoonheid en dragen weer hun eigen stempel. Dat wil zeggen dat ze soms ook heel even uitwijken naar meer mediterrane muziek en jazz. Daar bovenop krijg je ook nog eens die goddelijke zang van de sopranen Nuria Rial en Hana Blažíková. Bijna niet te doen zo mooi; de hemel op aarde. Dat wilde ik jullie niet onthouden. Hieronder live beelden, maar die doen niet onder voor de cd (of omgekeerd).

 

Matt Christensen – Honeymoons (cd, Miasmah / Konkurrent)
Zmattchristensen-honeymoonsanger/gitarist Matt Christensen is bepaald geen onbekende voor mij. Niet alleen is hij te horen in groepen Zelienople en Good Stuff House, ook brengt hij al met enige regelmaat solowerk uit. Zijn nieuwste album Honeymoons mag hij uitbrengen op het prestigieuze Miasmah label. Hij heeft zes uiterst breekbare tracks gefabriceerd met gitaar, effecten, zang en enkele maal een drummachine. Het zijn haast skeletachtige stukken, waarin de geluiden soms doorechoën in de stiltes die hij met enige regelmaat laat vallen. Geen geluid teveel, maar wel met een maximaal effect. Zijn herfstige zang, waartussen ook veel pauzes vallen, weet ook om diezelfde reden behoorlijke indruk te maken. Het is geen gitaarambient, geen experimentele muziek, geen shoegaze, geen postrock en geen geïmproviseerde muziek en toch ook allemaal weer wel. Hij laat ontzettend veel aan de verbeelding over in zijn isolationistische en uiterst emotionele composities. Stel je een samenwerking voor tussen Slowdive, Piano Magic, Richard Youngs, Dakota Suite, Mark Tranmer, Talk Talk of wellicht beter Mark Hollis solo. Een intense beauty, waar minder heel veel meer en essentieel is.

 

Les Comptes De Korsakoff – Ghost Train (cd, Puzzle / Inouïe / Five Roses Press)
lescomptesdekorsakoff-ghosttrainDe Franse band Les Comptes De Korsakoff staat in de finale van de Avignon European Jazz Contest. Wacht, mensen die niet van jazz houden, niet meteen afhaken! Deze groep bewijst op hun eerdere albums namelijk al behoorlijk onconventioneel te werk te gaan. Ze mengen jazz met rock, progrock en klassieke elementen. Daarbij lijken de zangpartijen van bandleider en bassist Geoffrey Grangé een geniale en licht getikte mix van David Thomas (Pere Ubu), Tom Waits en met name Les Claypool (Primus). Grangé weet dat op een geweldige, pakkende en humorvolle wijze te combineren, hoewel de muziek ook wel associaties met deze artiesten heeft naast diverse jazzhelden. Hij krijgt verder prima rugdekking van Quentin Lavy (drums), Marie-Claude Condamin (cello), Christophe Blond (piano), Olivier Valcarcel (gitaar), Guillaume Pluton (trompet), Diego Fano (altsaxofoon) en Paco Andreo (eufonium). Hun nieuwe cd Ghost Train gaat daar fijn mee verder. De rode draad wordt gevormd door jazz, brass muziek en de prettige gestoordheid. Serieus te nemen muziek, die je met een tevreden grijns zal ondergaan. Wat ik verder nog wilde zeggen ben ik vergeten.

 

 

Hannah Epperson – Upsweep (cd, Listenrecords)
Dhannahepperson-upsweepe tegenwoordig vanuit New York opererende Hannah Epperson is voor haar muziek vooral gewapend met een viool, looppedalen en een fantastische stem. Ze presenteert nu haar debuut Upsweep, dat in de twee delen “Amelia” en “Iris” is opgedeeld. Fictieve karakters voor het verhaal dat ze wilt vertellen. Voor deel één krijgt ze nog steun op drums, synthesizer en programmering van Ajay Bhattacharyya aka Stint (Data Romance). Dit zorgt ervoor dat de eerste 5 tracks behoorlijk anders zijn dan die erna. Haar fraaie zang, vioolspel en effecten belanden daar namelijk in een electrobedje gespreid door Stint. Het geeft haar neoklassieke een meer frivool tintje dat soms richting downtempo, leftfield en trip hop-achtige muziek koerst. Haar dromerige zang en viool zijn wel de bepalende factoren. In deel twee brengt ze alles zelf. Het zijn dezelfde tracks maar dan zonder de elektronische inmenging en die me enigszins aan Colleen en Hildur Guðnadóttir. Een verschil van dag en nacht, waardoor je ook nooit het gevoel krijgt naar twee keer hetzelfde te luisteren. Deze kalere versies spreken me toch net iets meer aan, omdat ze meer melancholisch zijn en ik vind dat haar vioolspel en zang gewoon beter uit de verf komen. Maar voor beide varianten valt wat te zeggen. Het is sowieso een geweldig en goed uitgewerkt experiment, dat heel veel moois heeft opgeleverd.

 

Dan Geesin – The Bonfire Monologues (digitaal, Dan Geesin)
Ddangeesin-thebonfiremonologuesan Geesin (1970) krijgt muziek met de paplepel ingegoten. Hij is namelijk de zoon van de uiterst originele muzikant Ron Geesin, die niet alleen op Atom Heart Mother van Pink Floyd een belangrijk aandeel levert, maar ook solo en samen met Roger Waters menig topalbum het licht laat zien. Maar Dan, die in Londen geboren is en sinds 1994 in Nederland woont, deels in Amsterdam en deels in de buurt van Groningen, verdient veel meer credits dan “de zoon van”. Hij is echt een totaalkunstenaar en werkt als tekenaar, beeldend kunstenaar, filmmaker en muzikant; zijn observaties uit het dagelijkse leven inspireren hem tot het maken van “iets” in één van die categorieën. Er zijn echt niet veel artiesten die dat allemaal beheersen en daar nog verdomd goed in zijn ook. Hij heeft diverse geweldige albums uitgebracht, die door het gebruik van (vaak) het traporgel en zijn sepiakleurige zang uniek te noemen zijn. Hij maakt in 2009 de cd Can Go Through Skin, waarop onder meer Charlie Dee en Anneke Van Giersbergen acte de présence geven, hetgeen de soundtrack is voor de prachtige film Kan Door Huid Heen van zijn vriendin Esther Rots. Inmiddels mag hij zichzelf ook winnaar van een Gouden Kalf noemen door zijn korte film Olifantenvoeten uit 2011. Niet alleen maakte hij de film, hij schreef ook de muziek. Dan Geesin is echt een volslagen eigengereid artiest, die liefhebbers van Ivor Cutler, Ron Geesin, Clemm, Library Tapes, The Doors, zea en Pascal Comelade vermoedelijk ook wel zal aanspreken. En toch zullen nog steeds velen hem niet kennen. Met een superdikke knipoog brengt hij nu The Bonfire Monologues, mede mogelijk gemaakt door het Mondriaan fonds en zonder piemels en vagina’s, een reeks korte documentaires met muziek waarin hij verslag doet van zijn wanhopige zoektocht naar aandacht. De aandacht die hem meer dan toekomt, maar die hij middels onverwachte optredens op diverse locaties probeert op te eisen; en ik buig zelden voor digitale releases, maar maak een diepe buiging voor Dan Geesin. Zo speelt hij bij een filiaal van IKEA, het kantoor van Google, het asielzoekerscentrum in Ter Apel en diverse andere bedrijven. Niet om iets op te dringen, maar om mensen te prikkelen, nieuwsgierig te maken. Daar heeft hij weer 19 geweldige tracks voor gecomponeerd. In bijna drie kwartier brengt hij weer iets dat enkel van zijn hand kan komen. Intense, intieme muziek die je tot diep in je ziel en elke vezel weet te raken. Mijn aandacht heb je!

 

Goblin Cock – Necronomidonkeykongimicon (cd, Joyful Noise / Konkurrent)
goblincock-necronomidonkeykongimiconRob Crow is zo’n heerlijke muzikant, die bepaald niet voor één gat te vangen is. Zelfs niet voor twee of drie gaten trouwens. Ik leer hem kennen via de geweldig speelse alternatieve rockband Heavy Vegetable. Daarna ook als Thingy of gewoon onder zijn eigen naam. Hij geniet ongetwijfeld de meeste bekendheid als helft van Pinback, dat hij er met Armistead Burwell Smith IV (Three Mile Pilot) op nahoudt. Maar ook Holy Smokes, The Ladies (beide met Zach Hill), Optiganally Yours, Other Men, Alpha Males, Fantasy Mission Force en Physics zijn allemaal muzikale uitlaatkleppen van deze authentieke zanger/gitarist, die altijd met zijn licht geknepen melancholische stem uit duizenden te herkennen is. En dan is hij ook nog als Lord Phallus de kopman van Goblin Cock. Samen met Lick Myheart (gitaar), Tinnitus Island (bas), Loki Sinjuggler (keyboards) en The Reg (drums) brengen ze veelal iets dat ergens tussen heavy metal, stoner en doom rock eindigt. Wel met de dat droge en prettig gestoorde die al zijn muziek kenmerkt. Inmiddels hebben ze al de twee albums Bagged And Boarded (2005) en Come With Me If You Want To Live! (2009) uitgebracht. De mannen uit San Diego zijn nu eindelijk terug met Necronomidonkeykongimicon. Spreek dat maar eens in één keer goed uit! Hoe dan ook gaan ze weer lekker tekeer hier, waarbij de zang van Crow de teugels strak houdt. Ik denk dat liefhebbers van zijn andere werk plus die van Tool, Jane’s Addiction en Black Sabbath hier best aan hun trekken komen, want de muziek komt hier in allerlei sterktes voorbij. Een veelzijdig en heerlijk opzwepend werk van deze pikken.

 

Grumbling Fur – Furfour (cd, Thrill Jockey / Konkurrent)
grumblingfur-furfourDe bevriende artiesten duizendpoot Daniel O’Sullivan (ex-Guapo, Miasma & The Carousel Of Headless Horses, Æthenor, Miracle, Ulver, Mothlite) en Alexander Tucker (Imbogodom, Unhome, ex-Füxa) vormen samen al ruim 5 jaar de groep Grumbling Fur. Ze hebben inmiddels de albums Furrier (2011), Glynnaestra (2013) en Preternaturals (2014) uitgebracht. Hierop brengen ze muziek die ergens tussen psychedelische rock, krautrock, progrock en avant-pop uitkomt en wisselend associaties oproept met Peter Hammill, Talking Heads, Faust, King Crimson, Moondog en Arthur Russell. Ogenschijnlijk eenvoudig, mede door hun benaderbare sound, maar stiekem toch complex en met een behoorlijke diepgang. En waarom zouden ze dat anders doen op hun vierde cd Furfour? Nu zitten er wel verschillen in de details, waarmee ze hun muziek weer fraai inkleuren, wars van alles dat hip is. Daarbij mogen ze ook nog eens rekenen op de steun van gitarist Charles Bullen (This Heat), fluitist Isobel Sollenberger (Bardo Pond), violist Daniel Pioro (Jonny Greenwood), viola da Gamba speler Liam Byrne (Damon Albarn) en dochter Ivy O’Sullivan (stem). Met hun wetenschappelijke achtergrond benaderen ze de muziek weer op bijzondere wijze. Het is toegankelijk en de atmosfeer is warm, maar ze weten toch weer diep onder de huid te kruipen met hun prachtige, afwisselende en perfect uitgebalanceerde muziek. Echt zo’n album om je helemaal in rond te wentelen.

 

Heda Pěňová – Vůně Všelijaké (cd, Vlastní Náklad / Indies Scope / Xango Music Distribution)
hedapenova-vuneDe Tsjechische groep Heda Pěňová, waarvan ik in eerste instantie denk dat het een vrouwennaam betreft, is volslagen nieuw voor mij. Maar ik laat me graag verrassen door de muziek uit één van geliefde muzieklanden. De band bestaat uit zangeres/pianiste Vladimíra Dvořáková (niet te verwarren met de politica), Tomáš Hradil (zang, gitaar, ukelele, piano, tamboerijn) en Petr Ševčík (gitaar), waarbij die laatste twee een metal verleden hebben. Toch weten ze dat aardig te camoufleren op hun gezamenlijke cd Vůně Všelijaké, hetgeen “allerlei geuren” betekent. Dat laatste slaat ongetwijfeld op de diversiteit aan stijlen die ze hier op overigens consistente wijze serveren. Ze brengen namelijk een pakkende mix van chansons, folk en alternatieve rock, al dan niet aangevuld met tango’s en avant-garde. Daarbij krijgen ze hulp op tenorsaxofoon, sleutels, viool en trompet, van onder meer bevriende leden uit Chorchestr en Los Perdidos. Muzikaal gezien komen ze ergens uit tussen Radůza, Tara Fuki, Zrní en een vrouwelijke variant op Už Jsme Doma. Het is een buitengemeen sfeervol, afwisselend en origineel album geworden.

Luister Online:
Vůně Všelijaké (albumfragmenten)

 

Helen Money – Become Zero (cd, Thrill Jockey / Konkurrent)
helenmoney-becomezeroAltijd lastig waar je een artiest plaatst die een alias gebruikt. Ik heb Helen Money, waarachter de geweldige celliste Alison Chesley (Poi Dog Pondering, Strings Of Consciousness, Verbow) schuil gaat, toch maar bij de H gezet (waarvan velen deze week). Kleinigheden houd je altijd. Ze is ook de link tussen een aantal bands van deze week, want ze speelde al eens met Grumbling Fur en heeft op haar nieuwe cd Become Zero drummer Jason Roeder van Neurosis (en Sleep) te gast. Dat naast onder meer pianiste Rachel Grimes (Rachel’s, Hula Hoop, The Big Eyes Family Players) en producer/sampleman Will Thomas. Als Helen Money, waarmee ze vorig jaar nog samen met Jarboe een album heeft gemaakt, houdt ze ervan het experiment op te zoeken maar ook om intense, emotioneel geladen muziek te brengen. Op deze nieuwe worp is dat al helemaal het geval, aangezien ze de stukken schreef na het overlijden van haar beide ouders. Chesley (cello, effecten, piano, zang samples) serveert hier acht tracks die het midden houden tussen neoklassiek, rock en metal. Nu kan je me wel vaker wakker maken voor cellomuziek, maar als het zo intens en door merg en been gaand als hier is blijf ik gewoon op. Het zijn stuk voor stuk emotionele precisiebombardementen. En denk daarbij niet enkel aan gladgestreken muziek, maar ook muziek die soms haast kakofonische vormen aanneemt. Dat alles past bij de woede, het verdriet, de hoop en de schoonheid van hetgeen ze heeft doorgemaakt; kaalgeslagen, grimmige emoties, gevoelens van onmacht en de weg naar buiten worden hier tot één krachtige vuist gebundeld. Liefhebbers van Julia Kent, Esmerine, Apocalyptica, Neurosis, Xasthur, Hildur Guðnadóttir en zelfs David Darling doen er goed aan deze release tot zich te nemen. Een weergaloos meesterwerk!

 

Midori Hirano – Minor Planet (cd, Sonic Pieces)
midorihirano-minorplanetMidori Hirano is een Japanse muzikante, die tegenwoordig in Berlijn woont. Die plaats is toch wel de bakermat van de hedendaagse muziek geworden. Hirano heeft al diverse werken uitgebracht, die ergens tussen neoklassiek, ambient en experimentele muziek finishen. Als MimiCof zoekt ze het meer in de glitch, ambient, modern klassiek en downtempo. Nu ze onder haar eigen naam debuteert met Minor Planet op het immer interessante en innovatieve label Sonic Pieces zijn de oren natuurlijk weer extra gespitst. En terecht, want de zeven stukken die ze hier brengt zijn weer van een uitzonderlijke pracht. In de basis brengt ze ijle pianomuziek, waaraan ze veldopnames en uiterst subtiele elektronica toevoegt. Dit vormt samen een mistig, mysterieus en melancholisch geheel, dat zowel verwant is aan de neoklassiek als ambient en minimale elektronische muziek. Muziek ter bezinning, om bij te dagdromen en vooral ‘s nacht intens van te genieten. Wat een ontwapenende schoonheid.

 

Hiva Oa – mk II (part 1) (mcd, Hiva Oa)
hivaoa-mkiiHet zou een leuke quizvraag kunnen zijn: hoe kom je van Frans-Polynesisch eiland bij Schotland? Welnu het is tevens de naam van een Schotse groep die in eerste instantie bestaat uit zanger/gitarist Stephen Houlihan (The Good Ship), cellist Christian Smallwood en bassist Marco Calderone. Ze hebben al de mini Future Nostalgia For Sale (2012) en het album The Akward Hello, Handshake, Kiss (2012) op hun naam geschreven. Ze serveren dan nog kleine, tedere songs die met minimale middelen toch een enorme lading meekrijgen. Een enkele keer vliegen ze ook nog uit de bocht, zodat het ook nergens ooit maar een moment voorspelbaar of saai wordt. Indie, kamermuziek, post-rock, droompop en lichte experimenten. Dat is wel anders op hun nieuwe mini mk II (pat 1). De groep bestaat naast kopman Stephen nu uit Matthew Collings (solo, Graveyard Tapes, Sketches For Albinos, Convex Mancave), Christine Tubridy, Daithi McNabb en Chris McCorry. De vier nummers die ze hier presenteren zijn luider, meer elektronisch en minder breekbaar, maar bevatten diezelfde intense desolaatheid en melancholie. Alleen komt het nu allemaal nog harder binnen. Ze doorkruizen genres als postrock, elektro, leftfield, noise, ambient en krautrock, maar het gevoel vormt de rode draad. Het klinkt alsof Add N To (X), Radiohead, Neu!, The Montgolfier Brothers en Graveyard Tapes een duister verbond zijn aangegaan. Een kleine, maar enorme voltreffer!

 

Jenny Hval – Blood Bitch (cd, Sacred Bones / Konkurrent)
Njennyhval-bloodbitcha de groepen Shellyz Raven en Folding For Air begin deze eeuw plus haar alias Rockettothesky na 2008 vaarwel te hebben gezegd komt de Noorse zangeres Jenny Hval met werk onder haar eigen naam. Dat levert al 4 albums op, waarvan één met Susanna. Daarnaast is ze eerder dit jaar op cd/2lp In The End His Voice Will Be The Sound Of Paper te horen naast de Trondheim Jazz Orchestra & Kim Myhr. Getuige albumtitels als Viscera (2011), Innocence Is Kinky (2013) en Apocalypse Girl (2015) kun je aanvoelen dat de muziek een zekere lading zal hebben. Ze neemt, ook al kan ze zingen als een engel, geen blad voor de mond en brengt onderwerpen ter sprake die grenzen aan het fatsoenlijke (volgens de meerderheid dan). Daarbij kan ze ook behoorlijk freaky uit de hoek komen. Op haar nieuwste werk Blood Bitch, die wederom met de hulp van klasse noise/producer Lasse Marhaug tot stand is gekomen, wijkt ze in alle opzichten af van haar vorige werk. Het is meer experimenteel, elektronisch en gewoonweg spannender. En dan wil ik geen millimeter afdingen van haar vorige werk. De hand van Marhaug zal hier zeker een rol spelen. Haar schitterende stem zweeft dikwijls op spookachtige wijze boven de meer grillige of juist meer ambientachtige ondergrond. Overigens komt ze in enkele stukken nu aardig in de buurt van Diamanda Galas. De onderwerpen die ze hier behandelt gaan naast de immer seksueel getinte dan ook dikwijls over de dood, ruwe gebieden, ziektes en dergelijke. Eigenlijk veel over onderwerpen die met bloed en de kracht ervan te maken hebben en dus zitten er ook een paar onderwerpen tussen “die je wist dat zou komen.” Dat vind ik totaal geen bezwaar, ik zeg het er alleen maar bij. Ik vind het namelijk vooral een biologerend, verrassend en geniaal album geworden dat fans van Lisa Germano, Susanna, Holly Herndon, Julia Holter en Heidi Harris wel zullen bekoren. Muziek van een diepgravende pracht, zowel in de etherische als de meer experimentele, soms haast kakofonische tracks.

 

Hydrogen Sea – In Dreams (cd, Unday)
hydrogensea-indreamsUit het geliefde buurland België komt menig geweldige band. Nieuw is de uit Brussel afkomstige Hydrogen Sea van het duo Pieterjan of Pj Seaux en Birsen Uçar. Hun eerste full-length liefdesbaby, want in het dagelijks leven zijn ook een stel, is In Dreams. Seaux (keyboards, synthesizers, bas, piano, gitaar programmering) creëert de lekker nachtelijke, elektronische basis waarover de overige instrumenten hun weg vinden in de koele duisternis. Dan komt daar og die bitterzoete prachtzang van Uçar overheen en alles is goed. Ze noemen hun muziek nog wel eens “slow motion techno” maar ik denk dat je het ook een mengelmoes van droompop, trip hop en indiepop kunt noemen. De diverse gasten op gitaar, drums, percussie, basklarinet, synthesizers, beats, strijkinstrumenten en additionele programmering geven extra franje aan de toch al mooie muziek. Onder hen ook Justin Lockey (Minor Victories, Editors, Yourcodenameis:milo), Stuart Braithwaite (Mogwai, Minor Victories, The Sick Anchors), Jeroen de Pessemier, Joris Caluwaerts en nog een batterij. Belangrijkste is dat ze dit allemaal op zo’n geweldige wijze uitvoeren; rijk gedetailleerd en toch sober en subtiel, onderkoeld maar met een warme gloed, melancholisch maar niet terneergeslagen, mooi maar niet glad, nachtelijk en toch ook geschikt voor de dagdromer. En voor liefhebbers van Amatorski, Hooverphonic, Portishead, Trespassers William, Blackie & The Oohoos en dergelijke. Het is soms gewoon zo wonderschoon, dat het haast zeer doet. Alleen die titelsong al.

 

Hypnopazūzu – Create Christ, Sailor Boy (cd, House Of Mythology)
Mhypnopazuzu-create-christsailor-boyartin Glover is vooral bekend als Youth, de bassist van de band Killing Joke. Maar zijn staat van dienst is als je zijn discografie erop naslaat gigantisch. Datzelfde geldt eigenlijk voor David Tibet, die je dan weer als Current 93 kent. Deze twee Britten slaan nu de handen ineen en vormen Hypnopazūzu. Echt hoe kom je op zo’n naam? Het is zo blijkt een combinatie van Hypnagogia, Hypnos en Pazūzu (Google maar even). Nu kan ik me goed voorstellen hoe Tibet zal klinken, maar de bijdrage van Youth ben ik vooral benieuwd naar. Hij verzorgt op hun debuut Create Christ, Sailor Boy alle arrangementen, drones en Moog-, bas-, gitaar-, percussie- en strijkpartijen. Die had ik niet zien aankomen. De teksten en zang komen vanzelfsprekend van Tibet, die hier behoorlijk losgaat. Het is een aangrijpende mix van dark/apocalystische folk, experimentele muziek, drones, tribal en neoklassiek geworden. Voor een groot deel klinkt het als een veredelde, jeugdige Current 93; tja je heet niet voor niets Youth. Veel belangrijker is dat het allemaal van een biologerende, sinistere en bevreemdende pracht is. Je zit deze 10 tracks van ruim 50 minuten ademloos uit. Een song als “Pinocchio’s HandJob” maakt op voorhand ook al nieuwsgierig en is minder houterig dan verwacht. Nee, als liefhebber van de meer freaky muziek kom je overal aan je trekken. Een meer dan geslaagde samenwerking die hopelijk nog een vervolg krijgt.

 

 

J&L Defer – No Map (lp/digitaal, Exploding In Sound / Five Roses Press)
jldefer-nomapDe Zwitserse groep Disco Doom staat bekend om behoorlijk experimentele rock. Maar dat hier nog een tandje bovenop kan bewijzen twee van de vier leden, (bas)gitariste/zangeres Anita Rufer en gitarist/toetsenist/zanger Gabriele De Mario, nu wel als J&L Defer. Van een lekker bekkende naam moet je het per slot van rekening hebben. Of van duidelijke muziek. Maar dit duo trekt nergens wat van aan en juist dat maakt hun muziek zo spontaan, meeslepend en avontuurlijk. Hun debuut heet derhalve terecht No Map; geen concessies naar de luisteraar of rekening houdend met wat dan ook. Moet je voorstellen dat je voor het eerst New York bezoekt en dan geen kaart, telefoon of wat dan ook gebruikt. Het brengt je vast op bijzondere en minder geijkte plekken. Dat is ook het geval met de muziek. De tien tracks landen wel ergens tussen post-punk, avant-garde, post-rock en alternatieve rock, maar door de experimentele en met name vrije aanpak weten ze je telkens te verrassen met hun onverwachte combinaties. Je gaat bij wijze van hun eigen Disco Doom naar Skeleton Crew, Butthole Surfers, The Ex en de meest experimentele Sonic Youth. Soms te volgen en meestal gewoon niet. Yep, geen touw aan vast te knopen, maar daarom ook zo verrekte fijn. En dit fijne nieuwe avontuur is in z’n geheel te beluisteren ↓.

 

Aaron Martin & Leonardo Rosado – In The Dead Of Night When Everything Is Asleep (cd, Fluid Audio)
aaronmartinleonardorosado-itdonweiaWie blijft volhouden dat fraai artwork enkel voorbehouden is aan vinyl moet maar eens iets bij Fluid Audio kopen. Wat een feest iedere keer weer! Zo ook bij In The Dead Of Night When Everything Is Asleep, de vrucht van het samenwerkingsverband tussen de Amerikaanse cellist Aaron Martin (From The Mouth Of The Sun, Black Vines, The Cloisters) en de Portugees Leonardo Rosado (Subterminal). Met cello, banjo, gitaar, piano, concertina, stem, schalen en samples hebben ze zes tracks gefabriceerd die het midden houden tussen neoklassiek, drones en experimentele folk. De rijk gedetailleerde klanklandschappen die ze hier schetsen bevatten allerlei definieerbare en ondefinieerbare geluiden die als langzaam voorbijtrekken wolken veranderen. Heel filmisch en bij de strot grijpend. De muziek is overigens nu nog enkel digitaal verkrijgbaar.

 

Mydy Rabycad – Glamtronic (cd, Indies Scope / Xango Music Distribution)
Hmydyrabycad-glamtronicet Tsjechische Mydy Rabycad brengt electro-swing uit Praag en presenteert hun tweede album Glamtronic. Het is niet per se de zin die me tot luisteren zou aanzetten, ware het niet dat hun eerste worp Let Your Body Move (2013) er ook al mocht wezen. Die titel is wellicht ook hun doel, mensen laten dansen. Niet meer en niet minder. Achter dit project zit onder meer Jakub Svoboda (drums, piano, synthesizers, keyboards, asshole zang), die je ook als Nèro Scartch en in Android Asteroid kunt treffen. Stijlen mixen is zijn credo. In Mydy Rabycad, geen idee wat het betekent, wordt hij vergezeld door zangeres Žofie Dařbujánová (Lety Mimo), Mikuláš Pejcha (saxofoon, EWI, asshole zang) en bassist Jan Drábek. Dat plus maar liefst 14 gasten op gitaar, percussie, synthesizer, contrabas, hoorns, strijkers en zang. Daarmee bouwen ze hun feestje, dat inderdaad een mix van electro-swing is. Of noem het jazz met rock en wulpse elektronica. De pakkende Engelstalige zang van Dařbujánová speelt daarbij een belangrijke rol. Hun dansbare mix van brass met elektronica werkt gewoonweg aanstekelijk en steekt goed in elkaar. Stilzitten lukt je gewoonweg niet. Een groep die zo maar op de grote festivals voor een ware traktatie kan zorgen!

 

Neurosis – Fires Within Fires (cd, Neurot / Konkurrent)
neurosis-firesNeurosis is al in 1985 opgericht, maar doen na ruim 30 jaar gewoon nog helemaal mee met hun typische post-metal-punk-doom-sludge sound. Inmiddels bestaat de groep weer uit 5 man, te weten de drie oprichters Scott Kelly (zang, gitaar), Dave Edwardson (bas) en Jason Roeder (drums) plus Steve Von Till (gitaar, zang) en Noah Landis (synthesizers, samples). Fires Within Fires is alweer hun twaalfde album, die met Jarboe meegerekend. Net als enkele andere albums door Steve Albini geproduceerd en dat komt gitaarbands meestal ten goede. Ook hier klinkt de productie lekker strak. Maar dat komt wellicht ook omdat de groep compacter is en minder instrumenten in de strijd werpt. Ze brengen 5 langgerekte en bovenal meeslepende tracks vol met de bekende geluidsmuren en buldervocalen. Het verschil zit hem naast de nieuwe arrangementen, die ook vaker een postrock karakter hebben, in de puntigheid en de diverse samples van onder meer Oosterse geluiden. Voor de rest is het gewoonweg weer van een aan de grond nagelende kracht en schoonheid.

 

Resina – Resina (cd, 130701 / Konkurrent)
Oresina-resinap het neoklassieke en experimentele sublabel 130701 (de oprichtingsdatum) van Fat Cat zijn al vele fraaie releases uitgegeven. Zo verschenen er ondermeer albums van Set Fires To Flames, Max Richter, Dustin O’Halloran, Sylvain Chauveau, Hauschka, Jóhann Jóhannsson en Ian William Craig. Op de onlangs verschenen compilatie Eleven Into Fifteen ter ere van het 15-jarige bestaan van dit sublabel is ook Resina te horen. Dit is het alterego van de Poolse, aan het conservatorium afgestudeerde celliste Karolina Rec (Cieślak i Księżniczki, Kings Of Caramel). Ze brengt daar nu haar gelijknamige debuut op uit. De zeven stukken die ze hier het licht laat zien, met een totale lengte van bijna 39 minuten, mogen er wezen. Het zijn dreigende stukken vol intense emoties, die tot de verbeelding weten te spreken. Ze vertrekkend dikwijls vanuit een experimentele setting om je vervolgens totaal te overmeesteren met hemelse wendingen. Dat is goed nieuws voor de liefhebbers van Julia Kent, Hildur Guðnadóttir, David Darling, Max Richter, Nadia Sirota, Giacinto Scelsi en Jóhann Jóhannsson. Resina is gewoon weer de zoveelste prachtartiest op een bijzonder mooi label.

 

Ryuichi Sakamoto – Nagasaki: Memories Of My Son (cd, Milan)
Dryuichisakamoto-nagasakie Japanse componist Ryuichi Sakamoto, voorheen onder meer actief in de Yellow Magic Orchestra, Geisha Girls en Human Audio Sponge, is een zeer veelzijdige hedendaagse componist. Daarnaast heeft hij samengewerkt met onder andere DJ Spooky, David Sylvian, Fennesz en Alva Noto. Zijn discografie, die ergens start in de jaren 70(!) is dan ook buitengemeen indrukwekkend te noemen. Een tijd terug werd er een schaduw over dit alles geworpen doordat bij hem keelkanker werd geconstateerd, maar naar verluidt gaat het goed met hem. Hij komt in ieder geval met de nieuwe soundtrack Nagasaki: Memories Of My Son voor de aangrijpende film van Yoji Yamada. Geen typische soundtrack, op de wat korte nummers na, want het is prima muziek om zonder beeld te horen. Sakamoto heeft het heel sober gehouden, veel pianostukken met hier en daar een droeve viool, contrabas en bandoneon. Hij weet ondanks die redelijk kale stukken zoveel emotie erin te verwerken dat het meteen onder de huid kruipt. Wonderschoon!

 

Self Defense Family – Colicky (12”/digitaal, Iron Pier / Five Roses Press)
selfdefensefamily-colickySelf Defense Family is een groot Amerikaans gezelschap onder leiding van zanger Patrick Kindlon (Drug Church, End Of A Year, Loss Leader). De bezetting kan per release verschillen van 5 tot 9 muzikanten. Hun handelsmerk is die geweldig onderkoelde mix van post-punk en noise, waaraan ze toch altijd subtiele en intieme elementen toevoegen. Maar ook zijn ze niet vies van hardcore en krautrock. Het maakt dat ze een behoorlijk eigen sound weten neer te zetten. Dat geldt wederom voor hun mini Colicky, die aan de vooravond van hun Europese tour in oktober is uitgebracht. Hierop presenteren ze 4 nieuwe tracks die samen een goede 18 minuten duren, die in het verlengde van hun langspelers liggen. Al lijken ze hier wel een tandje meer verbeten. Als je denkt aan een bevlogen hybride van Interpol, The Wedding Present, Lungfish, Fugazi en New Wet Kojak krijg je een aardig idee van hun sound. Prima tussendoortje en een goede opwarmer voor hun komende tournee.

 

Stems – Severance (cd/lp, Stems)
stems-severanceHet Britse Stems is een bijzondere parel in de postrock, hoewel dat natuurlijk een breed genre is. Als invloeden noemen ze onder meer A Silver Mt Zion, Godspeed You! Black Emporer, Mogwai, Tool en Sigur Rós, maar eveneens Arvo Pärt, Igor Stravinsky en Nick Drake. Ze hebben tot nu toe de cd Polemics (2014) uitgebracht en de mini’s Only When all is broken can the truth be seen (2012) en Shock And Awe (2014). Daarop brengen ze een filmische mix van postrock, neoklassiek en artrock. Met name is de sfeer die ze neerzetten zo bepalend voor hun eigen identiteit. De groep is ondertussen ietwat van samenstelling veranderd en bestaat naast bandleider John Dorr (gitaar, arrangementen) uit Christine Avis (cello) en Asher Leverton (percussie), waarbij de laatste twee ook in het Edges Ensemble te horen zijn. Deze presenteren nu hun volgende album Severance, waarop 3 langgerekte tracks te vinden zijn van bij elkaar ruim 33 minuten. Ze zijn opgenomen in Waddinxveen (“Constellations”), Utrecht (“Eclipse”) en Amsterdam (“Kingdom”). Een behoorlijk Nederlandse glans krijgt dit werk dus, mede omdat ook violiste Violet Meerdink (This Leo Sunrise) te gast is in “Eclipse”. Het mooie is dat de 3 stukken je aan de hand meenemen en een verhaal vertellen. Dat geldt zowel voor haast verstilde momenten als de luide stukken. Je voelt aan alles dat ze niet simpelweg naar een climax toewerken, maar dat het past bij het pad dat ze bewandelen. Instrumentale poëzie die zich als een mysterieus melancholische film voor je afspeelt. En dat alles is nog schitterend verpakt in bedrukt overtrekpapier

 

SubRosa – For This We Fought The Battle Of Ages (cd, Profound Lore)
Nsubrosa-forthisa drie jaar is de Amerikaanse band SubRosa uit Salt Lake City eindelijk terug met de vierde cd For This We Fought The Battle Of Ages. Onder aanvoering van Rebecca Vernon (zang, gitaar) serveren ze zes, op één na, langgerekte tracks vol met een eigenzinnige hybride van sludge, doom metal, stoner rock/doom, postrock en een vleugje neoklassiek. Zelf bestempelen ze hun muziek overigens als makers van “Ancient Magickal Doom”. Naast Rebecca zijn het weer Sarah Pendleton (viool, zang), Kim Pack (viool, zang) en de mannen Levi Hanna (bas, zang) en Andy Patterson (drums). Ze produceren weer lekker traag voortslepende muziek, maar met een geweldige power. De zang is eveneens krachtig, soms zelfs met buldervocalen, maar kan ook meer sensitief uit de hoek komen. De strijkpartijen zorgen voor lucht in de zware stukken en geven een melancholische glans, met name op de rustiger momenten. Ook daar weet de groep te overtuigen. Alles voelt gemeend. Kracht en pracht gaan hier hand in hand. Her en der krijgen ze nog hulp op fluit, Franse hoorn, noise, zang en gitaar. Als een emotionele tsunami weten ze je te overrompelen om je op het eind neer te kwakken en beduusd achter te laten. Denk aan een gulden middenweg tussen My Dying Bride, Amber Asylum, Neurosis, Isis, Godspeed You! Black Emperor, OM en Pallbearer. Dit is misschien wel hun beste werk tot nu toe, dat terwijl de rest er al meer dan mocht wezen. Wat een enorme klasbakken zijn dit toch!

 

Jitka Šuranská Trio – Divé Husy (cd, Indies Scope / Xango Music Distribution)
Djitkasuranskatrio-divehusye Tsjechische violiste/zangeres Jitka Šuranská heeft al diverse indrukwekkende albums op haar naam staan, te weten Pisnobraní (2008) met Plocek, Nězachoď Slunečko (2013) en vorig jaar nog Tři hlasy / Three Voices met Irén Lovász en Michal Elia Kamal. Ze put met haar muziek uit de Moravische folk, wereldmuziek en soms ook jazz. Nu is ze terug met de cd Divé Husy, ofwel “wilde ganzen”, als het Jitka Šuranská Trio, waarbij ze vergezeld wordt door mandolinespeler/zanger Martin Krajíček en contrabassiste Marian Friedl (NOCZ Quartet) die tevens zang, cimbalen en folkfluiten voor haar rekening neemt. De muziek is gebaseerd op folkmuziek uit het Oosten van Moravië, waarbij ze hier met name “verlangen” als centraal thema nemen. Het zijn veelal uptempo en zeer gepassioneerde 11 songs geworden, waarmee ze je ruim drie kwartier weten te overdonderen en dikwijls ontroeren. Een heerlijk unicum.

Luister Online:
Divé Husy (albumfragmenten)

 

JG Thirlwell – Imponderable (cd, Ectopic Ents)
JG Thirlwell – The Venture Bros., Volume Two (cd, Ectopic Ents)
Ejgthirlwell-imponderableén van die grootheden in de muziek is toch wel de legendarische muzikant JG Thirlwell (Manorexia, Steroid Maximus), die met Foetus en de vele varianten daarop (Foetus In Your Bed, F.A.T., F.U.G., Fœtus, Foetus ~ Art ~ Terrorism, Foetus And The Transvestites From Hell, Foetus Art Terrorism, Foetus Corp., Foetus Corruptus, Foetus Eruptus, Foetus In Excelsis Corruptus Deluxe, Foetus In Your Bed, Foetus Inc, Foetus Inc., Foetus Interruptus, Foetus Over Frisco, Foetus Über Frisco, Foetus Under Glass, J. Foetus, Jim Foetus, Jim Foetus + The Transvestites From Hell, Jim Foetus +The Transvestites From Hell, Phillip & His Foetus Vibrations, Phillip And His Foetus Vibrations, S.F.O.T.W, S.F.O.T.W., Scraping Foetus Off The Void, Scraping Foetus Off The Wheel, The Foetus All Nude Revue, The Foetus All-Nude Revue, The Foetus Features, The Foetus Nude Revue, You’ve Got Foetus On Your Breath, フィータス) geweldige avant-gardistische werken het licht heeft laten zien. Van onbegrijpelijke symfonieën tot uiterst kakofonische werken. Maar onder zijn eigen naam brengt hij ook muziek uit. En ook soundtracks, zoals Imponderable van Tony Oursler’s gelijknamige film, hetgeen “onweegbaar” betekent. Er staat dan ook geen maat op zijn muziek. Het is van een beangstigende schoonheid en als er plots zang klinkt van Jim Fletcher, op Scott Walker-achtige wijze, stolt je bloed even. Deze industriële beauty met de nodige humor is weer één van de hoogtepunten in zijn toch al imponerende carrière. Via de shop kan je stukken beluisteren.
Injgthirlwell-venturebros2 2009 componeert hij de redelijk prettig gestoorde soundtrack The Venture Bros. voor de Adult Swim cartoon. Daar is nu, zeven jaar later, een vervolg op en die luistert uiteraard naar de titel The Venture Bros., Volume Two. De cd opent met een knotsgekke variant op het Star Wars thema met de titel “Ham And Cheese Hero”. Maar in de 15 stukken erna blijft het ook allemaal heerlijk chaotisch dan wel opgefokt. Typische Foetus stukken eigenlijk, zij het dat Thrilwell hier wat frivoler te werk gaat en duidelijk zijn humoristische kant laat doorschemeren. Elektronica die struikelen door de klassiek getinte avant-gardistische stukken, een waar spektakel. En het is allemaal van zulk een eigenzinnigheid, dat ook niemand buiten Thirlwell dit zou kunnen maken. Te gek weer!

Luister Online:
Imponderable (albumsnippers)

 

True Widow – Avvolgere (cd, Relapse / Petting Zoo)
Dtruewidow-avvolgeree overstap in 2008 van de band Slowride naar True Widow heeft zanger.gitarist Dan Phillips bepaald geen windeieren gelegd. Al op hun gelijknamige debuut uit 2008 laten hij en de zijnen, te weten Nicole Estill (bas, zang, gitaar) en Timothy Stakks aka Slim TX (drums,piano), een uiterst origineel geluid aan de dag te leggen dat bestaat uit shoegaze, stoner en hardrock. Op de albums erna perfectioneren ze dit en ontwikkelen ze zich tot een ware stonegaze band. Niet per se naar de punt van je schoen staren, maar wel met die dromerige atmosfeer, zij het dat ze die omhullen met stevige muziek. Dat is op hun vierde cd Avvolgere niet anders. Ze laten in hun 10 langzaam voortschrijdende tracks weer een hard shoegaze geluid horen. Je krijgt de emoties van de jaren 90 op een keiharde manier in je smoel geserveerd. Geen grote verrassingen ten opzichte van hun eerdere werk dus, maar wel een continuering van de sterke ingezette koers. Er wordt ook meer ruimte geboden aan etherische muziek, die in de “heavenly voices” hoek uitkomt. Hoe dan ook is het een feest van herkenning waar The Telescopes, Slowdive, Marriages, Earth, Nadja, Sonic Youth, Stoa en Disappears langs komen. Dat is toch iets om te koesteren lijkt me.

 

The T.S. Eliot Appreciation Society – Turn It Golden! (cd, Greywood Records / Xango Music Distribution)
Btseliotappreciationsociety-turnitgoldenij sommige bio’s, die best interessant zijn om te lezen vraag je jezelf af wat ze bijdragen. Zo is Tom Gerritsen opgegroeid in een reizend carnavalsgezelschap. Hierdoor groeit hij op tussen muziek, toneel en de meest wonderlijke, magische verhalen. Op zijn achttiende is hij met gitaar en koffer naar de VS gegaan, geboeid door de folkmuziek van daar. Maar ja, het is allemaal goed gekomen. Hij woont nu in Utrecht en is, zo blijkt, een begenadigd singer-songwriter, met een sterk debuut A New History (2013) achter zijn naam. Kijk en die naam vind ik pas echt intrigerend, The T.S. Eliot Appreciation Society plus het feit dat Gerritsen van Bedhead en The New Year houdt. Dat zegt wat over welke poëzie en melancholie iemand deelt en waardeert. Nu is er een nieuw album Turn It Golden!. Ja en dat uitroepteken mag er wezen. Tom brengt 10 ijzersterke songs, al dan niet met hulp van Wouter Kors (We Vs. Death, The Walt, Boyle) op saxofoon en percussie, zangeres Lotte van Leengoed (Boyle) en drummer Albert Dijk. Maar zelfs zonder instrumenten, waarvan hij er menig brengt, staan de nummers al als een huis door die prachtig intense, herfstige zang. Muzikaal gezien loopt het uiteen van sobere folk tot indierock, allemaal ondergedompeld in sepiakleuren en voorzien van sterke gezongen verhalen. Een paar maal gaat het tempo even omhoog en wordt het iets frivoler. Ter referentie moet je het zoeken tussen John Fahey, Firewater, Power Of Dreams, Will Oldham, Songs:Ohia en Bedhead. Op de mondharmonica na, die een enkele maal opduikt, valt er niets maar dan ook niets op dit werk af te dingen. Of het een gouden album wordt weet ik niet. Ik kan dit gevarieerde en meeslepende werk enkel van harte aanraden.

 

Ultimate Painting – Dusk (cd, Trouble In Mind / Konkurrent)
Iultimatepainting-duskk kan er maar geen vinger op leggen, want de ene band met een retrosound kan ik niet velen en bij de andere kan ik intens genieten. Ja die smaak, dat is me toch een dingetje. Bij het label Trouble In Mind weet je dat retro één van hun kenmerken is, getuige werk van Morgan Delt en Jacco Gardner. En natuurlijk Ultimate Painting, de groep van Jack Cooper (Mazes) en James Hoare (Veronica Falls, The Proper Ornaments). Ze grijpen terug op de jaren 70, maar hun harmonieuze zang en herfstige arrangementen weten toch het verschil te maken. Dat bewijzen ze andermaal op hun derde worp Dusk, waarbij -me dunkt- zelfs de cover zo uit hun geliefde periode kan komen. Melissa Rigby helpt hen daarbij op drums, de rest verzorgen ze zelf. Er zit een prettige zwoelheid in hun muziek besloten. Het geluid van de akoestische gitaar, piano, de vintage Wurlitzer en de bas die als een warme hartslag door alles heen klopt doen de truc. Eenvoudig, echter zo effectief. Maar ook de hier en daar opduikende motorik, de psychedelische randjes, de prettige loomheid en de eerder genoemde zang spelen daarbij een niet uit te vlakken rol. Ze zijn gewoon anders en brengen iets dat van toegevoegde waarde is. Ik vind het lastig ze te plaatsen, maar vermoedelijk kom je een eind door de vroegere Beach Boys, Grateful Death, Calla, Yo La Tengo, Nap Eyes, Morgan Delt en The Velvet Underground aan elkaar te knopen. Het is op originele wijze thuiskomen.

 

Vanishing Twin – Choose Your Own Adventure (cd, Soundway / Bertus)
Vvanishingtwin-chooseanishing Twin is een bekend verschijnsel waarbij een zwangerschap, die begint als een tweeling en eindigt met maar één baby. Niet met een dood ander kind, maar de andere cellen, want in dat stadium gebeurt dat, worden gewoon geabsorbeerd. Dat is ook gebeurd bij zangeres Cathy Lucas (Fanfarlo, Innerspace Orchestra), die in 2015 samen met drummer Valentina Magaletti (Raime, Shit And Shine, Tomaga, Uuuu, Neon Neon), bassist Susumu Mukai (Stalactite, Floating Points) aka Zongamin, fluitist/percussionist Elliott Arndt en elektronica/geluidenmaker Phil M.F.U. (Man From Uranus, Broadcast) de hiernaar vernoemde groep start. Hun cd Choose Your Own Adventure verdient eigenlijk een intro gelijk de Freakshow van The Residents, doordat ze een nogal bevreemdend geluid laten horen. De groepsleden delen dan ook een voorliefde voor ongebruikelijke instrumenten, freaky platen en de drang om altijd een goede groove neer te zetten. Dat weten ze op hun album ook allemaal wel in de praktijk te brengen, al tappen ze muzikaal gezien meer uit de vaatjes van Broadcast (& The Focus Group), Stereolab, Insides, Can en Nico. Groovende, uiterst grillige en psychedelische muziek die in geen tijdzone of categorie in te delen valt. Muziek en non-muziek wisselen elkaar op fascinerende wijze af, waarbij ze ene keer folk, pop of psychedelische rock ten gehore brengen en dan weer jazz, krautrock, leftfield of onaardse experimenten. Soms waan je jezelf midden in de jaren 70 in een café of een cartoon en dan weer in de toekomst op een nog te ontdekken planeet (of kies je eigen avontuur!). Toch weten ze dit op doorwaadbare en wonderschone wijze aan de man te brengen. Klasse!


Martijn

Adrian Younge presents The Electronique Void: Black Noise
Na een reeks van erg organische en analoge producties (voor en met The Delfonics, Ghostface Killah en Venice Dawn) kiest Younge er deze keer voor om vintage elektronica te gebruiken. Denk aan T.O.N.T.O.’s Expanding Headband en Mort Garson. Net als bij die organische producties is er nu toch wel weer die moeilijk te duiden hip hop punch om het geen puur epigonisme te laten zijn, maar het heeft wel het gevoel van een aardig tussendoortje.

Roberta Sá Delírio
Vorig jaar was ik al een beetje in de hedendaagse Braziliaanse muziek, moderne samba en bossa, ofwel BPM (Música Popular Brasileira), gedoken. Ik ben nog alles behalve een kenner maar Roberta Sá is een van de leukere artiesten uit die zoektocht en Delírio is haar laatste album (van vorig jaar, altijd maar up-to-date blijven met mijn brede scope valt niet mee). Anyway, wederom een leuke plaat: zonder rare bokkesprongen gewoon chill in deze mooie zomerdagen.

Comments

comments

5 thoughts on “Het schaduwkabinet: week 39 – 2016

  1. Het is niet helemaal Midori Hirano’s debuut onder haar eigen naam. staaltape bracht haar cassette ‘And I Am Here’ uit, vorig jaar al. Vijf edities zijn er intussen van verschenen. De muziek daarop staat aan de basis van haar ‘Minor Planet.’ Minor Planet is, in feite, de metabolistische versie.

    • Lezen en feedback geven….tis een vak an sich 😉
      Bovenin de recensie geef ik aan dat ze meerdere werken onder haar eigen naam heeft uitgebracht. Ze debuteert nu op Sonic Pieces, dat is alles.

        • Nou het is frappant, dat als je jezelf uit de naad hebt gewerkt en 32 recensies hebt geschreven je als enige comment een kritische opmerking krijgt (ten onrechte ook nog eens). De voetnoot neem ik dankbaar aan (al komen cassettes er bij mij niet in).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.