Het schaduwkabinet: week 37 – 2021

Ook voor 25 september mag je weer de hele dag liggend, staand of zittend zonder afstand kijken naar onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar:
-Amusin’ Projects,
-Anoice,
-Szokolay Dongó Balázs & Fábri Géza,
-Dez Mona & B.O.X.,
-Eydís Evensen,
-Gazelle Twin & NYX,
-José González en
-Tholos Gateway.

 


 

Jan Willem

Amusin’ Projects – Mistery In The Making, Vol. 3 (ep, Amusin’ Projects / Peyote Press)
Amusin’ Projects is de Italiaanse eenmansband van ene Arsen Palestini. Hij heeft een geheel eigen visie op hip hop en brengt die graag naar buiten. Dat heeft hij al eerder gedaan middels twee epees, waarop hij naast andere genres ook een flinke scheut mysterieuze geluiden aan zijn mix toevoegt. In deze is nu de derde epee Mistery In The Making, Vol. 3 verschenen. Hij werkt weer met diverse producers en gastvocalisten, waardoor hij zijn hip hop weer doorspekt met rock, IDM, folk, trip hop, downtempo en allerhande psychedelische en mysterieuze geluiden. Alsof je Cypress Hill op de achtergrond zet en daar wisselend Red Hot Chili Peppers, Oneohtrix Point Never, Odd Nosdam of Day One overheen mixt. Dat levert in ruim 17 minuten 6 zeer aanstekelijke en smaakvolle tracks op.

 

Anoice – The Hidden Forest (cd, Ricco Label)
Eén van mijn favoriete Japanse groepen is toch wel het imponerende filmische collectief Anoice, die met hun albums ook nog wel eens in mijn jaarlijsten opduiken. Sinds hun oprichting in 2006 hebben ze slechts 5 albums uitgebracht, wat enerzijds komt omdat ze echt de tijd nemen om hun muziek vorm te geven en anderzijds omdat ze er ook andere solo/zijprojecten op nahouden als RiLF, Cru, films, Mokyow, The Frozen Vaults, Tokyo Ambient Collective, Mizu Amane en Yiki Murata solo. Doorgaans zitten ze met hun muziek ergens tussen neoklassiek, post-rock, ambient en filmmuziek in, waarbij het per album verschilt wat de boventoon voert. Door het coronavirus hebben ze alle live activiteiten in de koelkast gezet en hebben ze zich gericht op het maken van muziek, zowel voor een deel van de genoemde projecten maar ook voor Anoice. Voor hun zesde album The Hidden Forest hebben ze maar liefst 17 tracks geschreven voor 17 schilderijen voor het bos door Naoko Okada, die ook dezelfde titels delen. In feite zijn het dus 17 mini-soundtracks geworden en dan helemaal op de Anoice manier: donker, melancholisch en van een ongerepte schoonheid. De muziek komt hier van Takahiro Kido (gitaar, orgel, harp, marimba, klokkenspel, bas), Yuki Murata (piano, synthesizer, fluit, celesta), Utaka Fujiwara (viool, altviool) en Tadashi Yoshikawa (drums, percussie, harmonische pijpen) plus gastspeler Kaori Tsuchiva (cello) en Kenji Azuma (gank drum, percussie). De hoofdmoot bestaat uit pianomuziek met strijkers, maar daar voegen ze zoveel fraaie details aan toe, zoals veldopnames uit een bos, indrukwekkend confronterende drums en elektronische elementen. Een mix van neoklassiek en ambient. Het is hun meest ingetogen, droeve en organische album geworden tot nu toe, maar misschien ook wel één van de mooiste en spannendste soundtracks voor de huidige situatie in de wereld. Anoice weet wederom te verrassen met weer een nieuwe invalshoek van hun veelzijdige muziek. Fans van David Darling, Jóhann Jóhannsson, Max Richter, Hammock, Ryoji Ikeda, Dustin O’Halloranen de meer rustige kant van Mono kunnen hier hun hart ophalen. Dat is al een mooi gegeven, maar het album is tevens voorzien van die prachtig sprookjesachtige schilderijen. In de standaardeditie in het boekje, maar in de gelimiteerde editie (die helaas uitverkocht is) ook met de schilderijen op A4-formaat, een kaart en een exclusieve foto. Niet om je jaloers te maken, maar die laatstgenoemde heb ik, maar ook zonder al die extra kunst is de muziek zo ontzettend urgent en de moeite waard. Gewoon hun zoveelste meesterwerk!

 

Szokolay Dongó Balázs & Fábri Géza – Mikor Megyek Hazafele (cd, Fonó / Xango Music Distribution)
Muziek houdt zich lang niet altijd aan landgrenzen. Ik denk dat als je grote delen van Oost- en Midden-Europa op basis van muziek in zou delen, de kaart er drastisch anders uit zou zien. Maar ook rommelig aangezien er ook vele mengvormen bestaan. Het zou wel de grenzen doen vervagen, wat misschien niet zo’n gek idee is. Bovendien verbindt muziek! De Hongaarse muzikant Szokolay Dongó Balázs, die in legio bands heeft (mee)gespeeld en ik vooral ken van Mákam, werkt hier samen met in het Hongaarse deel van Servië geboren muzikant Fábri Géza. Die laatste ken ik dan weer van de groep Vízöntő. Ze brengen nu het album Mikor Megyek Hazafele, hetgeen “wanneer ik naar huis ga” betekent. Fábri Géza, een spilfiguur in de Hongaarse muziekscene en met name de Csángó-muziek, brengt hier zijn emotievolle zang en de cobza (een snaarinstrument uit de luit-familie). Szokolay Dongó Balázs op zijn beurt levert duda (doedelzak), frula (middelgrote Servische fluit) en sopraansaxofoon. Ze brengen hier de Moldavische variant van de Csángó ten gehore. Dat levert tien heerlijk melancholische doch kleurrijke songs op, die ondanks de taalbarrière meteen weet te beklijven. Denk aan een kruisbestuiving van Kolinda, Mostar Sevdah Reunion en Boris Kovac. Of denk niet en geniet gewoon van deze intens mooie muziek.

 

Dez Mona & B.O.X. – LUCY (cd, Virgin)
De in 2003 opgerichte Belgische band Dez Mona, heeft al jaren als één van de sterkste wapens de zang van de enigmatische frontman Gregory Frateur in handen. Die emotioneel geladen en dikwijls ietwat verhoogde zang is naast de melancholie en goed gevoel voor dramatiek misschien wel de meest constante factor in het steeds wisselende palet aan stijlen waarin ze zich door de jaren heen in storten. Hun muziek gaat van avant-pop, jazz en rock naar opera, waarvan in die laatste categorie het album Sága (2011) een schitterend bewijs is. Daarop werken ze samen met het in 2010 door Pieter Theuns gestarte B.O.X., ofwel Baroque Orchestra X. Dit Barokke orkest met een moderne inslag heeft naast Dez Mona ook samengewerkt met Efterklang, Shara Nova (My Brightest Diamond), An Pierlé, Eefje De Visser, Valgeir Sigurðsson, DM Stith en Spinvis. Nu slaan ze op LUCY andermaal de handen ineen met Dez Mona. Ditmaal fungeert het Barokke geluid meer als een belangrijk frame en niet om een operageluid te ondersteunen. Naast Frateur (zang, piano) zijn het hier teorbe-speler en componist Pieter Theuns, accordeonist Roel Van Camp (DAAU), gitarist Sjoerd Bruil (Gruppo Di Pawlowski, Sukilove, Millionaire) plus muzikanten op Barokke harp, (sopraan-, tenor- & achtergrond) zang, contrabas, bas en percussie. Ondanks ruim een dozijn aan muzikanten, is de muziek redelijk ingetogen, maar toch zo vol en overweldigend. De goddelijke zang van Frateur raakt diepe snaren, die de ruimte weten te vullen. Alleen hierdoor ben ik al om. Daar komen dan ook nog met enige regelmaat de zinnenstrelende sopranen en een tenor bij, wat dit album op vocaal gebied al tijdloos, genre overstijgend en uniek maakt. Daarnaast zorgt ook het instrumentarium ervoor dat de muziek een brede mix is van zowel pop en avant-garde als neoklassiek en Barok. Dez Mona zoekt in deze tijd van verdeeldheid meer dan ooit naar verbondenheid en dat hebben ze op weergaloze wijze weten te bereiken. In 20 nummers van bij elkaar ruim 71 minuten lang bieden ze echt heel erg veel. Daarbij kan ik bijvoorbeeld Owain Phyfe/ New World Renaissance Band, Brett Anderson, David Bowie, Peter Hammill en Jozef van Wissem noemen ter referentie, maar eigenlijk heeft Dez Mona inmiddels een volslagen eigen muzikale categorie ontwikkeld. In een wereld waar steeds meer wordt vervuild, brengt Dez Mona met B.O.X. zoveel schoonheid dat we ons er weer even aan kunnen optrekken. Subliem!

 

Eydís Evensen – Bylur (cd, XXIM Records/ Sony Music Entertainment)
Eydís Evensen is een klassiek geschoolde IJslandse pianiste en neoklassiek componiste, die al vanaf haar zesde piano speelt. Dat tussen ouders die Led Zeppelin afwisselden met Tsjaikovski; muziek was er altijd een overal.
“Ik begon met pianolessen toen ik zes was en schreef toen mijn eerste muziekstuk op zevenjarige leeftijd, geïnspireerd door een storm buiten. Op haar dertiende had ze een doe-het-zelf-album opgenomen tussen de lessen op school door, dat ze van deur tot deur verkocht ten voordele van een liefdadigheidsinstelling voor kinderen. Een plaats aan het Hamrahlíð College in Reykjavik lonkte, waar ze zou gaan zingen in het wereldberoemde koor, met onder andere Björk en leden van Sigur Rós als koorzangers. Evensens pad leek duidelijk.”
Leek, want ze miste de vonk die de ooit prille liefde voor de muziek heeft aangewakkerd. Ze is gaan reizen, raakte geïnspireerd door onder meer Philip Glass, Thom Yorke en met name Jóhann Jóhannsson, maar de muzikale ideeën die ze altijd al heeft gehad bleven rondspoken in haar hoofd. Pas na haar terugkeer in Reykjavik kwamen die er op stormachtige wijze weer uit, hetgeen nu haar debuut Bylur heeft opgeleverd en “stormen” betekent; zo is de stormachtige cirkel ook weer mooi rond. Het is uitgebracht door het schijnbaar onbekende nieuwe label XXIM Records, maar vaart onder de vlag van Sony Music Entertainment. Je kunt maar meteen groot beginnen. En dat is niet geheel onbegrijpelijk, want de geboden muziek is namelijk ook meteen van hoog niveau. Ze serveert in een klein kwartier 13 composities, die deels door haar pianospel ingekleurd worden, want er zijn ook stukken zonder piano, en verder door diverse (alt)violisten, cellisten, een contrabassist, trompettist, trombonist en eenmaal ook een zangeres, te weten de IJslandse GDRN ofwel Guðrún Ýr Eyfjörð Jóhannesdóttir. Het levert allemaal ingetogen neoklassieke pareltjes op, die je niet onberoerd laten. Naast de genoemde voorbeelden, zal het liefhebbers van onder meer Max Richter, Ólafur Arnalds, Penguin Cafe Orchestra, Ludovico Einaudi, Library Tapes, David Darling en Anoice van de recensie hierboven ook wel aanspreken. Een bij de strot grijpend prachtdebuut!

 

Gazelle Twin & NYX – Deep England (cd, NYX Collective Records)
Gazelle Twin is het alias van de Britse muzikante Elizabeth Walling (ook wel eens Bernholz), die al meer dan tien jaar op experimentele wijze van zich laat horen. Drie jaar geleden is haar vierde album Pastorale verschenen, waarop ze haar experimentele muziek bestaande uit een mix van elektronica, dark ambient en industrial mengt met horror-folk en pastorale muziek. Deze is geworteld in de Britse heidense en sacrale muziek. Tussendoor brengt ze nog wat soundtracks uit, maar nu is ze terug met Deep England, dat ze samen met NYX heeft gemaakt. NYX is een in Londen gevestigd elektronisch drone koor, dat al heeft samengewerkt met Sigur Rós, Hatis Noit en Christina Vantzou. Het nieuwe album is in feite een expansie van het bovengenoemde uit 2018, dat deels uit herbewerkingen bestaat maar ook originele composities van NYX bevat plus van Paul Giovanni en een stuk van dichter William Blake (in “Jerusalem”). Ze brengen in zo’n 49 minuten (exclusief de 7 minuten stilte aan het eind) 8 composities ten gehore, die net zo bevreemdend als overrompelend zijn. Aan de ene kant hoor je muziek die zo uit de middeleeuwen of de klassieke wereld zouden kunnen komen, met koorzang en al. Anderzijds krijg je ook folk, drones, experimentele elektronica en muziek die niet zou misstaan in de betere horrorfilm. Hoewel elke vergelijking de plank misslaat is het is haast alsof Fever Ray, Planningtorock, The Caretaker, Sarah Davachi, Jane Weaver, Hildegard Von Bingen en de vroegere His Name Is Alive een duister verbond zijn aangegaan. Maar eigenlijk moet je dit loslaten en dit album gewoon zelf tot je nemen. Eén van de meest bijzondere albums van dit jaar tot nu toe.

 

José González – Local Valley (cd, City Slang / Konkurrent)
De bescheiden Zweedse zanger/gitarist José González heeft al een aantal fraaie albums bij elkaar getokkeld. De muzikant met ouders van Argentijnse komaf, laat zijn roots ook dikwijls doorschemeren in de muziek. Hij beschikt over een zacht, geknepen zangstem, die je uit duizenden herkent. Na drie albums en een soundtrack plus nog eens twee albums met zijn band Junip, is het angstvallig stil na 2014. Alleen is twee jaar geleden nog een live album verschenen, maar ook met enkel oude songs. Nu is dan eindelijk zijn vierde album Local Valley een heugelijk feit. Hij presenteert 13 nieuwe songs, waaronder covers van Laleh en zijn eigen Junip. En coveren kan je aan José gerust overlaten, getuige eerdere, sterke versies van onder meer Joy Division, Massive Attack, The Knife en Kylie Minogue. Maar ook de rest is altijd van hoog niveau, zoals ook hier weer. Hij dikt zijn folk aan met Afrikaanse ritmes, subtiele elektronische sounds en lichte avant-pop elementen. Daarbij zingt hij in het Spaans, Engels en Deens. Je moet je het ergens zoeken tussen Arthur Russell, Nick Drake, Iron And Wine, Sam Lee en Simon & Garfunkel. Toch schittert hij het meest als hij het soberst en toch veelzeggend uit de hoek komt, hetgeen echt zijn handelsmerk is geworden.

 

Tholos Gateway – Tholos Gateway (cd, Gusstaff Records)
Tholos Gateway is een nieuwe mini-supergroep bestaande uit multi-instrumentalist Colin Marston, contrabassist en organist Àlex Reviriego en drummer Vasco Trilla. Marston heeft in ontstellend veel uiteenlopende bands gespeeld, waarvan Krallice, Mossenek en Gorguts denk ik de bekendste zijn. Reviriego is terug te vinden in bands als Inhumankind, Möhit en Ràdium. Trilla heeft ook in waanzinnig veel bands gespeeld, zowel uit Barcelona als uit Polen en Nederland. Allen hebben ze genres van jazz, improvisaties en folk tot black metal en noise doorlopen. Samen brengen ze het gelijknamige album dat net als de Tholos-bouw een overkoepelend werk is geworden. Het bestaat hier uit een zowel improvisatorische als experimentele mix van jazz, ambient, industrial, drones en jazz, die om elkaar heen draaien, pulseren, uitdoven en weer opvlammen. Er gaat een enorm bezwerende werking van dit donkere geheel uit. Met name in de haast skeletachtige stukken, waar soms enkel flarden van instrumenten te horen zijn, weten ze de spanning goed op te bouwen en laten ze veel aan de verbeeldingskracht van de luisteraar over. In het derde van de zeven stukken, “Spell Of Circe” dat maar liefst ruim 10 minuten duurt, is plots de zang van Jarboe te horen. Zij klinkt als een duistere sirene, en soort kruising van Lisa Gerrard en Diamanda Galas, en zorgt hier voor bergen kippenvel en een soort ontlading van de intense spanning die ervoor was. Hierna pakken ze de spannende draad weer op en nemen je tot het eind in de houdgreep. Voer voor liefhebbers van onder meer Jefre Cantu-Ledesma, Dead Neanderthals en Machinefabriek. Grootse klasse!

Comments

comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.