Het schaduwkabinet: week 36 – 2021

Dat was even een race tegen de klok en een drukte van jewelste dit weekend. Terug naar de rust van onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Amyl And The Sniffers, Colleen Green, Homeshake, Little Simz, Low en Mekong.

 


 

Jan Willem

Amyl And The Sniffers – Comfort To Me (cd, Rough Trade / Konkurrent)
Soms is er maar weinig voor nodig om keihard te overtuigen. Of nu ja weinig, een onstuitbare energie en inzet kan wel helpen. Dat geldt zeker voor het Australische Amyl And The Sniffers, waarvan twee jaar geleden het gelijknamige debuut is verschenen; of eigenlijk een bundeling van hun eerste twee albums. Ze brengen een adrenaline opwekkende en kontschoppende mix van garagerock en punk, waarbij ze zeer “in your face” zijn. De groep bestaat tegenwoordig uit brulboei Amy Taylor, Declan Mehrtens aka Dec Martens (gitaar), Gus Romer (bas) en Bryce Wilson (drums). Ze zijn nu terug met hun tweede of dus eigenlijk derde album Comfort To Me. “Troost voor mij”, ja dat klinkt als een tedere titel, maar de waarheid is anders. Ze schieten als een losgeslagen TGV uit de startblokken en denderen bijna ongestoord door naar het einde. Alleen in het emotievolle “Knifey” nemen ze wat gas terug. Voor de rest kan ik er allemaal leuke of intelligente dingen over proberen te zeggen, maar dit is gewoon iets als een achtbaan waar je simpelweg in moet gaan zitten (in een karretje dan hè, geen rare fratsen). Zoek het ergens tussen UK Subs, The Ramones, IDLES, Babes In Toyland, Made Out Of Babies, The Exploited en Magazine. Ja of zoek het lekker zelf uit. Oi!

 

Colleen Green – Cool (cd, Hardly Art / Konkurrent)
De Amerikaanse Colleen Green timmert al sinds 2010 aan de weg. Haar output is schaars, maar wel iedere keer een schot in de roos. Dat komt met name om haar eigengereide sound, die ergens tussen post-punk, shoegaze, stoner, garage, psychedelische en indierock inzit. Dat is eigenlijk ook weer het geval op haar nieuwe album Cool. En cool was en is ze! In 10 nummers van samen een goede 35 minuten lang brengt ze weer haar vertrouwde recept ten gehore, waarbij ze zich in feite zo buiten elke categorie plaatst. Volslagen zichzelf en daarmee gewoon indruk weten te maken. Lekker vette baspartijen, schuin marcherende gitaren en stuwende drums ondersteunen haar heerlijk directe, bitterzoete zang, waarbij ze her en der lekker uit de grabbelton van het verleden graait. Verder is het allemaal behoorlijk van hier en nu, zij het op sobere en onderkoelde wijze. Met referenties op zak als Soccer Mommy, Lush, The Breeders, Lisa Germano, Aldous Harding, Bully en op de achtergrond ook Joy Division zou ze ook zo bij de 4AD-stal passen. Maar het Hardly Art label heeft ook al meermaals aangetoond over een uitstekende smaak te beschikken, wat ze hier andermaal aantonen. Colleen Green zet zichzelf heel stevig op de kaart en haar nieuwe worp doet de naam meer dan eer aan!

 

Homeshake – Under The Weather (cd, Sinderlyn / Konkurrent)
Voordat de Canadese muzikant Peter Sagar zo’n acht jaar geleden als Homeshake naar buiten trad, speelde hij in groepen als Sans AIDS en Outdoor Miners en is tevens een tijd de gitarist van Mac DeMarco. Met Homeshake fabriceert hij doorgaans een lome, licht onderkoelde mix van lo-fi indie, avant-garde pop en een vleugje r&b, waarvoor hij naast zijn zang hoofdzakelijk synthezers en gitaren inzet om zijn sound vorm te geven. Under The Weather is zijn vijfde album, die hij in 2019 heeft geschreven in een periode dat hij door een diep dal ging. Lange periodes van droefheid zorgden ervoor dat lange tijd de deur niet uitging; dat nog helemaal los van corona. Dat droefheid ook altijd een sterke inspiratiebron blijkt, laat hij in de 12 nieuwe, uiterst breekbare songs wel horen. Dankzij de hulp van goede vriend Lucas Nathan is het hem wel gelukt de songs binnen Homeshake kaders te krijgen. Maar door alles sijpelt de melancholie, die de nummers van een fraai vernis voorzien. De muziek roept associaties op met die van Mac DeMarco en Arthur Russell, aangedikt met de zwoelheid van Sade, het wiebelige van Alex Calder en de zang die soms op die van Prince lijkt, zij het zachter. En dat levert uiterst verfijnde, intense pracht op.

 

Little Simz – Sometimes I Might Be Introvert (cd, Age 101 Music)
Bij hiphop sta ik meestal niet vooraan in de rij, al heb ik een aardige portie in de kast staan. De Britse Little Simz, het alias van rapster, zangeres, muzikant en actrice Simbi Ajikawo, leer ik dan ook pas kennen via haar vierde (?) album Grey Area. Een heerlijk fel en gevarieerd hiphop album, waar dikwijls op hoog tempo gerapt wordt en waar een enorme urgentie achter zit. Over haar nieuwe album Sometimes I Might Be Introvert wordt al veelvuldig gerept. Nu zou ik Simz bepaald niet introvert noemen, maar het tempo is hier overal wel omlaag en het is intiemer. Ze brengt alles op meer gedragen wijze, zingt ook meer, waardoor de boodschap misschien nog wel beter overkomt. Een andere wijziging is dat ze haar muziek met enige regelmaat voorziet van weelderige orkestraties en andere sfeervolle en tot de verbeelding sprekende geluiden. Prachtig zijn bijvoorbeeld die orkestraties samen met filmische, gospelachtige koorzang in “Introvert” en “Gems”. Maar in de 19 nummers van samen 65 lang, valt zo ontzettend veel te ontdekken en vooral te genieten. Ze toont andermaal aan hoe goed en ongelooflijk veelzijdig ze is. Het zorgt ervoor dat je een waanzinnig afwisselende luistertrip voorzet, waarbij je voorlopig niet uitgeluisterd raakt. Het doet me ergens ook denken aan een album van het kaliber <em>Endtroducing…</em> van DJ Shadow, zij het met rap en zang. Dat belooft nog heel veel voor de toekomst. Een magistraal album!

 

Low – Hey What (cd, Sub Pop / Konkurrent)
Ik volg de groep Low al sinds hun oprichting in 1994. Dan dragen ze nog fier de titel “traagst spelende band op de wereld” en vinden ze met hun melancholische rock aansluiting bij fans van onder meer Joy Division en Codeine. Dat diepen en werken ze helemaal uit op albums erna, ook voorzien van allerlei franje, die dikwijls van een narcotiserende schoonheid is. Op het moment dat je bang wordt dat ze in herhaling vallen, komen ze met een harder en meer uptempo geluid voor de dag. Maar dat betekent geen einde aan de ontwikkeling van hun sound. Dat hebben ze in 2018 nog maar eens bewezen met hun meesterwerk Double Negative. Hierop verrassen ze je op prettige wijze met gruizige vervormingen, pulsende beats, ambient, drones en andere elektronische interventies. De zang varieert daarbij van vervormd of voorzien van de nodige ruis en gruis tot ouderwets wonderschoon. Ze hebben zich van traagst naar interessantst opgewerkt, zonder hun basisgeluid te verliezen. Dat is best een prestatie. Dat de rek er nog lang niet uit is bewijst hun nieuwe, dertiende album Hey What wel. Het echtpaar Alan Sparhawk (gitaar, zang, elektronica) en Mimi Parker (drums, zang) opereert hier als duo, maar dat levert bepaald geen magerder geluid op. Ze hebben meer dan ooit de neiging om de dualiteit van het bestaan om te zetten in muziek. Dat uit zich in muziek die enerzijds gewoon buitengemeen mooi is en anderzijds juist gehavend en toch diepgravend en diepe snaren rakend. Als je uitgaat van de vroegere sound, is deze nu dikwijls voorzien van allerlei distortion, drones en noise, maar ook ambient en allerhande andere experimenten. Het is geen muziek om per se te pleasen, maar wel om je te raken, zowel in het doorwaadbare als het minder toegankelijke. Maar daarmee zorgen ze voor zo’n weergaloze luistertrip, dat je van de eerste tot de laatste seconde op de punt van je stoel zit. Het is spannend, verrassend, buiten de gangbare paden en gewoonweg geniaal wat ze hier laten horen. Subliem met hoofdletter S!

 

Mekong – End Of The World (cd, Icy Cold Records)
Ik krijg het niet helemaal duidelijk hoe het met de eenmansband Mekong zit. De Portugese bassist Renato Alves is degene die aan alle touwtjes trekt, maar de thuisbasis lijkt toch Polen te zijn. De muziek op zijn debuut End Of The World is wel heel duidelijk. Hij maakt namelijk een opzwepende mix van post-punk, cold wave, goth- en alternatieve rock. Hierbij snoept hij veelvuldig uit de jaren 80. Bij de opener moet ik bijvoorbeeld meteen denken aan Joy Division en in de nummers erna eveneens aan groepen als Modern English en met name The Cure, wat vooral door die verslavende, pompende baspartijen komt. Maar het is de energie en de felheid, die het allemaal anders en meer dan de moeite waard maakt. Liefhebbers van onder meer Whispering Sons, Motorama en Je T’Aime zullen hier ook wel mee uit de voeten kunnen. Dit is echt intens ouderwets genieten op hedendaagse wijze.

Comments

comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.