Het schaduwkabinet: week 35 – 2019

BAM! We zijn weer terug met onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: The Ascent Of Everest, Blanck Mass, Bon Iver, Equus, Feu Follet, Föllakzoid, HTRK, Immigrant (2x), Joyero, Shannon Lay, The Legendary Pink Dots/ Edward Ka’Spel, Loscil, Maninkari/ Alio Die & Indalaska, New Model Army, Oum, Phantoms Vs Fire (2x), Purple Pilgrims, Joan Shelley, Shura, Mariee Sioux, Širom, Tropical Fuck Storm, Lina Tullgren, Watine en Ludo’s Jazz-bijdrage.

 


 

Jan Willem

The Ascent Of Everest – Is Not Defeated (cd, Hammock Music)
Uit Nashville verwacht je misschien eerder country dan bijvoorbeeld post-rock. Toch is bijvoorbeeld Hammock een bekende groep daar vandaan en nemen ze sporadisch ook nog wel eens andere stadgenoten onder de arm met hun Hammock Music label. Nieuw op het label is de groep The Ascent Of Everest, tevens uit Nashville. De groep zelf is niet nieuw, want die opereert al sinds 2006. Toch hebben ze pas de twee albums How Lonely Sits This City! (2006) en From This Vantage (2010) uitgebracht. Hierop laten ze een eigengereid post-rock geluid horen dat gelardeerd wordt met strijkers. Daarmee zitten ze wel in de hoek van Godspeed You! Black Emperor en Mogwai, zij het met een eigen smoel. Maar liefst negen jaar later keren ze terug met Is Not Defeated. En als zevenkoppig combo met zang, gitaar, piano, synthesizer, Franse hoorn, trompet, cello, altviool, viool, drums, lap steel en bas weten ze een indrukwekkend geluid neer te zetten. In basis volgen ze wel de gitaargerelateerde post-rock, maar ook shoegaze, neoklassiek en een scheutje prog rock maken deel uit van hun rijk gedetailleerde totaalgeluid. Naast GY!BE zijn het nu toch ook Low, Tomorrow We Sail, Slowdive en Blueneck die ter referentie de revue passeren. Op sommige momenten is het haast verstild en wonderschoon, maar verder pakken ze uitbundig uit met bij de strot grijpende prachtmuziek. Je hoort goed dat hier lang aan gewerkt is en dat maakt het wachten ook de moeite waard. Subliem!

 

Blanck Mass – Animated Violence Mild (cd, Sacred Bones / Konkurrent)
Blanck Mass is sinds 2011 het solovehikel van Benjamin John Power, die eveneens aantreft in het experimentele noise/drone duo Fuck Buttons. Hij koppelt daar technogeluiden aan ambient, post-rock, house, neoklassiek, abstracte en allerhande experimenten. Er hangt rond zijn muziek altijd wel een zweem van ranzigheid, maar dat is meestal met een duidelijke reden. Zo stelt hij eerder dat de mens zich bewust van het beest in zich, maar hij meestal in staat was z’n primitieve drang onder controle te houden, want de mens begrijpt immers heel goed het verband tussen lichaam en geest. Maar helaas blijkt steeds vaker dat de mensheid zichzelf niet meer kan beheersen en zichzelf uiteindelijk consumeert met grote gevolgen. Dat soort gedachten vertaalt zich ook naar de muziek. Nu is hij er bepaald niet milder om geworden en wellicht heeft hij ook helemaal gelijk. Bij zijn nieuwe cd Animated Violence Mild zegt hij samengevat:

In deze postindustriële, post-verlichte religie van onszelf hebben we een slang van consumentisme gemanifesteerd die nu op ons terugkomt. Het verleidt ons met ons eigen aas terwijl we de betere instincten van onze natuur en de toekomst van onze eigen wereld verraden. We gooien onszelf uit onze eigen tuin. We vergiftigen ons tot de randen van een eindeloze slaap. Het is daarmee een album vol hoon, zelfontdekking en verdriet geworden.

Dat verdriet is overigens zowel op persoonlijk vlak als in globale zin. De mensheid ziet hij echt als een bloedzuiger van de maatschappij. Er valt niet veel te lachen op dit album, maar de urgentie spat er vanaf. Het is grimmig, maar broodnodig, zoiets. Zijn gebruikelijke genres passeren wel de revue maar die dompelt hij onder in een industriële saus met stevige beats en soms vocale partijen die je veeleer bij een death metalband aantreft. Naast de gebruikelijke referenties als Arca, Emeralds, Tim Hecker, Aphex Twin en moet je ook denken aan Drill en Skinny Puppy. Dat is geweld(ad)ig goed!

 

Bon Iver – i,i (cd, Jagjaguwar / Konkurrent)
Voor mijn gevoel is Bon Iver er al ontzettend lang. Ik zie kopman Justin Vernon nog uit zijn berghut kruipen. Toch heeft deze man met zijn kenmerkende falsetzang, hetgeen een voorbeeld voor vele andere strakke broek dragers is geweest, met zijn band sinds 2007 pas drie albums het licht laten zien. Na For Emma, Forever Ago (2007) en Bon Iver, Bon Iver (2011) is hij met zijn succesvolle band een toonaangevend unicum. Dat brengt hemzelf echter aan het twijfelen en zelfs in een diep dal (al dan niet met berghut), waardoor de derde cd 22, A Million pas in 2016 is uitgekomen. De muziek hierop is meer experimenteel dan voorheen. Het levert het meest ambitieuze en interessante werk van hem tot dan toe op. Vernon vind je verder overigens ook bij Big Red Machine, Mount Vernon, Gayngs en Volcano Choir. Nu keren Vernon (zang, gitaar, bas, synthesizer) en de zijnen terug met i,i. De man heeft duidelijk iets met komma’s, maar dat maakt wellicht ook dat hij er niet snel een punt achter zet. En dat is gezien de geboden muziek hier maar goed ook. Ze trekken de experimentele lijn van het vorige album deels door, zij het dat het hier op de strakke broek na meer ontspannen klinkt. Daarbij zorgen zijn bandleden, waaronder Sean Carey (S. Carey), voor de mooie muzikale omlijsting met piano, zang, synthesizers, drums, gitaar, bas en saxofoon. Daarnaast zijn er fraaie gastrollen weggelegd voor onder meer Jenn Wasner (Wye Oak), Rob Moose (Antony And The Johnsons), Bruce Hornsby en Moses Sumney, die voor zang, gitaar, toetsen en prachtige strijkarrangementen zorgen. Hiermee positioneert Bon Iver zich ergens tussen het vorige album en zijn beginwerken in, zij het dan met grote passen voorwaarts. Bijzonder, intens, intiem, uniek en wonderschoon, het zijn termen die je hier allemaal op kunt loslaten. Het is zijn allerbeste album tot nu toe, dat ook nog eens in een verbluffend mooi vormgegeven digipack is gestoken.

 

Equus – Tailwind Home (cd, Equus Music / Xango Music Distribution)
Met fusie kom je zeker in de muziek dikwijls tot nieuwe inzichten en vaarwateren. Dat dit ook op ongedwongen wijze kan bewijst de groep Equus wel. Deze bestaat uit de Mongoolse zanger en Morin Khuur- ofwel paardenvioolspeler Bukhu Ganburged, die op Australische bodem diverse artiesten uit diverse disciplines om zich heen verzamelt. Daaruit volgt in 2013 het debuut Dakshin Khun, waar de focus vooral op de traditionele Mongoolse muziek ligt. Toch zijn daar al elementen van andere culturen dan wel stijlen te horen. Dat is helemaal het geval op hun nieuwe wapenfeit Tailwind Home. Bukhu bevindt zich in goed gezelschap met muzikanten als Bertie McMahon (contrabas, akoestische gitaar, zang), John Robinson (saz, oud, gitaren) en Peter Kennard (percussie, drums, gitaar). Ze boren op dit album niet alleen Mongoolse bronnen aan, maar ook Turkse, Chinese en jazz-achtige. Dat levert een prachtig wereldse grog op, waar stijlen, culturen en mensen elkaar op ontroerende wijze ontmoeten. Wereldmuziek in alle opzichten.

 

Feu Follet – Le Champ Des Morts (cd-r, Blackjack Illuminist)
Feu Follet is een nieuw project van de Franse muzikant Alban Blaising, die new wave wil koppelen aan hedendaagse muziek. Het resultaat daarvan is te horen op Le Champ Des Morts, uitgebracht op het fijne Blackjack Illuminist label, waarbij hij zich zijdelings heeft laten beïnvloeden door de films “The Killing Fields” en “Živi i mrtvi”. Iin 35 minuten brengt hij 10 tracks, die hoofdzakelijk instrumentaal zijn. Hij kneedt hybrides van cold wave, new wave, synthpop, shoegaze, post-rock en indierock. Dat doet hij op heerlijk melancholische maar bepaald niet terneergeslagen wijze. Hieruit ontstaan allemaal eigenzinnige en verrassende combinaties, die enerzijds voor herkenning en anderzijds voor vernieuwing zorgen. Het doet me soms enigszins denken aan zijn landgenoot Laudanum, maar eigenlijk heeft Feu Follet een unieke en zeer smakelijke blend in huis.

 

Föllakzoid – I (cd, Sacred Bones / Konkurrent)
Föllakzoid is een Chileens krautrocktrio, dat in 2009 is opgericht en sterk beïnvloed is door de Duitse genregenoten. De groep bestaat uit Domingo García-Huidobro (gitaar, glitch loops), Juan Pablo Rodríguez(bas, zang) en Diego Lorca (drums, percussie). Ze hebben inmiddels al drie sterke albums uitgebracht, waarop ze een heerlijk biologerende mix aan de man brengen van krautrock, spacerock en psychedelische elementen plus vette riffs en een meeslepende motorik. Nu is er het nieuwe album I, dat ondanks de titel toch echt hun vierde is, waarop ze 4 tracks van samen een uur lang afleveren. Maar het is wellicht de prequel, die ze niet eerder hebben gemaakt. In plaats van verder te sleutelen aan hun eerdere sound, benaderen ze hun muziek namelijk meer op een tranceachtige wijze. Dit legt een heerlijk biologerende psychedelische chilisaus over hun toch al smakelijke sound. Daarbij roept de muziek associaties op met Neu!, Brian Eno, Can, In Camera, LCD Soundsystem, Moon Duo en Wooden Shjips. Het is weer verslavend goed wat ze hier laten horen.

 

HTRK – Venus In Leo (cd, Ghostly International / Konkurrent)
Het Australische HTRK, wat je als HaTeRocK uitspreekt, wordt in 2003 opgericht door zangeres Jonnine Standish en ex-Portraits Of Hugo Pereze leden Nigel Yang (gitaar, effecten) en bassist Sean Stewart; eerst nog onder de naam Hate Rock Trio. Op de albums Nostalgia (2007), Hate Me Tonight (2009) en Work (Work, Work) (2011) krijg je een duistere mix van noise, shoegaze, pop, new wave, experimentele muziek, noise, dubstep en industrial voorgeschoteld. Aan dat laatste album heeft Sean nog wel meegewerkt, maar hij pleegt in 2010 zelfmoord. De band kiest ervoor de cd pas een jaar later uit te brengen. Even lijkt dit het einde van de band in te luiden, maar in 2014 komen ze als duo terug met Psychic 9-5 Club, dat waarschijnlijk om meerdere redenen soberder en bovenal duisterder is. Het levert een emotioneel geladen geheel op waar de bitterzoete zang van Jonnine een grotere rol speelt. Daaronder leggen ze een melancholisch basis van dubsteb, trip hop, no wave en synthpop. Zeer indrukwekkend. Vijf jaar later is het duo eindelijk terug met hun vijfde album Venus In Leo. Daarop zijn de accenten nog meer de droefgeestige kant opgeschoven en presenteren ze eveneens een meer wave-achtig geluid. Dat doen ze met veel gevoel en zonder al te dramatisch te doen. Op smaakvolle wijze koppelen ze bas- en gitaargeluiden van The Cure en Cocteau Twins aan nieuwlichterij dan wel moderne sounds van The xx, Burial en Tropic Of Cancer, zij het dat ze meer dan ooit vooral als zichzelf klinken. Diverse songs zijn instant klassiekers, maar ook de rest is van een overrompelende schoonheid waar je enkel stil van kunt worden. Hun beste tot nu toe!

 

Immigrant – Great Holker Lime (cd-r, Unmei)
Immigrant – Early Paintings 2015-2019 (2cd-r, Unmei)
Het mag voor de trouwe lezer geen geheim meer zijn dat ik een enorme fan ben van Immigrant, dat een alias is van singer-songwriter Graeme McNab. Vanaf 2002 brengt hij zijn muziek naar buiten, veelal in een gelimiteerde oplage. Gelukkig zijn er met enige regelmaat ook heruitgaven, waardoor ik met terugwerkende kracht bijna alles op de kop heb weten te tikken. Toch heb ik met de tegenwoordig verhoogde aandacht dit jaar een album gemist en ga ik nu van zijn achttiende naar zijn twintigste Great Holker Lime. De muziek bevindt zich altijd in de Nick Drake-hoek en verschilt ook nooit immens van elkaar, maar weet door de bescheiden maar intense schoonheid keer op keer een diepe indruk te maken. En ik zou ook geen bezwaar hebben tegen 10 extra Nick Drake albums. Zo moet je ook naar de nieuwe werken van McNab kijken, of nu ja luisteren. Toch weet hij iedere keer weer nieuwe accenten aan te brengen en flink wat verlammend mooie songs neer te zetten, waarbij zijn zalvende zachte stem een grote rol speelt. Daarbij dienen naast Drake ook Greg Weeks, Iron And Wine, Raoul Vignal, Gareth Dickson, Sodastream en Boduf Songs ter referentie. Dat kan je, mits je deze artiesten waardeert, gerust blind aanschaffen. En eigenlijk zit daar ook niet veel anders op, aangezien je online vrijwel nooit iets aantreft. Een ijzersterk nieuwe worp al met al.
Natuurlijk blijft er als je een paar keer jaar iets uitbrengt ook heel veel op de plank liggen. In elk geval wel bij het Schotse Immigrant, dat nu eveneens met Early Paintings 2015-2019 het licht laat zien. Dat levert maar liefst 24 nummers op, die op twee schijven uitgesmeerd worden. Gezien het tijdsbestek valt het met het “early” gedeelte wel mee. Hoe het ook zij, staan hier werkelijk schitterende kliekjes op, die zoals vaker tot stand komen met akoestische gitaar, piano, synthesizers, orgels en samplers. Dat wordt uiteraard aangevuld met zijn schitterende melancholische stemgeluid, waardoor je echt weer op haast narcotiserende wijze kunt genieten van de geboden pracht. Nergens krijg je het gevoel met rest- dan wel onsamenhangend materiaal te maken te hebben. Maar daarvoor is het niveau, de kwaliteit en de consistentie gewoonweg te hoog. Immigrant levert ook met restjes troostvol en simpelweg wonderschoon werk af, waarbij de bovengenoemde referenties passen.

 

Joyero – Release The Dogs (cd, Merge / Konkurrent)
Joyero is het nieuwe project van Andy Stack, die daarnaast de helft van Wye Oak vormt. Tevens heeft hij gespeeld met/bij Lambchop, Noble Lake, Helado Negro, El Vy en Shearwater. Dat hij onder een andere naam nu iets uitbrengt valt als je Release The Dogs hoort ook helemaal te begrijpen. Op artistieke wijze combineert hij avant-garde, elektronische en experimentele muziek aan indierock en pop. Daarmee creëert hij een eigen comple universum, dat toch ook wel voor iedereen toegankelijk blijft. Hij waaiert daarbij uiteen van Arthur Russell, Peter Broderick en DNTEL tot aan Thom Yorke, Sufjan Stevens, Nick Drake en Spoonfed Hybrid. Dat klinkt op papier niet alleen heel bijzonder en fascinerend, maar ook de muziek is er naar. Stack levert een zeer afwisselend maar consistent en biologerend album af.

 

Shannon Lay – August (cd, Sub Pop / Konkurrent)
De Amerikaanse zangeres en multi-instrumentalist Shannon Marie Lay is al even onderweg met de groepen Feels en Raw Geronimo eer ze in 2017 zowel haar solodebuut als tweede album uitbrengt, beide op vinyl. Dat doet ze dan kortweg als Shannon Lay. Ze brengt muziek die tussen folk, indie en droompop inzit. Nu is ze terug met August (wat een timing), die op alle mogelijke formaten is uitgebracht en opgenomen door Ty Segall. Ze roept meteen een associatie op met diverse 4AD artiesten. Zo krijg je die oprecht ontwapende rauwe indie van Throwing Muses, het licht mysterieuze en avant-gardistische van Lisa Germano en het etherische van de Cocteau Twins, aangevuld met de vroegere PJ Harvey (niet op 4AD). Dat is maar één aspect van haar sound, want op de momenten dat ze met vooral zang en akoestische gitaar de folk-kant opzoekt, hoor je in sobere stukken ook zeker Nick Drake en Karen Dalton terug en in de ietwat meer bevreemdende passages tevens Marissa Nadler. Dat levert een overrompelend mooi kleinood, want na een half uur voorbij is het helaas alweer voorbij. Dus maar meerdere malen op repeat, waarbij het iedere keer intens genieten is.

 

The Legendary Pink Dots – Angel In The Detail (cd, Metropolis)
Edward Ka’Spel – The Moon Cracked Over Albion (cd, Neuteka)
In augustus 2020 bestaat het Brits/Nederlandse combo The Legendary Pink Dots maar liefst 40 jaar. Een prestatie van formaat, zeker gezien de indrukwekkende hoeveelheid eigenzinnige releases, die ook kwalitatief van een ontzaglijk niveau zijn. Vanaf eind jaren 80 volg ik ze en heb er ontzettend veel recensies over hun albums geschreven, wat geen moeite is bij één van mijn favorieten aller tijden. En ze blijven bijzonder, keer op keer. Hoewel ze dikwijls meer dan één album per jaar uitbrengen, deels ook restmateriaal of oude opgelapte tapes, hebben ze maar liefst twee jaar gewerkt aan hun nieuwe cd Angel In The Detail. Dat is goed te horen in de vele details, al zorgen The Dots altijd wel voor een afwisselende psychedelische luisterervaring. Ka-Spel (zang, keyboards), The Silverman (keyboards, apparaten) en Erik Dost (gitaren) leveren hier tevens een wat meer experimenteel album af, dat op mysterieuze wijze ergens landt tussen avant-garde, avant-pop, psychedelische folk en experimentele muziek, waarbij het basale geluid, mede dankzij de intrigerend lijzige poëtische zang van Ka-Spel, uit duizenden te herkennen valt. De songs, die soms ook binnen de song zelf van koers veranderen, weten te biologeren en zorgen dikwijls weer voor bergen kippenvel. Ook na zoveel jaren weten ze gewoon weer een verrassend, actueel en bovenal meesterlijk album uit te brengen.
Zoals vaker komt een Legendary Pink Dots album niet alleen. Frontman Edward Ka-Spel komt ook met een nieuw werk, te weten The Moon Cracked Over Albion. Ka-Spel, het alias van Edward Francis Sharp, is naast zijn solowerken ook terug te vinden in groepen als The Tear Garden, Mimir, Dna Le Draw D-Kee, Ulkomaalaiset, A Star Too Far en Richter Scale plus collaboraties met The Silverman, Philippe Petit, Alena Boykova en Amanda Palmer. Doorgaans is het werk van hem solo een stuk meer experimenteel, abstract en psychedelisch dan dat van zijn moederband. In dit geval doen ze op dat gebied niet veel voor elkaar onder. Ka-Spel voorziet zijn poëtische teksten hier vooral van elektronische texturen, maar de muziek sluit ook wel aan bij The Dots. Dat is geen voor- of nadeel, maar slechts een constatering. Ik heb beide heel hoog zitten, dus waar ze uitkomen doet nooit iets af van het luisterplezier. Wel heb je het gevoel dat dit iets intiemer dan wel persoonlijker is. Hoe dan ook is dit weer een geweldig, gevarieerd en meeslepend album geworden. Klasse!


 

Loscil – Equivalents (cd, Kranky / Konkurrent)
Sinds 2001 is de Canadese muzikant Scott Morgan actief met zijn elektronicaproject loscil. Daarnaast is hij op diverse instrumenten te horen in de groepen Destroyer, High Plains, The Battles en Thee Crusaders. Als loscil of Loscil brengt hij doorgaan iets tussen isolationistische ambient, drones en neoklassiek naar buiten, waarvan het meeste via het kwaliteitslabel Kranky uitgebracht is. Dat geldt eveneens voor zijn nieuwe (twaalfde?) album Equivalents, waarvan hij de titel ontleend heeft aan een invloedrijke fotoserie uit het begin van twintigste eeuw (1925-1934) van fotograaf Alfred Stieglitz. Hierbij fotografeert hij op abstracte soms bijna zwarte wijze de lucht, die voer voor discussie en filosofische maar ook letterlijke interpretatie oplevert. Dat blijkt ook al uit een interview met Stieglitz:

Man (kijkend naar een Stieglitz-equivalent): is dit een foto van water?
Stieglitz: welk verschil maakt het uit wat voor een foto het is?
Man: Maar is het een foto van water?
Stieglitz: Ik zeg je dat het niet uitmaakt.
Man: Nou, is het dan een afbeelding van de lucht?
Stieglitz: Het is toevallig een foto van de lucht. Maar ik begrijp niet waarom dat zo belangrijk is.

Dat past ook helemaal bij de muziek en wellicht ook filosofie van Loscil. De output zorgt voor een tot de verbeelding sprekend en dikwijls filmisch geheel, waarbij allemaal verschillende gedachtes en dromen opkomen. Of het bestaat uit drones, neoklassiek of ambient is werkelijk van minder belang. Het geeft je als lezer hoogstens wat handvatten, maar het uiteindelijke doel is dat de muziek je grijpt en weet te intrigeren en prikkelen. Denk ter referentie aan een mix van Brian Eno, William Basinski, Stars Of The Lid, Labradford, The Sight Below, Tim Hecker en The Caretaker. Loscil weet je gedachten te verzetten en je op prachtige en mysterieuze wijze even uit de realiteit te nemen.

 

Maninkari – L’Océan Rêve Dans Sa Loisiveté <> (cd, Three:four)
Alio Die & Indalaska – Tempus Fugit (cd, Hic Snt Leones)
Na twee sublieme postrock albums met de band Bathyscaphe stappen de Franse tweelingbroers Frédéric en Olivier Charlot, beiden eveneens in het elektronische Sphyxion, over op het experimentele project Maninkari. Daar zijn ze inmiddels ook alweer 12 jaar mee onderweg, waarbij de output nogal eens verschilt. Ze komen veelal ergens tussen dark ambient, free-folk, jazz, minimal music, art-rock, filmmuziek, avant-garde, krautrock, modern klassiek en drones, hetgeen ze met zowel elektronica als veldopnames en een keur aan Oosterse elementen en instrumenten fabriceren. Door hun discografie lopen ook een paar series, waaronder L’Océan Rêve Dans Sa Loisiveté, waar in 2014 en 2017 respectievelijk deel één en twee zijn verschenen. Hierop brengen ze naast gecomponeerde muziek vooral ook een hoop improvisaties met hoofdzakelijk Oosterse instrumenten, die een hypnotiserende uitwerking hebben. Nu is deel drie L’Océan Rêve Dans Sa Loisiveté <> verschenen. Gewapend met santoor, cimbalom, duduk, altviool, synthesizers, frame drums, percussie, cello, melodica, mondharp, citer en stem plus gasten op drones en stem brengen ze in 55 minuten 12 intrigerende stukken, die een kruisbestuiving zijn van wereldse dark ambient, drones, experimentele muziek, etnische post-rock en sjamanistische avant-garde. De stemmen die zo nu en dan opduiken, worden als drones ingezet en niet om eens een lekker moppie te zingen. Denk aan een gulden middenweg door Vidna Obmana, The Legendary Pink Dots, Isihia, Twinsistermoon, Sarah Davachi, Muslimgauze en Vieo Abiungo. Magische, mysterieuze en meeslepende pracht.
Beide heren zijn vorig jaar ook de groep Indalaska gestart, waarmee ze experimentele ambient naar buiten brengen. Ze zijn ook een samenwerkingsverband aangegaan met de Italiaanse muzikant Stefano Musso ofwel Alio Die, waarmee hij al 30 jaar muziek maakt. Hij werkt eveneens samen met uiteenlopende artiesten als Robert Rich, Vidna Obmana, Mathias Grassow, Nick Parkin, Amelia Cuni, Sylvi Alli en Zeit. Samen met de gebroeders Charlot (orgel, harmonium, synthesizers) brengt Musso (drones, loops) nu het album Tempus Fugit uit. Hoewel dit “de tijd vliegt” betekent, zijn de 4 langgerekte tracks hier heerlijk rustig. Wel neemt het je even helemaal uit de realiteit. Het zorgt er ook voor dat beide artiesten elders uitkomen, dan waar ze doorgaans opereren. En dat levert een weergaloos, werelds en weemoedig album ook.

 

New Model Army – From Here (cd, Attack Attack/ earMUSIC)
Hoewel New Model Army je misschien niet meer verrassen zal, is het toch fijn dat je altijd op ze kunt rekenen en dat ze bovendien nog altijd uitstekende en genietbare albums afleveren. En dat al bijna 40 jaar lang. De Britse formatie rond zanger/gitarist Justin Sullivan weet ook altijd voor wat opschudding te zorgen, omdat ze altijd wel weer ergens tegenaan trappen. Er zit altijd wel een zekere urgentie achter, wat overigens nooit ten koste van de muziek gaat. Dat is ook allemaal van toepassing op hun viertiende album From Here. De muziek in de 12 nieuwe tracks is weer wat rauwer en steviger, waarmee ze meer teruggrijpen naar hun vroege/middenperiode. Sullivan en de zijnen, want verschilt nog wel eens, zijn in topvorm. Ouderwets genieten maar muziek van hier en nu. Inmiddels al grijsgedraaid tijdens het klussen (en nee niet door het vele stof). Echte helden!

 

Oum – Daba (cd, Lof Music/ MDC / Xango Music Distribution)
Hoewel Marokko van origine een Arabische en Berberse cultuur kent, is deze door de jaren heen verrijkt door onder meer Spaanse en Franse invloeden. Dat heeft ook z’n weerslag op de muziek van hedendaagse artiesten uit dat land. Een land waar heel veel religies vreedzaam samengaan, maar dat terzijde. Zangeres Oum bijvoorbeeld heeft zo’n rijk muziekpallet in huis, die voortkomt uit de rijke dan wel verrijkte cultuur. Dat geldt al sinds haar debuut Soul Of Morocco (2013), hetgeen ook voor haar tweede album Zarabi (2016) opgaat trouwens. Oum El Ghaït Benessahraoui, zoals ze voluit heet, combineert op smaakvolle wijze traditionele muziek uit eigen land met jazz, soul en andere Westerse muziek. Keurig drie jaar later gaat ze daar op Daba, hetgeen “nu” betekent, mee verder. Ze verwijst naar het hier en nu, omdat er diverse zaken zijn die onze aandacht verdienen. Dat zijn onder meerde de bedreigde natuur, het lot van de migranten en de status van vrouwen. Tevens is het een aansporing om volledig in het heden te leven. De muziek, bedacht in Casablanca, uitgevoerd in Parijs en opgenomen in Berlijn, heeft dan ook iets urgents. Dat weet Oum wel weer fraai te verpakken, samen met muzikanten op oud, contrabas, bas, trompet, bugel, saxofoon, elektronica en percussie-instrumenten. Ze weet daarbij weer een wereldse en ongedwongen las te maken van traditionele elementen uit Arabische en Sahrawi cultuur enerzijds en jazz, soul en sfeervolle elektronische muziek anderzijds. Daarbij roept ze associaties op met zowel Nani en Natasha Atlas als bijvoorbeeld Hector Zazou en Michel Banabila. Maar ze laat vooral een eigenzinnig modern, vrouwelijk geluid horen dat diepgravend, spannend, hoopvol en wonderschoon is.

 

Phantoms Vs Fire – My Mind As Your Amusement Park (cd-r, Blackjack Illuminist)
Phantoms Vs Fire – WLDLFE (cd-r, Blackjack Illuminist)
Dat het Blackjack Illuminist label meer te bieden heeft dan de vele project van de creative Alexander Leonard Donat is bekend, net als muzikaal gezien meer uit Brazilië komt dan alleen samba en bossanova. Dat bewijst muzikant Thiago Desant als Phantoms Vs Fire wel met zijn nieuwe album My Mind As Your Amusement Park. Hij brengt hierop een fraaie kruisbestuiving van drones, shoegaze, modern klassiek en dark ambient, al is dit bepaald niet in beton gegoten en laat hij vooral een vrij, eigengereid en meeslepend geluid horen, dat zich op merkwaardige wijze ergens ophoudt tussen The Caretaker, Jean-Michel Jarre, Dead Can Dance, Pye Corner Audio en New Order. Wellicht moet je dat allemaal gewoon loslaten en enkel intens genieten van de geboden pracht.
Eerder dit jaar is van Phantoms Vs Fire ook het album WLDLFE verschenen op datzelfde Blackjack Illuminist label, dat ik eerder simpelweg over het hoofd gezien heb. Hierop laat de Braziliaan een verfrissend ander geluid horen, waarbij hij meer de elektronische koers vaart, die in feite de wave van weleer naar hedendaagse elektronische muziek brengt. In drie kwartier laat hij een gevarieerde caleidoscopische mix horen van synthwave, dark ambient, droompop, synthpop en chillwave. Dat voorziet hij dikwijls van stemmige orkestraties. Hoewel de muziek van beide releases ondanks enige overeenkomsten wel anders te noemen valt, herken je toch door de manier van aanpak dat het dezelfde artiest betreft. De man heeft een bijzonder stijl. Veel belangrijker is dat dit geweldige muziek oplevert.

 

Purple Pilgrims – Perfumed Earth (cd, Flying Nun / Konkurrent)
In 2013 richten de Nieuw-Zeelandse zussen Clementine en Valentine Nixon de groep Purple Pilgrims op. Ze debuteren in 2016 met het fijne Eternal Delight, uitgebracht op Not Not Fun Records, waar ze met hun bijzondere, etherische droompop gelden als een grote belofte. Vorig jaar zijn ze nog te gast op het album Suffuse van de legendarische muzikant Roy Montgomery en nu keren ze zelf terug met hun tweede wapenfeit Perfumed Earth. Hierop is overigens Roy Montgomery in één nummer te gast, net als Gary War, Josh Kennedy (Surf City) en nog een handvol artiesten op onder meer gitaar, vibrafoon, synthesizer, elektronica, drums, percussie en saxofoon. En uitgekomen op het prestigieuze Flying Nun, één van mijn favoriete labels. Ze brengen enerzijds weer die etherische, licht melancholische droompop, waarbij ze mede door de zang sterk aan de Cocteau Twins doen denken. Anderzijds geven ze daar echt wel een compleet eigen invulling aan en slaan ze dikwijls bijzondere psychedelische zijpaden in. Dat levert een evenzo diepgravend als geestverruimend prachtalbum op, waarbij ze de belofte ver voorbij zijn.

 

Joan Shelley – Like The River Loves The Sea (cd, No Quarter / Konkurrent)
De Amerikaanse singer-songwriter Joan Shelley, tevens te vinden in Maiden Radio, brengt vanaf 2010 haar soloalbums naar buiten. Ze is zo’n vrouw met gitaar, waar je er ontstellend veel van hebt, die echt het verschil weet te maken. Haar bitterzoete zang met een lichte vibrato is echt zinnenstelend. De muziek is doorgaans geworteld in de jaren 60 en 70, maar is wel helemaal bij de tijd. Like The River Loves The Sea is haar nieuwste album, waarop ze mag rekenen op een batterij aan gasten, waaronder Nathan Salsburg (Halifax Pier, At Right Angles), James Elkington, Bonnie “Prince” Billy en diverse IJslandse muzikanten. Dat laatste komt door het feit dat ze dit album, dat ze overigens in Kentucky geschreven heeft, in IJsland heeft opgenomen. Ze brengt een intense, persoonlijk geheel dat een mix van singer-songwritermuziek, folk, altcountry en Americana is geworden. Ondanks de vele gastbijdragen, inclusief de mooie strijkarrangementen, blijft de muziek sober, stemmig en vooral ook ongepolijst. Denk aan een eigenzinnige mix van Nick Drake, Natalie Merchant, Tarnation, The Unthanks, Sandy Denny, Sam Lee en Meg Baird. Tijdloze pracht!

 

Shura – Forevher (cd, Secretly Canadian / Konkurrent)
Waarom sommige mensen toch zo graag een popster willen worden is mij een raadsel. Het lijkt me vooral een vluchtig en vermoeiend proces, waarbij je vooral niet jezelf moet zijn maar die vele anderen. Toch zijn er altijd weer van die uitzonderingen op de regel. Zo debuteert Shura, het alias van de Britse in Amerika woonachtige Aleksandra Lilah Denton, in 2016 met Nothing’s Real meteen op Polydor. Hierop roept ze op smaakvolle wijze herinneringen op aan Madonna, Janet Jackson, Prince en andere iconische sterren uit de jaren 80. Drie jaar later kiest ze voor het indielabel Secretly Canadian en dat valt alleen maar te prijzen. Ze laat er haar tweede cd Forevher het licht zien. Hierop omarmt ze nog altijd de pop uit de jaren 80, maar brengt dit meer op smaakvolle, mysterieuze en melancholische wijze. Daarbij vloeit er ook wel wat r&b, blues en soul door de tracks, die het een eigen saus geven. Shura blijkt een eigengereide muzikante met fijn ontwapenende muziek.

 

Mariee Sioux – Grief In Exile (cd, Night Bloom / Konkurrent)
De Amerikaanse singer-songwriter Mariee Sioux is bepaald niet scheutig met haar releases, maar als ze haar folk ten gehore brengt is het eigenlijk altijd een schot in de roos. Na maar liefst zeven jaar komt ze nu eindelijk met haar derde album Grief In Exile. Sioux (zang, gitaar) krijgt steun van gasten op piano, synthesizer, zang, vedel, bas, mandoline, tamboerijn, viool, gitaar, percussie en omnichord. Na periodes van alcoholverslaving en depressies brengt ze nu een persoonlijk statement met uit het leven gegrepen liedjes. Deze zijn net zo direct, oprecht en indrukwekkend als gewoonweg wonderschoon. Daarbij moet je denken aan een mix van Fran Rodgers, Marissa Nadler, Nancy Elizabeth, Meg Baird, Nick Drake, Alela Diane en Tarnation. Daar kan je toch bepaald niet rouwig om zijn?

 

Širom – A Universe That Roasts Blossoms For A Horse (cd, tak:til/ Glitterbeat / Xango Music Distribution)
Al sinds hun debuut I. (2016) schept het Sloveense trio Širom een eigen universum met bijbehorende denkbeeldige folkmuziek. De groep bestaat uit Iztok Koren (banjo, basdrum, percussie, klokkenspel, balafoon), Ana Kravanja (viool, altviool, ribab, cünbüs, balafoon, ngoma drum, mizmar, zang) en Samo Kutin (lier, balafoon, eensnarige bas, frame drums, brač, gongoma, mizmar, zang). Ze en met name Samo hebben al enige ervaring met folk, wereldse en improvisatorische projecten als Najoua, ŠKM banda, Lunin Med, Hexenbrutal, Samo Gromofon, Horda Grdih, Salamandra Salamandra en Ubrana-Ubrana. Širom blijft wel een geval apart met hun kruisbestuiving van avant-garde, folk, drones en experimentele muziek met elementen uit Afrika, Scandinavië, Balkan en Azië. Op hun tweede cd I Can Be A Clay Snapper brengen ze met diezelfde ingrediënten een meer experimenteel geheel ten gehore. Niet altijd even gemakkelijk, maar wel van grote wereldse klasse. Op hun nieuwe, derde cd A Universe That Roasts Blossoms For A Horse, of Svet, Ki Speče Konju Cvet zoals zij zouden zeggen, trekken ze die lijn door. Meer dan ooit lijken ze lak te hebben aan de beperkingen van genres en laten ze in hun 5 tracks van samen een kleine drie kwartier een volslagen uniek geluid horen. Dit bestaat weliswaar nog altijd uit de boven vermelde elementen maar dan op meer losse, transcenderende wijze gebracht. Het levert een biologerende trip op waar je van alles op je referentiepad tegen kunt komen, Sainkho, Wimme, The Magic Carpathians en ga zo maar door. Er staat geen maat op dit prettig bevreemdende combo. Prachtige muziek om grenzeloos van te genieten!

 

Tropical Fuck Storm – Braindrops (cd, Joyful Noise / Konkurrent)
Muzikale en levenspartners Fiona Kitschin (bas, zang) en Gareth Liddiard (zang, gitaar) maken samen tot 2016 deel uit van de Australische alternatieve rockgroep The Drones. Het laatste album uit dat jaar hebben ze op het label Tropical Fuck Storm uitgebracht en opgenomen in een studio met dezelfde naam. De band zou eerst een pauze inlassen, maar is nu definitief opgeheven. Ze hebben de naam van het label en studio geadopteerd voor hun nieuwe band Tropical Fuck Storm, dikwijls afgekort als TFS. Daarmee leveren ze vorig jaar het geweldige debuut A Laughing Death In Meatspace af, waarbij de gecompleteerd wordt door gitariste/toestenist/zangeres Erica Dunn (Harmony, Palm Springs) en drumster Lauren Hammel (High Tension). Ze brengen een venijnig, ongepolijst en onbegrensd geluid naar buiten, waar psychedelische, prog-, art-, alternatieve en experimentele rock, avant-garde en post-punk op spontane en afwisselende wijze door elkaar gehusseld worden. Kennelijk zitten ze in een flow, want ze komen nu alweer met het tweede album Braindrops, die net als hun eersteling weer in een foeilelijke cover gestoken is. Maar goed, het gaat om de inhoud en die mag er wederom wezen. Ze lijken zich nog vrijer te bewegen door de genoemde genres en schuwen ook het experiment of de soms gewoonweg atonale muziek niet. De energie spat er in lukrake richtingen en op explosieve wijze vanaf. Het maakt het ook dat je telkens op de punt van je stoel zit, waarbij ze je stevig in de houdgreep nemen. Daarbij moet je denken aan een bruisende mix van Nick Cave & The Bad Seeds, Captain Beefheart, Ought, Gang Of Four, Beach House, Protomartyr en Idles. Bepaald geen moeilijk tweede album dus, maar wel een sensatie in wording.

 

Lina Tullgren – Free Cell (cd, Captured Tracks / Konkurrent)
De Amerikaanse Lina Tullgren zal je niet gauw betrappen op vrolijke muziek, hetgeen ik bepaald niet erg vind. Ze omschrijft haar muziek zelfs als: “abstract verdriet om je te laten slingeren. je houdt ervan”. Ik houd er in elk geval van. Twee jaar geleden is haar debuut Won uitgebracht. Daar laat ze naast die droefgeestige sfeer ook vooral een sober geluid horen. Daardoor komt alles extra binnen, al duwt ze met haar verder zachtaardige geluid nooit iets door je strot. Ze is terug met Free Cell, waarop ze 12 nieuwe, langzaam voortbewegende songs presenteert. Tullgren (zang, gitaar, piano, wurlitzer) brengt in basis weer dat kale geluid met die licht onderkoelde zang, maar laat dit door de vele gasten ook dikwijls aankleden met bas, drums, piano, synthesizers, gitaren, wurlitzer, violen, altviool, cello, contrabas, klarinet, Franse hoorn en trombone. Dat alles op uiterst subtiele wijze, maar wel zo dat het voor schitterende franje zorgt; met name de strijkarrangementen voegen veel toe, ook op het emotionele vlak. Alles wordt met zachte hand gebracht, maar als je daar ook lieflijke of eenvoudige zaken bij verwacht krijgt alsnog een klap in het gezicht. Soccer Mommy, Susanne Lewis, Emiliana Torrini, Nina Nastasia en door het typische basgeluid ook Pinback duiken daarbij op ter refenrentie. Tullgren weet diepgang te koppelen aan melancholie en natuurlijke schoonheid. Bijzonder fraai!

 

Watine – Maison Géométries (cd, Catgang)
De Franse zangeres, pianiste en componiste Catherine Watine brengt muziek naar buiten met haar inmiddels 14 jaar lopende project Watine en tussendoor ook een keer met het trio This Quiet. Eerder dit jaar verschijnt van Watine de nieuwe cd Géométries Sous-Cutanées. De verschilt van haar vorige werken, die ergens tussen triphop, chansons, alternatieve pop en neoklassiek zitten, doordat het merendeel instrumentaal is en tevens meer experimenteel. Wel brengt ze weer een mix van de bovengenoemde stijlen, waarbij ik Nouvelles Lectures Cosmopolites, Leitmotiv, Gabriel Fauré, Yann Tiersen, Talk Talk, Tangerine Dream en Portishead als referenties noem. Haar muziek heeft na al die jaren ook eindelijk de aandacht van meerdere collegae gekregen, waardoor er nu een remix-project Maison Géométries is uitgebracht dat op het eerder genoemde album is gebaseerd. Hoewel vermoedelijk niet alle deelnemende artiesten een belletje doen rinkelen, zijn het onder meer Christian Quermalet (The Married Monk), F/lor, Laurent Saïet, Chapi Chapo, Zonk’t en last but not least The Declining Winter die sleutelen aan de originelen. Die worden vervolgens weer aan elkaar gelast. Het levert 16 alleraardigste mixen dan wel interpretaties op, die de kwaliteit van de originelen op eigenzinnige wijze onderstrepen.

 


 

Ludo

The Wilgo Back Selection – Summer Jazz Project
Geen goede zomer zonder onvermijdelijk project! Ergens in juni gaf een collega me een stuk of vijftig cd’s, waarvan ik er uiteindelijk een kleine veertig besloot te beluisteren. De jazzfan moest als hardcore hard bopper plek hebben in zijn kast, dus zat ik met de dubbelen en de mainstream. (Het lijkt wel Panini.) Nu haal ik zelf mijn jazz voornamelijk lui van YouTube, als die moderne radio variant – dus het was sowieso boeiend eens in fysiek albumland te belanden. Wat dan opvalt, zijn de afgrijselijke liner notes. In jazz wordt bovenal de zelf-trompet geblazen. Met vlag, wimpel en lof. En steeds academischer bovendien. (De moderne jazzband lijkt te bestaan uit vier witte jazzleraren – echte Dr.’s – en een zwarte stokoude bopper als speciale gast voor geloofwaardigheid.)

Mijn eigen geleerde lessen, en al dan niet academisch gestaafde bevindingen vindt u hieronder. Een The Guinea Pig Guide To Jazz Recordings, by Ludo Cooke, met een Spotify-playlist toe – als toetertjes-toetje. Voor in de kantoortuin. of de winkel. De cursief gedrukte releases beloof / besloot ik ten slotte braaf te houden. De rest gaat terug in de kringloop des levens.

Johnny O’Neal – On The Montreal Scene ***
Old skool bop jam. Jammer van de vocalen.

Dafnis Prieto – About The Monks **
Aangrijpende Afro-spirituele slottrack, dat wel.

Tyson Naylor Trio – Kosmonauten *
Cool in stijl, maar al snel dof en doelloos.

Hilary Noble & Rebecca Cline ****
Toffe, vrolijke combi van Cuba en Knor.

Nothing Gulch Quartet – Nothing Gulch Quartet **
Pornomuziek, ene gat in, andere uit.

Sean Noonan – A Gambler’s Hand *
Katten, kitten en drumkutten (met violen).

Zim Ngqawana – Zimology ****
Pharoah vibe zijn de goede vibes

Andy Sheppard – In Co-Motion ***
Gevarieerde robojazz voor Squarepushers op ritalin.

Triological Seaons – Triological Seasons *
Steriele Duitse degelijkheid

Miguel Martinez Trio – Nick In The Sky ***
Bonusster voor Vaduz als tracktitel.

Cecil Taylor – Crossing *
Is het een verhuizer die oversteekt?

Teddy Wilson – Gentleman Of The Keyboard ***
Woody Allens go-to compilatie.

John Zorn – The Hermetic Organ ***
Intense orgelstormen, met liefde aangewakkerd

Lee Konitz – Palo Alto **
Cool op het ongeïnteresseerde af. Lee kan slapend spelen.

Ralph Lalama – Bopjuice Live At Smalls *
Ik dreigde te breken, het moment dat ik (even) naar een pauze ging verlangen.

Boney James – The Beat **
Kennie veel (van) jazz, ben wel een G.

Franck Amsallem – Years Gone By **
Geïnspireerde muzikanten met niet zo geïnspireerde tunes.

The Pete Magadini Quintet – Night Dreamers ***
Glij ‘m erin.

Bob Mover – It Amazes Me… **
Jammer van de vocalen part 2 (maar nu echt).

Archie Shepp – Poem For Malcolm ****
Jandekiaanse balts en wat een drums!

Greg Skaff – Ellington Boulevard ***
Lekker noedelen, jazz guitar ambient

Harvie S – Funky Cha **
Raakte geërgerd omdat een trommeltje als een binnenkomend appje klonk.

Coleman Hawkins – Picasso ****
Coleman komt correct.

The Houdini’s – Chasin’ The General ***
Zal toch nog een stuk leuker met Buster Keatons film zijn.

Richie Hart – Greasy Street **
Vettige restaurantmuziek. Portie > fikkie.

Gordon’s Grdina’s Haram – Her Eyes Illuminate ***
Eastern Kicks.

Orrin Evans – Meant To Shine **
Indieschmindie.

Steve Haines Quintet With Jimmy Cobb – Stickadiboom ***
Zoals gezegd, smaakvol academisch.

The John Crocker Quartet – Easy Living **
Man met sax en gehuurde Ferrari op VVD-oprit.

John Coltrane – Meditations ***
Hard gaan 3.0

The Stryker/Slagle Band – Latest Outlook **
Business as usual inmiddels.

Count Basie & His Orchestra – The Count At The Chatterbox *
Het orkest loopt op wasrolletjes.

Manolo Cabras & Basic Borg – I Wouldn’t Be Sure ****
Even rommelig als plezierig.

Hector Martignon – Refugee **
Al tijden verwacht en in aantocht, Jaco-epigonisme.

Arthur Blythe – Hipmotism ***
Boeiend, helaas kapotgeslagen geproduceerd.

David Bixler – Call It A Good Deal *
Zo fluwelig dat het kriebelt.

Glenn Alexander – Oria **
Voorbarig noemt de jazz muzikant zich jazz (muzikant).

Bob Albanese Trio With Ira Sullivan – One Way/Detour ***
Pianistisch op en top.

Archie Shepp – Blasé ****
Archie is de ontdekking van dit project!

Bruce Adams/Alan Barnes Quintet – Let’s Face The Music… **
Barman, nog een rondje.

Albert Ayler – New Grass ****
Hele tijd tegenop gezien, blijkt het Alberts Party Plaat.

Keith Javors – Mo’ City Jungle ***
Zoho, het zit erop!

Comments

comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.