Het schaduwkabinet: week 31 – 2018

Eindelijk stoppen wij nu even met onze aanslagen. Op het toetsenbord welteverstaan en puur voor onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Ashtoreth & Grey Malkin, Thomas Bartlett & Nico Muhly, Michael Beharie And Teddy Rankin-Parker, Nat King Cole, Fatoumata Diawara, Haarvöl, Aaron Martin, Neotropic, Okada, P.J. Philipson, Les Réveil Des Tropiques, Silent Whale Becomes A° Dream, Tropic Of Coldness en Maike Zazie.

Allemaal een hele fijne zomer en tot week 35!


 

Jan Willem

Ashtoreth & Grey Malkin – Pilgrim (cd, Reverb Worship)
Na vele projecten te hebben doorlopen start de Belgische muzikant Peter Verwimp in 2010 het doom/drone/lo-fi/sjamanistisch/soundscape/noise/folk georiënteerde Ashtoreth. Nu is hij terug samen met de in mysterie gehulde artiest met het alias Grey Malkin van The Hare And The Moon, dat een experimenteel folkgezelschap is. Op hun album Pilgrim brengen in een krappe drie kwartier 5 stukken ten gehore. Ze brengen een beklijvende mix van folk, drones, ambient en diverse experimenten, waarbij ze met enige regelmaat een soort etherische klaagzang laten horen. Dat levert bloedstollende, gitzwarte en mystieke muziek op, die vooral van een ongelooflijke schoonheid is en tot de verbeelding weet te spreken. Het is een organisch geheel van donkere elementen, die je bepaald niet onberoerd laten. Het is ook nog eens gestoken in een fraaie dvd-hoes. Dat levert in alle opzichten een prachtalbum op, waar fans van vermoedelijk The Legendary Pink Dots, Coil, The Hare And The Moon, Silver Servants, United Bible Studies, Human Greed en Svarte Greiner ook wel raad mee weten.

 

Thomas Bartlett & Nico Muhy – Peter Pears: Balinese Ceremonial Music (cd, Nonesuch)
Colin McPhee (1900-1964) maakt een tijdlang deel uit van een creatief collectief, waartoe ook Benjamin Britten, diens partner Peter Pears, W.H. Auden en meer behoren. McPhee transformeert in de jaren 40 traditionele Balinese ceremoniële muziek tot muziek voor twee piano’s. Dat is een gedeelde fascinatie van componisten Thomas Bartlett en Nico Muhly gebleken. Muhly is een jonge, zeer begenadigd componist, die zowel van zich laat horen in puur klassieke ensembles als in de hoek van neoklassiek, avant-garde en filmmuziek. Hij is tevens een bewonderaar van Philip Glass, met wie hij veelvuldig heeft samengewerkt. Daarnaast vind je hem ook naast artiesten als Nadia Sirota, Teitur, Bryce Dessner en Sufjan Stevens. Ook is hij wel eens te gast bij het steeds van samenstelling veranderende collectief Doveman, waar ook artiesten als Sam Amidon, Dougie Bowne, Shahzad Ismaily, Peter Ecklund, Oren Bloedow, Jacob Danziger, Aaron Dessner, Bryce Dessner, Bryan Devendorf, David Thomas Broughton, Dawn Landes, Matt Johnson, Nadia Sirota en Ray Rizzo aan deelnemen. De groep staat onder leiding van Thomas Bartlett (Crispi Tritone, The Gloaming), die verder ook al met The National, Martha Wainwright, Antony And The Johnsons, David Byrne en Yoko Ono heeft samengewerkt. Kortom, mannen die de klappen van de zweep kennen. Op hun cd Peter Pears: Balinese Ceremonial Music brengen ze 12 composities ten gehore, die deels geïnspireerd zijn op het werk van McPhee en daarnaast drie bewerkingen van zijn stukken bevatten. Toch kiezen in de titel Britten’s partner en tenor Pears uit, wat te maken heeft met het feit dat hij de spin in een groot creatief web is geweest van heel veel muzikanten. Bartlett en Muhly spelen de pianomuziek hier op keyboards, terwijl Bartlett er dikwijls op zoetgevooisde wijze bij zingt. Hij doet me dan wel aan Sufjan Stevens, Peter Broderick en Sam Amidon denken. Muzikaal gezien houdt landen ze ergens tussen een nachtelijke mix van neoklassiek, indie en door de gebruikte ritmes ook dus gamelanmuziek. Hun creaties worden van extra franje voorzien door hun gasten Rob Moose (viool), Yuki Numata Resnick (viool), Christina Courtin (altviool), Clarice Jensen (cello), Hannah Cohen (zang) en Chris Thompson (vibrafoon, maracas, drums). Dat alles levert een eigenzinnig tijdloze en bovenal biologerende beauty op.

 

Michael Beharie And Teddy Rankin-Parker – A Heart From Your Shadow (cd, Momdoj)
Bij sommige muziek heb je meteen het gevoel dat het iets bijzonders betreft. Dat heb ik ook als ik een preview van het album A Heart From Your Shadow hoor van Michael Beharie en Teddy Rankin-Parker. Nu overigens in z’n geheel te horen (via de link hieronder) en bij mij ook gewoon in handen. Beharie is een experimentele componist en producer uit New York, die deel uitmaakt van de groep Zs en heeft gewerkt met Laurel Halo, Greg Fox en Colin Self. Daarnaast maakt hij werken voor films en theater. Rankin-Parker is een avant-gardistische cellist uit Chicago, die onder meer speelt in de Broken Trap Ensemble en Chicago Sinfonietta en heeft verder samengewerkt met Primus, Iron & Wine, Steve Reich, Pauline Oliveros, Glen Hansard, Father John Misty, International Contemporary Ensemble, en Nicole Mitchell’s Black Earth Ensemble. Twee door de wol geverfde artiesten. Samen brengen ze hier 10 composities, die door Jim O’Rourke gemixt en James Plotkin gemasterd zijn in goede handen dus. De cd opent met serene vrouwenzang, die plots overgaat in een bak fijne noise. Daarna wordt de muziek vaak percussiegericht en aangevuld met elektronica, avontuurlijk cellospel en allerlei experimentele geluiden. Daarmee doorkruizen ze op grillige wijze neoklassiek, drone muziek, ambient, avant-garde, industrial en experimentele elektronica. Daarbij gaan ze van uiterst etherische naar kakofonische stukken. Continu weten ze je te verrassen met hun innovatieve vondsten. Daarbij moet je denken aan een vindingrijke mix van Akira Rabelais, The Hat Shoes, Sarah Davachi, Wildbirds & Peacedrums, Dictaphone, Steve Reich en Robert Moran. Maar eigenlijk laat dit magistrale unicum zich niet vergelijken met iets anders.

 

Nat King Cole – Sings For Two In Love / Ballads Of The Day (cd, Factory Of Sounds)
Hoewel Nathaniel Adams Cole (1919-1965), vader van Natalie Cole, begint als begenadigd jazzpianist, is hij natuurlijk bij het grote publiek vooral bekend om zijn prachtig soulvolle baritonstem, die wel bij tijdgenoot Frank Sinatra ook aansluit. Maar goed, ik geloof dat als ik nu nog iets nieuws zou vertellen over Cole, dat je nu ook gewoon al kunt stoppen met lezen. Het Factory Of Sounds label heeft de twee klassiekers Sings For Two In Love uit 1953 en Ballads Of The Day uit 1956 opnieuw, want eerder in 2007 ook gedaan, gebundeld uitgegeven. Het zijn twee prachtige albums, die met orkest worden uitgevoerd. Ze zorgen voor een instant nostalgisch gevoel, waarbij je direct knisperende haardvuren, winternachten, zwart-wit televisie, Disney en prachtige vintage beelden voor je ziet. En dat is altijd mooi, ook midden in de zomer.

 

Fatoumata Diawara – Fenfo (cd, Montuno Producciones Y Eventos / Wagram)
Fatoumata Diawara is een in Ivoorkust geboren zangeres, gitariste en actrice, maar haar ouders komen beide uit Mali. Ondanks dat ze inmiddels in Frankrijk woont, heeft Mali een speciale plek in hart. Ze verwerkt al haar ervaringen graag in muziek, hetgeen ze in 2011 al op het prachtige album Fatou heeft bewezen. Op hedendaagse en buitengemeen melancholische wijze brengt ze Afrikaanse muziek naar buiten, die duidelijk een exponent is van de West-Afrikaanse Wassoulou-muziek, waartoe onder meer ook Oumou Sangare behoort. Daarnaast heeft ze samengewerkt met artiesten als Damon Albarn, Bobby Womack en Herbie Hancock. Na een paar gastoptredens op albums van anderen keert ze nu eindelijk terug met Fenfou, die de subtitel “Something To Say” draagt. En dat ze een boodschap heeft blijkt uit alles. Dat vertaalt ze wederom naar heel fraaie muziek, waar ze mag rekenen op diverse gasten op gitaar, bas, programmering, keyboards, kamale ngoni, cello, drums, percussie, kora en achtergrondzang. In verschillende talen komen de persoonlijke en indringende verhalen voorbij, vertolkt met haar krachtige stem. Maar ook de muzikale omlijsting is weer ijzersterk. Met Diawara heeft Mali een machtig mooi ambassadrice erbij, die overigens verder dan landgrenzen kijkt. Een veelzeggend prachtalbum!

 

Haarvöl – Peripherad Debris (cd, Moving Furniture Records)
Haarvöl is een Portugese groep, die in 2014 opgericht is door Fernando José Pereira en João Faria. Daarmee hebben ze inmiddels 4 albums afgeleverd vol drone-georiënteerde abstracte, maar uiterst meeslepende muziek. Hoewel ze steeds uit dezelfde bron putten, verschilt de output, mede door de andere benaderingen,ervan wel. Samen met Jos Smolders en Machinefabriek hebben ze een bijdrage geleverd aan het eerder dit jaar verschenen Dream Sequences Volume 1 Orphax Reframed (met bewerking van de muziek van Orphax) en ziet ook hun vierde album The Oblivion’s Wordless Knott het licht. Sinds het vorig jaar verschenen cd Bombinate is Rui Manuel Viera overigens het officiële derde lid van de groep. Die cd is deel 1 van een trilogie, waarvan nu het tweede deel Peripherad Debris is verschenen. Het zijn conceptuele albums waar ze de grenzen van hun geluid beperkingen hebben opgelegd. Dat zorgt er wellicht ook voor dat de muziek hierop meer ambientgericht en filmisch is. Ook op de nieuwe cd laten ze een tot de verbeelding sprekend geluid horen, dat ze in ruim een uur uitsmeren over 5 langgerekte tracks. Met elektronica en veldopnames, eenmaal aangevuld met het gitaarspel van Bertrand Chavarría-Aldrete, creëren ze weer fraai gedetailleerde drones, die aangedikt worden met ambient, noises en glitches. Hoewel het wederom behoorlijk experimenteel en duister is, weet het je door de sterke opbouw en fascinerende sounds en vele subtiele details eenvoudig mee te nemen. Tot de allerlaatste seconde zit je op de punt van je stoel en ontdek je bij iedere luisterbeurt weer iets nieuws. Liefhebbers van onder meer Kreng, Svarte Greiner, Philippe Petit, Machinefabriek, Human Greed, Jasper TX en Orphax doen er goed aan deze nachtelijke, filmische pracht eens tot zich te nemen. Ik ben nu al nieuwsgierig naar deel 3.

 

Aaron Martin – Touch Dissolves (cd, IIKKI)
IIKKI is sinds 2016 het tweede label van Matthias Van Eecloo (Eilean Rec.), dat een dialoog tussen een beeldend kunstenaar en een muziekkunstenaar moet vormen. Er verschijnt een kunstboek en een schijf (vinyl/cd), die je op verschillende manier kunt ervaren. Het boek alleen bekijken, de muziek los beluisteren of beide tegelijk. Ze zijn ook los dan wel samen te koop. De zesde editie komt van een dialoog tussen Yusuf Sevinçli (beeld) en de Amerikaanse cellist/multi-instrumentalist Aaron Martin, waarbij ik enkel de cd Touch Dissolves heb besteld. Naast From The Mouth Of The Sun, Black Vines, The Cloisters en Winter’s Day maakt Martin ook onder zijn eigen naam muziek, zoals eerder dit jaar al met het meesterlijke A Room Now Empty. Tevens heeft hij met Part Timer, Justin Wright, Christoph Berg, Jeremy Young, Leonardo Rosado, Machinefabriek en Orla Wren samengewerkt. Solo maakt hij doorgaans werken vol ambient, neoklassiek en drones. Ook zijn nieuwe 7 composities passen daar wel ergens tussen. Hij maakt uiterst melancholische cellomuziek, die hij her en der lardeert met diverse andere instrumenten en zang. Dat levert emotievolle en uiterst aangrijpende stukken op, waarbij je moet denken aan een fraaie kruisbestuiving van David Darling, Richard Skelton, Julia Kent, Hildur Guðnadóttir en Olan Mill. En daarmee levert hij gewoon zijn tweede bloedmooie album in één jaar tijd af.

 

Neotropic – The Absolute Elsewhere (cd, Slowcraft)
Neotropic is het alias van de Britse Riz Maslen, die al sinds 1996 aan de weg timmert. Dit start als een breakbeat, downtempo en IDM project, maar groeit gaandeweg uit tot een meer neoklassiek geheel. Ze werkt ook nog samen met The Future Sound Of London. Op één van de beste albums La Prochaine Fois (2001) mag ze ook rekenen op steun van Low. In 2004 verschijnt het vierde album White Rabbits, waarop de elektronica soms zelfs richting de postrock koersen. Dan is er in 2009 nog het digitale album Equestrienne, maar lijkt het licht te doven voor dit project. Plots is ze nu weer terug met de cd The Absolute Elsewhere, die in eerste instantie in een oplage van 150 is uitgebracht en na Alapastel de nummer 2 is in de zogeheten “Slowcraft Presents”-serie. Deze wordt samengesteld door Slowcraft labeleigenaar en muzikant James Murray, waar hij een platform wil bieden voor uitzonderlijke, niet-classificeerbare muziek. Deze worden dan uitgebracht in zorgvuldig handgemaakte limited editions. Als ik de vroegere muziek van Neotropic voor de geest haal, dan denk ik niet aan voor uitzonderlijke, niet-classificeerbare muziek. Dat verdwijnt echter snel bij het horen van dit nieuwe album. Ze brengt een uiterst melancholische mix van neoklassiek, techno, ambient, post-folk, industrial en allerhande experimenten, waarbij ze ook nog eens haar sopraanachtige zang laat horen. Om het allemaal nog wat meer ongrijpbaar te maken past de muziek soms in de jaren 80 en op andere momenten ergens in de verre toekomst. Het wordt steeds duidelijker wat Neotropic in deze serie op Slowcraft doet. Eenmaal krijgt ze hier nog vocale hulp van Oliver Cherer (Dollboy, Silver Servants). Maar wat Maslen hier ook laat horen, het is zo overdonderend mooi dat het haast zeer doet; een cocktail van kippenvel, bezinning, verwondering, dagdromen, spanning en intens genieten. En iedere keer weer ontdek je nog meer. Dit is toch wel de comeback van het jaar!

 

Okada – Misery (cd, n5MD)
Voordat de Amerikaanse muzikant Gregory Pappas in 2014 als Okada verder gaat, is hij muzikaal al actief als ZXYZXY. Met Okada heeft hij al 5 cd’s gemaakt, waarop hij steevast 4 à 5 lange tracks laat horen die op dromerige en bovenal melancholische wijze ergens uitkomen tussen ambient, drones, downtempo, neoklassiek, glitch en elektro-akoestische experimenten. Dit lardeert hij dikwijls met hoge, etherische zang. Toch verschillen de albums steeds weer op subtiele wijze van elkaar. Op zijn zesde cd Misery sleutelt hij weer amper aan het recept en brengt pardoes 6 tracks, die bij elkaar ook nog eens net onder de 80 minuten finishen. De serene zang, dromerige muziek en droefgeestige atmosfeer zijn hier weer aanwezig, maar hij dikt zijn muziek nu ook wel eens aan met drum’n’bass, IDM en grime elementen. Iets meer elektronica zonder heel veel van zijn heerlijk mysterieuze recept af te wijken, dat liefhebbers van Ocoeur, William Basinski, Hammock, 36 enThe Third Eye Foundation wel zal bevallen. Deze heer en meester van de emoties levert gewoon weer een magistraal album vol schitterende ellende af.

 

P.J. Philipson – Linotopia (cd, Little Crackd Rabbit)
In 2013 start het toch al geweldige label Little Red Rabbit het sublabel Little Crackd Rabbit , waarop ze meer ruimte geven aan dark ambient, experimenten en improvisaties, ofwel muziek van de buitencategorie. Dat doen ze steeds in edities van 4 fraai vormgegeven cd’s, waarop je jezelf ook kunt abonneren, die uiteindelijk in een bijpassende boxset gestopt kunnen worden. Inmiddels zijn ze al aan het eind van de derde serie, waarin eerder Mia Zabelka, Norman Westberg en BLK w/BEAR een cd hebben uitgebracht. Eerder edities brengen albums van BLK w/BEAR, A.C.R. Soundtracks, Black Walls, Hypnodrone Ensemble, We Mythical Kings, Brave Timbers, Mark Harris & John 3:16 en P.J. Philipson. Die laatst genoemde Britse muzikant zit al in de eerste serie en brengt in 2014 de cd Peak uit. Daarbuiten geeft hij ook acte de présence in de psychedelische neofolk ensembles Starless & Bible Black en The Woodbine & Ivy Band. Solo maakt hij nogal andere muziek, want hij brengt met enkel een gitaar en een hoop effecten een verbluffende mix van drones, noise, wave, gitaarambient, neoklassiek en filmmuziek. Vier jaar later sluit hij de derde serie af met zijn tweede solowerk Linotopia, waarop hij in drie kwartier weer 10 bijzondere songs ten gehore brengt. De gitaar vormt wederom de basis voor zijn creaties, hoewel je wederom veel meer dan dat lijkt te horen. Dat alleen al zorgt wederom voor veel luisterplezier, maar de composities zelf mogen er ook meer dan wezen. Op innovatieve wijze laat hij hier een kruisbestuiving horen van onder meer Disco Inferno, Yellow6, Robin Guthrie, Oneohtrix Point Never, Dif Juz, Steve Reich en Roy Montgomery. Zijn repetitieve muziek land ergens tussen ambient, minimal music en wave, wat een bijzonder geheel oplevert. Het is alweer een bijzondere toevoeging aan deze serie geworden.

 

Le Réveil Des Tropiques – Big Bang (cd, Music Fear Satan)
Na twee releases met Oiseaux-Tempête komt het combo rond de Franse gitarist/toetsenist Frédéric D. Oberland (Farewell Poetry, Foudre!, The Rustle Of The Stars, 21 Love Hotel en Medecine Music) eerder dit jaar eveneens met het nieuwe album Big Bang van Le Réveil Des Tropiques. Hij werkt hier samen met Adrien Kanter (elektrische gitaar, synthesizer, zang), van onder meer Looking For John G, Trésors en Testa Rossa, Arnaud Rhuth (drums), van One Second Riot, Crush On Mary en Spoiler, Matthieu Philippe De L’Isle (synthesizers, tapes, percussie, zang) uit Casse Gueule en Stéphane Pigneul (bas, synthezier, drums) uit Heligoland, Sealight, Oiseaux-Tempête, Ulan Bator, Object, Norma Loy en Farewell Poetry. Je kunt dit dus met recht een supergroep noemen. In een krappe 43 minuten brengen ze hier 4 langgerekte tracks, die een geweldige motorik bevatten. De eerste associatie met deze muziek is dan ook krautrock, maar daar zitten ook delen postrock en psychedelische rock door versneden. De muziek is daarbij net zo pakkend als zweverig, waarbij ze het fraaie midden houden tussen Can, Spacemen 3, Magma, Crippled Black Phoenix en Pink Floyd. Muziek die zowel transcederend als spannend en aards is, die je ook zonder drugs in hogere staat weet te brengen.

 

Silent Whale Becomes A° Dream – Requiem (cd, Elusive Sound)
In 2009 brengt het in 2004 opgerichte Franse kwartet Silent Whale Becomes A° Dream in eigen beheer het debuut Canopy uit. Twee jaar later wordt deze door Arbouse heruitgegeven en bereiken ze een breder publiek, waaronder ik zelf. Ze brengen heerlijk melancholische post-rock, waarbij de drie gitaristen en drummer zich laten vergezellen door twee violisten en een cellist. Hiermee zetten ze 4 goed opgebouwde epische stukken neer van bij elkaar 47 minuten, zonder te verzanden in post-rock clichés. Er is veel ruimte voor de strijkers en ze scheppen vooral spannende, sfeervolle composities waarbij de broodnodige uitbarstingen tot een minimum beperkt zijn. Daarna volgt nog een remix album in 2014 met mixen van Loscil, Benoit Pioulard, Melodium & Witxes. Zelf zeggen ze het volgende over hun band:

” Dit project is een ode aan traagheid en aan de kunst van het voelen van de wereld, een eerbetoon aan zeldzame dingen, aan dingen die tijd nodig hebben om te zijn. We willen je minimalistische en diepe verhalen vertellen. Verhalen over de oneindige lucht boven je hoofd, over de harde grond onder je voeten. Zo veelbelovend en beangstigend als de enorme oceaan recht voor je.”

Nu zijn Sylvain, Damien, Etienne en Mickael terug met hun nieuwe cd Requiem, die vorig jaar al op vinyl is verschenen. Wederom presenteren ze hier 4 langgerekte stukken, die samen maar liefst een kleine 58 minuten duren. Daarbij krijgen ze weer hulp, ditmaal van twee violisten, een altviolist en een cellist, die ook alle ruimte krijgen. Ze brengen een oceaan aan emoties en gaan van spannende rustieke en tot de verbeelding sprekende stukken naar heftige, overdonderende erupties. Nooit gaan ze standaard van hard naar zacht, maar brengen ook echt wat ze hierboven zelf zeggen. In de rustige delen doen ze me aan een mengelmoes van Labradford, Hammock en Anoice denken, maar daarnaast ook aan Mono, Godspeed You! Black Emperor en Explosions In The Sky zij het dat die ook in de harde stukken als referentie overeind blijven. Maar wat ze ook brengen, het is zo overrompelend mooi zodat je zowel in het zacht als in het hard met bergen kippenvel zit. Rake klappen op alle momenten. Wat een ontzaglijk sterk tweede album!

 

Tropic Of Coldness – Framed Waves (cd, Glacial Movements)
Het in 2011 opgerichte Tropic Of Coldness is het in Brussel woonachtige Amerikaans-Italiaanse duo, bestaande uit David Gutman (gitaar, samples, synthesizers), tevens van Drawing Virtual Gardens, plus Giovanni zonder achternaam (veldopnames, drones, gitaar, samples, zang), die al eerder actief is in Fuji Apple Worship. Na twee full-length releases, één cd-r/digitaal en één digitale, zijn ze nu terug met de cd Framed Waves op het innovatieve en ijzige Glacial Movements. In 42 minuten brengen ze hier 5 tracks, die behoorlijk tot de verbeelding weten te spreken. Ze houden hier het fraaie midden tussen drones, isolationistische ambient, veldopnames, minimale postrock en allerhande experimenten. Daarmee weten ze een filmische en pakkend totaalplaatje van te maken dat ergens landt tussen White Winged Moth, Labradford, øjeRum, Giulio Aldinucci, Robin Guthrie, Dag Rosenqvist en Visionary Hours. Een heerlijk onderkoeld geheel dat je een warm hart toedraagt.

 

Maike Zazie – Fragmente (cd, 7K!/ !K7)
In 2010 schrijf ik een recensie over het debuut van Zazie Von Einem Anderen Stern, hetgeen het alias is van de Duitse pianist/zangeres/componist Maike Zazie Matern, die inmiddels ook een graad in de literatuur heeft verkregen. Verder geeft ze ook piano- en compositieles. Gelukkig vindt ze ook nog tijd om zelf muziek te maken, hetgeen ze nu als Maike Zazie doet op haar album Fragmente, dat is uitgebracht op het 7K! label, wat het meer klassiek getinte sublabel van K7! is. Ze laat hier in 45 minuten 7 composities het licht zien, die voornamelijk bestaan uit intieme pianopartijen en hier en daar aangevuld worden door haar sfeervolle, poëtische zang. Iets dat begint als een vingeroefening op de piano groeit langzaam uit tot een intens, intiem en intrigerend werk. Hierbij speelt ze met geluid en het ontbreken ervan. Dat onderscheidt haar ook van diverse genregenoten. Ze brengt de subtiliteit en minimalisme van Erik Satie, maar roept ook associaties op met AGF, Poppy Ackroyd, Dustin O’Halloran, Chopin, Library Tapes en Nils Frahm. Het levert een overrompelend en uiterst subtiel gedetailleerd en wonderschoon geheel op.