Het schaduwkabinet: week 30 – 2018

Code oranje, maar we proberen het hoofd koel te houden met onze verkwikkende lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Alaskan Tapes, Hector “Coco” Barez, Baul Meets Saz, Ben Chatwin, La Dame Blanche, Lee Yi (2x), Olan Mill, Mike Patton, Piñata Protest, Tobias Svensson en Vingefang.


 

Jan Willem

Alaskan Tapes – You Were Always An Island (cd, Fluid Audio)
Alaskan Tapes is het project van de Canadese componist Brady Kendall, die daarmee al sinds 2015 zijn fluisterrijke en bovenal melancholische creaties naar buiten brengt. Hij fabriceert doorgaans een intieme mengelmoes van ambient, glitch, neoklassiek en folk, waarbij hij gebruik maakt van zowel elektronica als diverse akoestische instrumenten als gitaar en piano. Op zijn nieuwe cd You Were Always An Island brengt hij in 34 minuten 9 nieuwe stukken ten gehore, die weer door de genoemde genres kruisen. Er wordt minder gezongen dan op zijn vorige album, maar tweemaal is de bitterzoete zang van Chantal Ouellette te horen, die wel wat weg heeft van die andere Chantal (Acda). Daarnaast krijgt hij ruggensteun op de cello van Raphael Weinroth-Browne (The Visit, Cholera, Musk Ox). Het levert een contemplatief en cineastisch geheel op, dat bestaat uit breekbare maar grof geschetste stukken. Denk aan een verfijnde kruisbestuiving van A Winged Victory For The Sullen, Endless Melancholy, Sleepingdog, Glacis en From The Mouth Of The Sun. Dat alles is zoals het Fluid Audio label betaamt ook nog eens gestoken in een fraaie hoes met allerlei bonus kunstwerken, hetgeen toch weer extra bijdraagt aan het plezier dat ik toch al beleef aan deze pracht cd.

 

Héctor “Coco” Barez – El Laberinto Del Coco (cd, Obi Musica / Xango Music Distribution)
Héctor “Coco” Barez is een componist en percussionist uit Puerto Rico, die eerder al heeft samengewerkt met groepen als SOJA, Bio Ritmo en 7Sietse 9Nueve. Barez beschikt over een open mind en is niet voor één gat te vangen. Zijn muziek is avontuurlijk en wars van hypes en tijd. Zo laat hij graag stijlen van weleer in het heden herleven en omgekeerd, waarbij hij ook heel eenvoudig over genregrenzen stapt. Hij presenteert nu zijn album El Laberinto Del Coco, dat 13 nummers rijk is. Barez laat een waar muzikaal labyrint horen, waar urban, Afrikaanse muziek, Latin, rumba en jazz veelal op complexe wijze geserveerd worden. Toch wordt het nergens ondoorwaadbaar, omdat alles ritmisch en uptempo gebracht wordt en voorzien van fijne zang. Er doen verder maar liefst 22 gasten mee die het geheel naast de vele zang (arrangementen) fijn inkleuren met trompet, trombone, saxofoon, bas, keyboards, elektrische gitaren, cello, viool en altviool. Het levert een gevarieerd geheel op, waarbij je telkens verrast wordt, van doorwrochten arrangementen tot stukken vol Tropisch carnaval. Het is heerlijk ronddwalen in dit bijzondere doolhof.

 

Baul Meets Saz – Namaz (cd, Seyir Muzik / Xango Music Distribution)
Als de in België geboren Turkse muzikant Emre Gültekin ergens aan meedoet ben ik op voorhand al enthousiast of op z’n minst nieuwsgierig. Deze klasbak, die de saz speelt en soms ook zingt, heeft namelijk grensoverstijgende albums afgeleverd met Joris Vanvinckenroye/ Wouter Vandenabeele/ Ertan Tekin, Vardan Hovanissian, Guo Gan, Gültekinler (met zijn vader en broer), Talipler, Blindnote, Refugees For Refugees en als gastspeler bij Pinhan Trio en Levent Yıldırım. Turkse, Armeense, Belgische, Chinese, Irakese, Pakistaanse, Syrische, Tibetaanse en Afghaanse muzikanten, die allemaal gebroederlijk samenspelen met de moderne troubadour Gültekin. Hij is met recht een verbindende muzikant te noemen. Dat blijkt ook wel weer uit zijn nieuwe groep Baul Meets Saz, waarop Gültekin (saz, zang) samenwerkt met de Indiase muzikanten Malabika Brahma (zang) en Sanjay Khyapa (dubki, dotara). Baul verwijst naar de typische folkmuziek, die van origine Bengaals is maar ook in India wordt gespeeld. Het saz-deel in de naam is al duidelijk denk ik. Ze presenteren nu hun debuutalbum Namaz, hetgeen Turks is voor “gebed”. Beide muzieksoorten pas alsof het altijd zo bedoeld was prachtig bij elkaar. De drie krijgen ook nog ondersteuning van Vardan Hovanissian (duduk), Levent Yıldırım (doholla), Asad Qizilbash (sarod), Tristan Driessens (oud), Nathan Daems (saxofoon), Dolma Renqingi (zang) en Ruben Tenenbaum (viool). Ondanks deze grote bezetting is het geheel toch vrij sober gebleven en voert het je op dromerige en tot de verbeelding sprekende wijze langs wereldse landschappen, waar verschillende tradities floreren in een vredig heden. Ze brengen een mix van baul, Turkse folk en jazz, die net als de groep tot een fraaie eenheid wordt omgesmolten. Daarbij nemen ze dikwijls de tijd om hun gezamenlijke vondsten uit te werken, want 4 van de 7 tracks duren behoorlijk lang, waarbij de langste zelfs bijna 17 minuten duurt. Het past allemaal bij het onthaastende, gemoedelijke karakter van de muziek, die overigens van een overrompelende schoonheid is. In alle opzichten een wereldplaat!

 

Ben Chatwin – Staccato Signals (cd, Village Green)
De Schotse componist/producer Ben Chatwin beschikt over een brede, avontuurlijke aanpak en ook een robuuste manier van componeren. Dat is al zo met zijn project Talvihorros het geval, waarmee hij tot de verbeelding albums maakt vol downtempo elektronica, drones en neoklassieke elementen, maar ook onder zijn eigen naam laat hij zich niet onbetuigd. Zijn albums The Sleeper Awakes (2015) en Heart & Entropy (2016) zijn emotioneel geladen kruisbestuiving op van neoklassiek, drones, postrock en experimentele muziek, die je bepaald niet onberoerd laten. Nu is zijn derde cd Staccato Signals een feit, waarop hij de lijn van zijn vorige werken op nog grilliger wijze voortzet. Chatwin brengt 10 nieuwe composities, die hij et elektronica invult en verder laat inkleuren door gastoptredens van cellist Pete Harvey (Pumpkinseeds), het strijkkwartet Pumpkinseeds (violen, altviool, cello) en Mike Truscott (cornet, tenorhoorn). Dat levert weer een zeer broeierige mix aan stijlen op, die rauw, emotievol en aangrijpend is. De ene keer overheerst de meer neoklassieke kant, maar op andere momenten spelen de elektronica en de noise juist meer de hoofdrol. Chatwin laat een meeslepend geheel horen, dat liefhebbers van loscil, Tim Hecker, Vieo Abiungo, Ben Frost, Jacaszek, Oneohtrix Point Never en Talvihorros wel zal aanspreken. Hij levert weer een genadeloos meesterwerk af.

 

La Dame Blanche – Bajo El Mismo Cielo (cd, Jarring Effects)
Sinds 2014 komt de in Frankrijk woonachtige Cubaanse Yaite Ramos Rodriguez als La Dame Blanche met haar muziek naar buiten. Op haar debuut Piratas (2014) laat deze zangeres, fluitist en percussionist al haar verleidelijke en bovenal explosieve mix van hiphop, cumbia, Latin en reggae horen. Bijtende teksten over pakkende muziek lijken haar devies. Die lijn trekt ze ook door op 2 (2016), waar ze net als op haar debuut met diverse gasten samenwerkt. Dat laatste is ook weer het geval op haar inmiddels derde werk Bajo El Mismo Cielo, hetgeen zoiets al “onder dezelfde lucht” betekent. Haar geweldige hybride aan stijlen wordt er alleen maar beter op, waarbij diverse muzikanten haar helpen met keyboards, beats, gitaar, trompet, bugel, trombone, percussie, accordeon en veelvuldig ook zang. Ze presenteert hier 10 nummers die net zo zomers en lekker als pakkend en eigenwijs zijn. Van strakke elektronische tot temperamentvolle Cubaanse muziek. Een heerlijk album van deze geweldige artiest!

 

Lee Yi – Dissimilar Lake Pigments (cassette, Rottenman Editions)
Lee Yi – Eslandtika (cd, Shimmering Moods Records)
Misschien moet ik de muziek van de uit Spanje afkomstige muzikant Lee Yi wel onderbrengen bij de Y, maar ik weet gewoonweg niet of het een alias betreft of een werkelijke naam. Dus vandaar dat ik het op de L houd. Muzikaal gezien mag je dit alles vergeten, want dat boeit natuurlijk niets. Vorig jaar verrast deze muzikant met de cd An Instant For A Momentary Desolation, waarop hij een prachtige mix van drones, gitaarambient, softnoise, shoegaze en neoklassieke elementen laat horen. Het is redelijk abstract en mysterieus, maar blijft op biologerende wijze toch aardig toegankelijk. Dat komt ook omdat er een soort universele emoties achter schuilgaan die invoelbaar zijn. Tevens heeft hij vorig jaar met Meneh Peh als Emilía de mini Down To The Sadness River uitgebracht, waarop een verfijnde, haast kale mix van ambient, neoklassiek, drones en experimentele muziek te horen is. Kortom een artiest die meteen op de kaart staat. Op zijn huislabel Rottenman Editions is nu de cassette Dissimilar Lake Pigments verschenen, die ik gelukkig op andere wijze heb mogen ontvangen. In een half uur brengt hij hier 7 tracks, die voor zijn doen behoorlijk sfeervol zijn. De inspiratie haalt hij uit zijn fascinatie voor natuurlijke pigmenten, hetgeen hij hier als een licht mysterieuze en melancholische kleurwaaier uiteenvouwt. De basisingrediënten als drones, ambient, noise en neoklassieke elementen zijn zeker aanwezig, maar worden hier op meer bezinnende wijze gebracht. Het is fascinerend, subtiel gedetailleerd en van een bijzondere, rauwe schoonheid. Lee Yi weet al geen ander hoe je geluiden kunt kneden tot onnavolgbare creaties. De muziek van Lee Yi neemt je hier mee naar een parallel universum, waar je even helemaal uit de realiteit kunt ontsnappen. Naast de namen die ik hieronder ga noemen moet ik ook aan Labradford en Flying Saucer Attack denken, zij het dat dit meer richting de ambient koerst. Een machtig, meeslepend kunststukje.
Daarnaast is er op het fijne Shimmering Moods Records, net als Olan Mill hieronder (zwaai maar even jongens!), de cd Eslandtika verschenen. In feite zijn het veredelde cd-r’s, maar met de schitterende artwork en verzorgde uitgave met de look & feel van een luxe cd. Hoe dan ook, laat Lee Yi hier 11 composities het licht zien. Spreekwoordelijk dan, want het is gitzwart wat hij hier laat horen. Drones, noises, ambient en permafrostachtige elektronica vormen hier mysterieuze, ijzige en tevens betoverende klanklandschappen. Hij weet je vanaf de eerste tonen meteen in de houdgreep te nemen, om pas een minuut of veertig later weer los te laten. Hoewel de geluiden soms eerder doen denken aan het vermalen van metaal, levert dit een verrassend bij de strot grijpend en persoonlijk geheel op. Dit zal de fans van Orphax, Ice, loscil, Chihei Hatakeyama, Ian Hawgood, Benoît Pioulard en Netherworld wel kunnen bekoren. Grootse klasse!

 

Olan Mill – Curves (cd, Shimmering Moods Records)
De Britse, inmiddels in Duitsland woonachtige muzikant Alex Smalley maakt muziek onder zijn eigen naam, met het duo Pausal en het kwartet Cask, maar geniet de meeste bekendheid van zijn fraaie, neoklassieke project Olan Mill. Normaal gesproken maakt hij daarmee tot de verbeelding sprekende klanklandschappen van ambient, veldopnames, neoklassiek en soms ook drones. Zijn nieuwste cd Curves, uitgebracht op het prestigieuze Shimmering Moods Records, is wat dat betreft anders. Het meeste werk ontstaat tijdens een reis naar Myanmar en het moment dat hij vader wordt en verhuist naar Duitsland. Wellicht dat het daarom zijn meest meditatieve, verstilde en ook wel intieme werk tot nu toe is geworden. Hij maakt daarbij gebruik van veldopnames waarover hij lagen van bewerkte gitaren, synthesizers en stemmen heeft gelegd. Dit levert een mysterieus en duister geheel op waar dark ambient, drones en allerhande subtiele experimenten een spannend hoorspel vormen, waar de Oosterse ook mooi doorheen verweven zitten. Het is een soort muzikale roadtrip in tijd en plaats geworden, die je als luisteraar eenvoudig naar elders meevoert. De cd begint met een ruim 34 minuten durende mix van de nummers, waarna de 8 tracks van bij elkaar 39 minuten volgen. Dit is voer voor liefhebbers van onder meer Rafael Anton Irisarri, Celer, Wil Bolton, Stars Of The Lid en Thomas Köner. Een andere, isolationistische kant van Olan Mill, maar waarmee hij wederom enorme indruk weet te maken.

 

Mike Patton – 1922 (cd, Ipecac)
Mr. Bungle, Faith No More, Fantômas, Weird Little Boy, Maldoror, Nevermen, Tomahawk, Dead Cross, Tētēma, Hemophilica, House Of Discipline, Lovage, Peeping Tom en General Patton plus samenwerkingsverbanden met Kaada, Dillinger Escape Plan, Eyvind Kang, Zu, Rahzel, Luciano Berio en John Zorn, ach het zijn slechts een paar namen waar je de geniale muzikant/componist Mike Patton tegen kunt komen. Dat uiteraard nog even los van zijn Ipecac label en zijn releases onder zijn eigen naam. Solo heeft hij namelijk ook al een paar fraaie albums gemaakt en tevens een aantal soundtracks, die ook de moeite waard zijn. Hoewel je door zijn rockverleden dat wellicht niet snel verwacht, maakt hij solo doorgaans redelijk complexe werken die ergens tussen neoklassiek en avant-garde inzitten. Dat geldt ook voor zijn nieuwe soundtrack 1922, die gemaakt is voor de gelijknamige Netflix film gebaseerd op een novelle van Stephen King. Patton heeft 21 composities afgeleverd met een lengte variërend van 20 seconden tot ruim 4 minuten. Het zijn bloedstollende stukken geworden, die soms haast kakofonisch worden maar veelal een diepgravende schoonheid bevatten. Klassiek, elektronische muziek en avant-garde lopen hier op spannende wijze door elkaar heen. Het klinkt als een mix van Giacinto Scelsi, Krzysztof Penderecki, David Lynch en Foetus. Het levert een bij de strot grijpend geheel op, dat ook zonder beeld eenvoudig overeind blijft. Dit album sluit weer wat meer aan bij zijn eerste soloalbums, waaruit andermaal blijkt dat er in Patton niet alleen een rockartiest maar ook een groots componist schuilt.

 

Piñata Protest – Necio-Nights (cd, Kasba Music / Xango Music Distribution)
Een band als The Pogues kan dan wel een dijk van een hit als “Fiesta” in huis hebben, maar een echt feestje vier je pas als je een met snoep gevulde piñata kapot mag meppen. Ja of met een flinke slok tequila achter de kiezen met fijne muziek erbij. Een groep die dat wel is toevertrouwd, is het Texaanse gezelschap Piñata Protest, dat al sinds 2010 met door Mexicaans geïnjecteerde punk, noem het gerust een combi van tex-mex en punk, aan komt zetten. Zowel hun debuut Plethora (2010) als hun tweede worp El Valiente (2013) klokken met een gezonde punkattitude respectievelijk onder de 30 en 20 minuten. Maar hun aanstekelijke mix weet toch diepe indruk te maken. Een opvallende hoofdrol is weggelegd voor de accordeon van zanger Alvaro Del Norte. De groep wordt verder gecompleteerd door Regino Lopez (gitaar, ang), Richie Brown (bas, zang) en Chris-Ruptive (drums). Op hun derde cd Necio-Nights, die met 11 nummers weer keurig onder de 27 minuten finisht, mogen ze rekenen op een handvol gasten op zang, trompet, conga’s, gitaar en trombone. Ze brengen een met zon en Mexicaanse kruiden overgoten mix van The Pogues, Mano Negra, Gogol Bordello, Rowwen Heze en The Clash ten gehore, met Engels- en Spaanstalige teksten. Dat levert een geweldig, feestelijk geheel op, waar je tot diep in zomeravonden van kunt genieten.

 

Tobias Svensson – Music For Sketches (mcd, Sounds Fragil)
De Zweedse componist en geluidtechnicus Tobias Svensson speelt al van jongs af aan piano, maar heeft zich door de jaren heen zingen en het bespelen van een hoop andere instrumenten aangeleerd. Het brengt hem uiteindelijk bij uiteenlopende bands, van de hardcore/punkbands Motvilja, Stupstock en Anatomi-71 tot het jazzkwartet Jante Koltrast Jazz Kvartett, de experimentele rockband Fjord en de spacerock groep Hypnotized Not Paralyzed. In 2009 verschijnt zijn cd Ravens, de eerste onder zijn eigen naam. Hierop komt zijn rockverleden nog sterk naar voren, al hoor je ook veelvuldig de piano terug. Een mengelmoes van stevig rock, folkrock en dromerige pop, waarbij hij tevens zingt. Dat mag je eigenlijk allemaal vergeten, want het heeft hem uiteindelijk een andere koers laten varen. Svensson zoekt naar muziek die je verbeelding versterkt als je met een pen iets op papier wilt zetten. Geluiden die je toestaan om in een tekening te duiken door een gevoel van herhaling, maar ook veranderen wat je tekenen terwijl je aan het luisteren bent. Aangezien hij dat niet heeft gevonden, is hij die muziek zelf gaan maken. Het resultaat is te vinden op de 4 nummers tellende mini cd Music For Sketches, uitgebracht op zijn kersverse en nieuwsgierig makende label Sounds Fragil. Svensson laat een bijzondere manier van componeren, want enerzijds brengt hij repetitieve klanken maar tegelijkertijd ook harmonieuze en dromerige sounds. De (voorgeprogrammeerde) piano speelt daarbij de hoofdrol, maar deze wordt aangevuld door elektronica, beats, orkestraties en andere instrumenten (op het gehoor hang, fluit). Het levert een gelaagd geheel op, dat ruimtelijk aandoet; muziek voor schetsen, maar dan in 3D, zoiets. Dit zorgt inderdaad voor tot de verbeelding sprekende, inspirerende pracht, maar anderzijds neemt de muziek je ook in de houdgreep met biologerende en soms werkelijk betoverende vondsten. Hij weet een mooie, uitgebalanceerde mix te maken van neoklassiek, minimal music en elektronische muziek. Daarbij moet je het ergens zoeken tussen Rachel’s, Ólafur Arnalds, Dustin O’Halloran, Hauschka en Ludovico Einaudi. Dit belooft heel veel moois in de toekomst voor zowel het label als Svensson. Een overdonderend kleinood.

 

Vingefang – Tidens Ekko (cd, GO’Danish Folk Music / Xango Music Distribution)
Als het Deense duo Lene Høst (zang, piano, gitaar, percussie) en Miriam Ariana (zang, viool, altviool, percussie) in 2015 debuteert heet hun album Vingefang, ofwel “spanwijdte”, maar daarna nemen ze die naam over als groepsnaam. Dat past ook wel goed bij dit koppel, want ze hebben naast Denemarken ook in Frankrijk, Brazilië, Zweden en Tanzania gewoond. Daarnaast hebben ze beide een brede interesse als het gaat om folkmuziek, want die mag uit eigen land komen maar ook net zo goed uit de diverse landen waar ze gewoond hebben en daarbij spelen heden en verleden ook geen rol. Dat dit een bijzonder fraai resultaat op kan leveren bewijzen ze andermaal met hun tweede cd Tidens Ekko, hetgeen de “echo van de tijd” betekent. Hierop brengen ze 10 songs, die hoofdzakelijk door henzelf geschreven zijn. Vanuit al de genoemde landen zitten er wel elementen en teksten in verwerkt; dus ook songs in het Frans, Portugees en Swahili. Door het typisch ijle vioolspel en de zang, bevat de muziek altijd echt een Scandinavisch tintje, hoewel ze soms echt warmbloedige Braziliaanse ritmes laten horen. En soms brengen ze ook fraaie stemkunsten ten gehore. Ze gaan geheel zoals het in deze tijd gewoon is vele grenzen over en eindigen nog gepaster met de Zweedse song Gränslös. Het is grenzeloos en eindeloos genieten met dit formidabele duo.

Comments

comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.