Het schaduwkabinet: week 28 – 2018

Het EK draait nog op volle toeren. Veel wereldser zijn onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: The Black Dog (2x), Nick Cave & Warren Ellis, Jenn Champion, Chastity, CUTS, Downriver Dead Men Go, Habitants, Luluc, Scott Matthew, Oiseaux-Tempête, Tanukichan, woldemare en Hoshiko Yamane / Library Tapes.

 


 

Jan Willem

The Black Dog – Post-Truth (cd, Dust Science)
The Black Dog – Black Daisy Wheel (cd, Dust Science)
De Bitse elektronische, pionierende groep The Black Dog is al eind jaren 80 opgericht en door de jaren heen een vaste waarde als het gaat om de betere IDM, techno, leftfield, downtempo, (dark) ambient, experimentele muziek of combinaties ervan. Ze weten er, ondanks deze veelzijdigheid, toch altijd hun eigen speelse stempel op te drukken. De groep bestaat bij oprichting uit Ken Downie, Ed Handley en Andy Turner, maar die laatste twee gaan na de klassieker Spanners (1994) definitief verder als Plaid. Daarvan heb ik ook het nodige wel in de kast staan, maar The Black Dog blijft iets speciaals houden. Na diverse wisselingen in de line-up vindt Downie in de broers Martin en Richard Dust. Inmiddels zijn we bij hun dacht ik 13de album Post-Truth aanbeland, ten minste als je die met Black Sifichi en als Black Dog Productions meerekent. Hierop brengen ze 12 stukken ten gehore, die veelal bestaat uit robuuste techno. Daar vlechten ze fraai IDM, industrial en allerhande experimenten doorheen, waardoor ze weer zorgen voor een onnavolgbaar luisteravontuur. Deze zorgt er soms voor dat de voeten richting de dansvloer worden geduwd, maar dikwijls zullen die voeten er ook van weghollen. Het is intens genieten van hun wondere wereld, waar verleden en toekomst op fraaie wijze met elkaar verstrengeld zijn.
En dan is er ook meteen het veertiende album Black Daisy Wheel, waarop ze in drie kwartier nog eens 11 tracks brengen. De groep serveert hier muziek, die meer richting de dark ambient koerst. Dat larderen ze met veldopnames, glicthes, zachte techno, IDM plus symfonische, abstracte en experimentele geluiden. In de meer serene stukken is soms heel ver op de achtergrond vrouwenzang te horen. Maar het leeuwendeel is behoorlijk duister, waar overigens ook stemflarden opduiken. Alleen in de afsluiter is er een gastbijdrage voor Emika weggelegd, die er in het Tsjechisch voordraagt. Hiermee levert The Black Dog een totaal ander werk af, maar wel geheel herkenbaar als van hen. Dat is wellicht te danken aan die speelse, onconventionele en onderzoekende aanpak. Maar het belangrijkst is natuurlijk dat ook dit album een geweldige aanvulling is op hun toch al imponerende discografie.

 

Nick Cave & Warren Ellis – Kings (cd, Milan Music)
Inmiddels is het duo Nick Cave en Warren Ellis (The Bad Seeds, Dirty Three) uitgegroeid tot een bekend fenomeen in soundtrackland. Voor de liefhebbers van de filmmuziek zijn zij ook echt van toegevoegde waarde. Degenen die graag een nieuwe Cave horen, komen misschien wat bedrogen uit, want dit is echt wel andere koek. Cave (piano, vibes) en Ellis (viool, guitaret, altviool, altfluit, piano, synthesizer, loops) voorzien met hun cd Kings de gelijknamige film van Deniz Gamze Ergüven (Mustang, The Lifeboat, Bir Damla Su) van muziek. In ruim drie kwartier presenteren ze 16 verstilde en behoorlijk duistere tracks, die ergens tussen neoklassiek en soundscape-achtige muziek zitten. Het tot de verbeelding sprekende geheel is totaal anders dan hetgeen ze hiervoor hebben laten horen, waarmee ze aantonen dat ze niet voor één gat te vangen zijn. Ze weten andermaal een prachtig geheel neer te zetten, dat ook zonder beeld eenvoudig overeind blijft.

 

Jenn Champion – Single Rider (cd, Hardly Art / Konkurrent)
Jenn Ghetto maakt van 1995 tot 2003 deel uit van Carissa’s Weird, voordat ze solo verder gaat met S., hetgeen met google nauwelijks te vinden is. Daarmee maakt ze 4 albums, die op melancholische wijze ergens tussen sadcore, indierock en alternatieve singer-songwritermuziek inzit. Vier jaar na haar laatste album keert ze nu terug als Jenn Champion met haar nieuwe cd Single Rider. Daarbij gooit ze de rock overboord maar blijft de heerlijke melancholie intact. Dit levert 11 pakkende songs op die ruim 38 minuten duren en waarbij ze op goudeerlijke wijze al haar zielenroerselen blootgeeft. Daarmee houdt ze, mocht je het willen vergelijken, op aparte wijze het midden tussen Suzanne Vega en Fever Ray. Ze levert in elk geval een sterk en smaakvol geheel af.

 

Chastity – Death Lust (cd, Captured Tracks / Konkurrent)
Soms heb je het gevoel dat er een enorme urgentie achter bepaalde muziek zit. Dat is zeker het geval op het debuut Death Lust van Chastity. Dit is het alias van de Canadese muzikant Brandon Williams, die er vanaf de allereerste seconde stevig in knalt. Op hoog tempo brengt hij harde muziek, maar de emotie spat er toch vanaf, hetgeen die noodzaak doet vermoeden. Muziek om je woede te kanaliseren, om af te reageren en om een boodschap uit te dragen. Daarbij krijg je de bleke noise van Unsane, de gedreven punk van The Exploited, de ongekunstelde emo/hardcore van groepen als Further en Drive Like Jehu en de hedendaagse punk/noise van METZ, hetgeen hij afwisselt met meer rustige en genuanceerde muziek. De zang, die wel wat weg heeft van Billy Corgan, is overigens wisselend luid en kalm en vormt in dat laatste geval vaak een mooi contrast met de muziek. Hier en daar laat Williams zich ook van een meer gevoelige kant horen, al laten de harde stukken eveneens horen hoe breekbaar hij is maar waar de luide muziek als een beschermend schild wordt gebruikt. Het levert in krap 32 minuten 10 steengoede, meeslepende en energieke tracks op die kont schoppen. Dat smaakt naar meer.

 

CUTS – Exist (cd, Village Green)
De Britse muzikant Anthony Tombling Jr. heeft er met Transambient Communications en later ook Dragons (met een Levitation lid) al een rijk muzikaal verleden opzitten, alvorens hij met CUTS zijn eigen weg gaat. Hij is in 2012 betrokken in een auto-ongeluk en ervaart erna voor het eerst van zijn leven slaapverlamming. Dit is een ervaring die hij meeneemt op zijn debuut Exist als CUTS, dat in feite bestaat uit de twee epees “Exist 1” en “2”. In 8 tracks brengt hij een uiterst melancholische, mystieke en bovenal dromerige mix van ambient, IDM, shoegaze en post-wave ten gehore. Dat levert ruim 40 minuten aan sterke en originele muziek op, die laveert van songgerelateerd naar meer abstract materiaal. De muziek weet je stevig in de houdgreep te nemen, om pas na de allerlaatste seconde weer los te laten. Anthony heeft hiermee een ijzersterk debuut afgeleverd, dat tevens een grote belofte voor de toekomst is.

 

Downriver Dead Men Go – Departures (cd, FREIA Music)
Hooggespannen verwachtingen, dat is wat ik heb bij de tweede cd Departures van het Leidse Downriver Dead Men Go. Waarom? Simpel, omdat hun sublieme debuut Tides uit 2015 meteen in mijn eindejaarslijst belandt. De groep rond zanger/gitarist Gerrti Koekebakker, waar bands als Creepmine, Caitlin en Rhadamantys aan voorafgaan, laat hierop een verlammend mooi melancholisch geluid horen dat op eigengereide wijze ergens tussen postrock, Americana, pop-noir, psychedelische rock, altcountry en emo uitkomt, al dan niet aangevuld met soundscapes. Dat alles wordt voorzien van de heerlijk herfstige zang van Gerrit. Ze opereren dan nog als kwartet. Inmiddels is de line-up wat gewijzigd en zijn ze tevens uitgegroeid tot een kwintet, dat naast Koekebakker wordt gecompleteerd door Fernandez Burton (bas), Michel Varkevisser (gitaar, achtergrondzang), Remco den Hollander (keyboards) en Manuel Renaud (drums), waarbij ze eenmaal op de praxhtige gastzang van Inge Den Hollander mogen rekenen. Sec genomen betekent dat onder de streep een extra gitarist plus vocale back-up en minder soundscapes. Muzikaal gezien gaat de groep echter deels verder met waar het bij het debuut gebleven is, maar trekken ze de ingezette lijn in diverse richtingen door. Zo is er minder Americana en altcountry te horen. In plaats daarvan leveren ze nu meer progrock, noise, dark wave, ambient, fraaie orkestraties en diverse mysterieuze ingrediënten. De postrock, emo en psychedelische rock en de tot de verbeelding sprekende elementen komen hier wel weer op fraaie wijze terug. Met dit alles maken ze een coherent maar gevarieerd geheel, waarbij de rode draad wordt gevormd door de overrompelende droefgeestigheid en schoonheid. Ze doseren alles gewoonweg nog beter, zowel harde en zachte als dromerige en realistisch harde en subtiele en ongekunstelde stukken. Dat larderen ze soms nog met veldopnames en spoken word samples. Al met al moet je het ergens zoeken tussen The God Machine, I Like Trains, Madrugada, Porcupine Tree, Pink Floyd, Mogwai en Blueneck, al zijn er vast meer referenties op te noemen. Het is haast met geen pen of toetsenbord te beschrijven wat zij hier laten horen. Je gaat van het ene hoogtepunt naar het andere, waarbij het continu spannend, eomtioneel en verrassend blijft. Een machtig, meeslepend en melancholisch meesterwerk.

 

Habitants – One Self (cd, Habitants)
Met Habitants is er plots een heuse supergroep geboren, waar ook de ziel van The Gathering deels in huist. Uit die groep is het namelijk René Rutten (gitaar) die erin zetelt en zijn Frank Boeijen (synthesizer), Hans Rutten (drums) en trompettist Noel Hofman (Sennen, Lost Bear) hier te gast. Verder bestaat de band uit zangeres Anne van den Hoogen (gastzangeres The Gathering), die eerder dit jaar nog hoge ogen gooit met een album van Rosemary & Garlic, gitariste/pianiste Gema Pérez (gast The Gathering), bassiste Mirte Heutmekers en drummer Jérôme Miedendorp De Bie (Drive by Wire, Spitball). Dat zeg ik, een supergroep. Muzikaal gezien brengen ze iets dat ze zelf duiden als “film music noir”, maar laat ik daar een mengelmoes van dark wave, droompop, shoegaze en alternatieve rock van maken. Ze mogen daarbij rekenen op de werkelijk schitterende, etherische zang van Anne, die hun toch al nostalgische geluid weer helemaal terugbrengt naar het mooiste dat er in de jaren 80/90 uit de 4AD stal en aanpalende labels is voortgekomen en dan met name de vrouwelijke muziek. Dus inderdaad roept de muziek associaties op met die van de Cocteau Twins, Lush, Swallow en Opium Den. Toch laat de groep hier ook wel eens een wat harder, postrockgeluid horen waarbij I Like Trains en The God Machine niet ver weg lijken. Het valt vooral op dat je iedere keer als je het album opzet wel weer iets nieuws ontdekt, hetgeen geheel op het conto van Habitants komt. Veel belangrijker nog is dat het allemaal van een ongekende, pakkende en diepgravende schoonheid is. In alle opzichten een droomdebuut!

 

Luluc – Sculptor (cd, Sub Pop / Konkurrent)
Het Australische duo Luluc, bestaande uit Zoë Randall (zang, gitaar) en Steve Hassett (zang, gitaar, bas, fluit, orgel, percussie, drums, mellotron, synthesizers), is bepaald niet scheutig met hun releases. Het levert echter wel keer op keer voltreffers op, getuige hun albums Dear Hamlyn (2008) en Passerby (2014). Hierop brengen ze een melancholische mix van neofolk, Americana, singer-songwritermuziek, altcountry en fluisterrijke postrock ten gehore, waarbij de op Mimi Parker (Low) gelijkende zang van Zoë een belangrijke factor vormt. Dat geldt ook zeker weer op hun derde cd Sculptor. In hun 10 nieuwe songs van bij elkaar een goede 35 minuten laten ze weer een fluweelzachte mix van de genoemde genres horen, die meer dan ooit richting de droompop koersen. Het zijn verstilde, intieme songs die een diepe indruk weten te maken. Daarbij zijn de teksten, die weliswaar op bitterzoete wijze gebracht worden, bepaald niet lichtzinnig. Dat ambivalente in hun muziek maakt ze mede ook zo interessant. Ze mogen hier nog rekenen op de steun van gasten als Aaron Dessner (The National) op gitaar, drumprogrammering en percussie, J Mascis (Dinosaur Jr) op gitaar, Jim White (The Dirty Three) op drums en een paar anderen op trombone, trompet en drums. Dat levert een fraaie, tijdloze kruisbestuiving op van Low, Greg Weeks, Nick Drake, The Innocence Mission, Laura Marling, Fairport Convention en Donna Regina. Een album vol universele, diepgravende schoonheid die van alle tijden is. Grootse klasse!

 

Scott Matthew – Ode To Others (cd, Glitterhouse)
Scott Matthew is een heerlijk Australische somberman, die sinds 2008 vijf soloalbums het spreekwoordelijke licht laat zien. Twee jaar terug maakt hij samen met Rodrigo Leão (Madredeus) ook nog het prachtige Life Is Long. Hij brengt doorgaans nogal melancholische muziek ten gehore, die ergens tussen folk, singer-songwritermuziek en rock inzit. Daarbij gaan de teksten over zijn eigen misère en zielenroerselen, hetgeen het ook nog eens persoonlijk maakt. Dat is op Ode To Others eens niet het geval. Toch heeft dat (gelukkig) bepaald geen lichter album opgeleverd. Want ook als observant kan hij als geen ander de vinger op de zere plek leggen. Zijn prachtig herfstige zang, die wel wat weg heeft van een rauwe Elvis Costello, wordt door vele gasten ondersteund op piano, gitaar, ukelele, bas, mellotron, synthesizers, cello, viool, contrabas, altviool, drums, vibrafoon, orgel. Saxofoon, trompet, trombone, fluit, tamboerijn en (soulvolle) zang. Ondanks deze rijke bijdragen, weet Matthew er een stemmig en emotievol geheel van te smeden, zoals een goede liedjessmid betaamt. Over zijn cover van “Do You Really Want To Hurt Me?” heb ik nog wat bedenkingen, maar de rest is van een ontzaglijke schoonheid. Liefhebbers van Fink, Adrian Crowley en Costello zullen hier hun hart aan op kunnen halen.

 

Oiseaux-Tempête – Tarab طرب (cd, Sub Rosa)
De Franse multi-instrumentalist Frédéric D. Oberland (Le Réveil Des Tropiques, Foudre!) en bassist Stéphane Pigneul (Sealight, Heligoland, Norma Loy, Object), beide ook actief in FareWell Poetry en The Rustle Of The Stars, vormen eveneens de supergroep Oiseaux-Tempête. Hiermee hebben ze al drie reguliere albums uitgebracht, waarvan de laatste Al-‘An! لآن (And Your Night Is Your Shadow – A Fairy-tale Piece Of Land To Make Our Dreams), die net als hun overige werken, vorig jaar op het innovatieve Sub Rosa label uit België is verschenen. Daarop volgt een heuse tour langs allerlei landen, hetgeen weer nieuw en anders gespeeld live materiaal oplevert. Dit alles is vastgelegd op het nieuwe album Tarab طرب, waarop je 8 tracks voorgeschoteld krijgt van bij elkaar ruim 78 minuten. Naast de twee genoemde artiesten, die draailier, gitaar, altsaxofoon, keyboards, veldopnames, moog, bas en drums in de strijd gooien, geven nog eens 10 muzikanten acte de présence, waaronder zanger G.W. Sok (ex-The Ex, King Champion Sounds) en toetsenist Paul Régimbeau (Mondkopf). Het levert een uiterst dynamisch en ongepolijst geheel op, dat de wereldse sound van de groep naar een hoger level tilt. Als je de 2lp versie koopt krijg je er nog een negende track bij van bijna 17 minuten, waarbij Radwan Ghazi Moumneh (Jerusalem In My Heart, Land Of Kush) te gast is. Dit zorgt nog eens voor een weergaloos psychedelisch Oosters toetje. Zelden heb ik Arabisch getinte muziek in combinatie met noise en improvisaties van dit niveau of überhaupt in deze combinatie gehoord. Dit is zo’n fenomenaal live album, dat voor een absolute meerwaarde zorgt ten opzichte van het toch al sterke studiomateriaal.

 

Tanukichan – Sundays (cd, Company / Konkurrent)
Hoewel haar naam ook zo uit Nederland kan komen is Hannah Van Loon een Amerikaanse multi-instrumentaliste, die muziek maakt als Tanukichan. Na een mini is Sundays haar officiële debuut, zij het dat deze ook na 31 minuten al is afgelopen. Neemt niet weg dat Van Loon een zeer prettig geluid laat horen, dat net zo loom en aangenaam als een luie zondagmiddag kan zijn. Haar muziek nestelt zich ergens tussen shoegaze, alternatieve rock, softnoise en droompop. Haar bitterzoete zang daarbij is bijzonder fraai. Ergens doet ze me wel aan groepen als Swallow, Curve en Lush denken, maar er zitten ook wel elementen van de Snowpony, The Breeders, Magnog en Jessica Bailiff in haar geluid besloten. Toch toont ze hier haar eigen smoel en levert ze 10 sterke songs af. Een debuut, dat heel veel belooft voor de toekomst.

 

woldemare – woldemare ep (3” mcd-r, Sleep FUSE/ Reverb Worship)
Het Reverb Worship label, opgericht in 2007, brengt doorgaans uiteenlopende folk en psychedelica uit. Sinds kort is er het zusterlabel Sleep FUSE een feit, dat zich voornamelijk gaat richten op elektronische muziek. Dat dit niet strak begrensd is, hetgeen ook niet past bij het label, blijkt ook wel uit de vierde release woldemare ep van de Estse muzikant Aare Ermus, die als woldemare muziek maakt. Deze mini, waarvan er maar 30 gemaakt zijn. Staat weliswaar vol ambientpassages, elektronische texturen en orkestraties, maar bevat hier ook minimale pianostukken. Daarmee laat Ermus hier 4 tot de verbeelding sprekende, neoklassieke composities horen die zowel dromerig als biologerend en spannend zijn. Het zal de liefhebbers van Deaf Center, Harold Budd, Tape, Graeme Revell en in het meer ambientgerichte werk van N.I.N. wel aanspreken. Daarmee is dit een geweldig kleinood geworden.

 

Hoshiko Yamane – Threads (cd, 1631 Recordings/ Groove Unlimited)
Library Tapes – Patterns (Repeat) (mcd, 1631 Recordings)
Hoewel je door de digitale bomen het fysieke bos niet meer ziet bij het prestigieuze 1631 Recordings label, opgericht door David Wenngren (onder meer Library Tapes) en Mattias Nilsson (Kning Disk), brengen ze toch met enige regelmaat fraaie cd’s uit van hedendaagse componisten. Zo ook van de Japanse, tegenwoordig in Berlijn woonachtige violiste, componist en elektronische muzikante Hoshiko Yamane. Naast diverse werken onder haar eigen naam, geeft ze tevens sinds 2011 acte de présence in de huidige Tangerine Dream formatie. Los daarvan brengt ze ook haar eigen materiaal naar buiten, waarvan Threads haar laatste wapenfeit is. In 11 composities van bij elkaar ruim 52 minuten toont ze zich een waardig moderne componist. Ze brengt melancholische stukken, die enerzijds warm en persoonlijk zijn en anderzijds abstract en afstandelijk. Dat zorgt voor een uiterst intrigerend, bevreemdend en meeslepend geheel, dat een enorme impact heeft. De muziek zou zo passen bij een spannende film, maar kan tevens dienen als een denkbeeldige soundtrack voor dagdromen, contemplatieve momenten en iets om zorgeloos van te genieten. Ze landt ergens tussen neoklassiek, abstracte elektronica en minimal music. Liefhebbers van onder meer Richard Skelton, David Darling, Olan Mill, Julia Kent en Hior Chronik zullen hier wel raad mee weten. Aan de grond nagelende pracht!
Yamane geeft ook acte de présence op de nieuwe cd Patterns (Repeat) van Library Tapes, uiteraard op het eigen label van kopman David Wenngren. Deze volgt snel op Komorebi, uit de fraaie boxset op het label eerder dit jaar. Wenngren brengt muziek uit onder zijn eigen naam en tevens met Murralin Lane, Xeltrei, Le Lendemain, Forrestflies en Birch And Meadow. Tevens werkt hij (op zijn albums) samen met uiteenlopende artiesten als Per Jardsell, Erik Skodvin, Sylvain Chauveau, Colleen, Danny Norbury, Nils Frahm, Julia Kent en Peter Broderick. Hij komt op melancholische wijze meestal ergens uit tussen neoklassiek, ambient en experimentele muziek. Met Library Tapes, die mij het dierbaarst van allen is, heeft hij hier weer 10 muzikale schetsen op de piano gemaakt. Yamane kleurt er 6 met zijn droefgeestige vioolpartijen in en in één andere tracks is het fijne cellospel van Julia Kent (Antony And The Johnsons, Rasputina, Parallel 41) te bewonderen. Het levert weer zulke fragiele, tot de verbeelding sprekende en bovenal wonderschone muziek op, dat je er enkel stil van wordt. Alleen jammer dat het na 23 minuten alweer afgelopen is.