Het schaduwkabinet: week 22 – 2021

Kan iemand vertellen wat dat felgele ding in de lucht is? Ook schitterend zijn onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Japanese Breakfast, Moby, Nah…, Olivia Rodrigo, Rostam, Sorbet, Stubborn Heart en White Flowers.

 


 

Jan Willem

 

Japanese Breakfast – Jubilee (cd, Dead Oceans / Konkurrent)
Een Japans ontbijt bestaat uit traditionele groene thee en rijst, vis, misosoep, ingelegde groenten en gerechten met ei. Lijkt mij later op de dag helemaal prima, maar als ontbijt heb ik dan toch liever een bruine boterham met kaas en een paar flinke koppen koffie. Daar mag dan wel weer Japanese Breakfast als muziek bij. Dit is het soloproject van de Amerikaanse zangeres en multi-instrumentalist Michelle Zauner, die ervoor van zich laat horen in de groepen Little Big League (postrock, shoegaze) en Say Anything (indierock). Haar eerste twee albums als Japanese Breakfast stonden nog in het teken van haar zieke en inmiddels overleden moeder. Haar nieuwe, derde album Jubilee is eigenlijk een weg terug naar geluk, waar verwerking en rouw plaats maken voor opluchting en blijdschap. Dat heeft ook wel z’n weerslag op de muziek, die hier uitbundiger is dan voorheen. Dat doet overigens niks af aan de kwaliteit, maar zij en haar vele gasten op onder meer strijkinstrumenten laten een geluid van hoop horen. Ze houdt hierbij het midden tussen indierock en avant-, synth- en droompop. Daarbij moet je denken aan een bijzondere mix van Cranes, The Knife, Bat For Lashes, Madonna, Fleetwood Mac, Mitski en Soccer Mommy. En dat is toch enkel heerlijk om op je bordje geserveerd te krijgen?

 

Moby – Reprise (cd, Deutsche Grammophon)
De Amerikaans Richard Melville Hall, die veel bekender is met zijn alias Moby (dan wel Voodoo Child of U.H.F.), is een zeer veelzijdige elektronische muzikant. Of elektronisch, als hij er zin in heeft gooit hij er ook gewoon punk uit, getuige zijn album Animal Rights (1996). Maar hij heeft ook clubklassiekers als “Go” en “Feeling So Real” op zijn naam staan. Allemaal een dikke prima! Toch ben ik rond de decenniumwisseling, zeg maar na misschien wel zijn mooiste album Play (1999), afgehaakt. Er volgen veel herhalingen, waarbij het muzikale vuur gedoofd lijkt. Neemt niet weg dat ik zijn vroegere werk, maar ook wel wat latere nummers, hoog heb zitten. De muzikale dierenvriend is nu terug met Reprise, waarop je orkestrale bewerkingen (Budapest Art Orchestra) dan wel akoestische versies van 13 van zijn nummers uit zijn 30-jarige carrière krijgt en tevens levert hij een fraaie door Mindy Jones gezongen cover van Bowie’s “Heroes”. Dat zet zijn muziek in een heel ander daglicht. Het is soms werkelijk kippenvel opwekkend zo mooi; luister maar eens naar “Extreme Ways”. Eentje die echt weer eens wat toevoegt, ook al is het basismateriaal oud!

 

Nah… – Airy Day (mcd, Nah…)
Nah… daar is gewoon weer een nieuwe mini cd van, getiteld Airy Day. Dit is een duo bestaande uit de Duitse muzikant Sebastian Voss (zang, programmering, gitaar, bas, percussie) en de Nederlandse zangeres Estella Rosa, die op Facebook shoegaze en andere muziek van weleer promoot middels diverse pagina’s. Muziek van weleer en dan met name uit de jaren 90 lijkt ook bij hen steeds hoog in het vaandel te staan, zowel op hun meerdere mini albums als hun gelijknamige lp uit 2020. Ze brengen doorgaans een heerlijke cocktail van indierock, droompop en shoegaze. Als je hun muziek hoort, dan begint de zon te schijnen, maar brengen ze dat met de nodige (en prettige) melancholie. Op deze nieuwe mini is dat niet anders. Ze serveren 4 tracks, die weer het midden houden tussen de genoemde genres, waarbij ze gulzig op nostalgische wijze grabbelen in het verleden, maar dit fris in het heden opdienen. De eerste twee zijn in het Engels en door henzelf geschreven. De andere twee zijn covers, één van het Duitse Blumfeld en één van Spinvis, die respectievelijk in het Duits en Nederlands gezongen worden. Nu ben ik geen Spinvis-fan, maar wat is deze versie van “Dagen van Gras, Dagen van Stro” toch prachtig, hetgeen zeker te danken is aan de mooie, bitterzoete zang van Estella. Maar ook de rest van de muziek en zang van Sebastian mag er weer meer dan wezen. Eén zwaluw maakt nog geen lente, maar één release van Nah… zeker wel! Warm aanbevolen.

 

Olivia Rodrigo – Sour (cd, Geffen)
De muziek van je kinderen, het zou zo langzamerhand een apart kopje kunnen worden bij mij. Ze hebben allemaal een andere, maar geheel eigen smaak en er is weinig overlap met die van mij. Dat vind ik alleen maar leuk, want er hoeven geen kopieën van mezelf rond te lopen. Maar weinig overlap betekent wel enige overlap. Zo behoren Billie Eilish, Poppy, Migos, Maitre Gims, Beatles, Police, Stromae, Lana Del Rey en nog wat wel tot de dingen die we graag allemaal draaien. De laatste weken hoorde ik uit de kamers van mijn dochters weer een interessant geluid, wat zelfs luid meegebruld of in een ukelele-versie gestoken werd. De liedjes kende ik inmiddels bijna allemaal letterlijk. Het blijkt om het piepjonge talent Olivia Rodrigo te gaan, die zojuist haar debuut Sour het licht heeft laten zien op het grote Geffen. Liefdesverdriet en een enorm gave om te schrijven blijkt een gouden combinatie. Ze levert hier in een kleine 35 minuten 11 popsongs af, die stuk voor stuk hits zijn of kunnen worden en erin gaan als zoete koek. Niet te zoet hoor want de songs zijn overgoten met melancholie en gestoken in fraaie muziekarrangementen, die door vele sessiemuzikanten sterk ingekleurd worden. Pop, soul, smaakvolle elektronica, pianopartijen en zelfs poppunk komen allemaal voorbij. Wat je daaraan merkt is dat ze nog niet stijlvast is, maar eigenlijk boeit het ook niet. Ze komt namelijk prima weg met zowel een rocksong als opener “Brutal” als een hartverscheurende, ingetogen song in het daarop volgende “Traitor”. En over het algemeen verlopen relatiebreuken ook dikwijls rommelig. Het mooist vind ik haar overigens in de meer breekbare songs. Geruchten gaan dat haar volgende album Sweet gaat heten en er een “Sweet & Sour” tournee op volgt. Hoe het ook zij, toont Rodrigo aan een hele grote belofte voor de toekomst te zijn.

 

Rostam – Changephobia (cd, Matsor Projects / Konkurrent)
De New Yorkse muzikant en vooral ook producer Rostam Batmanglij geniet vooral bekendheid door zijn werk voor Vampire Weekend. Daarnaast produceerde hij muziek van Frank Oxean, Santigold, Clairo, Solange, Haim, Lykke Li en Discovery. Als soloartiest komt hij om begrijpelijke wijze kortweg als Rostam voor de dag. Alhoewel ik had voor Rostam Batman gekozen. Changephobia is alweer zijn twee album. Hij zingt en speelt alle instrumenten in de 11 songs zelf, dat gaat van piano, elektronische beats en synthesizers tot aan percussie, bas en saxofoon. Bij die laatste krijgt hij soms hulp van Henry Solomon (Thumpasaurus). De muziek is een grillige mix van avant-pop, art-pop, r&b, lichte experimenten en leftfield elektronica. Het is soms aardig complex, zonder dat het ontoegankelijk wordt. Hij heeft dat charmant houterige van een Arthur Russell en Mac Demarco, maar ik denk dat liefhebbers van Dirty Projectors, Perfume Genius, Porches en Sufjan Stevens hier ook mee uit de voeten kunnen. Het zijn liedjes over herkenbare persoonlijke sores, die hij op invoelbare wijze fraai verwoord en verpakt.

 

Sorbet – This Was Paradise (cd, Bureau B / Mutante-inc)
Het Bureau B label is lekker bezig de laatste tijd. Ze brengen zowel oude klassiekers weer uit als zeer interessante nieuwe muziek. Van die laatste categorie is het Ierse project Sorbet, dat het geesteskind is van Chris W. Ryan. Hij liet al eerder van zich horen in Just Mustard, Robocobra Quartet, NewDad en Hot Cops. Hij start Sorbet met de uitdrukkelijke bedoeling om zijn smaak te reinigen en herzien, niet alleen voor hemzelf maar ook voor de luisteraar. Nieuwe muzikale aderen aanboren om er een fris geluid mee te creëren, dat lijkt het motto te zijn op zijn debuut This Was Paradise. Chris (productie, zang, drums, analoge synthesizer) omringt zich met maar liefst 20 muzikanten, designers en technici, die bijdragen leveren op violen, altviool, cello, contrabas, klarinet, fluit, zang, bas, sopraansaxofoon, piano, synthesizers en moog. Daar zijn 10 tracks uit voortgevloeid, die na zo’n goede 42 minuten finishen en afwisselend volledig instrumentaal dan wel met zang zijn. Hij smeedt een ludieke legering van avant-garde, kamermuziek, pop, neoklassiek, minimal music en afwisselende elektronische muziek. Dat doet hij soms op experimentele wijze, met best noisy uitschieters, al blijft de muziek eigenlijk altijd goed doorwaadbaar. Daarbij moet je denken aan een bijzondere kruisbestuiving van Radiohead, Brian Eno, Faultline, Clogs, Arthur Russell, Max Richter, James Blake, Talk Talk, David Byrne en My Brightest Diamond. Zoals ook tussen haakjes achter de titel staat: it was ncie!

 

Stubborn Heart – Made Of Static (cd, One Little Independent / Konkurrent)
In 2012 wist het duo Luca Santucci en Ben Fitzgerald als Stubborn Heart hoge ogen te gooien met hun gelijknamige debuut. Ze hebben er een broeierige en bovenal originele mix gemaakt van dubstep trip hop, glitch, IDM, dark ambient, droompop, soul en zweverige synthesizermuziek uit de jaren 70 en 80. Er volgt een jaar later nog een 12” en dan is het heel lang stil. Maar uit het oog is bij hen niet uit het koppige hart. Ze zijn nu eindelijk terug met Made Of Static, waarop ze 10 nieuwe eigenwijze tracks presenteren. De mix aan stijlen hebben ze intact gehouden, maar het is allemaal een tandje donkerder en dikwijls ook mysterieuzer. Ook zijn de stijlwisselingen en combinaties nog verrassender. Het is helemaal uitgebalanceerd, wat te danken is aan het geweldige instrumentale inbreng en productie van Fitzgerald, die her en der geholpen wordt door Leila Arab. Santucci vormt met zijn avant-gardistische en toch soulvolle zang het hart van die muziek. Het is complex maar eenvoudig doorwaadbaar, hartverwarmend en toch surrealistisch abstract, melancholisch maar zeker niet terneergeslagen en vertrouwd doch origineel nieuw. Denk daarbij aan iets dat het midden houdt tussen Massive Attack, Plaid, Gas, Zomby, Beaumont Hannant, Portishead en Arthur Russell. Het is een meesterlijke terugkeer van deze klasbakken. Het wachten meer dan waard, maar hopelijk sneller vervolgd.

 

White Flowers – Day By Day (cd, Tough Love / Konkurrent)
In 2018 vormen Joey Cobb en Katie Drew hun groep White Flowers, die inmiddels het stempel “één van Engelands meest opwindende bands” heeft gekregen. En dat valt ook helemaal te begrijpen als je het debuut Day By Day hoort. Bij de Britten zijn genres als new wave en shoegaze tot volle bloei gekomen en daar zijn ze trots op. En terecht! Het heeft ook top labels als Factrory, Creation en niet in de laatste plaats 4AD opgeleverd. Laat dit nieuwe duo nu net uit die vaatjes tappen, zonder in herhaling te vallen. Ze halen de schoonheid uit de somberheid en fabriceren daar 10 tracks mee, die new wave, droompop en shoegaze op licht psychedelische wijze in zich verenigen. Daar zit een donker randje omheen, dat van Cranes en Joy Division afkomstig lijkt te zijn. Maar de meeste muziek herinnert aan bands als My Bloody Valentine, Slowdive, Cocteau Twins, Swallow, Blouse, Portishead en Curve. Ik wil niet klinken als de belastingdienst maar leuker kan ik het niet maken. Het zijn stuk voor stuk wonderschone en diepgravende songs, die oude tijden op hedendaagse wijze doen herleven.

Comments

comments

One thought on “Het schaduwkabinet: week 22 – 2021

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.