Het schaduwkabinet: week 21 – 2020

Wij gaan ook op jacht, maar dan zonder subsidie en dieren te mollen in onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Austra, Breathless, Einstürzende Neubauten, James Elkington, Rafael Anton Irisarri, Mark Lanegan, Eve Owen, Katie Von Schleicher, Textile Ranch (2x) en Vlimmer.

 


 

Jan Willem

Austra – Hirudin (cd, Domino)
Kaitlin Austra Stelmanis (ex-Galaxy, Bruce Peninsula) is een Letse in Canada woonachtige muzikante, die al vanaf het debuut uit 2011 het enige constante lid is van Austra. Ze brengen doorgaans heerlijke met wave geïnfecteerde elektropop die het beste van vroeger en nu in zich verenigt, vergezeld van de prachtig galmende etherische zang van Katie. Inmiddels is het een volledige soloaangelegenheid geworden. Nu is het vierde album Hirudin er en vanaf de eerste seconde bevalt deze me beter dan de voorganger Future Politics van drie jaar terug. Ik kan er niet precies de vinger op leggen, maar wat ze nu brengt samen met de vele gastmuzikanten op onder meer bas, gitaar, altviool, synthesizers, percussie, saxofoon, trombone, cello, kamanche en (koor)zang, voelt meteen goed. Het is weer een uptempo mix van de bovengenoemde stijlen, maar met een flinke dosis melancholie er doorheen. Dat verklaart waarschijnlijk toch waarom ik dit beter trek. Naast deze fraaie mix aan stijlen, komt ook haar bitterzoete, geweldige zang beter uit de verf. Alles bij elkaar opgeteld positioneert ze zich ergens tussen Bel Canto, Alison Goldfrapp, Human League, Soap&Skin, The Knife, Cocteau Twins en Kate Bush. En dat zijn toch referenties waar muziek in zit en waarmee je thuis kunt komen. Hirudine is een bloedstollend middel, maar ik denk dat de muziek hier het bloed eerder sneller doet stromen.

 

Breathless – The Glass Bead Game (cd, Tenor Vossa)
Menig 4AD fan noemt de door de gewezen labelbaas Ivo Watts-Russell opgerichte verzamelgroep This Mortal Coil vaak als één van de mooiste wat dat label ooit heeft voortgebracht. Ivo had een oor voor bijzondere, mooie en tijdloze stemmen. Zanger Dominic Appleton is bij al de drie edities van deze groep van de partij. Hij is de zanger van het in 1984 opgerichte Breathless, dat toch altijd een beetje in de schaduw van bands als de Cocteau Twins opereert. Toch zijn ze één van de grondleggers van de shoegaze, droompop en spacerock, zij het dat ze dit altijd wel combineren met new wave. Ze brengen hun albums steevast en eigenzinnig uit op het eigen label Tenor Vossa. In al die jaren geven ze slechts 7 albums uit, waarvan de laatste uit 2012. Wel zijn ze stuk voor stuk zeer de moeite waard en onderscheidend. En ook behoorlijk tijdloos, zo blijkt wel uit de heruitgave van het debuut The Glass Bead Game (1986), die nu gestoken is in een fraai digipack. Op vertrouwde, maar ook nog steeds verfrissende wijze kan je genieten van hun muziek, die associaties oproept met The Cure, Cocteau Twins, The Comsat Angels, The Sound en This Mortal Coil. Een fantastisch album, dat toen al een soort blauwdruk vormt voor veel muziek die pas later gemaakt ging worden. Hopelijk krijgt dit ongelooflijk sterke prachtalbum wederom de aandacht die het meer dan verdient. Dit is echt zo’n sublieme, unieke klassieker!

 

Einstürzende Neubauten – Alles In Allem (cd, Potomak / Konkurrent)
De Einstürzende Neubauten bestaan dit jaar maar liefst 40 jaar, waarvan ik er zeker 30 heb meegepikt en met terugwerkende kracht een beetje meer. Dit Duitse combo dat immer onder bezielende leiding van zanger Blixa Bargeld (ex-Nick Cave & The Bad Seeds), begint ooit met experimenteel lawaaiige industrial en avant-garde. Met name het rammen op schroot, kabel en zelfgebouwde industriële instrumenten maakten diepe indruk. Naarmate de jaren vorderen sluipen er ook steeds vaker popelementen in hun muziek, maar ook dat weten ze op unieke wijze naar hun hand te zetten. Wellicht verrassen ze daarbij iets minder, maar nog altijd maken ze een diepe indruk en zijn ze gewoonweg anders dan anderen. Ik heb al die fan-releases aan me voorbij laten gaan, die vielen vaak tegen, dus de laatste reguliere cd is Lament en stamt alweer uit 2014. Dat was meer een conceptalbum, maar wel weer één die meeslepend en indringend is. Nu zijn Blixa Bargeld, N.U. Unruh, Alexander Hacke, Jochen Arbeit en Rudolph Moser terug met Alles In Allem, waarbij ze qua geluid zowel teruggrijpen naar de begin jaren 90 als vooruitblikken naar de toekomst. Dat laatste gebeurt vooral in de bezinnende stukken, waar ook hedendaagse problematiek de revue passeert. Normaal bouwen ze altijd van schroot wel weer leuke nieuw instrumenten, maar door aangescherpte regels werd dit te onveilig geacht. Dus hebben ze maar allerhande andere dingen genomen, als tassen, plastic pijpen, prullenbakken en ga zo maar door. Voor de rest dikken ze hun muziek nog aan met stemmige orkestraties. Ze leveren al met al een album met een fris nieuw maar tegelijkertijd vertrouwd geluid af. Alleen in het tweede nummer “Am Landwehrkanal” is het even schrikken, want dat klinkt als een Duitse versie van “In Het Kleine Café Aan De Haven”. Voor de rest is het een sterk album zoals alleen zij dat kunnen maken. Het zal de fans wel bevallen en nieuwkomers aangenaam verwelkomen. Ook na 40 jaar is de rek er nog lang niet uit. Klasse!

 

James Elkington – Ever-Roving Eye (cd, Paradise Of Bachelors / Konkurrent)
De in Chicago woonachtige Britse zanger/gitarist James Elkington kom ik in eerste instantie tegen bij groepen als Sophia, The May Queens, Elevate, Daughn Gibson, The Zincs en Brokeback. En hij werkt veelvuldig samen met uiteenlopende artiesten en groepen. In 2011 en 2015 brengt hij samen Nathan Salsburg (Halifax Pier, At Right Angles) een album uit, waarop ze fraaie mixen van folk, jazz en avant-rock laten horen. Die lijn trekt hij tevens door op zijn solodebuut Wintres Woma (2017), waarbij hij enerzijds leunt op de Britse folktraditie en anderzijds meer de avant-garde opzoekt. Dit doet hij wederom op Ever-roving Eye, zij het op een meer fijnbesnaarde wijze. Hij mag rekenen op de steun van bassist Nick Macri (The Fire Theft, The Margots, The Zincs, ex-Sunny Day Real Estate), drummer Spencer Tweedy (zoon van Jeff,The Blisters), violiste Macie Stewart, celliste Lia Kohl, houtblazer Paul Von Mertens (Brian Wilson) en zangeres Tamara Lindeman (The Weather Station, Bruce Peninsula). De hoofdmoot hier bestaat uit Elkington’s akoestische tokkelspel en warme zang, die ergens tussen David Sylvian en Nick Drake inzit. Met die laatst genoemde heeft hij ook met zijn gitaarspel wel enige raakvlakken en als hij meer de avant-gardistische dan wel experimentele kant opgaat komen ook Jack Rose en Richard Youngs in beeld. De heerlijk stemmige muziek wordt op sobere, maar fraaie wijze door de overige artiesten ingekleurd. Hij brengt her en der ook nog jazzy accenten aan en zo ontstaat er op bescheiden wijze eigenlijk een uiterst gevarieerd geheel, dat voor je er erg in hebt diep onder je huid kruipt. Tevens geschikt voor liefhebbers van Bert Jansch, Adrian Crowley, Jim O’Rourke en Grumbling Fur. Sterk nieuw album vol contemplatieve pracht.

 

Rafael Anton Irisarri – Peripeteia (cd, Dais / Konkurrent)
De Amerikaanse componist Rafael Anton Irisarri is naast zijn solowerken ook terug te vinden in de groepen The Sight Below, Orcas en Gailes, waarbij die laatste twee beide met Thomas Meluch (aka Benoît Pioulard). Maar wat hij ook naar buiten brengt, het kan het daglicht dikwijls niet velen. Met name zijn werk onder zijn eigen naam is dikwijls behoorlijk duister van karakter. Muziek die ambient, drones, experimentele elektronica, glitch en neoklassiek doorkruist en waaruit behoorlijk wat indrukwekkende albums zijn voortgevloeid. Op zijn nieuwste cd Peripeteia laat hij wederom een mix van de genoemde stijlen horen, maar wordt een aantal tracks ook van de (woordeloze) zang van Leondro Fresco en de Spaanse zangeres Yamila voorzzien, die tevens voor koorarrangementen heeft gezorgd. Dat laatste zorgt meermaals voor haast sacrale stukken, zij met een behoorlijke dosis gruis, die werkelijk overdonderend zijn. Maar ook in de rest van de nummers weet Irisarri je stevig in de houdgreep te nemen, om niet meer los te laten. Het gemiddelde niveau van zijn albums is al gigantisch hoog, maar deze lijkt daar gewoon boven uit te stevenen. Denk daarbij aan een kruisbestuiving van Giulio Aldinucci, Thomas Köner, William Basinski, Stars Of The Lid, Fennesz, Tim Hecker en Arvo Pärt. Zo aangrijpend mooi, dat het haast zeer doet. Groots!

 

Mark Lanegan – Straight Songs Of Sorrow (cd, Heavenly)
Onlangs heb het oude solowerk van de gewezen Screaming Trees frontman Mark Lanegan nog eens gedraaid. Puik materiaal, dat vanaf 1990 al met enige regelmaat naar buiten wordt gebracht, waarbij hij nog echt een Sub Pop stem heeft. Dit kan ik niet zo goed uitleggen, maar het past goed bij veel genregenoten in die tijd. Vele whisky’s en sigaretten verder staat hij natuurlijk bekend om zijn karakteristieke bromstem, die een instant haardvuur in zich lijkt te hebben. Onder zijn eigen naam, maar ook met zijn band, waarbij ik nooit zo goed weet wat nu precies het verschil is, werkt hij tevens samen met Isobel Campbell, Soulsavers en Duke Garwood, maakt hij deel uit van The Gutter Twins (met Greg Dulli), The JLP Project Sessions en Queens Of The Stoenage en is hij te gast bij onder meer Andrea Schroeder en Christine Owman. Straight Songs Of Sorrow is, als ik goed tel, zijn twintigste album (inclusief de genoemde samenwerkingsverbanden). Lanegan (zang, moog, synthesizers, drum machine) mag rekenen op een keur aan artiesten op uiteenlopende instrumenten. Zo geven bijvoorbeeld zanger Greg Dulli (The Afghan Whigs, The Twilight Singers), gitarist/toetsenist Alain Johannes (The Desert Sessions), zanger Simon Bonney (Crime & The City Solution), violist Warren Ellis (The Dirty Three, Nick Cave & The Bad Seeds), drummer Jack Irons, zanger maar hier toetsenist Ed Harcourt, bassist Jack Bates (zoon van Peter Hook), gitarist/toetsenist Adrian Utley (Portishead) en violist en arrangeur Sietse Van Gorkom (The Kytman Orchestra), zangeres Shelley Brien (Mark’s vrouw) en anderen hier acte de présence. In een uur lang brengt Lanegan 15 nieuwe tracks. De cd opent behoorlijk elektronisch en op het lelijke af. Maar goed, je moet wel vaker door de zure appel heen bijten en zijn stem klinkt zelfs nog fantastisch met een blender op de achtergrond. En inderdaad, gaandeweg dalen de elektronica en komt het meer rockende materiaal naar boven drijven. Dat bevalt beter en sterker nog daar komen uitzonderlijke mooie songs naar boven drijven, wat mede komt door de fijne strijkpartijen. En dan is het ook meteen overweldigend mooi. Na een uur overheerst dat laatste gevoel ook zeker, Lanegan grijpt terug naar zijn uitstekende beginperiode, maar blikt ook naar de toekomst. Zijn zoveelste sterke wapenfeit!

 

Eve Owen – Don’t Let The Ink Dry (cd, 37d03d / Konkurrent)
Eve Owen is een pas 20-jarige, Britse singer-songwriter, die toch al meermaals met The National heeft opgetreden en samengewerkt en al diverse keren in New York in de studio van Aaron Dessner uit die groep heeft doorgebracht. Haar vader is overigens acteur Clive Owen, maar dat geeft helemaal niks. Eve (zang, gitaar, omnichord) presenteert nu haar debuut Don’t Let The Ink Dry, waar ze meteen mag rekenen op gastbijdragen van onder meer Aaron Dessner (gitaar, piano, bas, synthesizer, drums (programmering)), toetsenist Thomas Bartlett (Crispi Tritone, Antony And The Johnsons, The National, Doveman) en (alt)violist en arrangeur Rob Moose (Antony And The Johnsons, Crispi Tritone). Ze serveert 12 met folk geïnfecteerde singer-songwriter songs, die een oude ziel verraden. De muziek is namelijk doorleefd, rauw, uniek, diepgravend en tijdloos. Daarbij beschikt ze over een prachtig, licht hese bitterzoete stem, die je eenvoudig meevoert. Het zijn ook bepaald geen eendimensionale songs die ze laat horen, want met enige regelmaat experimenteert ze op subtiele wijze en weet ze de luisteraar te verrassen met fraaie wendingen en dikwijls ook met bergen kippenvel. De muziek is ergens te plaatsen tussen Nancy Elizabeth, Laura Marling, Suzanne Vega, Fran Rodgers, Essie Jain, Mazzy Star en Natalie Merchant. Wat een ongelooflijk prachtig droomdebuut!

 

Katie Von Schleicher – Consummation (cd, Full Time Hobby / Konkurrent)
De Amerikaanse Katie Von Schleicher (zang, piano, gitaar, bas drums, synthesizers, keyboards) is een heerlijk vreemde eend in de bijt. Ze is compleet wars van hypes en genregrenzen en neemt geen blad voor de mond over de onderwerpen die haar aan het hart gaan. Overigens is ze ook actief in de groep Wilder Maker. Op haar eerdere albums heeft ze al aangetoond dat eigengereidheid tot uitstekende muziek leidt. Dikwijls lekker wazig en altijd opgeleukt met haar mooie bitterzoete zang. Dat is ook het geval op Consummation, waarop ze zoals altijd weer flink wat muzikale steun krijgt op gitaar, bas, drums, percussie, keyboards, synthesizers, saxofoon en zang. Hiervan kneedt ze 13 eigenzinnige songs, die samen bijna 38 minuten duren, waarin veel gebeurt zonder dat het teveel wordt. De muziek heeft een fraaie vintage gloed en neemt soms een royale duik in de jaren 70. Toch weet Von Schleicher dit naar het hier en nu te brengen. Aan de ene kant heb je dat lekkere 4AD-sfeertje en moet je denken aan Kendra Smith, Lisa Germano en Heidi Berry, maar ook Molly Burch, Marissa Nadler, Mazzy Star en Bat For Lashes behoren tot de associaties. Daarmee weet ze te overtuigen. Het is een sterk, licht bevreemdend en passievol album geworden, zoals alleen zij dat kan maken.

 

Textile Ranch – Ombilical / Prostheses (cd + cd-r, Second Language Music)
Zo’n drie jaar geleden is het doek gevallen voor Piano Magic, dat een goede 20 jaar onder leiding van Geln Johnson vele prachtige releases naar buiten heeft gebracht. Johnson is tevens te vinden in de groepen Future Conditional, Silver Servants en Textile Ranch. Met die laatstgenoemde groep, die vernoemd is naar een nummer van Felt, maakt hij meer speelse, elektronische muziek. Het laatste album is uit 2009 en is de eerste op het mede door hem opgerichte label Second Language. Dit label waarop je jezelf ook kunt abonneren, met dikwijls een extra schijf bij de reguliere release, is nu met een nieuwe reeks gestart. De eerste daarop is Ombilical van Textile Ranch. Hierop laat Johnson 10 nieuwe tracks het licht zien, die een net zo experimentele als sfeervolle mix van speelse elektronica, ambient en allerhande geluiden. Eigenlijk extrapoleert hij de elektronica die in de beginperiode van Piano Magic ook heeft gebruikt naar een ander meer persoonlijk, intiem universum. Daarbij schildert hij wel in dezelfde melancholische tinten als bij zijn vorige project, maar is de output volledig anders. Zijn eigenzinnige creaties worden ondersteund door zangeres Amanda Butterworth (aka Mücha en Moocha), trompettist Oliver Cherer (Dollboy, Silver Servant, Rhododendron, Gilroy Mere), gitarist Franck Alba (ex-Piano Magic), fluitiste Ola Szmidt (Aurelie, Quadelectronic, Qwire, Muted Fnord) en gesamplede stemmen. Johnson lengt zijn muziek aan met poëzie en mysterieuze elementen. Dat laatste wordt versterkt door de etherische vocalen. Ik denk als This Mortal Coil ooit een meer elektronisch project was geworden, het ongeveer zo had geklonken. En dan met een vleugje Spoonfed Hybrid. Het is een afwisselend en intrigerend album geworden vol wonderlijke, bezinnende en diepgravende pracht. En goed om Johnson weer op dit niveau terug te hebben.
De gelukkige abonnees krijgen er nog de cd-r Prostheses van Textile Ranch bij. Hierop koerst Johnson meer de IDM kant op, aangevuld met zijn speelse elektronica en (stem)samples. In ruim een half uur krijg je 10 tracks, die wel aansluiting hebben met de bovenstaande cd, maar een stuk abstracter zijn. Er zit ook hier zeker weer een mysterieus en melancholisch vernis overheen, maar die wordt soms overstemd door de meer uptempo beats. De muziek is avontuurlijk en futuristisch, maar grijpt voor een deel ook terug naar helden van weleer als Seefeel, Locust en Beaumont Hannant, waarbij je nog altijd de signatuur van Johnson terughoort. Het is daarmee een zeer welkome en waardevolle bonus geworden.

 

Vlimmer – Pulmo (mcd-r, Vlimmer)
Ik blijf het verbazingwekkend vinden dat als je aan een 18-delige serie mini albums werkt, er ook nog tijd overschiet voor albums erbuiten. Toch is dat precies wat de Duitse muzikant Alexander Leonard Donat doet met zijn project Vlimmer. Inmiddels zijn er 15 van de 18 delen uit, maar tussendoor komt er dus ook steeds nog ander materiaal. Niet alleen van Vlimmer, ook van zijn andere muzikale vehikels Feverdreamt, Fir Cone Children, Flight Recorder, Infravoids, Jet Pilot, Leonard Las Vegas en WHOLE komt nog wel eens wat uit. De releases worden grotendeels uitgebracht op het eigen label Blackjack Illuminist. Nu is de mcd-r Pulmo gearriveerd, die in een gelimiteerde oplage van 20 in eigen beheer is verschenen en inmiddels uitverkocht is. Maar net getreurd, want deze is nu ook heruitgegeven op zijn label. Donat is eigenlijk een indierocker, maar geboren in het lichaam van een goth. Hij brengt in ruim 33 minuten 6 tracks, die enerzijds die opgewekte indierock energie in huis hebben maar anderzijds heerlijk de duisternis opzoeken. Eigenlijk zwabbert hij op ongedwongen wijze door genres als post-punk, darkwave, ambient, shoegaze, droompop en gothic, zonder per se iets begrenst te brengen. Dat maakt de muziek spontaan en anders. Hij maakt iets meer gebruik van elektronica, maar blijft in de typische schemering die Vlimmer typeert. De zang doet sterk denken aan die van Robert Smith van The Cure en de muziek vloekt daar ook niet bij. Verder moet je denken aan hybriden van Selofan, The xx, She Past Away, Lebanon Hanover, Siglo XX en Fields Of The Nephilim. Tot besluit volgt een nummer zonder titel, dat 8,5 minuten duurt en waarbij een spannende mix van dark ambient, veldopnames en minimal techno laat horen; een kant die ik nog niet kende van Donat. Met Vlimmer blijft hij verrassend uit de hoek komen en dit nieuwe album is wederom ijzersterk.

Comments

comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.