Het schaduwkabinet: week 21 – 2009

Yolanthe Cabau van Kasbergen maakt de overstap van Volendam naar Madrid, om daar flink haar mondje te roeren en dat terwijl WIJ het hartstikke druk hebben met de lijstjes uit het:

Schaduwkabinet

Muziek van Maurice Horsthuis’ Elastic Jargon & Mark Feldman, Benjamin Herman, Morton Feldman, Mikhail, Tagaq, Dale Watson, Eef Barzelay, Sunn 0))), Bengi Bağlama Üçlüsü, Hasan Yarimdünia, Dave "Fuze" Fiuczynski en Screaming Headless Torsos en beelden van Momma’s man, Bashing en Nashville. Nu maar hopen dat ze ook gelezen worden en dat we niet enkel autistisch overkomen!

ERICVANREES
Maurice Horsthuis’ Elastic Jargon & Mark Feldman (concert in Bimhuis, vrijdag 15 Mei)
Het ene moment hoorde je een strijkorkest, dan weer een swingend zigeunerorkest in de traditie van Django Reinhardt, kortom, het ging alle kanten op. Het was noch klassiek, noch jazz, maar wel hartstikke mooi. Alleen, het was een beetje kort allemaal. En ja, Mark Feldman speelde de sterren van de hemel, maar dat doet ‘ie altijd (al had ik het gevoel dat ‘ie zich inhield).
Benjamin Herman-– Hypo Christmas Treefuzz: More Mengelberg
Na ‘Campert’ is dit de tweede geniale schijf die Herman vorig jaar afleverde. Herman ontdeed de muziek van Mengelberg van zijn moeilijk te doorgronden ongein (dus geen flauwe grappen en grollen meer zoals het ICP in de jaren ’60 en ’70 deed, die tijd is echt voorbij), en wat hij overhield was een gevarieerd programma met Mengelbergcomposities. Je hoort scheurende surf, Afrikaanse muziek, een Coltrane-achtig groove-stuk met kinderzang, blues, en als bonus een kort absurdistisch interview met Bas Andriessen en Mengelberg. De cd is afgelopen voor je er erg in hebt en dat is bedoeld als compliment. What’s next Benjamin?
Morton Feldman – Piano and String Quartet
Feldman is hier lang van stof: 79 minuten maar liefst. In dat tijdsbestek hoor je een piano die eenzaam en alleen korte motiefjes speelt, met op de achtergrond het Kronos Quartet dat onafhankelijk daarvan rustig en zonder haast op een lager tempo, zachtjes de luisteraar meelokt en laat verdwalen. Het geluid is onmiskenbaar Feldman, maar zo mooi als ‘The Viola In My Life’ wordt het nergens. Daarvoor gebeurt er te weinig.


JANWILLEMBROEK
Mikhail – Morphica (3cd, Sub Rosa)
Eerder heb ik de cd Orphica uit 2007 van Mikhail al aangeraden. Deze Griekse geluidsartiest en kunstenaar, tegenwoordig woonachtig in Londen, Mikhail Karikis is een een soort mannelijke Björk met Nico Muhly en DJ Spooky neigingen. Ik citeer mezelf verder: “Buitengemeen interessant. Van klassiek, Barok, Griekse folk en zelfs gothic getinte muziek tot experimentele muziek, pop en eclectische elektronica. Het levert een buitenaards wonderschoon werk op.” Inmiddels is er ook een driedubbele remix cd Morphica. Dit is zo’n geval van 3 cd’s die best op één passen. Maar de stijlen lopen nogal uiteen, waardoor dit alles wel te verantwoorden is. De eerste schijf heet “Electronics”, met 8 remixen waaronder die van DJ Spooky en Rob(u)rang. Erg lekkere eclectische muziek, die de grootheid van zijn debuut weten te duiden. De tweede schijf heet “Voices” bevat zijn muziek, deels live uitgevoerd met klassiek getinte vocalen. De laatste schijf heeft “Strings” en bevat 4 van zijn nummers vol strijkers. Luister met name eens naar het adembenemende “Asteris (String)”. Je krijgt daarbij allerlei fraaie gelimiteerde artwork (van diverse kunstenaars), kaarten en gedichten. Dat alles is ook nog eens gestoken in een prachtige doos!
MP3’s Online:
Morphica

Tagaq– Auk/Blood (cd, Jericho Beach Music)
Wie ook enige verwantschap met Björk heeft, ze heeft op haar vorige cd meegezongen en komt heel soms qua stemgeluid in de buurt, maar met een veel minder mooie doos is Tanya Tagaq Gillis. Kortweg noemt deze Inuit zich Tagaq. In 2005 haar eerste cd vol Inuit-aanse(?), Inuit-se keelzang die een diepe indruk maakt. Ze experimenteert er lustig op los. Dat laatste is nog meer het geval op haar nieuwste cd, uit 2008 alweer. Angstaanjagende en ook imponerende (denk Sainkho Namtchylak en Diamanda Galas) keelzang worden aangevuld met elektronica, viool, cello, drums, viool, keyboard en gastzang van Mike Patton (jaja) en Buck 65 (rap). Dit alles is biologerend, onaards en dikwijls bloedstollend mooi! (“Force” bijvoorbeeld)
Luister Online:
Auk/Blood

Boduf Songs– There Is Something Hanging Above You (3” cd, Under The Spire)
Mat of Mathew Sweet heeft fans van het geweldige Kranky in 2005 weten te verrassen met de eerste singer-songwriterplaat op dit label. Dat doet hij met zijn project Boduf Songs, dat door de mysterieuze atmosfeer wel naadloos bij labelgenoten aansluit. Dat kunstje herhaalt hij nog tweemaal op schitterende wijze, waarbij referenties als Nick Drake, Iron & Wine, Spokane, Elliott Smith, M. Ward en Labradford boven komen borrelen. Daarna verschijnen de mini’s The Strait Gate en On A Hill At Dusk, waarop hij dikwijls meer obscuur uit de hoek komt. Op zijn nieuwe mini, waarvan er maar 100 zijn gemaakt, staan 5 ludieke nummers die ook obscuur te noemen zijn. Af en toe hoor je die akoestische klanken met fluisterzang, maar Mat wisselt dit af met experimenten en duistere drones. Maar je krijgt tussendoor ook een prachtige pianotrack. Het geheel zit in een bruine doos met een heel, heel piepklein boekje. Een bijzonder kleinood.
Luister Online:
There Is Something Hanging Above You (klik op soundclips)


LUDO  
Dale Watson – Truckin' Sessions Volume 2
Zo fout, zo goed! Jack Jersey leeft! Veertien hits, stuk voor stuk. En allemaal over truckers, natuurlijk. Odes aan "uiteenlopende" zaken als truckstops in LeGrange, lieve serveersters, 10-4's, zestientonners en het eenvoudige genot van rijden. En het mooie is, je hoeft niet eens van vrachtwagens te houden om de liefde te voelen en hiervan te genieten. De snelle nummers (met vrolijke fiddle-riffs, Texas Boogie!) gingen me bij elke luisterbeurt steeds beter bevallen, maar het onmiddelijk gespotte prijsnummer is het sentimentele (en langzame) "Let This Trucker Go". Fantastische akoestische gitaarsolo, diepe croon en pure poezie: I've seen all my horizons, turn into where I am, I've travelled every highway that anyone man can. Laat Neil Young met z'n milieuvriendelijke karretje snel inpakken!
Eef Barzelay – Lose Big
Was ik al 'n beetje bang voor. Laatst al een Barzelay-shot gehad met Clem Snide en dit is er teveel aan. Als ik ze nou in omgekeerde volgorde had gedraaid, zou ik deze dan beter hebben gevonden? Hm. Clem Snide had wel een mooi jazzy geluid, terwijl Eef zijn liedjes hier behoorlijk rockend aankleedt. De openingsriff is zelfs van Neil Youngiaans schuurpapier in de garage-geluid. Ook op andere momenten lijkt de aankleding eerder af te leiden van de (nog altijd) prima melodielijnen.
Le Trou (Becker)
Niet zozeer de film van de week, maar het "shot" van de week. Zo eng. De beste horrormeester zou 't niet beter hebben gedaan. Le Trou is een soort hamertje-tik als een vijftal gevangenen onder de leiding van real-life ontsnapper Jean Keraudy, die een versie van zichzelf speelt, aan 't tunnelgraven slaan. Kleng! Kleng! Beng! Beng! Dit gaat bijna twee uur door, zonder dat er iets memorabels gebeurd. (Nu komt ie, en het is een hele dikke spoiler) Urenlang hebben de gevangen omstebeurt met een zelf in elkaar gezet periscoopje door een kijkgaatje de hal van de gevangenis in de gaten gehouden. Nooit was er iets te zien. En dan, als ze willen vertrekken, kijkt de achterblijver nog een keer. Niets te zien en hij draait 't spiegeltje naar beneden voor de dichtstbijzijnde hoek.


MARTIJNB  
Sunn 0))) Monoliths&Dimensions
Veel ruige rockbands worden ineens emo als er koren en orkesten bij komen. Gelukkig valt het bij Sunn mee, al had niemand anders verwacht. Toch is het, zoals vooruitgesnelde geruchten al aangaven, milder geworden. Luisterbaarder. In de koor- en koperarrangementen is de hand van Eyvind Kang hoorbaar (zijn werk op Athlantis en Virginal Coordinates met name). De gitaren klinken gedefinieerder, in Hunting & Gathering (Cydonia) is zelfs een onmiskenbare riff op een naar Sunn-begrippen halsbrekend tempo te horen. De plaat sluit af op een positieve noot. Wat gebleven is: het tempo en toch wel de drone, maar nog niet eerder was het zo overdadig georkestreerd. De tijd zal leren of dat te licht is of dat het juist de meest draaibare, ik ben er nog niet uit of hij Altar van die troon stoot.

Bengi Bağlama Üçlüsü en Hasan Yarimdünia in Rasa, Utrecht
Drie bağlama's (cura, saz en divan) met ouderwets lange halzen op een rijtje, een stuk op de zeer in onbruik geraakte lavta, een traditioneel setje dus. Slechts wat kleine moderne vrijheidjes vooral op het conto van de cura speler, maar immer smaakvol. En daar lieten we nog wel het songfestival voor schieten, grapte bandleider Okan Murat Öztürk. Goede smaak ging volledig overboord bij de volgende act. De Roma familie Yarimdünia kon geen subtiliteit verweten worden, zelfs als het gaspedaal niet tegen de bodem zat. Rare combinatie. Voor mij hoeft het niet allemaal stilistisch hetzelfde te zijn op een concertavond, maar dit paste gewoon niet bij elkaar. De logica lijkt om met zigeunervuurwerk de 'moeilijke' opener te verkopen, maar de tent was ook niet uitverkocht, dus ook daar was het niet geslaagd.

Dave "Fuze" Fiuczynski KiF Express 
Screaming Headless Torsos
Live!! 
De tweede KiF plaat van gitaarvirtuoos Fuze ontbeert cellist Rufus Cappadocia maar is een flinke stap vooruit. Ik weet niet of dat met elkaar te maken heeft, maar KiF Express klinkt overtuigender dan het debuut en de wat curieuze faux-oriëntaalse funk/jazz klinkt logischer. Wat helemaal geen moeite heeft om te overtuigen is Screaming Headless Torsos live. Dat heb ik zelf mogen aanschouwen en ook de dubbel dvd is geweldig, maar zoals de band in brand staat op deze cd is ongelofelijk. Zanger Dean ('Vox Populi') zal niet ieders kopje thee zijn, maar wel het mijne. En die grooves! En die e-/synergie! Het is op het hysterische af en daardoor wel zo aanstekelijk. De beste jazz/funk groep this side of the seventies.



OLAFK  
Momma’s man (Azarel Jacobs, 2008)
Zeer geslaagde variatie op het slacker-thema. Mikey, ergens in de dertig, staat na bezoek aan ouders dezelfde avond weer op de stoep met de mededeling dat het vliegtuig vol zat. Dan morgen maar. Morgen wordt een dag later en voordat Mikey het weet zit hij weer op zijn oude gitaar te raggen en zijn oude stripboeken te lezen. Hij begint ook de telefoontjes van zijn vrouw (die met hun kind ergens aan de west-coast zit) te negeren. Al snel wordt duidelijk dat Mikey zich in een existentiële crisis bevindt. Sterke mix tussen gortdroge humor en een onderhuidse treurnis die steeds pregnanter wordt. Wat er met Mikey precies aan de hand is mag de kijker invullen, maar dat doet aan de invoelbaarheid gek genoeg weinig af. Want al begrijp ik Mikey slecht, ik had zeer met hem te doen. Waarschijnlijk omdat ik hem op een dieper fundamenteler niveau juist weer heel goed begrijp. Kleine film, groot effect.
Bashing (Masahiro Kobayashi, 2005) Film over een Japans gezin dat het enorm zwaar heeft. Dochterlief Yuko is als vrijwilliger naar Irak geweest en werd daar ontvoerd. Terug in Japan wordt het gezin het mikpunt van aanhoudende anonieme telefoontjes en andere treiterijen. Dan gaat die film uitleggen hoe het een met het ander samenhangt, dacht ik. Maar veel is dat niet. Meisje heeft de Japanse eer geschonden, of zoiets. De effecten op het gezin en de toenemende moedeloosheid worden fraai in beeld gebracht, waarbij in eerste instantie nogal curieuze herhalingen (Yuko eet snel en in afzondering, en opent deuren heel voorzichtig) refereren aan haar traumatische ervaring. Onfris stukje Japanse micro-geschiedenis, gebaseerd op ware feiten.
Nashville (Robert Altman)
De moeder aller ensemblefilms? In ieder geval Altmans meest geslaagde. Een rollercoaster ride door Nashville, de stad die door Altman gebruikt wordt om de vinger aan de pols van de V.S. anno 1975 te leggen. Zoals een goede ensemblefilm betaamt is dit niet na te vertellen – de verhaallijnen buitelen over elkaar heen – en ook wat Altman nou precies wil zeggen laat zich niet in een paar zinnen vangen. De door mij gelezen one-liners over de film bevallen me dan ook niet. Een epos over de vercommercialisering van de Westerse cultuur? De country & western scene doorgeprikt? Obsessie met roem en celebrities? Ja, dat zit er allemaal in, maar dat IS de film niet. De film is veel menselijker en uiteindelijk minder bijtend dan hij er aan de oppervlakte uitziet. De glitter, de glamour en huppelende uitgedoste meisjes, ze staan in schril contrast met het menselijke leed dat bezongen wordt in de countrysongs. En dat leed is echt, evenals de troost die de liederen biedt. Dat ga je niet met satire kleineren, en dat doet Altman ook niet. Maar dan moet je er wel eerst het gitzwarte vernislaagje vanaf krabben.


Comments

comments

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.