Het schaduwkabinet: week 20 – 2020

Eindelijk kunnen de Subs hun nagels weer laten lakken. Verzorgd tot in de puntjes, net als onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: ADULT., Sylvain Chauveau, Matt Elliott, Helen Money, Anastasia Minster, Moses Sumney en Trace Mountains.

 


 

Jan Willem

ADULT. – Perception Is/ As/ Of Deception (cd, Dais / Konkurrent)
Volwassen punt. Dat is het Amerikaanse duo ADULT. zeker. Nicola Kuperus en Adam Lee Miller werken al sinds 1997 samen, eerst als Artificial Material en in 1998 ook als Plasma Co. Daarna gaat in 2000 de naam om naar de huidige. Daarmee maken ze aan de schaduwzijde van de muziek een mix van electro, synthwave, darkwave, EBM, techno en een flinke scheut gothic. Inmiddels is hun achtste album met de lekker bekkende titel Perception Is/ As/ Of Deception een feit, dat volgt op het succesvolle This Behaviour uit 2018. Ze leveren 9 songs af waar de genoemde genres allemaal wel weer de revue passeren. Met lekker zware, lompe beats (het stampt nu eenmaal harder met legerboots), elektronische sounds en pakkende, stekelige zang is weer een heus wave-feestje van weleer. Je hoort oud en nieuw voorbij komen, van Front 242, Suicide, Anne Clark, Clan Of Xymox, Malaria! en Cabaret Voltaire tot Boy Harsher, Lebanon Hanover, Drab Majesty en Geneva Jacuzzi. Kortom heerlijke muziek voor volgroeide vleermuizen en voor die nog nat achter de vleugels zijn.

 

Sylvain Chauveau – Life Without Machines (cd, Flau)
Watermelon Club, Micro: Mega, Arca, On, (Ensemble) 0, This Immortal Coil, Butterfly In The Snowfall en FEAN, het zijn stuk voor stuk project waaraan de Franse muzikant/componist Sylvain Chauveau deelneemt. Hij bestrijkt hiermee een breed scala aan stijlen, waarbij het experiment en minimalisme dikwijls boven komt drijven. Dat laatste ook dikwijls onder zijn eigen naam. En ook al volg ik hem ruim 20 jaar, hij weet keer op keer te verrassen. Dat geldt ook weer voor zijn nieuwste cd Life Without Machines. Hij componeerde hiervoor 15 korte stukken voor piano en elektronica. De muziek is geïnspireerd door een reeks abstracte schilderijen van Barnett Newmans. Achter de titel zit de volgende gedachte:

Ons leven wordt volledig ondersteund door machines (voor alles wat we eten, dragen, transporteren, bouwen, kijken, luisteren …) die een permanent, kolossaal energieverbruik vereisen – meestal fossiele brandstoffen, waarvan de verbranding constant CO naar de atmosfeer stuurt. De titel suggereert dat dit niet eeuwig kan duren: leven met minder (en uiteindelijk zonder) machines moet in de toekomst mogelijk een collectieve beslissing worden of (meer waarschijnlijk) een gevolg van een combinatie van crisis (zowel energetisch, economisch als ecologisch).

De muziek is derhalve ook uiterst minimaal en wordt uitgevoerd door de Franse pianist Melaine Dalibert en her en der subtiel elektronisch verstoord wordt door Pierre-Yves Macé. Het delicate, warme en uiterst kale pianospel, met veel ruimte voor losse noten en dus stiltes, is zo gruwelijk effectief. Het brengt rust maar weet je ook te biologeren. Dit is pianomuziek van een andere orde dan je tegenwoordig veel hoort. Uiteindelijk verschijnen er overigens 14 composities op de tracklist, omdat de 15de een verborgen track is (waar Sylvain en Pierre de drones verzorgen en Myriam Pruvot de veldopnames) . Dit weerspiegelt de steentuin van Ryoanji in Kyoto, waar er 15 stenen zijn, maar vanuit elk oogpunt kan men er maximaal 14 tegelijkertijd zien. Alles is goed doordacht, heeft diepgang en komt toch organisch over. Een natuurlijke schoonheid noem je dat. Uitmuntend!

 

Matt Elliott – Farewell To All We Know (2cd, Ici D’Ailleurs)
De Britse, tegenwoordig in Frankrijk wonende artiest Matt Elliott vind ik een enorme klasbak, die ik ook al ruim 25 jaar volg. Eerst middels bands als Flying Saucer Attack en AMP, waar hij te gast dan wel lid is, maar vanaf 1996 vooral door zijn bijzondere project The Third Eye Foundation. Hij brengt daarmee een spookachtige mix van shoegaze, trip hop, drum ’n’ bass, noise en experimentele muziek. Van 1996 tot 2000 verschijnen er vijf albums en in 2010 en 2018 nog eens twee. Daarnaast is hij in de jaren 90 ook wel terug te vinden bij Movietone, Crescent, Foehn en later ook de Coil-tribute groep This Immortal Coil. Vanaf 2003 brengt hij hoofdzakelijk muziek onder zijn eigen naam uit. Hij gaat dan meer songgericht te werk, waarbij de melancholie als fraaie rode draad door zijn albums loopt. En achteraf gezien lijkt er soms ook wel iets profetisch van al die droefgeestigheid uit te gaan. Zo heet zijn debuut uit 2003 The Mess We Made en zijn voorlaatste uit 2016 The Calm Before. Zijn negende album, zijn restjesplaat Failed Songs meegerekend, is nu een feit en heet Farewell To All We Know. Het is zeker niet ondenkbaar dat onze maatschappij voorgoed gaat veranderen, zowel ten goede maar ook ten slechte. De wereld onder ogen zien en tegen zichzelf te beschermen. Dat stemt toch voor een groot deel somber, maar er zit ook een boodschap van hoop achter. Nu heeft Elliott ook te maken gehad met persoonlijke verliezen, die zeker z’n weerslag op de muziek hebben gehad. Maar toch in deze bevreemdende crisis voelt het ook of hij er de soundtrack voor heeft geschreven. Elliott die onder meer weer zijn zang, Spaanse gitaar en elektronica brengt, mag rekenen op de steun van David Chalmin (piano, arrangementen), Gaspar Claus (cello) en Jeff Hallam (contrabas). De basis legt hij hier meestal met de Spaanse gitaar en zijn herfstige zang, al zijn er ook instrumentale nummers, waar hij allerlei geluiden en effecten aan toevoegt al dan niet in combinatie met de sterke arrangementen en stemmige gastbijdragen. Toch overheerst soberheid, maar wel van een orde die je op overtuigende wijze overweldigt. De songs steken goed en origineel in elkaar en weten op diepgravende wijze gevoelige snaren te raken, maar weten ook meermaals voor bergen kippenvel te zorgen; soms zo mooi dat het haast zeer doet. Muziek die je ergens moet plaatsen tussen Leonard Cohen, Sylvain Chauveau, Bill Callahan, Vieo Abiungo, Gravenhurst, Nick Drake en Yann Tiersen. Hij besluit met “The Worst Is Over”. Laten we het hopen. Maar wat een intens, aangrijpend, ingetogen en buitengemeen wonderschoon meesterwerk. Misschien wel zijn allerbeste tot nu toe en dat zegt veel.
De gelimiteerde versie bevat nog een tweede cd met instrumentale versies van de gezongen songs. Exclusief daarop is het eveneens instrumentale “Eric” dat een schitterend eerbetoon is geworden aan zijn overleden beste vriend. Ook de overige stukken blijven zonder zang prima overeind. Een fijn addendum derhalve.

 

Helen Money – Atomic (cd, Thrill Jockey / Konkurrent)
Helen Money is het alias van de geweldige, veelzijdige celliste Alison Chesley, die tevens te horen is (geweest) in Poi Dog Pondering, Strings Of Consciousness en Verbow. Daarnaast vervult ze ook diverse gastrollen, heeft ze samengwerkt met Jarboe en gaat ze op tournee met de meest uiteenlopende bands, van snoeiharde tot juist heel rustige. En dat is eigenlijk ook precies zoals haar muziek kan zijn. Ze gebruikt haar cello namelijk om de uiteinden van menselijke emoties te benaderen en te kanaliseren, wat ze met uitgebreide geluidsmanipulaties en diverse pluk- en strijktechnieken doet om een verbazingwekkende breedte en diepte van geluid op te roepen. Daarmee brengt ze net zo gemakkelijk muziek die tegen metal aanleunt als die meer naar ambient of neoklassiek koerst. Haar vorige album Become Zero (2016) schrijft ze na de dood van haar beide ouders. De emotionele precisiebombardementen, die tussen neoklassiek, rock en metal inzitten, gaan door merg en been; verdriet, rouw, wanhoop en boosheid lijken te vechten om de hoofdrol. Een weergaloos meesterwerk noem ik het destijds; ja laat superlatieven maar gerust aan mij over. Nu is haar zesde album Atomic er, dat juist meer draait om hoe zij en haar broer in de periode na de dood van haar ouders dichter bij elkaar zijn gekomen. Maar ook een moeilijke, intense periode vol onzekerheden en bezinning. Ze brengt nu haar meest persoonlijke werk, waarbij ze de muziek tot de essentie heeft proberen te strippen. Chesley (cello, piano) wordt hier vergezeld door toetsenist Will Thomas (AlphaMotive, Dive Index), Sandford Parker (Buried At Sea, Corrections House, Mirrors For Psychic Warfare) op elektronica en met programmering, drummer Noah Leger (Disappears, Facs) en harpiste Carol Robbins. Het levert 11 stukken op vol onversneden, uiteenlopende emoties, waarbij ze op passende wijze een breed spectrum aan stijlen aansnijdt. Toch is het meer compact en meer één geheel geworden zonder ongecontroleerde uithalen. Die laatste zijn zeker nog aanwezig, waarmee ze nog altijd in de metalhoek weet te eindigen, maar het lijkt meer bedachtzaam. Daarmee weet ze me weer compleet te overdonderen, zowel in de kleine, minimale als de meer uitgesproken luide delen. Het is soms gitzwart en tot tranen roerend droefgeestig maar tevens van een rauwe, unieke pracht en kracht. Hierbij zouden Julia Kent, Bohren Und Der Club Of Gore, David Darling, Hildur Guðnadóttir, Esmerine, Emma Ruth Rundle en Chelsea Wolfe allen ter referentie kunnen dienen, maar eigenlijk staat er geen maat op deze geweldige muzikante. Wat een sublieme beauty!

 

Anastasia Minster – Father (cd, Anastasia Minster)
Sinds 2013 woont de in Moskou geboren zangeres en pianiste Anastasia Minster in het Canadese Toronto. In 2018 heeft ze haar debuut Hour Of The Wolf het licht laten zien op het fijne Reverb Worship label. Ze brengt hierop een originele kruisbestuiving van neoklassiek, singer-songwritermuziek, dark jazz, folk en kamerpop, dat schitterend ingekleurd wordt met haar breekbare pianospel, bitterzoete zang en vier gastmuzikanten op contrabas, cello, drums, gitaar, saxofoon en basklarinet. Door de muziek hoor je nog sporen naar haar voormalige thuisland. Het levert een album vol diepgravende pracht op. Nu is ze terug met het in eigen beheer uitgegeven Father. Anastasia (zang, piano) mag hier weer rekenen op de steun van uitstekende muzikanten, te weten Steve Jansen (strijkers, synthesizers, effecten) van Japan, Nine Horses, Exit North en meer, Raphael Weinroth-Browne (cello, strijkarrangementen) uit Cholera, The Visit, Musk Ox en Kamancello, Julian Anderson-Bowes (contrabas), Eric West (drums, percussie), Tara Kannangara (trompet) en Peter Stoll (basklarinet). Hiermee serveert ze in een krappe drie kwartier 8 nieuwe tracks, die zowel qua genres als inkleuring uit hetzelfde vaatje tappen als haar debuut. Alleen weet ze dat alles op een meer organische wijze tot één geheel te smeden. De teksten zijn geïnspireerd op het werk van Carl Jung , Hermann Hesse en Andrei Tarkovsky. ‘Ze stippelt een persoonlijke route uit door haar leven, die gaat van de dood van haar vader 15 jaar geleden tot volwassen worden en meer recentelijk persoonlijk leed. Dat intieme maakt ook dat je de muziek voelt tot in de diepste vezel. Je wordt daarbij op verlammende wijze aan de grond genageld door de overrompelende schoonheid die van de muziek en zang uitgaat, die tegelijkertijd ook zorgt voor een zachte arm om je schouder en stof tot nadenken. Het gaat van hoogtepunt naar hoogtepunt. Muziek die ergens landt tussen Louise Rhodes, Solfrid Molland, David Sylvian, Rachels, Lotte Kestner, Loreena McKennitt en tevens Nina Simone. Een wonderschoon, troostvol en contemplatief album!

 

Moses Sumney – Græ (cd, Jagjaguwar / Konkurrent)
Mensen zat die beweren dat er op muzikaal gebied niets nieuws meer gebeurt, luisteren gewoonweg te weinig naar nieuwe muziek. Het zou een mooie stelling in onze rubriek kunnen zijn, maar het is denk ik ook heel saai om te blijven hangen. Natuurlijk was het eerste vliegtuig een grootse ontdekking, maar het was bepaald nog geen raket die naar de maan kon vliegen. En portretschilderingen van Rembrandt zijn subliem, maar het is geen kubisme van Mondriaan bijvoorbeeld; zelfs al zouden ze met dezelfde kleuren schilderen en qua impact niet voor elkaar onder doen. Dat gezegd hebbende is er in 2017 de muzikant Moses Sumney uit Los Angeles, na overigens diverse gastbijdragen (Sufjan Stevens, Solange, James Blake, Chance The Rapper, The Cinematic Orchestra) en enkele mini’s, met zijn debuut Aromanticism. Hetgeen hij hier in basis laat horen is weliswaar gewoon singer-songwritermuziek, maar Sumney lardeert dit met nachtelijke soul, hedendaagse r&b, funk, dubstep en gloedvolle orkestraties. Daarmee brengt hij zijn muziek in ietwat onbekende dan wel bevreemdende contreien. Dat is mede te danken aan zijn veelzijdige zang, die gaat van een onvervalste falset tot warme soulstem. Op eigenzinnige wijze gaat hij hiermee verder op zijn tweede cd Græ, een andere manier om “grey” (niets is zwart of wit) te schrijven; net als Sumney iets anders dan gangbaar brengt. Wederom laat hij een gloedvolle mix aan stijlenhoren. Het is een feest der herkenning en tevens vol van bevreemdende en futuristische elementen of combinaties. Op avontuurlijke wijze verkent hij het soul universum en voorziet dat van zijn geweldige zang. Hij brengt songs soms heel klein en gevoelig en pakt op andere momenten weer uitbundig uit. Of dat genoeg is om de tand des tijds zal doorstaan zal voor later blijken, maar het levert voor nu in elk geval een verrassende, veelzijdige en bijzondere, nieuwe luisterervaring op.

 

Trace Mountains – Lost In The Country (cd, Lame-O Records / Konkurrent)
Trace Mountains is sinds 2016 het nieuwe project van Dave benton (zang, gitaar, mellotron, zaag), die daarvoor ook deel uitmaakte van LVL UP en Sirs en tevens labeleigenaar van Double Double Whammy is. Na een cassette en een lp is nu het album Lost In The Country een heugelijk feit. Ik kan niet helemaal achterhalen of het bandleden of gasten zijn, maar hij wordt in elk geval door 9 muzikanten bijgestaan die zorg dragen voor orgel, bas, zang, drums, synthesizer, gitaar, lap steel, samples en effectron II. In een goed half uur serveren ze 10 songs, die melancholisch van aard zijn maar door het veelal uptempo ritme toch iets opgewekts. Dit dubbele gevoel maakt de muziek al interessant, maar de muziek an sich is ook erg prettig. Ze brengen indierock, maar dikken dat aan met Americana en een flinke dosis altcountry. Op de één of andere manier doen ze vertrouwd aan en hebben ze een tijdloos karakter. Ze zitten hiermee ergens tussen Lambchop, Sodastream, Iron & Wine, Rob Crow en Mount Eerie in. Een plaat om heerlijk in te verdwalen.

Comments

comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.