Het schaduwkabinet: week 14 – 2019

Zomertijd en lente, maar het regent weer muziek in onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Saba Alizâdeh, The Caretaker, Shana Cleveland, Day Before Us, Billie Eilish, Beth Gibbons/ Henryk Górecki, Heathens, Neal Heppleston, Jakuzi, Lunacy, Tita Nzebi, Ohtis, Ritual Howls, Visible Cloaks & Yoshio Ojima & Satsuki Shibano, Weyes Blood en W.H. Lung.

 


 

Jan Willem

Saba Alizâdeh – Scattered Memories (lp, Karlrecords)
In 2017 debuteert de Iranese muzikant Saba Alizâdeh (صبا عليزاده), zoon van Hossein Alizâdeh (Hamavayan Ensemble), met het album Scattered Memories. Hierop laat hij een mooie maar vooral bijzondere mix van veldopnames, ambient, experimentele muziek, drones, avant-garde en neoklassiek horen. Toch speelt het traditionele instrument de kamancheh daarbij een grote rol. De kamancheh is een strijkinstrument met een lange hals dat met name populair is in Iran, Centraal-Azië en de Kaukasus. Het is een instrument uit de familie van de rebec en mogelijk verwant aan de kemençhe, de kretaanse lira en de Bulgaarse gdulka. De kamancheh vindt waarschijnlijk haar oorsprong in het oude Perzië. Het is mooi dat Saba zijn moderne muziek kleur geeft met traditionele elementen. Dat maakt het rijk en geworteld, maar ook helemaal van hier en nu. Het levert een soort wereldse elektro-akoestische muziek op, die z’n gelijke nog moet ontmoeten. Deze nieuwe uitgave verschilt best wel van het origineel, maar haakt er ook helemaal op aan. Prachtig!

 

The Caretaker – Everywhere At The End Of Time: Stages 4-6 (4cd, History Always Favours The Winners)
The Caretaker is sinds 1999 één van de vele incarnaties van de eigenzinnige Britse muzikant James Leyland Kirby. Hij start als artiest cq label met V/Vm, maar bevolkt zijn label vooral met eigen projecten als Butcher Claws, Dr. Fred, Alien Porno Midgets, The Stranger en meer. Maar met The Caretaker gaat hij vanaf 1999 zijn langstlopende project aan, dat hij nu overigens wel wil afsluiten. Dit spookachtige project begint in 2017 aan de laatste reis Everywhere At The End Of Time, uitgebracht op het eigen label History Always Favours The Winners. Hierbij onderzoekt hij alle facetten die met dementie te maken hebben. De eerste 3 delen, of stadia zoals hij ze noemt, zijn los op lp en als 3 dubbele cd uitgave in 2017 verschenen. De muziek zit op vintage wijze tussen spookachtige geluiden en dark ambient in. Nu volgen de laatste 3 stadia, die hij heeft uitgesmeerd over 4 cd’s. In maar liefst 4 uur en 21 minuten krijg je 12 langgerekte tracks, die vol staan met zijn befaamde combi van oude muziek, veelal jazzy met een spookachtige romantiek, dark ambient en lichte noise. De muziek is hier dikwijls grimmiger, hetgeen ook wel bij de beloop van de ziekte past. En aan het einde wordt het juist heel stil en hartverscheurend droefgeestig, zoals ook bij het eindstadium wel klopt. Van een muzikant als Kirby is er echt geen tweede en hij levert hier ook weer een volslagen uniek werk af, dat pakkend en zeer indrukwekkend is geworden.

 

Shana Cleveland – Night Of The Worm Moon (cd, Hardly Art / Konkurrent)
In 2012 richt zangeres/gitarist Shana Cleveland de Amerikaanse groep La Luz op, waarmee ze inmiddels al drie fraaie albums heeft afgeleverd, die immer mogen rekenen op haar betoverende zang. Tussendoor vindt ze ook nog de tijd om muziek op te nemen als Shana Cleveland & The Sandcastles. Nu is ze terug onder haar eigen naam met het album Night Of The Worm Moon, waarbij zowel de titel als de muziek voor een deel geïnspireerd door een van haar muzikale idolen, te weten de Afro-futuristische visionair Sun Ra. Ze brengt giet dat hier verder uit in 10 pastorale folksongs, waar ze een psychedelisch sausje overgiet. Daarbij past haar bitterzoete zang weer wonderwel. Ze krijgt hier overigens rugdekking van twee leden die eerst ook bij The Sandcastles zitten, namelijk Kristian Garrard (drums) en Johnny Goss (bas), plus Olie Eshleman (pedal steel), Will Sprot (wurlitzer, zang, synthesizer, Rhodes, gitaar, percussie, Hammond) en de oorspronkelijke La Luz bandlid Abbey Blackwell (contrabas). Het zijn heerlijke serene en contemplatieve liedjes geworden, waarbij de teksten en onderwerpen uiteenlopend en dikwijls ietwat vreemd zijn. De muziek doet me ergens wel aan een mix van Lisa Germano, Hail, Kendra Smith, Karen Dalton en La Luz denken. Er zit ook wel een mysterieuze gloed en een lichte vintage sound in haar muziek besloten. Dat maakt dit alles tot een net zo fascinerend als wonderschoon geheel.

 

Day Before Us – Ode À La Nuit D’Ombre (cd, OPN)
Vanaf 2011 laat de Franse pianist/componist/arrangeur Philippe Blache met enige regelmaat van zich horen middels zijn project Day Before Us. Hij is duidelijk beïnvloed door de melancholie van de jaren 80 en de heavenly voices van de jaren 90, maar weet daar keer op keer een eigenzinnige draai aan te geven. Zijn muziek is uiterst geëmotioneerd en nestelt zich doorgaans ergens tussen dark ambient, etherische muziek, neoklassiek en sinistere experimenten. Vanaf 2015 mag hij daarbij rekenen op de poëtische zangeres Natalya Romashina, die zijn muziek van hemelse vocalen en voorgedragen teksten voorziet en absoluut een meerwaarde is. Inmiddels is de zevende cd Ode À La Nuit D’Ombre een heugelijk feit. In bijna 35 minuten laat Blache hier weer een uiterst fraaie mix van de genoemde stijlen horen. Op nostalgische wijze brengt de groep hier iets tussen His Name Is Alive, Love Is Colder Than Death, Omala, SPK en Stoa. Nachtelijke pracht, die buitengemeen wonderschoon is.

 

Billie Eilish – When We All Fall Asleep, Where Do We Go? (cd, Darkroom/ Interscope)
Eerder dit jaar schrijf ik ten onrechte dat Don’t Smile At Me het debuut is van de Amerikaanse artieste Billie Eilish. Het blijkt een veredelde mini met vele extra’s, die twee jaar na de oorspronkelijke verschijningsdatum ook hier landt. Billie Eilish, voluit Billie Eilish Pirate Baird O’Connell, maakt de muziek als ze 15 jaar is. Onwaarschijnlijk haast als je hoort hoe veelzijdig, complex en artistiek ze hier al te werk gaat. Ze brengt weirde pop, waar ook flamenco, trap, soul en folk geïncorporeerd worden. Met een acterende broer Finneas O’Connell en ouders actrice Maggie Baird en acteur Patrick O’Donnell, waarvan een deel ook muziek maakt, kan je gerust stellen dat creativiteit in de familie zit. Dat bewijst de inmiddels 17-jarige nu met haar heuse debuut When We All Fall Asleep, Where Do We Go?, waarop ze 14 nummers het licht laat zien, die door haar broer geproduceerd worden. Wederom grijpt ze breed en uiterst smaakvol om zich heen. Eigenlijk komen de eerder genoemde stijlen wel voorbij, maar tevens dark ambient, pianomuziek en electro. Haar typische, tikje onheilspellende zang en de duistere sfeer en onderwerpen lopen als een rode draad door het geheel heen. Net als haar vorige werk dienen ook hier Lana Del Rey, Zola Jesus, Soap & Skin, Roslía, Ibeyi, James Vincent McMorrow en Laura Marling de referentiepunten. Zo jong en nu al de belofte ver voorbij. Echt een fantastisch debuut van dit volslagen unicum.

 

Beth Gibbons – Henryk Górecki: Symphony No. 3, perfo (cd, Domino)
De derde, in 1977 gecomponeerde symfonie van de Poolse componist Henryk Górecki (1933 – 2010), die ook wel bekend staat als de “symfonie van treurliederen”, behoort tot één van mijn grootste favorieten aller tijden. En dan vind ik de versie uit 1992 met Dawn Upshaw als sopraan en de London Sinfonietta als uitvoerend orkest de mooiste. Górecki heeft deze geschreven met de afschuwelijke beelden van de concentratiekampen in zijn achterhoofd en dat hoor je tot in elke noot terug. Drie jaar geleden waagt Colin Stetson zich aan een herziene versie ervan, die bijzonder mooi uitpakt en verwordt tot een ander, maar nieuw meesterwerk. Een tijdje terug lees is dat Beth Gibbons deze symfonie ook gaat uitvoeren met het Polish Nationall Radio Symphony Orchestra onder leiding van niemand minder dan Krzysztof Penderecki. En dan houd ik mijn hart vast. Gibbons is uiteraard het bekendst alsde geweldige zangeres van Portishead en haar album met Rustin Man. Maar klassiek? Eigenlijk zou ik deze recensie van Symphony No. 3, met subtitel “Symphony Of Sorrowful Songs”, op naam van Górecki moeten zetten, maar zo wordt deze nu eenmaal niet op de markt gebracht. De orkestratie klinken hier vertrouwd en net zo intens als mijn cd uit 1992. Laat dat maar aan Penderecki over! Gibbons weet me ook te verrassen, want ze laat toch een bijna sopraangeluid horen en compenseert de rest met een sfeervolle ondertoon. Daarmee leveren ze hier een zeer verdienstelijke uitvoering. Of het echt een meerwaarde heeft laat ik graag aan jullie zelf over.

 

Heathens – Love Songs For Insensitive People (cd, Shyrec/ Ricco Label)
De Italiaanse groep Heathens wordt begin 2012 opgericht door de broers Mattia (zang) en Lorenzo Dal Pan (synthesizers, elektronica, zang). Ze besluiten zelf muziek te maken geïnspireerd door de artiesten waar ze zelf al jaren naar hebben geluisterd. Dat resulteert op hun debuut In Silenzio (2012) in fraaie synthpop, waar een donker wave randje omheen zit. Dat doen ze nog beter op het vervolg Alpha (2016), waar ze ook wat trip hop aan hun sound toevoegen. Het geluid is wel redelijk duister, maar bevat toch ook een zekere opgewektheid. De groep heeft dan al diverse leden versleten, maar de huidige line-up bestaat naast de broers tegenwoordig uit Matteo Valt (synthesizers, elektronica), Francesco Dal Molin (bas, contrabas), Stefano Pettenon (drums) en Massimiliano Cappello (gitaar). Het vijftal presenteert de derde cd Love Songs For Insensitive People. De titel en de muziek is eigenlijk een reactie op een meer afleidende en oppervlakkige generatie, die gebruik maakt van “wegwerpbare” emoties. Het levert 8 sterke songs op, die zich ergens tussen postrock, synthpop, electro en wave. Wederom levert dat een donker, droefgeestig en diepgravend geluid op, dat ze toch met een zekere luchtigheid weten te brengen. Ze krijgen her en der nog steun van gasten op theremin, mellotron, piano, koorzang en zang. Onder hen ook zanger Pall Jenkins van onder meer Three MIle Pilot en The Black Heart Procession, waarvan ik veel te lang niets meer heb gehoord. Hij is te horen in het geweldige “No Tears”, één van de vele hoogtepunten op dit album. Qua muziek moet je het ergens zoeken tussen The Album Leaf, The Notwist, Telefon Tel Aviv, Public Memory en de vroegere Styrofoam, maar ook oudgedienden als New Order en Orchestral Manoeuvres In The Dark. Al met al een geweldig album, dat deze Italianen nu toch wel definitief op de kaart zet.

 

Neal Heppleston – Songs For Double Bass (cd, Preserved Sound)
De Britse instrumentbouwer, contrabassist en songwriter Neal Heppleston laat eerder van zich horen in de groepen Japanese Sleepers en The Purgatory Players, maar laat nu zijn eerste solowerk Songs For Double Bass het licht zien. Daarbij mag hij rekenen op diverse gastmuzikanten op viool, altviool, cello, harmonium, drums, gitaar, banjo, draailier, lap steel, trompet, zingende zaag, fluit, tapes en piano. Dat zijn onder andere Sharron Kraus, Jim Ghedi, Guy Whittaker en Nick Jonah Davis. Dat levert ruim 28 minuten en 8 nummers aan muziek op, waarbij de contrabas de hoofdrol speelt. Het is filmische muziek, die ergens tussen neoklassiek, jazz en ambient uitkomt. Denk daarbij aan een fijne kruisbestuiving van Cinematic Orchestra, David Darling, Colin Stetson en William Ryan Fritch. Hij levert hier een sterk en buitengemeen fraai en veelbelovend debuut af.

 

Jakuzi – Hata Payı (cd, City Slang / Konkurrent)
Jakuzi is een Turkse band, die in 2015 is opgericht door zanger Kutay Soyocak en Taner Yücel (bas, drumprogrammering, synthesizer, gitaar) en later aangevuld door Can Kalyoncu (drums, percussie). Opvallend is dat ze een puur synthpop geluid naar buiten brengen. Nu komt alternatieve muziek wel vaker uit dit land, ik noem een Turkish Delight, maar het is allerminst gangbaar. Ze debuteren in 2016 met de cassette Fantezi Müzik, dat een jaar erna hier ook op cd en lp verschijnt op het City Slang label. Twee jaar later presenteren ze hun album Hata Payı, dat zoiets als “foutenmarge” betekent. Daarbij wil ik meteen even zeggen dat er zowel qua uitspraak als betekenis een enorm verschil is/kan zijn of je een “ı” (i zonder puntje) of “i” gebruikt. Het is ook Ístanbul en niet Istanbul, dat je dan als Ustanboel zou moeten uitspreken. Een dingetje om op te letten vind ik. Enfin, de groep is terug met een donkerder sound dan voorheen. Ze larderen hun synthpop met Turkse zang hier met dark wave en post-punk. Het is prachtig nostalgische muziek, die liefhebbers van Editors, Interpol, OMD, Seigmen, Boy Harsher, Alphaville en VNV Nation wel zal kunnen bekoren. Ze brengen zowel een nostalgisch en melancholisch als een fris en avontuurlijk geluid. Bepaald geen fout album!

 

Lunacy – Resurence Of Compulsion (3” mcd-r, Reverb Worship)
De Amerikaanse artiest Lunacy timmert ervoor al sinds 2007 aan de weg met groepen als Mean Streets, Far Out Fangtooth en Creepoid, waarmee hij doorgaans ergens tussen post-punk, garage rock, gothic en shoegaze finisht. Vanaf 2016 komt er ook het project Lunacy bij, waarvan in datzelfde jaar de eerste mini Resurgence Of Compulsionn op cassette verschijnt. Lunacy laat in 5 tracks een fraaie mengelmoes van shoegaze, psychedelische rock, dark ambient en abstracte muziek horen, die er niet om liegt. De legendarische muzikant Roy Montgomery wijdt er zelfs woorden aan, maar die behoort ook tot één van de hoofdreferenties. Daarnaast moet je ook denken aan een mix van Robin Guthrie, Slowdive, The Cure en Vlimmer. Ja, mooier kan ik het niet maken. Het goede nieuws is nu dat het fijne Reverb Worship deze nu op cd uitbrengt op het fraaie sublabel Sleep FUSE, want dit fraaie kleinood mag gehoord worden. Via onderstaande link kan je de 5 nummers beluisteren. De zesde hoort er niet bij.

 

Tita Nzebi – From Kolkata (cd, Bibaka / Xango Music Distribution)
Zangeres Tita Nzebi komt oorspronkelijk uit Gabon, waarvan ik volgens mij nog nooit muziek heb gehoord. Of dat verandert met Tita Nzebi is de vraag, want ze verblijft inmiddels al jaren in Parijs, waar ze ooit voor haar studie heen is gegaan. Ik weet ook niet of Nzebi haar echte achternaam, want het is ook de taal waarin ze zingt. Muzikaal gezien komt er niet veel terug van haar vaderland. Wel zingt ze over de misstanden in haar land. Ze is een gepassioneerde en betrokken artiest, hetgeen ze ook op haar debuut Métiani al laat horen. Haar zang versta je wellicht niet, maar de energie en de lading van de teksten weet ze op magische wijze over te brengen. Dat is wederom het geval op haar nieuwe cd From Kolkata, die ze heeft geschreven nadat ze onder meer op tournee door India is geweest, Daar en specifiek in Calcutta (Kolkata) ontmoet ze andere artiesten, die op haar nieuwe werk acte de présence geven. In 11 nummers levert ze hier een geluid af waar pop, esterse fusion, Oosterse ingrediënten en Afrikaanse traditionele muziek een prachtig mix vormen, die je niet binnen één landgrens kunt vangen. Tita heeft bij dit alles ook weer een boodschap voor de luisteraars, onder meer over de zaken uit haar geboorteland. Hiermee laat ze toch ook haar Gabonese identiteit weer wat meer doorschemeren in de muziek. Het levert een weergaloos album op, dat ondanks de soms zware onderwerpen opvallend hoopvol en positief overkomt.

 

Ohtis – Curve Of Earth (cd, Full Time Hobby / Konkurrent)
De Amerikaanse singer-songwriter Sam Swinson brengt sinds 2004 vooral in eigen beheer zijn muziek naar buiten. Daarop laat hij veelal een mix van duistere altcountry, Americana en folk horen. Hij kampt met een verleden vol indoctrinatie en drugsverslaving. Daar heeft hij zich overheen geknokt en van zich afgeschreven. Het resultaat daarvan is op het half uur durende Curve Of Earth te horen. Hij werkt daarop met “bandleden” Adam Pressley en Nate Hahn. Ze brengen wederom een mengelmoes van de bovengenoemde genres. Maar hetgeen meteen opvalt en mij diep weet te raken zijn de teksten. Deze zijn goudeerlijk en persoonlijk, want hij doet onomwonden uit de doeken over hetgeen hij heeft meegemaakt. Dat is net zo mooi als confronterend en meeslepend. Voor liefhebbers van Lambchop, Micah P. Hinson, Adam Green, Bill Callahan en Bonnie ‘Prince’ Billy. Een troostrijk prachtalbum.

 

Ritual Howls – Rendered Armor (cd, Felte / Konkurrent)
Vroeger kon je alles blind kopen van het 4AD label, maar sinds het vertrek van de iconische labelbaas Ivo Watts-Russell is dat wel anders. Gelukkig zijn erna ook weer labels in dat gat gedoken. Eén daarvan is het geweldige Amerikaanse label Felte, waar gothic, dark wave, new wave, cold wave en anderzijds melancholische en duistere muziek onderdak vindt. Op hedendaagse wijze geven ze de muziek van de jaren 80 een modern podium. Het is de muziek die ook het diepst in mij geworteld zit. Een groep die daar geweldig bij aansluit is Ritual Howls. Paul Bancell (zang, gitaar), Christopher Samuels (synthesizers, samples, drums) en Ben Saginaw (bas) brengen met deze groep al sinds 2012 hun muziek naar buiten. Rendered Armor is na een kleine drie jaar stilte hun vierde wapenfeit. In dik een half uur lanceren ze 8 tracks, die de nodige nostalgische kranen opendraaien. Ze serveren een heerlijke mix van gothic, deathrock en cold wave met een vleugje industrial. Dat levert een pakkend en meeslepend geheel op waarbij je enerzijds moet denken aan Bauhaus, Clan Of Xymox en Modern English, maar anderzijds hoor je ook de invloeden van Skinny Puppy, Sisters Of Mercy, The Cure, Interpol en Nine Inch Nails terug. Eigenlijk kan je stellen dat ze gewoon een eigen smoel tonen. Eén waar jong en iets oudere melancholici hun hart aan kunnen ophalen.

 

Visible Cloaks & Yoshio Ojima & Satsuki Shibano – FRKWYS Vol. 15: Serenitatem (cd, Rvng Intl / Konkurrent)
In 2009 richt het leuke Rvng Intl label het sublabel Frkwys op, om muziek, films en evenementen het licht te laten zien waarin de intergenerationele samenwerking wordt gevierd. Daar zijn al releases van Julianna Barwick & Ikue Mori, Steve Gunn & Mike Cooper, Robert Aiki Aubrey Lowe & Ariel Kalma, Kaitlyn Aurelia Smith & Suzanne Ciani en Tashi Wada & Yoshi Wada & Friends verschenen. Nummer 15 in de serie, het album Serenitatem van het Amerikaanse duo Visible Cloaks en de twee Japanse muzikanten Yoshio Ojima en Satsuki Shibano. Visible Cloaks maakt doorgaans iets dat landt tussen ambient, IDM, abstracte music en mininal music. Ojima is al sinds 1982 een vaste waarde in de ambient en fameus om zijn generatieve software. Hij werkt dikwijls samen met pianiste Shibano, die op haar beurt weer befaamd is om haar baanbrekende interpretaties van Erik Satie en Claude Debussy. Op papier al een zeer interessante combinatie, maar ook het album zelf mag er meer dan wezen. In drie kwartier laten ze 8 bijzondere composities de revue passeren, die ergens tussen ambient, etherische avant-garde, mimimal music, pianomuziek en lucide elektronica zit en breekbaar, mysterieus, bevreemdend en ook erg mooi is. Ze scheppen samen een soort bezinnend parallel universum, waar je heerlijk tot bezinning kunt komen dan wel je laat meeslepen door hun wonderlijke creaties. Het bewijst andermaal de meerwaarde van deze bijzondere serie.

 

Weyes Blood – Titanic Rising (cd, Sub Pop / Konkurrent)
De Amerikaanse singer-songwriter Natalie Mering is de ex-bassiste van Jackie-O Motherfucker, die daarna solo van zich laat horen als Weyes Bluhd en Weyes Blood And The Dark Juices. Tevens werkt ze met Ariel Pink. Inmiddels heeft ze als Weyes Blood al twee prachtige albums afgeleverd. Als je de muziek van haar hoort heeft dat zowel de grandeur als een tijdloze zangeres uit de jaren 70 als een hedendaagse freakfolk artiest. Ze brengt doorgaans een narcotiserende mix van spookachtige singer-songwritermuziek, altcountry, folk, psychedelische elementen, noise en allerhande experimenten, die er behoorlijk inhakt. Daarmee gaat ze op haar derde album Titanic Rising gewoon mee verder, zij het op een nog tijdlozere wijze. Muziek die van de jaren 60 en 70, wat vooral door de heerlijk sepiakleurige romantische orkestraties komt, zo maar in het hier en nu arriveert. Ze mag daarbij rekenen op een batterij aan gasten, die haar helpen met de 10 wonderschone, instant klassiekers. Daarbij mag je weer rekenen op haar fijne bitterzoete zang, die je moeiteloos door de diepgravende pracht heen loodst. Je moet het ergens tussen Jarboe, Low, Julia Holter, Marissa Nadler, Angelo Badalamenti, Linda Perhacs en een eenpersoons This Mortal Coil. Wat een ongelooflijke weelde!

 

W.H. Lung – Incidental Music (cd, Melodic / Konkurrent)
Hoewel de naam W.H. Lung een persoon doet vermoeden, is het een uit Manchester afkomstig trio, dat in 2016 is opgericht. Ze vinden dat het net zo’n uitstraling heeft als van een dichter als W.H. Auden. Dat terwijl ze de naam feitelijk gewoon op een Chinese supermarkt hebben zien staan. Dat gezegd hebbende, legt dit drietal, waarvan de namen niet zo terug te vinden zijn, een bijzonder geluid aan de dag. Dat laten ze nu horen op hun debuut Incidental Music, waarop ze in 51 minuten 8 tracks de revue laten passeren. Deze vormen een geweldige hybride van post-punk, avant-garde, psychedelische pop en krautrock met die verslavende motorik. Daarbij krijg je met enige regelmaat jagende zang, die het geheel helemaal van een goed tempo voorziet. Denk daarbij aan een meeslepende en verslavende mix van Neu!, Suicide, Talking Heads, Beak>, New Fast Automatic Daffodils, The Cure en Add (N) To X. Ja, mooier dan dit kan ik het ook niet maken. Ik denk zo maar dat dit geen incidentele aangelegenheid is.

Comments

comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.