Het schaduwkabinet: week 12 – 2021

Geen versoepelingen. Ook niks voor de soepele heupen hier in onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: David Allred (2x), Bell Orchestre, ЧЕРНИХОВ (CERNICHOV), Citizen, El Michels Affair, Akira Kosemura, DJ Muggs The Black Goat, Lana Del Rey, Esther Rose, Violet Nox en A Winged Victory For The Sullen.

 


 

Jan Willem

David Allred – Beam (cd-r, Oscarson)
David Allred – Smells Like Everyone’s Watching (cd-r, Oscarson)
De Amerikaanse zanger en multi-instrumentalist David Allred staat sinds hij in 2015 debuteert meteen op de muzikale landkaart. Hij mag dan ook meteen al rekenen op steun van zijn muzikale evenknie Peter Broderick. Hij brengt doorgaans een mix van traditionele singer-songwritermuziek aangelengd met avant-garde en neoklassiek, waarbij zijn herfstige zang een fraai middelpunt vormt. Met Broderick werkt hij veelvuldig samen, maar hij duikt tevens op bij Heather Woods Broderick, Chantal Acda, Brigid Mae Power, Masayoshi Fujita, Birger Olsen, The Beacon Sound Choir en Greg Eldridge (als Good Enough For Grandpa). Onlangs is er nog een nieuwe lp verschenen van Allred & Broderick, maar daarvoor was er al de mini Beam van Allred zelf. Hierop laat hij 7 tracks het licht zien, die bij elkaar slechts 16 minuten duren. Het is een piano-georiënteerde mini geworden, waar hij op ongepolijste, waterige wijze lekker melancholische pianostukken brengt. De eerste zes zijn instrumentaal, maar in de slottrack “Embrace” is zijn fijne zang te horen. Het is een prachtig kleinood geworden in een uiterst gelimiteerde, maar nog verkrijgbare oplage van 27 (los van het vinyl).
Meer recent is zijn andere mini Smells Like Everyone’s Watching, die eveneens in een zeer gelimiteerde oplage van 25 is uitgebracht maar ook nog beschikbaar is. Hier brengt David Allred 8 nieuwe songs, die samen ruim 22 minuten duren. Gewapend met slechts zijn zang en akoestische gitaar weet hij te overtuigen. De muziek doet in eerste instantie fluweelzacht aan, maar is behoorlijk diepgravend en confronterend. Het geheel mag weliswaar redelijk kaal zijn, maar het zit vol oprechte emoties en dat laat je gewoonweg niet onberoerd. Daarnaast zit er een soort urgentie achter, waarbij hij klinkt als een soort kruisbestuiving van Arthur Russell, Peter Broderick en Nick Drake. Tel daar die haast narcotiserende zang bij op en je weet dat Allred gewoon weer een uniek pareltje vol instant klassiekers heeft afgeleverd.

 

Bell Orchestre – House Music (cd, Erased Tapes / Konkurrent)
De Canadese violiste/componiste Sarah Neufeld, die later dit jaar met een nieuw soloalbum komt, is een ware spil in de muziekscene in Montréal. Ze is naast haar solowerk bekend van Arcade Fire en gastoptredens bij The Luyas, Little Scream, Snailhouse en Esmerine plus haar samenwerking met Colin Stetson. Ze is tevens één van de medeoprichtster van het instrumentale folkrock-ensemble Bell Orchestre, dat in 2002 is gestart en waarvan in 2009 het laatste en derde album is verschenen. Na 12 jaar zijn ze dan eindelijk terug met hun vierde album House Music. Wees gerust, de titel verwijst vermoedelijk meer naar de hedendaagse situatie hoe er opgenomen is, dan naar het genre. Kijkende naar de deelnemers, toont het ook maar weer eens aan wat een supergroep dit is. Naast Sarah (zang, viool) zijn het namelijk Pietro Amato (hoorn, keyboards, elektronica) van The Luyas en Tomgat, Michael Feuerstack (pedal steel gitaar, keyboards, zang) van The Luyas en The Wooden Stars, Kaveh Nabatian (trompet, gongoma, keyboards, zang), Richard Reed Parry (bas, zang) van Arcade Fire en Stefan Schneider (drums) van The Luyas. Hun nieuwe album, dat 10 nummers telt van samen een kleine 44 minuten lang, openbaart zich als één lange suite bestaande uit avontuurlijke postrock met folk, avant-garde, krautrock, jazz, filmmuziek en neoklassieke elementen, waarbij ze voor een groot deel hebben geïmproviseerd. Daarbij zeggen ze schatplichtig te zijn aan Talk Talk, The Orb, Miles Davis (ten tijde van Bitches Brew) en wijlen Ennio Morricone, wat je ten dele op bevreemdende wijze wel terug hoort. Normaal gesproken maak ik de invloeden dikgedrukt, maar ik vind Bell Orchestre hier zo eigengereid, divers, spontaan en anders, dat het geen recht zou doen aan hetgeen ze hier laten horen. Het is muziek met een enorme drive, die vele genres op ludieke manier omarmt en zorgt voor een biologerende luistertrip. Een geweldige comeback!

 

ЧЕРНИХОВ (CERNICHOV) – The Mold Legacy (cd, Dornwald Records)
ЧЕРНИХОВ (CERNICHOV) is het duo dat bestaat uit de Italiaan Marco Mazzucchelli en de in Brussel woonachtige Amerikaan David Gutman. Die laatste heeft ook muziek gemaakt met Tropic Of Coldness en Drawing Virtual Gardens. Het tweetal debuteert in 2018 met hun gelijknamige, digitale album in eigen beheer, dat vorig jaar door Cathedral Transmissions op cd-r uitgegeven wordt. Ze brengen er een mix van gitzwarte ambient, drones en (industriële) noise. Het lever een overdonderende luisterervaring op. Nu laten ze hun tweede album The Mold Legacy het licht zien. Hoewel het licht hier ver te zoeken is. In een goede 40 minuten serveren ze 6 stukken die wederom mixen van de eerder genoemde ingrediënten brengen. Maar er komt in de rustige stukken ook nog wel een bijna neoklassiek element bij. Je kan ze derhalve dan ook plaatsen tussen Giulio Aldinucci, Stars Of The Lid, Eluvium, Celer en Fear Falls Burning. Het is muziek die zowel in het hard als zacht je volledig van je sokken weet te blazen. Een groots en meeslepend prachtalbum!

 

Citizen – Life In Your Glass World (cd, Run For Cover / Konkurrent)
In 2009 wordt de Amerikaanse groep Citizen opgericht door vier schoolgenoten, die in 2012 hun eerste volledige debuut het licht laten zien. Ze hebben een geluid in huis dat oud en vertrouwd aandoet, maar toch eigen is. Ze komen op het snijvlak uit van post-punk, grunge, emo-, alternatieve en indierock. Life In Your Glass World is hun vierde album. Het viertal bestaat naast de overgebleven oprichters Eric Hamm (bas), Mat Kerekes (zang, drums) en Ryland Oehlers (gitaar) nog uit Nick Hamm (gitaar), al schijnt Oehlers inmiddels uit de band te zijn. Ze brengen 11 energieke, haast dansbare rocksongs, die wederom door de diverse genres laveren. Wat dat betreft kan je ze nog steeds niet eenvoudig in labelen. Denk aan een frisse mix van Bloc Party, Wire, Tapes ‘n Tapes, Young People, 65daysofstatic, Thursday en Bright Eyes. Dat levert voor de vierde keer op rij een uiterst aanstekelijk album op, waarbij het lastig stilzitten is.

 

El Michels Affair – Yeti Season (cd, Big Crown / Konkurrent)
En in de categorie “prijs voor de meest afzichtelijke hoes” is genomineerd El Michels Affaire met het album Yeti Season. Maar goed dat ik altijd (ook) voor de inhoud ga, want die mag er weer wezen. De groep rond multi-instrumentalist Leon Michels, die in diverse groepen actief is en met Sharon Jones & The Dap-Kings heeft gewerkt, brengt altijd een mix van funk en soul, waarbij ze vuistdiep in de psychedelische jaren 70 roeren. Met dat recept hebben ze inmiddels vier sterke albums afgeleverd. Op het nieuwe album Yeti Season omringt Michels (productie, saxofoon, fluit, keyboards) zich met zijn trouwe club muzikanten op onder meer drums, trompet, toetsen en strijkers. Er is hier een grote rol weggelegd voor 79.5 zangeres Piya Malik, die hier in het Hindi zingt en een heel andere sfeer met zich meebrengt.; eenmaal is tevens zangeres Shannon Wise van The Shacks te horen. Het album moet ons naar een andere plaats in de tijd brengen, vol nieuwe inspiraties. Enerzijds is de muziek bevreemdend als de huidige tijd, maar het biedt aan de andere kant ook hoop. Ze koppelen hun soul en funk aan Turkse en Indiase elementen, maar larderen het ook weer met de nodige psychedelica. Naast de zes gezongen tracks, brengt de groep ook zeven fraaie stemmige, filmische instrumentale stukken, aangevuld met nog eens 4 instrumentale versies van door Malik gezongen tracks. De in totaal 17 tracks komen iets onder het uur uit. Eerlijk is eerlijk, de nummers met Malik springen er wel bovenuit voor mij. De associaties lopen uiteen van Dengue Fever, Monophonics en Khruangbin tot Lee Fields & The Expressions en Adrian Young. Van mij mag het yeti seizoen nog wel even blijven.

 

Akira Kosemura – 88 Keys (cd/ lp, Schole/ 1631 Recordings)
De Japanse pianist/componist Akira Kosemura, tevens één van de oprichters van het innovatieve Schole Records, weet zich als geen ander te onderscheiden in het overbevolkte landschap van de hedendaagse pianisten. Dat komt met name doordat hij zijn diepgravende emoties haast één op één via zijn toetsen op tedere wijze weet over te brengen. Het is iets dat hem echt onderscheid van vele anderen. Vanaf 2007 brengt hij al zijn muziek naar buiten, die varieert van glitch, ambient, downtempo en jazz tot minimal music, neoklassiek, film- en pianomuziek. Dat laatste overheerst de laatste jaren meer en meer op zijn albums. Dat geldt zeker voor zijn nieuwe album 88 Keys, waarop hij door de lockdown in zijn land in 2020. Hij heeft zich helemaal toegelegd op een solo piano album en dat heeft deze 14 tracks van samen 34 minuten opgeleverd. Het zijn wonderschone droefgeestige stukken geworden, die troostvol en contemplatief zijn en tot de verbeelding weten te spreken. Daarbij moet je het zoeken tussen Nils Frahm, Max Richer, Ludovico Einaudi, Erik Satie en Endless Melanchoky. De prachtige, liefdevolle muziek biedt steun in deze moeilijke tijden. Prachtig en liefdevol als de eerste zonnestralen die door de boomtoppen doordringen op een koude lentemorgen en je huid strelen.

 

DJ Muggs The Black Goat – Dies Occidendum (cd, Sacred Bones / Konkurrent)
De Amerikaanse DJ en producer DJ Muggs, hetgeen een alias is van Lawrence Muggerud, heeft de meeste bekendheid vergaard als lid van de legendarische dark hip hop formatie Cypress Hill. Maar onder zijn nom de plume brengt hij ook al jaren muziek uit, al dan niet met Tricky, GZA, Sick Jacken, Planet Asia, III Bill, Roc Marciano, Mayhem Lauren, Al Divino, Ice Cube of als leider van het hip hop en kunstcollectief Soul Assasins. Hij heeft tevens producties en mixen geleverd voor Funkdoobiest, House of Pain, Dizzie Rascal, U2, Depeche Mode, Janet Jackson, Kaliphz en Simply Red. Nu brengt hij als DJ Muggs The Black Goat zijn nieuwste wapenfeit Dies Occidendum. Dit is een met samples gelardeerde instrumentale mythische reis geworden langs de nevelige schaduwzijde van onze maatschappij en aangevuld. Daarbij maakt hij geweldige lassen tussen hip hop, IDM, industrial, trap en sacrale elementen. In een goed half uur brengt hij 10 sterke tracks die ergens het midden houden tussen DJ Shadow, Locust, Negativland, Killah Priest en Phylr. Daarmee komt hij doodgewoon sterk voor de dag!

 

Lana Del Rey – Chemtrails Over The Country Club (cd, Polydor/ Interscope)
De Amerikaanse zangeres Elisabeth Woolridge Grant maakt al sinds 2010 furore onder de naam Lana Del Rey. Met haar verlammend mooi bitterzoet stemgeluid en stemmige muziek weet ze keer op keer dik te imponeren met een tijdloos geluid. Ik denk overigens ook dat als je haar de bijsluiter van een neusspray laat voordragen, ze er ook mee wegkomt, al vond ik haar vorig jaar verschenen spoken word album Violent Bent Backwards Over The Grass dan weer niks. Maar nu is ze terug met weer een regulier album Chemtrails Over The Country Club, haar zevende, dat vast symbool staat voor iets als de rijken die het verval voor hun ogen niet zien. “Chemtrails” zijn namelijk de strepen die een vliegtuig achterlaat in de lucht en die qua naam in het leven geroepen zijn door milieuactivisten die menen dat er nog meer chemicaliën in deze sporen zitten (chemical trails). Het levert hoe dan ook weer 11 mooie tracks op, die voor een goede drie kwartier de luisteraar in de houdgreep weten te nemen. Ze mag daarbij weer rekenen op de begeleiding van diverse muzikanten op strijk-, blaas-, snaar- en toetsinstrumenten. Voor liefhebbers van Beth Gibbons, Marissa Nadler, Mazzy Star, This Mortal Coil, Julee Cruise, Trespassers William en Fiona Appel. Het is allemaal van ongekende en vertrouwde klasse.

 

Esther Rose – How Many Times (cd, Full Time Hobby / Konkurrent)
Om beschadigingen te voorkomen kan je altijd het beste van je af schrijven. Dat moet ook Esther Rose King, kortweg als Esther Rose naar buiten tredend. Inmiddels lanceert ze alweer haar derde album How Many Times. Nou drie keer dus. Maar ze is hierop getekend door een relatie die eindigde en drie verhuizingen. Ze zet haar combinatie van altcountry en folkmuziek in om al deze misère achter zich te laten. Dat levert in een goede 35 minuten 10 oprechte, uit het leven gegrepen tracks op. Rose (zang, akoestische gitaar) mag daarbij rekenen op de steun van maar liefst 8 gasten op lap steel, viool, drums, elektrische/akoestische gitaar, bas, contrabas en drums. Qua referenties moet je het ergens zoeken tussen Tarnation, The Innocence Mission, Suzanne Vega, Gillian Welch en Natalie Merchant. Troostvolle prachtmuziek, waaraan je jezelf kunt optrekken.

 

Violet Nox – Whispering Galaxy (mcd, Infinity Vine Records)
Violet Nox is een Bostonse groep, die in eerste instantie met vrij experimentele muziek van start is gegaan op hun debuut Nebula (2017). Ze lengen dat aan met drones, industrial, post-punk en ambient, waarbij ze dikwijls ook die sfeer brengen van vroegere 4AD bands. Nadien verschijnen er nog twee mini’s, te weten Twin Flame (2018) en Future Fast (2020). Op die laatste hoor je al dat ze het experiment wat meer inruilen voor kosmische en dromerige geluiden, wat doet uitkijken naar nieuw werk. Dat is er nu in de vorm van de volgende mini Whispering Galaxy. De formatie is tegenwoordig uitgegroeid tot een sextet en bestaat uit Dez DeCarlo (gitaar, geluidseffecten, synthesizer, zang), Andrew Abrahamson (machines), Alexis Desjardins (veldopnames, manipulatie, gitaar, saxofoon), Fen Rotstein (zang, draaitafels, synthesizers), Noell Dorsey (zang) en Karen Zanes (orgel, synthesizers, zang). Wat anders is en meteen in het gehoor springt is de toename aan zang, die overigens dikwijls als etherisch instrument ingezet wordt en niet altijd woordelijk te verstaan is. Daarbij roepen ze wel eens herinneringen op aan Cocteau Twins en vroegere Black Tape For A Blue Girl. Verder is de titel wel goed gekozen, want ze zetten een enorm ruimtelijk geluid neer waarin op subtiele wijze heel veel gebeurt. Van zachte beats met shoegaze texturen, wat een vervolg op Slowdive’s Pygmalion had kunnen zijn, en dark ambient tot meer grofkorrelig werk met industriële en techno beats. Qua zang brengen ze zoals gezegd etherische zang, maar ook keelzang(geluiden), robotachtige en meer zoetgevooisde zang komen voor. Dat alles voorzien ze van een kosmisch en mysterieus vernis, zodat ze een volslagen eigenzinnig en dikwijls prettig bevreemdend geluid afleveren dat echt vanuit de ruimte lijkt te zijn gebracht. Andere namen ter referentie zijn wellicht nog The Knife, Dyr Faser en de latere Sleeping Dogs Wake, maar in feit past niets helemaal. Het is zo bijzonder, dat ik het eerder wil uitschreeuwen van enthousiasme dan het fluisterend over te brengen.

 

A Winged Victory For The Sullen – Invisible Cities/ Le Città Invisibili (cd, Artificial Pine Arch Manufacturing)
Een nieuwe van A Winged Victory For The Sullen is de afgelopen jaren altijd wel goed nieuws gebleken. Dit inmiddels tien jaar lopende project van Adam Bryanbaum Wiltzie (Stars Of The Lid, The Dead Texan, Sleepingdog, Aix Em Klemm, ex-Windsor For The Derby) en Dustin O’Halloran (Dévics) doet het iedere keer weer zo mooi te scoren op neoklassiek gebied, al beperken ze zich niet enkel daartoe. Inmiddels zijn ze aanbeland bij hun vijfde album Invisible Cities/ Le Città Invisibili, dat ze op hun eigen label hebben uitgebracht. Het is de soundtrack is voor de reeds veelgeprezen theaterproductie geregisseerd door de video-ontwerper Leo Warner van de Olympische Spelen in Londen. De multimediavoorstelling (theater, muziek, dans, architectonisch ontwerp en visuals) is gebaseerd op de gelijkluidende roman van Italo Calvino uit 1972. Wiltzie en O’Halloran brengen 13 stukken in een goede 42 minuten tijd, waarop ze gebruik maken van diverse orkesten en koren, maar ook artiesten als Robert Donne (Labradford, Aix Em Klemm, Anjou, Spokane, Cristal) – Robert Hampson (Main, Loop, Godflesh), Hildur Guðnadóttir – Samuli Kosminen, Ólafur Björn Ólafsson (Benni Hemm Hemm) en meer. Daarmee weten ze op zoveel vlakken in schoonheid uit te blinken. Of het nu de neoklassieke, klassieke, piano georiënteerde, de met drones gelardeerde, de meer ambientgerichte of elektronische stukken -of combinaties daarvan- het is van een overrompelende pracht, die je van begin tot het eind in de houdgreep weet te nemen. Hun allerbeste tot nu toe en dat zegt wat in hun geval.

Comments

comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.