Het schaduwkabinet: week 12 – 2020

Je zou haast vergeten dat er ook nog ander nieuws is, maar zie hier onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Giulio Aldinucci, Horňácká Muzika Petra Mičky a Jiří Hradil, Lolomis, Moaning en Dijf Sanders.

 


 

Jan Willem

Giulio Aldinucci – Shards Of Distant Times (cd, Karlrecords)
De Italiaanse muzikant Giulio Aldinucci, start in 2006 als Obsil zijn muzikale carrière. Vanaf 2011 gaat hij onder zijn eigen naam verder en brengt hij in een hoog tempo kwalitatief hoogwaardige releases naar buiten; soms wel 3 per jaar! Deze worden uitgebracht op prestigieuze labels als Dronarivm, Time Released Sound, Home Normal, Eilean Rec, Moving Furniture, Midira en Karlrecords, waarbij de muziek veelal bestaat uit experimentele dark ambient al dan niet aangevuld met drones, noise, glitch of neoklassiek. Hoewel ik lang niet alles bijhoudt, prijken er best wel wat van zijn werken in mijn kast. Zijn vorige cd op Karlrecords, te weten Disappearing In A Mirror uit 2018, heeft wel een heel diepe indruk gemaakt en die zit nog altijd vers in het geheugen. Nu is Aldinucci weer terug op dat label met Shards Of Distant Times. In een kleine drie kwartier passeren 7 stukken de revue, die behoorlijk in de lijn van het eerder genoemde album liggen. Hij verkent hier de aan het bewustzijn grenzende gebieden van de hedendaagse soundscape, die worden gekenmerkt door de aanwezigheid van een menselijke stem afkomstig van oude en versleten opnamen. Er is een psychologisch fenomeen waarbij de geest vage stemmen hoort in een willekeurige ruis, waar die niet bestaan. Dit effect heeft hij in zijn majestueuze soundscapes verwerkt, die opgebouwd worden uit delen ambient, noise, drones, glitches en neoklassiek, waardoor deze dikwijls een haast sacraal geluid meekrijgen, hetgeen verlammend werkt. Het levert wederom een bij de strot grijpend prachtig meesterwerk op!

 

Horňácká Muzika Petra Mičky a Jiří Hradil – Hrubá Hudba (2cd Indies Scope / Xango Music Distribution)
Horňácko is een microregio in het zuidoosten van het Tsjechische Moravië en staat bekend om de folk muziek, die soms al ver terug gaat. Voor de dubbel cd Hrubá Hudba, hetgeen “rauwe muziek” betekent werken de violist Petra Mičky en muzikant Jiří Hradil (Tata Bojs, Umakart, Kafka Band, Lesni Zvěř) samen met voor hun namen Horňácká Muzika, ofwel muziek uit Horňácko. De twee schijven zijn complementair maar wel anders. De eerste heet “Hrubá Hudba” en hierop brengt Hradil de traditionele muziek in contact met andere genres. De typisch Moravische cembalomuziek, veelal met een flinke dosis violen en uitbundige zang komt hier veelvuldig voorbij, maar krijgt dikwijls een experimenteel of meer elektronisch jasje om, al dan niet in combinatie met veldopnames. Er wordt zelfs gerapt. Het is niet alleen heel mooie muziek, het is tevens fraai om te horen hoe de traditie zo goed landt in het heden. Op de tweede schijf, die “Hlasy Starého Světa” heet, of wel “stemmen van de oude wereld”, krijg je de traditionele muziek uit de regio te horen vanuit het perspectief van de leeftijd van de participerende artiest. In totaal doen er overigens zo’n 30 muzikanten mee naast het Horňácko ensemble van Mičky. Dus waar de muziek op de eerste schijf het verleden in de toekomst laat landen, grijpt men hier juist vanuit het nu naar de wortels van hun regio. Deze schijf klinkt traditioneler dan de eerste, terwijl dat niet per se het geval is. Dat levert een net zo interessant als wonderschoon geheel op. Dit album vol ongepolijste unieke muziek is ook een aanrader voor de liefhebbers van de betere Moravische muziek, waar het label Indies Scope hofleverancier van lijkt te zijn. Via onderstaande link kan je de nummers allemaal beluisteren.

 

Lolomis – Red Sonja (cd, Buda Musique / Xango Music Distribution)
Na het in eigen beheer uitgegeven Balkan Pulse (2013), komt het wereldse kwartet Lolomis pas echt in de schijnwerpers te staan als ze hun tweede cd Boukane (2017) op het fijne Buda Musique uitbrengen. De vier, die deels in Parijs en Brussel gevestigd zijn, laten een leuke mix horen van folk en Balkan georiënteerde muziek, maar larderen dat net zo eenvoudig met muziek uit landen als Frankrijk, Griekenland, Turkije of Roemenië. Ze hebben voor hun muziek dan ook de term “transe-world” in het leven geroepen, waarbij ze echt een ongeforceerde amalgaam aan stijlen naar buiten weten te brengen. Ze presenteren nu hun derde album Red Sonja, waarbij de titel gebaseerd is op een fictieve heldin uit de jaren 30 van de vorige eeuw. De muziek van Romane Claudel-Ferragui (zang, effecten), Elodie Messmer (harp, synthesizer), Stélios Lazarou (fluiten, synthesizer) en Louis Delignon (percussie, elektronica) lijkt alleen uit nog meer windstreken dan voorheen te waaien, waarbij ze ook behoorlijk wat elektronica aan hun muzikale arsenaal hebben toegevoegd. Dat weten ze overigens op organische wijze te integreren in hun wereldse klanken, die van de Finland en de Balkan tot India gaan. De zang van Romane is weer heerlijk gevarieerd en gaat van ontroerend mooie naar meer experimentele zang en zelfs rap, waarbij ze in het Bulgaars, Servisch, Fins, Roemeens, Macedonisch, Georgisch en Ladino van zich laat horen. Tussendoor hoor je in “Hyrkania” nog een opname van een voordracht uit een Nederlandse kathedraal, wat best gek is zo ineens. Op verrassende wijze laten ze je vele hoeken van het muzikale universum horen. Je kunt er geen vinger op leggen, maar ze weten je in een goede 40 minuten compleet in de houdgreep te nemen om niet meer los te laten. Lolomis levert wederom een volslagen unieke en tijdloze wereldplaat af, die je gewoonweg moet horen!

 

Moaning – Uneasy Laughter (cd, Sub Pop / Konkurrent)
Er zijn van die bands, waarbij je jezelf ietwat oud voelt ten opzichte van de liefhebbers ervan. Dat komt dan met name omdat je een veel betere variant van vroeger kent van het soort muziek dat er nu wordt gebracht. Maar er zijn gelukkig ook bands, die het verleden lijken te omarmen en er een geheel eigen draai aan weten te geven, waardoor meerdere generaties er plezier aan weten te beleven. Zo ook bij Moaning, dat in 2018 debuteert met het gelijknamige debuut, dat meteen uitgebracht wordt op Sub Pop en geproduceerd is door Alex Newport (At The Drive-In, Bloc Party, Melvins, The Locust, Pissed Jeans, The Mars Volta, enzovoort). Sean Solomon (zang/gitaar), Pascal Stevenson (bas) en Andrew MacKelvie (drums) hebben al wat DIY bandjes versleten, eer ze als deze sterke postpunk band naar buiten treden. Dat dikken ze nog wat aan met shoegaze, noise, wave elementen en de nodige elektronica. Je kunt goed horen dat de blauwdrukken voor hun muziek bij onder meer New Order, My Bloody Valentine, Slowdive, Joy Division, The Cure en Sonic Youth liggen, maar weten dat op droefgeestige en eigenzinnige wijze naar het hier en nu te plaatsen. Inmiddels heeft Stevenson zijn bas deels voor de synthesizer omgewisseld, waardoor er op hun tweede wapenfeit Uneasy Laughter, wederom geproduceerd door Alex Newport, meer plek voor elektronica is. Hiermee wordt hun geluid er bepaald niet gladder op, maar wint juist aan diepgang. Dat komt ook doordat ze een scheutje meer melancholie hebben toegevoegd. Plus een eigen sausje. Hiermee komen ook helden van weleer als The Sound, The Comsat Angels, O.M.D. en Modern English in het vizier, terwijl ze tevens aansluiting weten te vinden met bands als Interpol, Editors, No Age, A Place To Bury Strangers, METZ en Iceage. En dat werkt aanstekelijk goed en zal een feest zijn voor iedere melancholicus. Ze zetten hier een stap voorwaarts naar een eigen identiteit, al waarderen sommigen hen meer als ze dit niet doen. Dan moet ik toch een beetje ongemakkelijk lachen. Maar laat ik het weer op mijzelf betrekken: deze band zorgt voor drie kwartier aan heerlijk droefgeestig materiaal, dat zelfs de grootste zwartkijker een glimlach zal bezorgen.

 

Dijf Sanders – Puja (cd, Unday / N.E.W.S.)
Hoewel het momenteel niet zo’n goed idee is om de grens over te gaan, is dat iets wat Dijf Sanders normaal gesproken wel graag doet. Deze Belgische multi-instrumentalist doet dat zowel met genre- als landgrenzen. Dat komt naar voren in diverse bands als Teddiedrum, The Violent Husbands, Imagine Raymond en Compo Oro maar ook als hij muziek onder zijn eigen naam uitbrengt. David, Dave, Deef dan wel Dijf doet dat sinds 2004, al ken ik zijn eerste paar opnames niet. Wel die van een stuk later Moonlit Planetarium (2016), waarop hij een combinatie van future jazz, ambient, plunderphonics en experimentele pop laat horen aangedikt met exotische geluiden. Het is sterk en origineel staaltje collagewerk. Dat wordt nog fraaier op Java (2017), waar hij je meeneemt op een trip door Indonesië middels de veldopnames die hij er heeft gemaakt en omgesmeed tot avontuurlijke, experimentele en bovenal grenzeloze wereldsongs die niet te categoriseren vallen. Die lijn trekt hij door op Puja, zij het dat dit keer Nepal ten prooi is gevallen aan zijn opnameapparatuur. Een “puja” is een gebedsritueel thuis of in een klooster (“gompa”) dat wordt gehouden door hindoes en boeddhisten om één of meer goden te aanbidden om een gast te ontvangen en te eren, of om een evenement geestelijk te vieren. Dat seanceachtige karakter zit ook wel door de composities verweven. Dijf bewerkt al die opnames met moog, bellen, synthesizers, philiocorda orgel, effecten en het creatieve knip- en plakwerk. Daarnaast wordt hij ook nog eens geruggensteund door gasten op (elektrische) drums, cimbalen, ghyaaling (riet blaasinstrument), saxofoon, pijp, rolmo (Tibetaanse gong), tanpura en zang, die het wereldse karakter van de muziek echt luister bijzetten. Het levert een uiterst fascinerend en eigengereid prachtalbum op om grenzeloos van te genieten. Dijf Sanders is een unicum in muziekland!

Comments

comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.