Het schaduwkabinet: week 09 – 2019

Praten praten en oké niet nog eens praten, maar Talk Talk heeft vele van ons muzikaal beïnvloed en van een hoop luistergenot voorzien. Het genie achter dit alles, Mark Hollis, is helaas overleden. Met een zwarte rand zijn hier onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Ashtoreth, Aukai, Iva Bittová, Daniel Blumberg, The Claypool Lennon Delirium, Martin Frawley, Gideon Wolf, Isbells, Motorpsycho, Abeer Nehme & Marcel Khalifé, Jessica Pratt, Simon Scott, Shrine, Snapped Ankles, Susanna & The Brotherhood Of Our Lady, Test Dept., The Unthanks en James Yorkston.


 

Jan Willem

Ashtoreth – Rites I & II (cd, Cyclic Law)
De Belgische muzikant Peter Verwimp is eerst te vinden in projecten als Maya, Stifled Cries, Building Transmissions, Station Grey, Code Ishan, Sombra DeBestia en later ook Haunted Places. Allemaal in de duistere en soms harde hoeken van de muziekwereld. In 2010 start hij zijn nieuwe muzikale vehikel Ashtoreth, waarmee doom, drones, lo-fi, soundscapes, noise, folk en sjamanistische elementen op eigengereide, caleidoscopische en bovenal duistere wijze aan elkaar knoopt. Dat levert al diverse spannende albums op, waaronder vorig jaar ook één samen met Grey Malkin. Nu is op het immer in duisternis gehulde kwaliteitslabel Cyclic Law zijn nieuwe album Rites I & II verschenen. Zoals de titel al doet vermoeden bestaat deze uit slechts 2 tracks, maar wel met een totale lengte van bijna 38 minuten. Hij neemt je met zijn gitaargestuurde muziek mee op een gitzwarte mysterieuze trip, waar alle bovengenoemde genres de revue passeren. Verwimp wil het belang van ceremonies en rituelen in ons dagelijks leven benadrukken, waarbij onze soms vergeten verbondenheid met de natuur een essentiële rol speelt. Ook om onze emoties, gedachten en ideeën een plek te kunnen geven of een spiegel voor te houden. Het is muziek die je emotioneert, tot de verbeelding spreekt, aanzet tot denken, soms angst aanjaagt, tot bezinning leidt en gewoonweg in vervoering brengt. Denk daarbij aan een betoverende mix van Dirk Serries, Svarte Greiner, In Slaughter Natives, Sonologyst en Human Greed. Een imponerende dark beauty!

 

Aukai – Reminiscence (cd, Aukai Music)
Markus Sieber is een Duitse componist, zanger, producer en gitarist, die als Aukai naar buiten treedt met muziek die ergens landt tussen ambient, neoklassiek, folk en lichte experimenten. Dat levert al twee bloedmooie albums op. Nu is de derde Reminiscence een heugelijk feit, Wederom brengt hij hier een kruisbestuiving van neoklassiek en de andere genoemde genres. Daarmee weet hij een stemmig geheel neer te zetten, dat biologerende beelden oproept en diepe snaren weet te raken, Daarbij moet je denken aan een mix van Gustavo Santaolala, Brian Eno, Bing & Ruth, Smog en Nils Frahm. Het is muziek die de beelden vervangt maar ook doet vergeten en vervagen. Muziek die bestaat uit onversneden muziek en gevoelens, Veel mooier dan dit krijg je het gewoonweg niet.

 

Iva Bittová – Kolednice (cd, Indies Scope / Xango Music Distribution)
De Tsjechische zangeres, violiste en actrice Iva Bittová is één van mijn grootste favorieten aller tijden. En dat wordt hier thuis gedeeld, waardoor één van onze dochters dezelfde voornaam draagt. Maar ook in Tsjechië zelf geldt ze als groot voorbeeld voor vele artiesten uit de alternatieve muziekscene. Het is ook lastig niet van haar te houden, want ze combineert speelplezier met virtuositeit en humor, waarbij haar handelsmerk toch wel het tegelijk zingen en vioolspelen is. De muziek loopt daarbij uiteen van avant-garde, dance, experimentele muziek en folk tot rock en klassiek. Dat doet ze solo, maar ook in samenwerking met artiesten en bands als Vladimír Václavek, Vladimír Gódar, Jablkon, Dunaj, Dorothea Kellerova, Pavel Fajt, Pluto, Andreas Kröper, Tom Cora, Geert Waegeman, het Nederlands Blazers Ensemble, DJ Javas, Susumu Yokota en Bang On A Can. In 1995 brengt deze iconische artieste de cd Kolednice uit, wat “hymnezangers” betekent. Hierop werkt ze samen met het kinderkoor Lelky. De muziek, hoofdzakelijk kerstliedjes kiest ze uit de collecties van Mr Sušil en Mr Seidel, maar de arrangementen doet ze zelf. Verder krijgt ze hulp met de opnames van (ex-man) Pavel Fajt, Pavel Koudelka, zus Dorothea Kellerová, Petr Keller en Martin Opršál. Het levert een stemmig en origineel kerstplaatje op met maar liefst 19 tracks, die naast liedjes ook uit een aantal korte verhalen bestaan. Dit album, dan nog op BMG Ariola, raakt snel uitverkocht en is al zo’n 20 jaar niet meer verkrijgbaar. Gelukkig heeft het veelzijdige en leuke label Indies Scope besloten deze opnieuw uit te brengen. Ditmaal als digipack, waarop de artwork hetzelfde is gebleven. Een welkome terugkeer van een geweldig album.

Luister Online:
Koldenice (albumsnippers)

 

Daniel Blumberg – Minus (cd, Mute)
Dat ook topalbums mis, blijkt wel uit Minus, het debuut van Daniel Blumberg dat al in mei vorig jaar is verschenen. Op de één of andere manier komt deze afgelopen week bij verschillende Facebook vrienden voorbij, die ik muzikaal gezien ook serieus neem. Nou dat heb ik geweten. Een album waar je meteen steil van achterover slaat. Blumberg (zang, gitaar, harmonica, piano) is eerder actief in/als Yuck, Hebronix, Oupa en Cajun Dance Party. Maar na het stuk lopen van zijn relatie moet er een persoonlijk album uit. En dat is Minus geworden, die hij samen met violist Billy Steiger (Blue On Blue), drummer Jim White (Dirty Three, Crime & The City Solution) en contrabassist Tom Wheatley (Hebronix) plus gasten op cello, saxofoon en (koor)zang heeft opgenomen. Het zijn stuk voor stuk intense en uiterst droefgeestige songs, die hartverscheurend mooi zijn. Het eerste waarmee ik enige verwantschap hoor is met de klassieker “Sebastian” van Steve Harley And Cockney Rebel. Even later hoor ik ook het meesterschap van (wijlen) Mark Hollis, het breekbare van James Blake en het filmische van Nick Cave & Warren Ellis. Songs die in basis rond de piano zijn opgebouwd maar karakter krijgen door de sterke, soms ook experimentele inkleuring van de rest. Het hakt er allemaal behoorlijk in. Schoonheid die haast zeer doet. Dit had jaarlijstjesmateriaal moeten zijn. Beter later dan nooit wil ik dit bij deze toch even delen.

 

The Claypool Lennon Delirium – South Of Reality (cd, ATO Records)
Waarom The Beatles het winnen van de Rolling Stones wordt eigenlijk vooral door de nazaten nog eens extra onderstreept. Neem alleen Sean Lennon al, die opduikt bij Cibo Matto, The Plastic Ono Band, Mystical Weapons, The Ghost Of A Saber Tooth Tiger en niet in de laatste plaats The Claypool Lennon Delirium, waarmee ze in 2016 een zeer fraai debuut afleveren. Dat is de groep met de basvirtuoos en zanger Les Claypool van de onvolprezen groep Primus. Maar eigenlijk zijn de laatste jaren alle activiteiten buiten die groep interessanter geworden. Claypool’s basspel, dat echt zonder uitzondering geweldig is, waarbij hij een eenvoud aan de dag lijkt te leggen of hij simpelweg met zijn piemel op en neer flappert, maar toch behoorlijk komt weet te schoppen. Dat bedoel ik minder plat dan ik zojuist neerzet, maar ik heb de beste man meermaals live gezien, waarbij hij met zijn bas gewoon een Ministry drummachine ritme wist neer te zetten. Nu zijn beide heren terug met hun tweede album South Of Reality. In een dikke drie kwartier serveren ze 9 overheerlijke tracks, die ergens tussen experimentele, psychedelische en indierock uitkomen. En dat in combinatie met de nodige humor. Dit is een album waar zowel de fans van Primus als nieuwe instappers van kunnen genieten.

 

Martin Frawley – Undone At 31 (cd, Merge / Konkurrent)
De Australische rockgroep You Will Die Alone kent een kort bestaan, met één cd in 2007. Martin Frawley daaruit start in 2008 met drie andere muzikanten Twerps, die prima indierock produceren. Na twee albums komt daar, mede omdat zijn relatie stuk loopt, ook een einde aan. Geïnspireerd door wat Frawley “my hellish 31st year” noemt gaat hij solo aan de slag, hetgeen nu het album Undone At 31 heeft opgeleverd. Frawley (zang, gitaar, bas, piano, percussie, synthesizer) werkt hierop samen met gitarist/toetsenist Stewart Bronaugh (Lionlimb, Angel Olsen), bassist Angus Lord (Terps, The Stroppies, Boomgates, Teen Archer, Deep Heat, The Stevens, Tyrannamen), drummer Matthew Harkin en percussionist/toetsenist John Lee. Daarmee brengt hij een mix van psychedelische, folk en alternatieve rock naar buiten waar ook een altcountry randje aan zit. Mede door de zang van Frawley, die soms veel op Lou Reed lijkt, komt The Velvet Underground nog wel eens als associatie naar boven drijven, maar ook Adam Green, Ty Segall en Lower Plenty. Dat alles voortgedreven door pure emoties. Het levert een prachtdebuut op.

 

Gideon Wolf – Replicas (cd, Fluid Audio)
Gideon Wolf is al een goed 7 jaar de nom de plume van de Britse componist Tristan Shorr, die pas op 29-jarige leeftijd besluit een muzikale carrière te starten. Dat levert hem destijds wel een epee en een plek op de Goldsmiths universiteit op, alwaar hij een masteropleiding muziekcompositie volgt. Met zijn project brengt hij fraaie neoklassieke en tot de verbeelding sprekende werken. Op zijn vierde album Replicas werkt hij, zoals vaker, samen met Steph Patten (cello), toetsenist Gabi “Moog” Matzeu (Marasma) en violisten Yoon-ji Kim en Alex Taylor (tevens elektronica). Daarbij zorgt James Plotkin weer voor de uitstekende mastering en labelbaas Dan Crossley voor de werkelijk schitterende verpakking. In 67 minuten brengt Shorr 12 uiterst emotioneel geladen composities ten gehore, die het midden houden tussen drones, neoklassiek, dark ambient en experimentele elektronica. Hoewel de muziek weer zeer intens en droefgeestig is, vind ik dit zijn meest open album tot nu toe. Misschien omdat hij een boodschap heeft die gehoord moet worden. De muziek is namelijk een weerspiegeling van de moeilijke tijd rond de Brexit, waar niet eens een meerderheid voor gekozen heeft, met een aantal desoriënterende neo-klassieke stukken. Dat gaat van fluweelzachte tonen tot en hard dissonant geluid. Maar ook grofkorrelige, rauwe stukken komen hier voor. Uit alles spreekt een zekere urgentie en misschien wel noodkreet, die keer op keer fraai ingelijst wordt. Liefhebbers van Olan Mill, Julia Kent, Ben Frost, The Eye Of Time, Greg Haines, Deaf Center em William Basinski doen er goed aan deze bij de strot grijpende beauty een te beluisteren.

 

Isbells – Sosei (cd, Zeal / Konkurrent)
Het Belgische Isbells draait al jaren om de hersenspinsels en gevoelswereld van Gaëtan Vandewoude (zang, gitaar, bas, piano, drums, percussie, bugel, kalimba). Dat levert tot nu toe drie uiterst ingetogen en droefgeestige werken op, waarbij de laatste, te weten Billy uit 2015, de kroon spant. Gaëtan gaat daar door een dal en weet dat te vertalen naar bijpassende muziek. Nu is hij terug met Sosei, waar de titel verwijst naar een Japanse dichter en boeddhist. Nu klinkt de muziek ook aardig in balans hier, hoopvol zelfs. Toch gaat een groot deel over het sterven van z’n vader, de dood en toch weer het leven plus over een brand die Vandewoude bijna fataal is geworden. Maar hier gaat het met name over de draad oppakken en doorgaan naar een hoopvolle toekomst. Dat maakt dat de muziek ook een soort opgewektheid uitstraalt, zonder dat er nu meteen een polonaise plaatsvindt. Het blijft een band vol prettige weemoed. Vandewoude wordt geholpen door gitarist/zanger/omnichord speler Gianni Marzo (Marble Sounds), drummer/gitarist/zanger Christophe Vandewoude (Soon, Marble Sounds, Confuse The Cat), bassist/bugelspeler Gerd Van Mulders (Headphone) en zangeres Chantal Acda (Chacda, Distance, Light & Sky, i-H8 Camera, Sleepingdog, Stasola, True Bypass). Dat levert 12 stemmige prachtsongs op, die ergens tussen altcountry, indierock, singer-songwritermuziek en folk finishen. Het is een album om je aan op te trekken en intens van te genieten.

 

Motorpsycho – The Crucible (cd, Stickman / Konkurrent)
Van sommige bands is het toch zo fijn en vertrouwd dat ze blijven. De in 1989 opgerichte Noorse formatie Motorpsycho, die dus al 30 jaar bestaat, is zo’n zekerheid. Hoewel ze altijd schaven aan hun geluid, blijven ze me op positieve wijze verrassen. Ze leggen een onvoorspelbare en grillige muzikale route af en dat maakt deze band ook zo geweldig. De laatste paar jaar lijkt het er wel op dat een mix van prog-, psychedelische en krautrock hun definitieve sound vormt, al weten ze daarmee ook telkens weer anders voor de dag te komen. Ja, dit zijn echt wel helden voor mij. Dat wordt bepaald niet minder door hun nieuwe (32ste?) album The Crucible. Hierop presenteren Hans Magnus Ryan (gitaar, zang, piano), Bent Sæther (bas, zang, gitaar, mellotron) en Tomas Järmyr (drums, percussie, zang, mellotron) in ruim 40 minuten drie langgerekte tracks of eigenlijk meer muzikale trips. De muziek houdt weer het midden tussen de genoemde rockgenres, maar weet op het emotionele en creatieve vlak weer het innovatieve verschil te maken. Daarbij mogen ze weer rekenen op steun van producer Deathprod plus gastbijdragen van zangeres Susanna Wallumrød (zwaai maar even naar beneden) en saxofonist/klarinettist Lars Horntveth (Jaga Jazzist). Het levert alweer een gevarieerd luisteravontuur op, waar enkel zij patent op lijken te hebben. Wat een enorme klasbakken zijn dit toch!

 

Abeer Nehme & Marcel Khalifé – Sing A Little (cd, Nagam / Xango Music Distribution)
Sing A Little, de naam doet het natuurlijk al vermoeden, brengt twee Libanese muzikanten met een open mind samen. Ten eerste is dat zangeres en musicologe Abeer Nehme, die ook wel “The All Styles Specialist” wordt genoemd, vanwege haar talent om dialogen te voeren tussen verschillende muziekstijlen, zoals Oosters traditionele, Libanese, Syrisch-Aramese religieuze etnische, Grieks Byzantijnse religieuze, Afrikaanse, opera-achtige en moderne westerse. Haar kristalheldere stem heeft een groot bereik en is ook nog eens bijzonder mooi, die ook wel eens aan Fairuz en Googoosh doet denken. Dan is nog de veteraan, oud-speler, zanger (Arabische luit) en componist Marcel Khalifé, die al een behoorlijke discografie op nahoudt. Hij verwerkt dikwijls Arabische poëzie tot muziek, zoals die van Mahmoud Darwish. Samen brengen de twee muzikanten hier van meerdere dichters muzikale versies. Daarbij mogen ze rekenen op steun van gasten op cello, sitar, daf, kamancheh, bouzouki, req, tabla en koorzang. Daarmee verkennen ze in feite hetgeen Nehme solo ook doet, maar dan met de compositorische klasse van Khalifé. In 14 tracks van bij elkaar 70 minuten verkennen ze op unieke wijze een breed deel van het muzikale spectrum, waarbij ook veel tijdloze klanken van weleer voorbij komen. Dit is voer voor zowel de liefhebbers van de meer traditionele Oosterse muziek als bijvoorbeeld die van Fairuz en Natacha Atlas. Een bijzonder, gevarieerd en indringend album.

 

Jessica Pratt – Quiet Signs (cd, City Slang / Konkurrent)
Na het enthousiaste betoog van Sietse ben ik ook helemaal overstag gegaan voor de Amerikaanse zangeres Jessica Pratt. Met Quiet Signs presenteert ze haar derde album. Hierop serveert ze 9 songs, die al na een kleine 28 minuten voorbij zijn. Dat is misschien dan ook het enige minpunt, maar hetgeen ze brengt biedt genoeg schoons om dat weg te poetsen en oneindig van te genieten. Voorwaarde bij haar muziek is dat je wel tegen haar stem moet kunnen, die net als Alison Shaw (Cranes) nogal poppig is. Ik houd er wel van, mede omdat het haar muziek een vintage gloed en iets tijdloos meegeeft. Pratt (zang, gitaar, synhesizer, orgel) maakt ingetogen freak folk met een altcountry randje. Daarbij mag ze rekenen op steun van gasten op piano, synthesizer,fluit en orgel, waarbij de elektronica vooral subtiel op de achtergrond ingezet wordt. Dat levert prachtige, verstilde songs op, met een paar instant klassiekers. Luister alleen maar eens naar het bloedstollend mooie “Crossing”. Voor de liefhebbers van onder meer Sibylle Baier, Sandy Denny, Karen Dalton, Linda Perhacs, Joanna Newsom, Lotte Kestner en Angel Olsen. Subliem!

 

Simon Scott – Soundings (cd, Touch / Konkurrent)
Het blijft bijzonder dat multi-instrumentalist, componist en geluidsecoloog Simon Scott de drummer is van Slowdive, één van mijn favoriete shoegazebands aller tijden. Nu heeft hij ook acte de présence gegeven in The Charlottes, Inner Sleeve, Televise, Seavault, The Giant Polar Bears, Lowgold en Between, dus het bandleven is hem bepaald niet vreemd. Hetgeen het bijzonder maakt is dat hij als soloartiest compleet anders uit de hoek komt, want zijn werken, die hij sinds 2009 naar buiten brengt, bestaan veeleer uit een mengelmoes van ambient, drones, veldopnames, glitches en experimentele muziek. Dat is in feite ook het geval op zijn nieuwe studioalbum Soundings. Scott heeft veldopnames gemaakt in de noordpoolcirkel, Brisbane, Buenos Aires, Lima, Los Angeles, Moskou, Porto en Tokio. Ja de beste man komt nog eens ergens. Die opnames vormen de basis voor zijn 8 nieuwe composities. Die voorziet hij van subtiele elektronica en instrumentaties om er een organisch geheel van te maken. Dit laat hij door de cello en contrabas van Charlie Campagna en de altviool en viool van Zachary Paul (Poppy Nogood) verder op schitterende wijze inkleuren. Dat maakt dat de experimentele ambient met veldopnames ook meer de neoklassieke kant opkoerst, hetgeen erg mooi uitpakt. Het houdt het midden tussen Richard Skelton, Francisco Lopez, Machinefabriek, Celer, Rafael Anton Irisarri, Jasper TX en Ian Hawgood. Scott levert hiermee een bij de strot grijpend werk af, dat misschien wel zijn allerbeste tot nu toe is.

 

Shrine – Celestial Fire (cd, Cyclic Law)
Bij muziek uit Bulgarije zal je toch niet snel denken aan dark ambient of industriële muziek, maar veeleer aan meer traditionele muziek als Le Mystère Des Voix Bulgares, al laat bijvoorbeeld Isihia ook een heel ander geluid horen. Sinds 2003 houdt Hristo Gospodinov er zijn project Shrine op na, dat grossiert in gitzwarte ambient met een industrieel karakter. Hij heeft er ook al meerdere het licht, nu ja licht, mogen zien op het sublieme Cyclic Law. In de kont van afgelopen jaar verschijnt zijn vijfde soloalbum Celestial Fire, waar hij een ode brengt aan “Tomb Raider 3” en je in 6 tracks meeneemt op een trip door futuristische landschappen en elementen van de evolutie volgens Darwin. Het levert grillige soundscapes op, die het beste van Giulio Aldinucci, Bitcrush, Northaunt, Phelios en Deathprod naar boven halen. Het is een heerlijk organische mix van emoties en genres geworden, die je meenemen als een spannende film. Een weergaloos album.

 

Snapped Ankles – Stunning Luxury (cd, Leaf / Konkurrent)
“When the city starts to encroach on the forest, nature will find a way to reclaim what is rightfully hers.” is een duidelijk statement van de het Britse trio Snapped Ankles. Hun identiteit houden ze verborgen en live doen ze dat door zich te verkleden als een soort boom al dan niet met een gewei op het hoofd. En natuurlijk breng je de muziek dan uit op het Leaf label. Op hun debuut Come Play The Trees (2017) koppelen ze op tegendraadse en pakkende wijze monotone synthesizersounds met krautrockachtige drumbeats, garagerock en new wave om hun woede over allerlei misstanden te uiten. Dat is op het nieuwe album Stunning Luxury bepaald niet minder geworden. Hier moet wederom alles met macht en kapitaal het ontgelden, van thuis alles laten bezorgen tot de huizenmarkt die op knappen staat. De albumtitel verwijst dus niet naar de weelde waar zij zich in baden of willen baden, maar naar de hetgeen ze verfoeien. Dat levert in een kleine drie kwartier weer 10 messcherpe songs op die net zo lekker als bijtend zijn. Het klinkt als een (molotov) cocktail van The Fall, Sleaford Mods, Suicide, Zea, Can, Add N To X en New Fast Automatic Daffodils. Met één vuist in het verleden kijken ze wel naar het hier en nu plus de toekomst. Dat alles maakt dit tot een geweldige en urgente tweede worp.

 

Susanna & The Brotherhood Of Our Lady – Garden Of Earthly Delights (cd, SusannaSonata / Konkurrent)
Het is dat haar muziek altijd over een magische sereniteit beschikt, want anders zou je haast tureluurs worden van al die namen rond de Noorse zangeres Susanna Wallumrød. Ze brengt namelijk muziek uit als Susanna, Susanna And The Magical Orchestra en Susanna And Ensemble NeoN plus albums met Jenny Hval en Giovanna Pessi. De toevoegsel worden meestal bepaald door de gasten die er meedoen. Haar etherische, breekbare en bovenal prachtige stemgeluid vormt de rode draad in dat alles. Naast vele covers van dikwijls behoorlijk alternatieve artiesten, brengt ze ook veel eigen materiaal. Als je alles bij elkaar optelt is Garden Of Earthly Delights alweer haar 13de album, die ze dit keer met The Brotherhood Of Our Lady heeft opgenomen. Naast Susanna (zang, piano, CP80, elektronica) zijn het Stina Moltu (gitaar, taperecorder, zang), Ida Løvli Hidle (accordeon), Ina Sagstuen (zang, accordeon, synthesizer) en Natali Abrahamsen Garner (zang, elektronica) die de sisterhood of nu ja de brotherhood vormen hier. In 15 songs laat Susanna weer eens eigen materiaal horen, dat in deze wel geïnspireerd is door de werken van Hieronymus Bosch. De muziek nestelt zich tussen folk, ballads, indie en ambient, waarbij ze ook de nodige experimenten laat horen. Wat dat betreft is het één van haar meest eigengereide werken. Denk daarbij aan een betoverende hybride van Tori Amos, Stina Nordenstam, Anja Garbarek, Bel Canto, Joni Mitchell, Diamanda Galas en Jenny Hval. Dit is Susanna op haar allersterkst!

 

Test Dept. – Disturbance (cd, One Little Indian / Konkurrent)
Test Dept. of Test Department zoals ze voluit heten, is een Britse industrialformatie die aardig pionierend te van start gaat en dikwijls met een maatschappelijk thema aan de slag gaat. Later koersen ze meer richting de techno. In 1998 verschijnt hun laatste album. Nu zijn ze er plots weer met Disturbance. Zelf stellen ze dat dit album er in een ideale wereld ook nooit zou zijn gemaakt. Het zou niet nodig zijn. Maar in Groot-Brittannië heerst xenofobie, heeft de werkende klasse het loodzwaar, laat de politiek het afweten en zorgt het kapitalisme voor de klimaatcrisis die onze planeet naar een gevaarlijke rand duwt. Kortom, leden van het eerste uur Graham Cunnington (percussie, elektronica, zang) en Paul Jamrozy (percussie, elektronica, zang) voelen zich geroepen in actie te komen en hebben ideeën en experimenten van weleer tot nummers verwerkt. Dat doen ze samen met gasten op drums, percussie, elektronica, bas, piano, cello en zang. Het accent is weer behoorlijk richting de industrial opgeschoven en daardoor klinken ze al herboren. Ook EBM en robuuste orkestraties komen voorbij. Oude elementen met het muzikale vizier op de toekomst levert een pakkend geheel op. Hoewel ze een volledig eigen smoel hebben, roepen ze ook wel associaties op met Foetus, Throbbing Gristle, Clock DVA, Skinny Puppy en Front 242. De reden waarom ze terug zijn is misschien minder, maar dat deze legendarische groep er weer is mag toch wel een heugelijk feit genoemd worden. Geweldig verontrustende muziek.

 

The Unthanks – Lines Parts One, Two & Three (3cd, Rabble Rouser Music)
Rachel Unthank begint eerst met Rachel Unthank & The Winterset aan haar hedendaagse missie om folkmuziek naar buiten te brengen. Daarna gaat ze al snel met zuslief Becky Unthank verder als The Unthank, waarbij ze op eigenzinnige wijze de Britse folk op peil houden en menig fraai album het licht laten zien. Naast de reguliere albums maken ze ook de serie “Diversions” cd’s waarop ze covers van Antony And The Johnson, Robert Wyatt, Molly Drake en anderen in een nieuw prachtig jasje steken. Ze starten daarna wederom een nieuwe serie, te weten Lines, waarbij naast de folk ook de poëzie en de rol van de vrouw centraal staat. Zo verwerken ze gedichten van Lillian Bilocca (Part One) en Emily Brontë (Part Three) plus situaties van vrouwen uit de Eerste Wereldoorlog (Part Two) tot songs. Dat doen ze met drie aparte releases op verschillende formats, die nu als drie dubbele cd gebundeld uitgebracht is. Ze mogen hierbij rekenen op de compositorische kwaliteiten van bandleden Chris Price ((contra)bas, lapsteel, zang), Adrian McNally (piano, zang), Niopha Keegan (viool, zang, harmonium) en drummer Martin Douglas. Op deel twee krijg je ook nog gastzang van Sam Lee en Tim Dalling en extra muzikanten op viool, altviool en cello. Hoewel de respectievelijk 5 nummers van bij elkaar 22 minuten, de 6 van samen 21 minuten en de 10 met een lengte van 33 minuten best op één schijf passen, is de verdeling wel logisch. En de boxset is ook erg fraai uitgevoerd. The Unthanks leveren weer overdonderend mooie folk af.

 

James Yorkston – The Route To The Harmonium (cd, Domino)
De Schotse folkmuzikant James Yorkston draait al ruim 15 jaar mee in de muziekbusiness, maar bouwt rustig aan zijn discografie, al dan niet met zijn The Athletes of Big Eye Family Players. Ook maakt hij een fraai album met Adrian Crowley. Hij is nu terug met de cd The Route To The Harmonium. Yorkston (zang, gitaar, bas, autoharp, accordeon, mandoline, keyboard, samples, fluit, steeldrum, percussie, sleutelharp, duimpiano, piano, Hammond, dulcimer, concertina, klarinet, synthesizers, tanpura, noises) brengt zelf een enorm en gevarieerd arsenaal aan instrumenten, maar mag ook rekenen op diverse gasten op piano, zang, klarinet, contrabas, trompet, fluit, synthesizers, drums, accordeon, bas en Hammond orgel. Ondanks die grote inbreng, weet Yorkston er ingetogen en uiterst melancholische songs mee te smeden. En daar zitten echt wonderschone pareltjes tussen, waarbij ik wisselend moet denken aan Adrian Crowley, Smog en Arab Strap. Daarmee levert Yorkston gewoon weer zijn zoveelste schitterende werk af.

https://open.spotify.com/playlist/33xcmndNhLHPOasAHmmT1I

Comments

comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.