Het schaduwkabinet: week 06 – 2017

Hoewel sommige wereldleiders de grenzen willen dichtgooien, gaan wij gewoon weer grenzeloos te werk in onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: After Crash, Alif, Animals That Swim, Jesca Hoop, Rebekka Karijord, Nadine Khouri, Boris Kovač/ New Ritual Group, Lotte Kestner, Mark Lotterman, Manu Louis, Pryapisme, Max Richter, Tape Loop Orchestra, Traindodge, Vladimirska, White Dog, Sampha, קרולינה en Violet Cold.


Jan Willem

After Crash – #lostmemories (cd, Museek/ Collettivo HMCF / Five Roses Press)
Francesco Cassino aka Comakid en Nicola Nesi alias Everlasting Joy hebben sinds 2005 de krachten gebundeld in hun project After Crash. Er verschijnen wel wat mini’s, maar het duurt tot vorig jaar eer hun debuut #lostmemories het licht ziet. Wellicht dat er ook redelijk wat tijd overheen is gegaan omdat de één vanuit Londen werkt en de andere vanuit Bologna? Hoe dan ook brengen Cassino (drums, elektrische gitaar, elektrische piano, keyboards, percussie, elektronica) en Nesi (elektrische gitaar, akoestische gitaar, bas, keyboards, percussie, elektronica) een innovatieve en eigengereide mix van meer gitaargerichte en juist elektronische muziek plus combinaties ervan. Maar het loopt echt uiteen van postrock, shoegaze en pop tot IDM en downtempo elektronica, al dan niet met zang of orkestraties. Ook qua invloeden kom ik uit op een uiteenlopende lijst met Telefon Tel Aviv, 65daysofstatic, The Album Leaf, Jon Hopkins, Aphex Twin, James Blake en M83. Het knappe is dat ze hier toch een consistent geheel van hebben weten te maken. Dit album is nu ook hier volop verkrijgbaar en dat is gezien de kwaliteit en genietbaarheid ervan heel goed nieuws.

 

Alif – Alif (cd, Compagnie Dounia / Xango Music Distribution)
Dat muziek verbroedert is geen nieuw gegeven, maar iedere keer als dat gebeurt vind ik dat een groot goed. Zeker als het zo mooi gaat als bij het gezelschap Alif, waarbij de emoties die erin schuilgaan universeel zijn. De kerngroep, met een basis in Frankrijk, bestaat uit vier muzikanten, die zich zowel live als in de studio graag laten vergezellen van diverse Afrikaanse artiesten. Laat ik met de vrouw in de groep beginnen. Flo Comment zingt (in het Hindoestani, Frans en Swahili), speelt harmonium en gitaar en heeft in Bombay Hindoestaanse muziek gestudeerd. De Algerijnse autodidact Malik Ziad (zang, mandalaluit, gumbri, gitaar) heeft een passie voor traditionele snaarinstrumenten. Hamid Gribi ((koor)zang, percussie, kamele n’goni) is getraind in Afrikaanse percussie en tot besluit is er nog Colin Laroche de Féline (gitaar), die vele jaren in Afrika heeft gewoond en net als de rest in diverse projecten heeft geparticipeerd.
Voor hun gelijknamige cd werken ze samen met cellist Vincent Segal en zangers/koraspelers Tom Diakité en Djely Sory Diabaté. Overigens is “alif” (ألف) de eerste letter uit het Arabische alfabet, waaraan ook wel de waarde 1 aan wordt toegekend. Tja, je moet ergens beginnen. Het is misschien ook wel exemplarisch voor de muzikanten, die vanuit niets met elkaar beginnen waaruit één geheel voortvloeit. De muziek, die een melancholisch karakter heeft, zal iedereen over de hele wereld aanspreken. Muzikaal gezien grijpen ze breed om zich heen en putten bijvoorbeeld uit Indiase muziek van Musafir, de zogeheten (West-Afrikaanse) “desert blues” van Hamza el Din en Tamikrest en de sprookjes uit Duizend-en-een-nachtmuziek van Parissa & Ensemble Dastan. Ik noem maar wat namen, want de liefhebbers van de muziek van de diverse continenten kunnen vast eenvoudig nog tig invloeden opnoemen. Wat duidelijk moge zijn is dat dit wereldmuziek met hoofdletter W is geworden, waarbij zoveel stijlen en culturen op schijnbaar eenvoudige wijze samenvloeien als de boom met verschillende kleuren op de cover. Als de mensen toch eens zo harmonieus samen zouden kunnen leven, maar dat is toekomstmuziek. Voor nu kan je intens genieten van hetgeen Alif je voorschotelt. Een grenzeloze beauty!

 

Animals That Swim – Workshy (2cd, Elemental/ One Little Indian / Konkurrent)
Heruitgaven zijn vooral leuk als het één van je favoriete bands betreft, die dan ook nog eens iets nieuws brengen. Over hoe vaak je een album koopt van je favoriete groep heb ik het wel vaak genoeg gehad. In de jaren 90 is er de ontzettend leuke indierockband Animals That Swim uit London, die tussen 1994 en 2001 slechts 3 albums afleveren. Met name het debuut Workshy uit 1994 mag de boeken in als een heuse indie klassieker. De groep combineert daar op pakkende wijze een geluid dat ergens tussen Pavement, Blur, R.E.M., Wilco, The Flaming Lips, Wedding Present, Blue Aeroplanes en Sugar uitkomt. De groep rond Hank Starrs (zang, drums), Hugh Barker (gitaar, zang), Del Crabtree (trompet) en Al Barker (gitaar) voegt met name door de sterke zang en de trompet daadwerkelijk iets toe aan de dan platgetreden indie-scene. Dit geweldige album zit nu weer het licht met een extra schijf. Hierop krijg je 9 tracks die bij elkaar ruim 28 minuten duren. Het zijn outtakes, b-kantjes en demo’s, maar wel van een dusdanig niveau dat ze daadwerkelijk iets toevoegen. Een aanrader voor eenieder die de betere indierock weet te waarderen.

 

Jesca Hoop – Memories Are Now (cd, Sub Pop / Konkurrent)
Ik hoor eigenlijk pas voor het eerst van Jesca Hoop als ze vorig jaar samen met Sam Beam (Iron & Wine) het voortreffelijke album Love Letter For Fire aflevert. Maar hiervoor heeft deze ex-oppas van de kinderen van Tom Waits al 3 speelse singer-songwriteralbums afgeleverd en geeft ze tevens acte de présence bij Shearwater, Andrew Bird, Guy Garvey, Peter Gabriel, Stewart Copeland en Elbow. Haar prettige zangstem maakt meteen diepe indruk en dus ben ik reuze benieuwd naar haar nieuwe soloplaat Memories Are Now. Jesca Hoop (zang, gitaar) wordt terzijde gestaan door Blake Mills (bas, drums, gitaar, achtergrondzang) plus de gasten Rob Moose (Antony And The Johnsons), Greg Leisz en Fiona Apple die respectievelijk strijkarrangementen, pedal steel en harmonica verzorgen. Hoop weet de muziek prachtig te dragen met haar innemende bitterzoete zang. De muziek zelf is minder frivool dan voorheen en gaat op een prettige manier de diepte in en dat zonder al te veel opsmuk. Op eenvoudige wijze weet ze schoonheid te koppelen aan inhoud. Denk daarbij aan een gulden middenweg tussen My Brightest Diamond, Peggy Sue, PJ Harvey, Emily Jane White en The Breeders. Luister alleen maar eens naar het nummer “The Lost Sky”. Het is een ontwapenend mooi album geworden.

Luister Online:
Memories Are Now (album)

 

Rebekka Karijord – Mother Tongue (cd, Control Freak Kitten / Konkurrent)
Ellende bewust opzoeken is vermoedelijk niemand z’n hobby, maar sommige mensen krijgen helaas meer op hun pad dan anderen. Neem de Noorse, in Zweden woonachtige zangeres Rebekka Karijord. Zij heeft een rotjeugd gehad door een hippiemoeder, een naar drugs zoekende vader en 17 verhuizingen. Wel is dat alles een enorme inspiratiebron geweest om haar muziek te maken, die veelal behoorlik diepgravend is. Maar ook van een bijzondere schoonheid, hetgeen ze al op haar 5 eerdere albums heeft laten horen. Haar zesde cd Mother Tongue schrijft als haar eerste kindje 3 maanden te vroeg geboren wordt. Bijna haalt de baby het niet, maar gelukkig komt het uiteindelijk goed en put ze hieruit kracht en verschaft ook deze situatie haar weer van allemaal ideeën om over te schrijven en muziek te maken. Er lijkt ook achter alles een zekere urgentie schuil te gaan. Niet zwaar op de hand, maar indringend, oprecht en met een droefgeestige zweem. Daarbij wordt ze bijgestaan door zangeressen Mariam Wallentin (Wildbirds & Peacedrums), Linnea Olsson en Nina Kinert plus Jacob Snavely (bas, elektronica), Christopher Cantillo (drums), Joe Williamson (contrabas) en de min of meer vaste gast Anders Scherp (drums, percussie). Toch blijft de muziek veelal van een intense soberheid, die ergens tussen ambient, postrock, pop en neoklassiek in hangt. Hoewel ze eigen sound in huis heeft moet je het zoeken in de hoek van Susanne Sundfør, Stina Nordenstam, Kate Bush, This Mortal Coil, Talk Talk, My Brightest Diamond en Susanna. Een majestueuze prachtplaat.

 

Nadine Khouri – The Salted Air (cd, One Flash Records / Konkurrent)
Je hebt soms van die albumcovers die je meteen intrigeren. Nu publiceer ik meestal in de week van uitgave en luister ook pas rond die tijd. Bij Nadine Khouri ben ik blij dat het zover is om haar debuut The Salted Air eindelijk te beluisteren, want die heeft me zo nieuwsgierig gemaakt. De in Beiroet geboren zangeres en multi-instrumentaliste (harmonium, gitaar, ukelele, piano), die tegenwoordig in Londen woont, valt dan ook bepaald niet tegen op haar debuut. Sterker nog, laat ik het gewoon positief stellen, het is zelfs beter dan ik hoopte. Een licht mysterieuze, nachtelijke atmosfeer waarbij een licht hese maar bitterzoete stem over het subtiele instrumentarium glijdt van haar band, dat is wat ik voor ogen had en dat is wat ze brengt en meer. Haar band bestaat hier uit Jean-Marc Butty (drums), Huw Bennett (contrabas), J Allen (keyboards, achtergrondzang) en Ruban Byrne (elektrische gitaar, achtergrondzang). Ze krijgt daarnaast nog eens productionele/instrumentele hulp van John Parish (PJ Harvey) plus bijdragen van zanger Adrian Crowley, violiste Emma Smith (The Elysian Quartet, Hot Chip, The Sumacs) en pianist Florian Tanant (Kid Harpoon). Naast de echt adembenemende zang van Khouri, die heel soms Oosterse invloeden laat doorschemeren, en die uiterst prettige sfeer, smeden de muzikanten ook een lekkere, lome legering van droompop, jazz, blues, folk en lichte rock. Het roept bij mij associaties op met Elysian Fields, Mazzy Star, Low en Stevie Nicks. Met recht een schitterend droomdebuut.

 

Boris Kovač/ New Ritual Group – The Path (cd, ReR Megacorp)
Eén van mijn allergrootste avant-gardistische muziekhelden is toch wel is de toonaangevende Servische, destijds nog Joegoslavische, componist/multi-instrumentalist Boris Kovač (meestal op saxofoon of klarinet en soms zang). Hij start zijn muzikale carrière in 1979 met Meta Sekcija, maar vanaf 1982 pakt hij pas echt door met zijn befaamde Ritual Nova Ensemble, later ook wel New Ritual Quartet/Ensemble geheten. Sinds 1986 brengt hij zijn albums uit die avant-gardistisch zijn maar ook altijd elementen van jazz, wereld- en Balkan muziek incorporeren. Deze staan bol van de melancholie en ongrijpbare schoonheid. De output hangt een beetje af van de muzikanten waarmee hij zich omringt. Zo laat hij met LaDaABa Orchest en La Campanella meer Balkan beats/fanfare horen, hetgeen minder overheerst in zijn solowerken of die met Ritual Nova. En met David Yengibarian en later ook de groep Ultima Armonia spreidt hij weer een meer jazzy geluid tentoon. Hij heeft over de hele wereld gespeeld en maakt naast reguliere studio albums ook muziek voor theater en film. In feite boort hij op eigengereide wijze altijd door diverse genres heen, waarbij diepgang en gevoel de hoofdrol spelen. Juist dat maakt hem naast de schitterende muziek ook zo bijzonder. Eigenlijk zouden er al meerdere van zijn albums in de “Made To Measure”-serie van het Crammed label hebben moeten verschijnen, maar ook wat dat betreft zoekt hij zijn eigen weg middels vele, tevens eigen, labels. In 1989 verschijnen zijn Ritual Nova lp’s gebundeld op cd een weg naar het prestigieuze ReR Megacorp label van de legendarische Chris Cutler.
Nu komt deze alleskunner Boris Kovač (sopraansaxofoon, melodica, zang) na alle zijwegen juist daar weer thuis met zijn nieuwe cd The Path, samen met zijn kersverse New Ritual Group. Deze bestaat uit Siniša Mazalica (contrabas), Slobodanka Stević (piano), Jasna Jovićević (alt+sopraansaxofoon, basklarinet) uit Dharma en zijn uiterst getalenteerde zoon Lav Kovač (drums, percussie), die ook te horen is bij Howling Owl, Evija Vēbere, Kuhn Fu). Op hedendaagse wijze borduurt hij voort op zijn Ritual Nova dagen. De composities zijn in de afgelopen 15 jaar geschreven voor zijn loyale quartet. Jasna voegt zich pas later bij hen, wat de muziek weer een andere richting opduwt. Hoewel ze over een lange periode geschreven zijn, passen ze allemaal wonderwel bij elkaar, mede door die bijzonder Kovač-stempel en tevens doordat het allemaal intieme, contemplatieve en heerlijk herfstige stukken zijn geworden. Hij en de zijnen brengen een prettig en eigengereid amalgaam aan jazz, avant-garde, neoklassiek en folk. De muziek weerspiegelt op fraaie wijze het heden en het verleden in een wederom weergaloze zoektocht naar geluk, hoop en nachtelijk vermaak in combinatie met de minder vrolijke kanten van het leven. Er wordt ook mooi gevarieerd met rust in en dichtheid van de muziek, waardoor de muziek ook een derde dimensie lijkt te krijgen en op en neer lijkt te zweven. Daarmee weten ze je op biologerende wijze bijna 50 minuten lang aan de grond te nagelen. De eclectische patchwork aan stijlen is echt van een aparte orde hier. Kovač heeft een sound in huis dat hem onderscheid van vele grootheden. The Path is gewoon weer zijn zoveelste uit het leven gegrepen meesterwerk geworden.

 

Lotte Kestner – Covers (cd, Lirico/ Inpartmaint Inc.)
Nadat de voortreffelijke groep Trespassers William uiteengaat, gaat zangeres Anna-Lynne Williams door in diverse incarnaties. Zo is een graag geziene gastvocalist (Sneaky Thieves,Mikhail, Anomie Belle, Delerium, Autumn Chorus), richt ze met Robert Gomez de groep Ormonde op, start ze haar soloproject Lotte Kestner en schrijft ze twee dichtbundels. Als Lotte Kestner brengt ze diverse albums uit, waaronder een aanta; coveralbums. Met haar dromerige, bitterzoete stem klinkt zelfs de telefoongids door haar gezongen hemels. Nu is er een nieuw coveralbum uit, dat simpelweg Covers heet. Hierop brengt ze 17 stemmige uitvoeringen van Nick Drake, Chet Baker, Crowded House, Beck, Radiohead, Pink Floyd, Lisa Will Insult You Darling, The One AM Radio, Kings Of Convenience, Midlake, John Lennon, Mazzy Star, Elbow, Slowdive, Depeche Mode, The Flaming Lips en Gonzo. Hoewel sommige nummers dikwijls behoorlijk uitgekauwd zijn, weet Williams er met haar gouden strot er toch weer een nieuwe klassieker van te maken. Ze toont eens te meer aan dat een cover wel degelijk van toegevoegde waarde kan zijn. En als ik heel oneerbiedig mag zijn klinken sommige songs gewoonweg beter dan de originelen en zijn andere versies een heerlijk eerbetoon aan die originelen. Misschien niet het gedroomde nieuwe album van haarzelf, maar wel het dromen overstijgende nieuwe, ruim 70 minuten durende werk van anderen door haar.

 

Mark Lotterman – Holland (cd, Mark Lotterman)
De Rotterdamse muzikant Mark Lotterman maakt zwartgallige en op z’n minst melancholische muziek, die op fraaie wijze ergens tussen singer-songwritermuziek en bluesrock inzit. Daar zingt hij prettig en pakkend bij met zijn herfstige stem. Inmiddels heeft hij 4 albums afgeleverd vol oprechte, ingetogen en dikwijls verpletterend mooie muziek. Zijn vijfde cd of beter gezegd project Holland is een heel bijzondere. Eind 2015 wordt het zaadje hiervoor al geplant door mensen te laten intekenen op het album. De songs zijn al geschreven en begin 2016 verschijnt een poster met 9 A5 fotokaarten, voor elke song één. Op de achterkant staan de songteksten, behalve op die van de instrumentale track “Maashaven”. Gedurende 2016 wordt middels de mail steeds een nieuw liedje plus video geopenbaard, maar ook op de albumwebsite van Holland verschijnen de liedjes. Zo nu en dan ontvang je ook weer een (vakantie)kaart met leuke artwork per post. De songs gaan niet alleen naar de donateurs, ook gaan ze stuk voor stuk naar dichters, fotografen, kunstenaars, filmmakers en anderen om hun visie hierop te geven. Dat levert per nummer foto’s, video’s, gedichten, tekeningen, schilderijen en zelfs live events op. Dit worden vervolgens als een soort collage op de website geplakt dan wel gelinkt. Het is echt de moeite om eens rond te gaan struinen! Je voelt je een soort strandjutter die op allerlei verrassende zaken stuit. Datzelfde geldt als je ingetekend hebt op de cd, want aan het eind van het jaar heb je een heel dossier bij elkaar gesprokkeld. Ze trekken ook door het land met in hun koffers de kunstwerken, beelden en woorden. Het maakt het zaadje uit 2015 tot een diepgewortelde boom met allerlei bijzondere vertakkingen. De voorpret is zelden zo groot geweest, maar ook de uiteindelijke bevalling is een waar feest.
De cd, ja die is er ook nog, is nu namelijk fysiek verschenen. Deze zit in een saai bruin doosje, maar fungeert in feite net als de koffer als draagmiddel voor al het moois erin en er omheen. Of een dossier waar de inhoud de buitenkant ontstijgt. Als je het doosje opent vind je er onderin de cd plus in de deksel de nummers, gedrukt als dossierfiles. Onder de cd zie je de hoofdverdachten staan die de muziek hebben gemaakt. Naast Mark Lotterman (zang, akoestische gitaar, keyboards) doen er maar liefst tien muzikanten mee op piano, elektrische gitaar, mandoline, omnichord, tuba, trombone, contrabas, bas, violen, altviool en cello. Of eigenlijk elf want het instrumentale, elektronische darkambient stuk “Maashaven” met David Lynch-achtige neigingen is volledig van de hand van Ruben van Asselt (Lesoir, Halfway Station, Storksky). Ondanks deze brede selectie brengt Lotterman vooral ingetogen, (uiteraard) droefgeestige songs. Zoals altijd landen deze ergens tussen folk, singer-songwritermuziek, Americana en bluesrock, waarbij hij her en der ook wat aan het experimenteren slaat, met samples en elektronica. Tevens larderen hij en de zijnen de muziek met psychedelische en klassieke elementen. Met de opener, die de cynische titel “Happy” draagt, weet hij je meteen in te pakken. Gedragen, oprechte muziek die me qua zang en vertelstijl wel aan Nick Cave doet denken. Het nummer eindigt heel fraai in een soort glitch stuk (niet in de video hier beneden). In de tweede song “The Great Farewell”, waar hij iets meer in het vaarwater van Johnny Cash zit, gaan de eerst harmonieuze strijkers in dit fraaie nummer plots akelig door elkaar spelen; als tranen die je blik vertroebelen. En zo ontvouwen zich allemaal intieme, persoonlijk songs over de dood van Lou Reed, complottheorieën, liefde in oorlogstijd, levensvragen, angst, hoop en dingen. Als je nog wat associaties wilt dan mag je ook Mark Lanegan, Lou Reed, Randy Newman, Grails, Frank Sinatra en Scott Kelly noteren. Het is al met al een zeer gevarieerd en verrassend album geworden, vol nachtelijkheden, dat het medium door alles er omheen ontstegen is. Een totaalkunstwerk en muzikaal gezien ook zijn magnum opus. Het is natuurlijk heel flauw om te zeggen dat dit on-Hollands goed is? 

Als je hier voor de muziek komt, heb je wellicht gemist dat er een albumwebsite (zie hierboven ergens) is met meer dan beelden en geluid? Maar doe wat je wilt…doei!

 

Manu Louis – Kermesse Machine (cd, Igloo/ Inakustik)
De Belgische muzikant Emmanuel Louis heeft in 2008 al een soloalbum afgeleverd, maar maakt daarvoor al furore in de prettig gestoorde band Funk Sinatra. Deze combineren folk, jazz, pop, klassiek, hedendaagse muziek en improvisaties met humor en energie. Ook duikt hij op in Mr Diagonal & The Black Light Orchestra. Met die bagage op zak brengt hij als Manu Louis (zang, gitaar, synthesizers, programmering) eerst een 7” uit in 2015, die nu door het album Kermesse Machine wordt opgevolgd. Hij wordt daarbij geholpen door zangeres Sarah Klenes (How Tow), het Da Sigma Brass Quintet en zes andere muzikanten op synthesizers, programmering, orgel, strijkmachine, rhodes, clavinet, piano, tuba, drums en percussie. Hij presenteert op zijn bonte kermis 9 nummers, die een verrassende mix vormen van post-moderne pop, Bakanachtige brassmuziek, stuiterende elektronica, diverse opzwepende percussiegerichte stukken en zelfs industriële elementen, die hij voorziet van Engels- en Franstalige zang. Het is dikwijls druk en complex op de kermis, die overigens vaak meer van een rariteitenkabinet weg heeft, maar altijd blijft het pakkend en toegankelijk. Denk aan een bevreemdende kruisbestuiving van King Missile, Hypo, Domotic, Zappa, Beirut en Air met de prettige twist van Renaldo & The Loaf en de Residents. Heerlijke en steengoede rariteit.

 

Pryapisme – Diabolicus Felinae Pandemonium (cd, Apathia)
Clemont-Ferrand heeft er sinds 2000 de kattenminnende, prettig gestoorde vijftal Pryapisme bij, die dus vernoemd is naar een zeer langdurige erectie van de penis. Hun albums kenmerken zich naast kattenplaatjes dan wel geluiden door de drukke, dikwijls futuristische mix van avant-metal, jazz, elektronica, breakcore, hardcore, folk, wereldmuziek, experimentele muziek en funk. Benjamin Bardiaux (keyboards), Aymeric Thomas (klarinet, zaag, drums, percussie, keyboards, elektronica), Nicolas Sénac (gitaar), Nils Cheville (gitaar) en Antony Miranda (bas, gitaar, zang, moog) zijn nu terug met hun volgende wapenfeit Diabolicus Felinae Pandemonium, waarop ze geruggensteund worden door 5 gastmuzikanten (saxofoons, contrabas, deur inslaan, stem) en 2 inmiddels overleden katten (miauwen). Ze laten weer alle uithoeken van de genoemde genres horen, waarbij de ene keer de gitaren en op andere momenten de elektronische instrumenten overheersen. Maar het veelal een maniakale potpourri van dat alles, waarbij je qua referenties heen en weer geslingerd wordt tussen Uz Jsme Doma, Igorrr, Zappa, Shining, Naked City, The Mars Volta, Cardiacs en Idiot Flesh. Geniaal gestoord. Wat een geweldenaars!

 

Max Richter – Three Worlds: Music From Woolf Works (cd, Deutsche Grammophon)
Binnen de neoklassieke wereld is de naam van componist Max Richter natuurlijk een zeer bekende en grote. Hij heeft vele reguliere albums uitgebracht, maar inmiddels ook al behoorlijk wat soundtracks en werken voor dans- en theater. In 2015 levert hij met Sleep, een acht uur durend werk, een immense prestatie af. Maar Richter is niet in zijn slaap blijven hangen en komt nu gewoon weer met de cd Three Worlds: Music From Woolf Works, een werk dat geschreven is voor Wayne McGregor’s bekroonde Royal Ballet productie Woolf Works. Dit stuk is geïnspireerd door het werk van de Britse schrijfster en feministe Virginia Woolf (1882-1941). De cd is in drie “hoofdstukken” Mrs Dalloway, Orlando en The Waves, wat ook weer boektitels van Woolf zijn. Richter maakt gebruik van het Deutsches Filmorchester Babelsberg, een strijkkwintet (2 violen, 2 cello’s en een altviool), twee solocellisten, een soloviolist en eenmaal ook een solo sopraan. Het eerste deel opent met een gesproken tekst van Woolf zelf. Daarna volgen er 3 prachtig melancholische neoklassieke stukken, vol rijke orkestraties. Bij het tweede deel leest Sarah Sutcliffe een kort stukje voor. In de 10 tracks die erop volgen vervult Richter zelf dikwijls de hoofdrol door met de modulaire synthesizer en allerhande elektronica dan wel piano aan de slag te gaan. Af en toe duiken de strijkers op om zijn elektronische geheel van franje te voorzien. Maar Richter maakt er een lekker duister en experimenteel spektakel van. Tot besluit krijg je het derde bedrijf dat slechts uit één lang stuk van ruim 21 minuten bestaat en geopend wordt door een voorlezende Gillian Leigh Anderson (X Files). Je hoort dan ook zacht het klotsen van de zee en het tedere spel van cello en viool. Na zo’n 3 minuten is de tekst afgelopen en verdwijnt langzaam het geluid van de zee. Dan volgt een wonderschoon droefgeestig gedeelte waarin de sopraan voor bergen kippenvel zorgt. Het is een adembenemend besluit van wederom een magistraal werk van Richter.

 

Tape Loop Orchestra – Instrumental Transcommunications (cd, Tape Loop Orchestra)
Achter het ietwat mysterieuze project Tape Loop Orchestra gaat Andrew Hargreaves schuil, die het niet nodig vind om ergens een website met informatie er op na te houden. Hargreaves, die zich ook wel eens Beppu of Kibbee Theodore noemt, vind je ook terug bij The Boats, The Sea, The Mistys en Theodore And Hamblin. Met zijn Tape Loop Orchestra brengt hij veelal mistige elektronische soundscapes die ergens tussen ambient, abstract muziek, drones en neoklassiek uitkomen. Hoewel sommige van zijn collega’s me niet heel erg kunnen boeien, omdat het gewoonweg voorspelbaar is, weet Hargreaves altijd een intrigerend en uniek hoorspel af te leveren. Minder minimaal als zijn andere groepen, maar toch altijd mysterieus, beklemmend en vanuit een klein donker hoekje komend. Op zijn eigen label brengt hij nu de cd Instrumental Transcommunications uit. Deze telt slechts 2 tracks, maar wel één van 50 minuten en één van 12. Die eerste, gelijknamige track is een collage van bandstemmen (EVP), glitches, neoklassiek, ambient, samples, spookachtige geluiden en fluisterzang van Beth Roberts. Er gebeurt ontzettend veel alleen wordt het zicht onttrokken door de duisternis, wat het zeer mysterieus en wonderschoon maakt. Om ademloos naar te luisteren. Ik denk dat liefhebbers van The Caretaker, Stars Of The Lid en Grouper hier wel raad mee weten. Het tweede nummer, “Inter-Frequency Energies” is meer een hybride van glitch, drones en elektronische noise geworden, die zich als een ambient-achtige symfonie ontvouwt. Deze zit meer in de hoek van Tim Hecker en Talvihorros. Meer dan een uur lang weet Hargreaves je in de houdgreep te nemen met zijn verbluffende muziek.

Luister Online:
Instrumental Transcommunications (samples)

 

Traindodge – Time Will Never Know Your Name (cd, Little Maffia Records/ Traindodge / Five Roses Press)
Het zou zo maar kunnen dat je nog nooit van de band Traindodge hebt gehoord, hoewel dat ongehoord is natuurlijk. De groep is namelijk al in 1996 opgericht en heeft tevens al 6 albums op hun naam staan, die in de klassieke rock en progrock hoek eindigen. Sinds hun vierde cd bestaat het viertal uit Jason Smith (gitaar, zang), Chris Allen (bas), Rob Smith (drums, keyboards) en Ross Lewis (gitaar). Hun nieuwe, zevende cd Time Will Never Know Your Name is eind vorig jaar al in de VS uitgebracht en komt deze week ook eindelijk hier aan het vasteland en op dat eiland tegenover Frankrijk. Ze zijn duidelijk meer naar de hardcore opgeschoven en dat valt bepaald niet tegen. Sterker nog, ze komen gewoonweg met hun beste muziek tot nu toe die liefhebbers van Fugazi, Don Caballero, Shellac, Crain en Rodan wel zal aanspreken. Een heerlijk opzwepend en meeslepend album.

 

Vladimirska – Paper Birds (cd, Gusstaff)
Het in Polen gevestigde bonte gezelschap Vladimirska is geformeerd rondom de Canadese singer-songwriter Scotia Victoria Gilroy (accordeon, zang, piano, speelgoedpiano, xylofoon), die ook in The Silver Owls speelt. De leden zijn naast Canada afkomstig uit Frankrijk en Polen. In 2011 debuteert Vladimirska met de cd Night Trains, waarop ze pakkende en uiterst origineel ingekleurde folkpop laten horen. Gilroy’s aangename, fluweelzachte zang doet wel enigszins aan Suzanne Vega denken. Tegenwoordig bestaat de groep naast haar uit Adrian Górka (akoestische gitaar), Kuba Duda (elektrische gitaar), Kamila Drabek (contrabas), Zbigniew Szwajdych (trompet), Leszek heFi Wiśniowski (saxofoon, fluit) en Samuel Calabig (percussie). Dit zevenkoppige ensemble komt nu met de tweede cd Paper Birds. Ze trekken de lijn van het debuut door, maar grijpen nog wat breder om zich heen. Ze larderen hun folkpop dan ook met klezmer, swing, dark cabaret en jazz. Soms is het uiterst frivool en lekker uptempo, maar op andere momenten zijn de songs doordrenkt met melancholie. Somber wordt het echter nergens. Het is een fijn amalgaam aan stijlen waardoor ze ergens tussen Suzanne Vega, Calexico en Gry, zonder dat dit ooit helemaal past. Een geweldig tweede album, zoveel is duidelijk.

 

White Dog – Sydney Limits (cd, Agitated / Konkurrent)
Of punk nog bestaat? Ja natuurlijk! En is dat nog altijd zo essentieel als destijds? Geen idee, ik vind van wel en als ik de cd Sydney Limits hoor van de Australische band White Dog vervagen grenzen en boeien al die vragen niet. Het viertal presenteert 16 ongecompliceerd, ontwapende songs die, zoals het hoort, gewoon onder de 28 minuten finishen. Daarbij hebben ze de uitwerking van de meest onsubtiele sloopkogel, waarbij je maar moeilijk stil kan zitten. Het is bepaald niet nieuw wat ze hier laten horen, maar dat is ook echt irrelevant, want hun sound is zo pakkend en overdonderend goed dat je enkel kunt genieten. Ja je hoort Minor Threat, Black Flag, Brutal Juice, Cosmic Psychos, The Exploited, Buzzcocks en Dead Kennedys er helemaal in terug, maar dat doen ze vol overgave en overtuiging dat het enkel tot heel veel luisterplezier leidt. Alleen mijn kinderen staren me met open bek aan. De zoveelste rare papa plaat zullen we maar zeggen.

 


Martijn

Sampha Process
Sampha zong al met diverse supersterren zoals Solange, Drake en Kanye. Process is zijn eerste solo-album en dat is een goed begin. Er zijn breekbare pianoballads maar ook veel behoorlijk elektronische arrangementen. Beetje tussen Jesse Boykins III en James Blake aangevuld met wat Afrikaanse roots. Zo’n plaat die weer laat zien dat de spannendste dingen tegenwoordig in de hoek van R&B gebeuren.

קרולינה שלוש
De Israëlische afro-rockende soulzangeres meldt zicht terug met haar derde album (de titel is volgens Google Translate ook „Drie“). Het vorige album Zohar was een divers pakketje met veel plaatselijk folklore zoals mizrahi, deze keer is ze op de R&B-tip, waarvoor ze al credits kreeg door te werken met Adrian Younge. Toch is haar eigen album wel weer anders, ondanks de ook bij haar wel aanwezige old school vibe, maar die is meer jaren tachtig. En er is een vleugje disco.

Violet Cold Anomie
Deze Azerbeidzjaanse eenmansband produceert veel, maar dit album heeft hij toch twee jaar op lopen broeden. Het is net als zijn laatste twee albums Desperate Cries en Magic Night atmosferische black metal (of „euphoric black metal“, zoals hij het zelf noemt) maar voor het eerst gebruikt hij, naast de bekende pastorale tremoloriffs, lokale invloeden in de vorm van ud en ney. En de Turkse taal, maar dat hoor je in de screams niet. Wel als een damesstem een en ander voordraagt, zoals herhaaldelijk „Seni Seviyorum“ („ik hou van jou“) in Lovegaze. Het levert zijn beste plaat tot op heden op.

Comments

comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.