Cinema in 2018 (Ludo)

Over smaak valt niet te twisten, daarom heeft u mij. Toch blijft de vraag, hoe lopen de wegen naar het hart? Des te meer cinema ik zie, des te minder lijkt er voor nodig. Een moment van magie dat zich vast haakt, waarna het weinig meer uitmaakt wat er gebeurt. Raadsels! Daarom nu deze hermetische favorietenlijst. In samenvatting, opdat we ze samen kunnen vatten.
Laat ik beginnen met drie recente films die de kijker irriteren, maar juist daardoor intellectueel intrigeren. Het Braziliaanse Aquarius beseft, we zijn allen geschiedenisdragers, onuitwisbaar getekend tot aan de dood. Gebotoxte hoofdrolspeelster Sônia Braga toont te midden van haar krassende vinylplaten meer overlevingskunst dan Marina Abramovich. Ook in het Griekse Suntan verzet een ouder wordende mens zich aan de rand van het strand tegen de vergankelijkheid. De arts raakt geobsedeerd door een groep jongelingen. Zijn vakantie-eiland verandert in een marktplaats van eigenwaarde. Een Fa-reclame goes horribly wrong. Het Koreaans-Amerikaanse Columbus laat op indrukwekkende wijze de bijl vallen. Een niet zo jonge man reist naar Ohio om afscheid te nemen van zijn niet zo geliefde vader. Ook haat kun je missen. Hoe leef je ín de schaduw van je ouders, en wanneer treed je eruit? Ozu-thema’s tot en met. Columbus houdt een stil pleidooi voor een groot idee durven hebben.

Ik zei het al, gevoel wordt almaar bepalender voor mijn filmbeleving. Toegegeven, dat klinkt nauwelijks schokkend. Niettemin zal richting 2020 één enkel shot een film tot meesterwerk kunnen maken. Nu is het nog net een song, een literair idee, of zelfs de geur van een herinnering. Op dat laatste vlak denk ik aan Summer 1993, een Catalaanse overpeinzing, waarin een meisje noodgedwongen naar het platteland verkast. Er gebeurt helemaal niks, behalve het branden van een Camping Gaz-lampje, en het ver-lichten van de schaduw die het meisje meezeult. Wasem op de winkelruit bij de slager, warme kusjes voor de poppen, aan zulke nog minder dan micro-details heeft de film genoeg. Haar hartslag daalt van 120 BPM naar veilige waarden. Endless Waltz jaagt het tempo juist de hoogte in. De fantastische biopic over een jazzgigant draait aan alle dissonante knoppen, en vindt een snoeiharde tederheid. Ook Witchhammer haalt de moker boven, en dan te bedenken dat deze lucide aanklacht tegen de eeuwige vrouwenhaat begint met de rustgevende onschuld zelve. Een goed stel borsten. ‘Mijn veertigjarige ervaring vertelt me dat dit een origineel exemplaar is.’
Twee nieuwbakken kameraden kijken in Il Sorpasso vanuit een sportbak hun ogen uit. De roeptoeter palmt met panache een stastokkerig studentje in. Ze vertrekken voor een wanderfilm by car. ‘Senza programma’. De drie elementen van een Italiaans maestrowerk zijn (toch) aanwezig: Het grote landhuis in verval, een strand met een bijna treurigstemmende hoeveelheid mooie meisjes, en het einde als Einde. (Doe de katholieke twist.) Wild Style maakt even veel plezier, en voegt daar nog een ‘fourth element’ aan toe. De eighties-film geeft een flitscursus hiphop. God is a b-boy tijdens deze parade van talenten. De crews vormden een zelfredzame gemeenschap. Ze gaan al boastend op in egoloosheid. Wat een schatkist. Het Japanse team dat Mind Game maakte, zet niet één tag, maar honderdduizenden. Ze duiken een tunnel vol tropicalia binnen. De bijzonder snel escalerende anime switcht iedere seconde van animatiestijl. Helaas blijft de Aziatische cinema ondervertegenwoordigd in de Nederlandse bioscopen, de Swing Girls zouden er wellicht teveel van gaan giechelen. En dan hun boeken weggooien. De cinema van het land vaart uit.
Ey-o wat zeg ik nou trouwens, ik ben helemaal nog niet klaar met Japan. Ik verdring The Emperor’s Naked Army Marches On, dat nu in het blokje Lijden zijn natuurlijk verloop vindt. We volgen een kruidenier op missie. Goeie grutjes, deze kerel staat erop, en slaat erop. De ‘directe actie’ resulteert in een gewelddadig goede verwerkfilm. Met elke buiging worden de verhalen gruwelijker, en de maatregelen harder. Wellicht de beste documentaire aller tijden. ‘That’s a matter of opinion.’ Díe tip dankte ik aan Susan Sontag. Zij kwam ook met Sovjet-kruisiging The Ascent aanzetten. Oorlogsellende met iedere moeizame slikbeweging. De Duitse Amerikaan Dieter weet hoe dat gaat. Gelukkig wilde hij samen met Werner Herzog herkauwen. In Little Dieter Needs To Fly neemt de regisseur zijn geestverwant mee voor een re-enactment. Van de diepste diepten naar de hoogste hoogten. ”The only friend I had, in the end, was death.’ Ik durf te wedden dat Freaks ook tot Herzogs favoriete films behoort. Het scenario schrijdt zonder een moment iets te mankeren vooruit. Afgemeten als een boze dwerg.
Series stellen vergeleken met films niks voor, ze hebben vooral sociaal nut, als gespreksstof voor stelletjes op bankjes, of theeleutende vrienden. Dankzij Baseball zat ik een seizoen op de ‘tribune’ – overigens gewoon een bankje – van de plaatselijke honkbalclub. Uitzinnig juichen om een 4-3 overwinning in de tiende inning, dat werk(t). Burns’ even eindeloze serie klingelt van orgelpunt naar strike-out. De geschiedenis van ‘the national pastime’ oprakelen, is het verleden van het beloofde land met een snoeiharde pitch raken. In Glover’s Atlanta verruilen jonge Amerikanen de handschoen voor microfoon, of een basketbal. Gelijke kansen bestaan alleen in een suikerspindroom. ‘It’s all about that paper boy’. Of Twin Peaks het all-American thuishonk kan symboliseren? Lynch mag het weten. Seizoen 1 is zó goed. (En dat was me al zó vaak verteld.) Eindelijk maakte ik kennis met Bobby en Invitation to Love. In het tweede seizoen slijten de pieken door serie-itis, de noodzaak overbodige lijntjes op te snuiven om het einde uit te stellen. Seizoen drie maakt het helemaal bont. Zelden zag ik zoveel contractueel gevulde tijd. ‘Tijd.’
De serie die a-sociaal veel nut had, heet The Story of Film: An Odyssey. Ieders favoriete film-oompje Mark Cousins dist met zijn sappige accent tafels vol cinemageschiedenis op. Een project dat iedere cinefiel ooit moet ondernemen – net zoals iedere filosoof eens een geschiedenis van de Westerse filosofie schrijft. Het fijne aan Cousins versie blijkt zijn niet-westerse blik. Zelfs Zwitserland en Afrika komen tezamen in Hyènes. De Hollywood-‘bobbel’ wordt zo een kopje kleiner gemaakt. Een goed voorbeeld vormt de serie (!) La Batalla de Chile, waarin een heel volk voor de camera verschijnt. Het revolutionair elan wordt even onnavolgbaar binnenstebuiten gekeerd door Sovjet-snelkookpan Arsenal. De Georgische kleurenpracht van Shadows of Forgotten Ancestors zal ik niet snel vergeten. Alles leeft, en alles ziet. Via een POV-shot van een vallende boom (!) dondert de kijker dit duizelingwekkende staaltje etnopsychedelica binnen. Films uit het Russische rijk zijn iconisch geconcipieerd, en altijd gebleven.
De invloed van Oosters mysterie ontwaren we ook in het Turkse Umut. Op de meesterlijke soundtrack blazen de strenge tonen van een klarinet iedere hoop de stad uit. Een paar sloebers gaan op schatjacht met een hodja. Elke rationaliteit voorbij, enkel nog mystiek gedetermineerd. Het leven begint deterministisch te draaien, schiet voorbij als een Flying Dagger. De dood passeert hun op een paardenkarretje in The Phantom Carriage. Typisch zo’n film die ik zonder Cousins nooit had gekeken. Het double exposure-diamantje is een godsvrucht voor de cinema, vraag dat maar aan Kubrick en Bergman, of Wong Kar-Wai met zijn wilde kleurenfilters. Wanneer ik klasbakken ga noemen is Lang nooit ver weg. De duizendpoot knutselt in Das Testament des Dr. Mabuse een ‘hübschen Mechanismus’ in elkaar. De knotsgekke detective gaat van olijk naar over lijken. Lang personifieert de veelzijdigheid van de wereldcinema, het nooit Verlorene. Filmmakers aller landen verenigt u!

Cinematigheden
Als de meeschrijvers hun huiswerk hebben genoteerd, beginnen we aan het meest teleurstellende uit het Nederlandse bioscoopjaar 2018.

*A Quiet Place
Een film zo onnozel dat ik er beter het zwijgen toe doe. Het zal voor de filmmakers wel een zware bevalling zijn geweest.

*The Ballad of Buster Scruggs
De omnibus vormt van oudsher een teken van uitverkoop, een gebrek aan inspiratie. De Coen Bros gebruiken ideeën van anderen om goedkoop op niveau te komen, niet zozeer om op niveau te zíjn. ‘Getting to keepers.’

*Le Redoutable
Nuffige retro-kunstenaar winkelt bij de echte artiest. Zoals de stroper in de gevangenis verplicht Bambi moet kijken, dient Hazanavicius voor het peloton van Le Petit Soldat te verschijnen. Een film zo leeg als het hoofd van de maker.

*Isle of Dogs
Door politie-correcte taalzuiverheid verdubbelt het gelul en de duurdoenerige saaiheid. Het momentje van melancholie komt desondanks niet. Misschien heeft Anderson daar toch een narratologische klasbak als Roald Dahl voor nodig.

*Utøya: July 22
Stel je voor, in de uren vóór Breivik discussiëren progressieve, pro-actieve jongeren over de staat van de wereld. Dat zou een hoopvol en oprecht eerbetoon zijn geweest aan hun heldendaden. Zij zijn de toekomst, niet de vlucht.

*Mandy
Een nachtmerrie van en vol clichés. Cage weet er als Cage enkel kruisbogen, flauwe grappen en een witte slip tegenover te stellen. Weg mindfuck, enter geestdodende doem. De horror-hoogmis slaat morsig dood. Annihilation deed Cosmatos’ eigen kunstje stukken beter.

*Call Me by Your NameZo smaakvol dat het onsmakelijk wordt. Guadagnino heeft wringender (en spetterender!) in huis, hier blijft alles (s)loom. Zijn kans op een Louis Malle-prent vergaat in de liedjes van fluisteraar Sufjan Stevens, die trouwens wel eens uit de kast zou mogen komen. Of wil hij het soms nog beter timen, dit leek toch dé kans. Ging deze anonieme zwijmelfilm over een vrouwelijke tiener aanpappend met een promovendus van paps, dan waren er vast héél wat minder Oscar-nominaties uitgedeeld. Nu zien we zin-loos gepoedel bij een badje, een perzik als de nieuwe American Pie, en wat referenties aan Heraclitus en Heidegger om de sik-strokende arthousekijkers tevreden te stellen. Naakte huid zonder penetratie. Mouwloos in je hemd staan. ‘Have I spoken out of turn?’

Cinemagie
Daar zijn ze dan. De beste vijftien. (Een eervolle vermelding nog voor God’s Own Country, een film die wél raad weet met de huid van Onschuldige Lammeren.)

15. The Sisters Brothers
Geef me een film met semantische discussies, en ik ben tevreden. Audiard bewijst dat zoiets zelfs in het doorgaans zwijgende western-genre kan. Na de geijkte openingszetten sijpelt een fijnzinnige kapitalismekritiek de film binnen. De entree tot Heaven’s Gate ligt in het persoonlijke fetisj-ritueel.

14. You Were Never Really Here
Alomtegenwoordige mompelaar Joaquin Phoenix moet in een fraaie rol de handjes uit de mouwen steken, en de vloer boenen. Zijn PTSS-trip ontspoort in een potje zenuwen. Het is de strafste film met een plastic zakjes-motief sinds American Beauty. Zou psychopaat Kevin Spacey durven kijken?

13. Three Billboards outside Ebbing, Missouri
De beste film die de Coen-broers dit jaar niet maakten. Er is een versie denkbaar die de sociaal-bewuste Roger Ebert op 1, 2, én 3 van zijn jaarlijstje had gezet. Nu blijft hij zich bij iedere twist omkeren in zijn graf. Een postmodernistische grap vermomt als slachtoffermarathon. Citation needed.

12. Cold War
Koud kunstje voor Pawlikoski, zo’n grote mensen-film met grote mensen-looks. De man heeft filmische klasse tot in zijn vingertoppen. Zelfs wanneer het verhaaltje weinig voorstelt, vindt hij zijn eigen, serene gevoel. Mensen ademen stug door, op de kracht van hun melodie, en het ritme van de volksdans. Een blik der herkenning.

11. Have a Nice Day
Openen met een Tolstoj-quote, eindigen met Goethe, Have a Nice Day weet hoe het de intellectueel moet behagen. De Chinese animatiefilm is van alles wat, en taoïstisch Niets tegelijk. Een minimalistische mood piece – puur concept om bij weg te dromen. Tijdens een bruusk en betekenisvol moment neemt de Staatsmacht het op tegen de hamer van de sappelaar. Alle personages worstelen met sociale verwachtingen. Hun lo-fi mozaïek wordt Mao-ziek.

10. Lean on Pete
Onversneden Americana op celluloid. Groots in gebaar, klein in countryleven. Persoonlijke favorieten Buscemi en Sevigny brengen als paardentrainer en jockey een jonge allemansvriend eigenliefde bij. Het drietal oogt al snel als surrogaat-gezin. Een verhaal over binding, en loslaten schemert. Hechtingen zijn er voor als je gevallen bent. Nieuwetijdskind Plummer vlucht op avontuur. Ik kon mee, want zoiets hoort bij een paardenfilm. Mooi in zin en gedachten.

9. Closeness
Echt sterven in fictie. Het riep bij velen weerzin op, maar ik zou toch liever dát doen, dan eindigen in een ziekenhuis-documentaire. Maak je borst maar nat, ‘Tesnota’ schrikt nergens voor terug. De film speelt een sereen spel. Een dochter lijkt een zoon, een broer gedraagt zich als haar geliefde. Alles wordt diffuus in Kabardino. Het scenario voelt als Malamud-achtig verhaal. De tv sneeuwt ellende en de föhn zoemt white noise. Galgenhumor ontmoet leeuwenmoed.

8. Jeune Femme
Het complete en complexe opperwezen dat ze De Vrouw noemen trekt als een magneet. Dit jaar zagen we haar terug in guilty pleasure Juliet, Naked, en Gerwigs gewone opgroeidrama Lady Bird. Het meest hermansiaans toonde zij zich echter in Jeune Femme. De grote cineasten Varda en Akerman worden door regisseur Leonore aangeroepen voor haar jazzy stadsdebuut, Een grote mond-chaoot weerstaat alles, met het onweerstaanbare individualisme van Gil Evans.

7. Jusqu’à la Garde
Co-ouderschap. Kind van jou of kind van mij? Eerst zat ik baudetesk op de paternalistische lijn, maar dan gaat de telefoon. Te midden van verhuis-chaos valt een omineuze stilte. De kinderen wéten. Er begint een intens kat- en muisspel tussen vader en zoon, met op de achtergrond het ‘schaakstuk’ waar het hem werkelijk om te doen is. Thuis klingelt de bel, en valt er opnieuw een ijzingwekkende stilte. Die van het verlaten appartement… En het monster in de man zelf. ‘C’est quoi, moi?’

6. The Florida Project
Twee trash treasures leven hun leven to the Pepsi max, met grote waffles. Lang kan dat niet goed gaan, uiteraard. Steeds vaker moet het kind apart zitten in badeenzaamheid. Aldaar kan zelfs Willem Defoe de duisternis niet meer verlichten door een siggie aan te steken. Regisseur Baker heeft de touwtjes van de dollemanskermis stevig in handen, en brengt zijn kleurrijke film naar het enige mogelijke sprookjeseinde. Hartverscheurende fleurs du mal. ‘I can always tell when adults are about to cry.’

5. Den Skyldige
Kan het nog simpeler? De wanhopige beller en de alarm-centralist. Meer horen dan zien. Jusqu’à la Garde besloot met zo’n situatie in de finale. Den Skyldige ís niet meer dan finale. Anderhalf uur lang een vrouw in nood en haar luisterende oor. Hij zet haar aan tot actie. Met risico, want zoveel wordt wel duidelijk, deze agent heeft het moderne ongeduld, het korte lontje van de verwarde samenleving. Samen met hem wordt de kijker op scherp gezet. Een eenheid van plaats, tijd en leed.

4. I Am Not a Witch
Uit de rijke Afrikaanse sprookjesbron stroomt dit wonderlijke verhaal over Shula the teenage witch. Het meisje wordt op een slechte dag opgepakt, en vanaf dat moment opgeleid. Als uitverkorene is ze de klos, ze zit namelijk áán de klos. Met zulke surreële gruwelmachinaties vliegt de film al gauw voorbij simpele metaforen. Het scenario tovert een vreemde vertedering op het donkere doek. De compositie klopt, met elke slag van de trom. Een markering voor het leven. ‘Let’s sing for Shula.’

3. Foxtrot
Een lege(r) wachtpost op de grens van nergens zoemt van Tartaars nihilisme, de gekte van het nietsdoen, en de daaropvolgende fouten van levende doden. Dit is het soort absurde komedie dat de Israëli’s altijd meesjouwen. Soms zwaar als een steen op de maag (om mee te gooien) maar ook met een kunstzinnige harde kern. Dankzij meta-grapjes en animatie maakt Foxtrot een dubbelzinnig dansje in het land der getekenden. Alle ‘losse’ films van het prismatische scenario komen via doordachte lijnen bij elkaar. Humanistische les voor velen. ‘We zijn atheïsten wat maakt het uit.’

2. In den Gängen
‘Welkom in de nacht, collega’s.’ Het is een nacht die je in heerlijk normale films ziet. De taferelen kent iedere winkelslaaf. Het weggooien – en het snaaien – der afgekeurde zooi. Stoffige mannetjes met hun precieze bepalingen en omgangsvormen. De afdelingen-vetes (wie gaat over deze gang?) en vooral, de eindeloze hoestbuien van zware shag-rokers. Zo geschiedt ook in deze bitterzoete Duitse decemberfilm, en het is allemaal van een ongelooflijk fluisterige YouTube-liefheid. ‘Der Solide Christian’ doet per knuffel-grijparm en heftruck een gooi naar het leven. In zijn pakhuis kan het nog steeds de jaren tachtig zijn, en doen meisjes nog steeds hun haar zo. ‘Bei dir?’ ‘Auch.’

1. Marjorie Prime
‘It’s always nice to be lied to.’

Zieken in een onwerkelijke wereld, niet meer die van de mens, maar van de ziekte. Zo begint Marjorie Prime, heel fragiel, met een twaalf minuten durende openingsscene. Het zijn voorzichtige zetten in een Derrida-spel. Fenomenaal, fenomenologisch, feminien logisch. Her (mijn favoriet van een paar jaar terug) ging eigenlijk over Him. Marjorie Prime toont eerst de vrouw, en dan de alles-overstijgende zelf-(open)baring van de mens. Dit is social science fiction, de beste science fiction. In de nabije toekomst gebruikt men software als externalisatie van de eigen herinneringen. De omgeving moet ze die eerst wel voeren, trauma voor trauma, blokkade voor blokkade*. Alle vragen opgeworpen, weggeworpen en afgestoten. Marjorie Prime doet ademen van ellende. Omgeven worden door leegte is altijd nog beter dan erin moeten staren.

‘Pity from a computer.’

Comments

comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.