Benoit Pioulard – Hymnal


Krank178[cd, Kranky/Konkurrent]


Laat je vooral niet misleiden door de Franse artiestennaam Benoit Pioulard. Het is namelijk al sinds 2001 jaren de nom de plume van de getalenteerde Amerikaan Thomas Meluch. Hoewel hij op voorgaande albums ook wel eens als Benoît Pioulard, Bernoit Pioulard of zelfs Benoît Honoré Pioulard vermeld staat. Tevens maakt hij samen met Rafael Anton Irisarri (The Sight Below) deel uit van Orcas, die vorig jaar hun prachtige gelijknamige album het licht laten zien. Meluch heeft 3 in eigen beheer uitgegeven werken uitgebracht en op het prestigieuze Kranky inmiddels de cd’s Précis (2006), Temper (2008) en Lashes (2010). Deze kenmerken zich veelal door een duistere, intieme slaapkamersfeer. De melancholische songs zijn altijd breekbaar en donker, ondanks dat ze dikwijls redelijk uptempo gebracht worden. Primair hoor je de akoestische gitaarmuziek, waarachter hij dan een schemerige atmosfeer plaatst. Hij is één van de weinige meer singer-songwritergerichte muzikanten op het label, maar past qua ambiance helemaal bij de rest.


Zijn zevende cd Hymnal, de vierde op Kranky, heeft hij grotendeels gemaakt tijdens zijn langdurige verblijf vorig jaar in het Zuidoosten van Engeland en het Europese vasteland. Vrij onverwachts zijn de alomtegenwoordigheid van religieuze iconografie en de grootse kathedralen een muze geworden. Meluch, katholiek opgevoed maar zelf niet echt vroom, is danig onder de indruk van al deze religieuze mysteries en nalatenschappen en beseft dat hij hier wat mee moet doen. Al is het maar om zijn familie te eren. Dat levert een 12 nummers (uiteraard) tellend album op, dat ruim 41 minuten duurt. De singer-songwritermuziek is nu veelal verpakt in meer ambientachtige constructies, al blijft hij duidelijk een songwriter. Hij krijgt ruggensteun op cello van Lucinda Chua (Felix, Stars Of The Lid) en op gitaar van Kyle Bobby Dunn. De mastering is in handen van Rafael Anton Irisarri. In goed gezelschap fabriceert hij zijn meest uitgebreide en sfeervolle werk tot nu toe, dat een enorme diepgang kent. Hij weet pluizige pop, ambient, singer-songwritermuziek, neofolk en lichte drones aaneen te smeden tot een bijzondere, veelal nachtelijke sound. Hierbij laat hij zijn herfstachtige, ingetogen zang regelmatig op de achtergrond horen. Ondanks dit alles is het geen zwaar op de maag liggend of ontoegankelijk album geworden, maar wel eentje die je op intrigerende wijze weet te betoveren en je zachtjes door de nacht leidt. Denk aan een begeesterende mix van Boduf Songs, Sun Kil Moon, Robin Guthrie, Jessica Bailiff, Grouper, The Sight Below, Field Rotation en Stars Of The Lid, maar besef tegelijkertijd dat de aanpak en het eindresultaat steeds anders is dan de genoemde artiesten. Een cd met een unieke atmosfeer en van een ongelooflijke schoonheid. Zijn magnum opus.




door Jan Willem Broek

Comments

comments

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.