50 x 90: 19. Barkmarket – Gimmick (1993)

Het moest er een keer van komen: een recensie (liverecensie dit keer) van de hand van meester Heeg waarmee ik het hartgrondig oneens was. Wat heet, het was gewoon complete onzin. Hij vergeleek Barkmarket namelijk met Nirvana, met als strekking dat er geen lijn of intensiteit bij de eerste was te vinden, en die tweede zou dat hebben in overvloed. En ik maar roepen tijdens het lezen "ja maar Robert, als je dat dus meent dan snap je er werkelijk geen zak van!"



Gimmick1 Barkmarket en Nirvana, appels en motorolie. Nirvana, archetypische en overgewaardeerde grungeband met popliedjes vol teenangst en zelfhaat; Barkmarket, noiserock afkomstig uit totaal andere stroming, geen mentale tragiek, en vooral geen popliedjes. Hoe Robert Heeg dan ook bij de vergelijking kwam is me vandaag de dag nog steeds een raadsel. Het was dus ook zeker niet hij die me op Barkmarket wees; dat was Joy Arpots, de avantgarde recensent van Watt. Intrigerend, al dat moeilijke spul. Kon er nog weinig chocola van maken, maar het daagde me uit, bracht me op plekken die nog onbekend voor me waren. En dat was ook nodig, want hoewel zoiets als Mind Over Four nog wel heel goede moeilijke metal was, werd andere meer standaardmetal minder en minder interessant – hetgeen ik uiteindelijk echt merkte enige tijd later toen Machine Head hun debuut Burn My Eyes uitbracht: een album dat alles had om goed te vinden, maar wat me op geen enkel niveau raakte. Nu vind ik het trouwens best een fijne plaat, maar toen was Machine Head mijn feitelijke einde van metal. Het afscheid. Daarmee natuurlijk een groot gat achterlatend, dat vooralsnog wel met gitaren opgevuld diende te worden. En daar was Barkmarket net op tijd, dank u Joy Arpots (die ik later in een ingezonde betichtte van elitarisme in zijn muzikale keuzes om zich maar zo avantgardistisch mogelijk te kunnen profileren; precies hetzelfde als ik later ook zou doen – meestal onbedoeld. Het kan verkeren).

"Wat is dit voor expressief (lees irri) zanger. Oh nu het volume wat opgevoerd wordt, wordt 't een ietsjepietsje beter. Emo-screamo.. Ik vind 't niks." Aldus Ludo over 'Whipping Boy', het tweede nummer van Gimmick dat ik op een verzamelaar had gezet voor een cd-cirkel. Dat deed potdomme pijn hoor, zo'n hard oordeel, een nonchalante maar rake klap in het gezicht met vlakke hand. En dan de zang irritant noemen, en de band in de emo-sreame hoek plaatsen. Het moet gezegd: Ludo durft. Maar natuurlijk zit hij hartstikke fout: Barkmarket komt uit de New Yorkse noisescene, en ja daar zit natuurlijk altijd wel een dosis hardcore en punk in, maar emokids bestonden nog niet (volgens mij). Daarbij, de stem van David Sardy – bandleider, zanger, gitarist, producer, mixer – is een van de sterkste punten van de hele band. Nogal expressief ja, dat wel. Sprekend, vaak luid, soms ingehouden, maar altijd met veel gevoel; kwaad, somber, grenzend aan doordraaien, gevoelig, onzeker of juist arrogant zelfverzekerd. Praatzang, melodieus, schreeuwend tegen de klippen van de hel, bij Barkmarket kon het allemaal.

Maar nu kan ik wel lyrische bewoordingen blijven bezigen, feit is dat ik in 1993 flink moeite heb moeten doen om de nummers te leren kennen, om er echt in te kunnen komen. Eerste indruk was geweldig, het geluid keihard en overstuurd, en het mooie was dat het keiharde en overstuurde niet werd gekoppeld aan metal in welke zin dan ook. Dit was nieuw, spannend. Maar ook moeilijke shit hoor, want ze hadden een ding gemeen met Mind Over Four: het gebrek aan normale pop/rock songstructuren. Mind Over Four was dan nog duidelijk metal, maar die houvast had ik niet bij Barkmarket. Overgeleverd aan nieuwe elementen. Sardy begon de gigantische lappen tekst te zingen, en ging maar door en door zonder ooit bij een refrein of welke herhaling dan ook aan te komen. Zelfde was het geval bij de muziek: riffs, breaks, bruggetjes, allemaal begrippen zonder waarde, want een liedje begon gewoon ergens en kon via onlogische wegen bij een totaal ander punt aankomen. En toch bleef het overal even natuurlijk en ongeforceerd klinken. Hoe bizar ook, elke noot was zo bedoeld. En na een keer of tig bleven de songstructuren wel hangen, en was Barkmarket gewoon zo logisch als maar zijn kon.

En daar begon het pas. Want als de verwondering wegvalt over de vorm, komt in de inhoud pas aan de orde. En de inhoud bleek nog beter dan de vorm. De abstracte noiserock was eigenlijk bijzonder melodieus van opzet, zowel qua riffs als zang. De songs zonder terugkerende hooks hadden die hooks helemaal niet nodig want elke nieuwe passage was kwalitatief gelijkwaardig aan het voorgaande, bij de oneven maatsoorten ging niet om de oneven maatsoorten maar om de riff of het basloopje dat toevallig in een oneven maatsoort was. Elk nummer kende zoveel verschillende ideeƫn en wendingen en toch ging het nergens fout, sterker nog: bijna alle stukjes, riffjes, loopjes of wat dan ook waren even goed. En helemaal niet zo ontoegankelijk als dat het lijkt van een afstand, zelfs best catchy zo hier en daar.
Idem dito voor de zang: ondanks het gebrek aan refreintjes lagen de zanglijnen helemaal niet moeilijk in het gehoor. En raakten de zangmelodieĆ«n me soms behoorlijk (krijg je toch nog gelijk met emo, Ludo). Nergens sterker dan in 'Static' dat schuifelend en hakkelend rustig begint – een noiseballad? – en toewerkt naar meerdere climaxen met een fors overslaande Sardy, die het klaarkrijgt om hard schreeuwend over een ondergrond van woest waaierende drums en feedbackende gitaren te ontroeren en klein te blijven. "If I could cry, I'd drown in lies", het klinkt inderdaad emo-achtig als ik het opschrijf, maar het wordt bezongen vanuit een ander perspectief, een andere context.

Heb je ook nog de perfecte productie. Hard, overstuurd, maar wel helder en duidelijk zonder dat het een brei wordt behalve op de plekken dat een brei beoogd wordt. Gebruikmakend van feedback en ruis en wat er allemaal ter tafel komt bij alles op 11 zetten; David Sardy speelde er rijkelijk mee, op superieure wijze (en dat produceren is hij bepaald niet verleerd, zit tegenwoordig in de big league – zoek voor de grap zijn naam maar eens op bij Wikipedia). Het was ook van het produceren en mixen dat Rick Rubin Sardy had leren kennen, en Barkmarket blijkt een van de eerste bands op American te zijn geweest.

Nog iets dat ik erbij moet zeggen: live minstens even goed. Niet dat ik daar na Gimmick al achter was gekomen – optreden in de Effenaar begon om 23.15 en ik moest om 23.30 de laatste trein terug hebben. Erg vet balen, want ik had me van tevoren door een erg vervelend voorprogramma heen moeten bijten waarvan ik de naam hoogstwaarschijnlijk verdrongen heb. Toch heb ik ze nog meerdere keren gezien: Pukkelpop, Effenaar (na een mislukt Dead Can Dance avontuur, maar daarover later meer), Rock Herk. Allemaal ten tijde van opvolger en laatste Barkmarketplaat L.Ron, bijna even goed als Gimmick. Daarna zijn ze gewoon gestopt, geen ruzie, maar alles was wel gedaan, en Sardy begon het drukker en drukker te krijgen met produceren, en tegenwoordig ook als filmmuziekcomponist. Blijven zeker twee nagenoeg perfecte platen (misschien wel meer, eerder werk heb ik nooit gehoord) over die werkelijk geen cent gedevalueerd zijn en in mijn oren ook nu nog uitgebracht kunnen worden – toen trendloos, nu nog steeds. Waar je bij Mind Over Four wel de tijdsgeest duidelijk terug kunt horen, kan ik dat bij Barkmarket niet. Het is dat 'tijdloos' zo'n waardeloos adjectief is geworden, anders zou ik hem nu gebruiken. Dus.

(Bas Ickenroth)

Comments

comments

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.