20 Tracks in 2020: 1. Januari

Hayley Williams - Simmer
Vorig jaar probeerde ik elke dag een Track van de Dag te kiezen. Die zou ik dan posten op Facebook met aan de eind van de maand het overzicht op deze site. Ik heb 2019 afgemaakt, maar naarmate het jaar vorderde kwamen er steeds meer dagen dat ik er geen zin in had of het oversloeg. Soms heb ik nu eenmaal meer zin nieuwe muziek te ontdekken en te luisteren dan anders. Een oude favoriet kiezen en die zonder commentaar posten was een oplossing, maar dat voelde halfslachtig.

Daarom in het nieuwe jaar een aangepast concept. Als ik zin heb kijk ik in Feedly in mijn muziek RSS-feeds wat er aan nieuwe liedjes is verschenen. Wat ik leuk vind dump in een Spotify playlist ‘Tracks 2020’. Aan het einde van de maand kies ik daar dan 20 tracks van 20 verschillende artiesten uit die ik het leukste vind en maak daar een artikel voor deze site mee.

Het verschil met vorig jaar is dat het dus allemaal nieuwe tracks zijn, met als uitzondering eerder uitgebrachte albumtracks waarvoor in de huidige maand een video is verschenen of waarvan een remix is gemaakt. Ook ga ik niet moeilijk doen als ik een geweldige track pas één of twee maanden later ontdek. Verder zijn het er maar 20, maar bij de Track van de Dag was dat in de praktijk door alle gemiste dagen ook al het aantal in plaats van de verwachte 30 of 31. Tenslotte schrijf ik nu bij elke track een paar zinnen, waar ik bij Track van de Dag ook wel tracks zonder commentaar in de lijst had.

Eerst wilde ik mijn favoriete 10 tracks kiezen, maar dan ging ik zo lang nadenken over welke ik zou laten vallen, dat het even veel tijd zou kosten als 20 tracks, met minder resultaat. Zelfs met 20 tracks moest ik al streng zijn.

Hieronder de eerste aflevering, met mijn 20 favoriete tracks van januari, op alfabetische volgorde van artiest:
Doja Cat – Boss B*tch

Deze track is mijn eerste kennismaking met Doja Cat. Het is voor de soundtrack van een ongetwijfeld stupide superheldenfilm, maar dat neemt niet weg dat het een banger is. Lekker uptempo, agressief en to-the-point.

Haunt – Light the Beacon

Trevor William Church maakt niet alleen ouderwetse metal, hij houdt er ook het releasetempo dat bands begin jaren 70 hadden op na. Minder dan een jaar na If Icarus Could Fly is er nu alweer Mind Freeze. Net als zijn voorganger een prima album, waarvan ik meerdere tracks had kunnen kiezen. Omdat ik erg van een toefje melancholie in mijn metal houd, ga ik voor ‘Light the Beacon’ dat met zijn Ozzy-snik in de zangmelodie op heerlijke wijze aan Black Sabbath op zijn zieligst refereert.

Local H – Turn the Bow

Dit is duidelijk een gat in mijn muzikale kennis. Ik kende dat hele Local H niet, terwijl ze dit jaar 30 bestaan. Verklaart ook waarom ze precies mijn smaak zijn, want dit is onmiskenbaar de muziek van mijn generatie: 90’s alt.rock/grunge.

Productie is nog van Steve Albini ook. Ik ga me de komende tijd in de Local H discografie verdiepen.

Märvel – Marvellous

Oozin’ aahs! Handclaps! Akoestische slaggitaren! Boogie! Boston! Kiss! Märvel heeft alles wat ik leuk vind aan rock. Naar mijn idee zouden ze populairder moeten en kunnen zijn; de Kiss naast de Ghosts Alice Cooper.

Märvel is ook lekker productief. Vorig jaar een coveralbum, nu alweer een nieuwe EP (die heet Märvellous, de titelsong is zonder ümlaut). Hoewel het niet helemaal nieuw is. Dit is eigenlijk de debuut-EP die de band opnam toen ze uitwisselingsstudenten in Colorado waren. Het Amerikaanse label heeft hem echter nooit uitgebracht en ondanks beloften de masters nooit teruggestuurd naar Zweden. In 2008 zijn de tapes verloren gegaan bij een brand.

Tenminste, dat is het verhaal van de band. Ik zou het niet te hard gaan checken.

MAX feat. Chromeo – Checklist

Hoewel zijn gezicht me erg bekend voorkomt, had ik nooit eerder van MAX gehoord. Het is ook een niet erg onderscheidende artiestennaam, hè? Omdat ik ‘Checklist’ zo leuk vind, heb ik zijn eerdere hits opgezocht, maar dat is van die moderne zeikpop met akoestische gitaren.

De kwaliteit van ‘Checklist’ schrijf ik dan ook volledig toe aan de Proust-professor en de boekhoeder alias ’s werelds meest succesvolle Joods-Palestijnse samenwerking alias Chromeo.

Als muzieknerd moet ik er dan wel bij zeggen dat ik ze vroeger, toen ze nog meer puristische electro-funk maakten leuker vond, maar mainstream pop knapt een stuk op van Chromeo-producties.

Midnight – Rebirth by Blasphemy

In mijn optiek blijft Midnight de ware troonopvolgers van Motörhead en Venom (ja, ik weet dat er nog twee zombieversies van Venom rondstrompelen.)

Enig vast bandlid Athenar heeft niet alleen de perfecte bijtende stem, hij schrijft simpelweg ook betere liedjes dan de concurrentie. Bij Midnight geen verzameling aan elkaar geplakte riffs, maar stiekem heel zorgvuldig in elkaar gezette composities met coupletten, bruggen en refreinen.

Neem dit titelnummer van de nieuwe plaat. De basis is natuurlijk die heerlijke riff in metalgalop, maar het is ook rijk versierd met talloze gitaarlicks waar menige band een heel nieuw nummer op zou baseren.

Murman Tsuladze – La flemme de danser \ მოდი წავიცეკვოთ

In Frankrijk en omliggende landen als België en Zwitserland heb je een rijke traditie van acts die de chansontraditie voortzetten als synthpop, vaak met een surrealistische knipoog. In de Kaukasus heb je een traditie van muzikanten die de traditionele muziek spelen op goedkope keyboards.

Het in Parijs neergestreken Georgische Murman Tsuladze combineert beide stijlen in ‘La flemme de danser \ მოდი წავიცეკვოთ’ naar mijn idee met veel succes, waarbij ik wel moet toegeven dat ik de ballen verstand heb van Georgische muziek. Zelf noemen ze het ‘Ballade Post Soviétique – Black Sea Disco – Blédard Groove’ en dat dekt de lading mijns inziens perfect.

Bonuspunten voor de ‘recht uit de beruchtste arbeiderswijk van Roubaix anno 1992’-look van de zanger.

Nez ft. ScHoolboy Q – Wild Youngster

Op basis van wat ik gehoord heb van die samenwerking van Beck en Pharrell zijn beide heren volledig de weg kwijt. Maar gelukkig is hier een nieuwe artiest, die in zijn debuutsingle de energie en vibe van vroege Neptunes en N*E*R*D terugbrengt.

Nez is de helft van producersduo Nez & Rio en hoewel dat nu niet een naam van Metro Boomin niveau is, zijn ze wel zo groot dat ScHoolboy Q op Nez’ debuutsingle meedoet. Goed idee. De rapper maakte vorig jaar al één van mijn favoriete singles met ‘Numb Numb Juice’ en dat lijkt hij met ‘Wild Youngster’ dit jaar te gaan herhalen.

Karin Park – Empire Rising

Karin Park ken ik als toetseniste/zangeres in Årabrot, het noiserockproject van haar man Kjetil Nernes. Ze draagt in de video ook de zwarte hoed die Nernes vaak opheeft. Heeft ze hem geleend of zouden ze een setje hebben?

Ik had wel gelezen dat Park ook een soloartiest is, maar ondanks mijn voorliefde voor Årabrot had ik me nooit in haar muziek verdiept. Nu ik ‘Empire Rising’ heb gehoord, ga ik dat maar eens doen. De repeterende baslijn waar het nummer op gebouwd is, doet wel aan Årabrot denken, maar ook associaties met The Knife / Fever Ray komen boven.

Pearl Jam – Dance of the Clairvoyants

Eerlijk gezegd ben ik nooit een Pearl Jam-man geweest. Van debuut Ten vond ik de hits ‘Jeremy’ en ‘Alive’ vond ik al aan de zeurderige kant, maar dat werd nog gecompenseerd door ‘Once’, ‘Oceans’ en ‘Black’. De platen daarna heb ik nog wel geluisterd, maar ik kan me er geen nummer van herinneren en over de recente output moet je me al helemaal niets vragen. Ik vind ze ook nog eens de hoofdverantwoordelijken voor horrors van post-grunge.

Maar dan nu is er ineens ‘Dance of the Clairvoyants’. “Pearl Jam gaat Talking Heads”, hoewel ik ook wel wat Peter Gabriel of gewoon ‘funky jarentachtigartrock’ in het algemeen hoor. En het werkt nog ook.

De hoop is nu dat het hele album zo is, maar dat heeft de band helaas tegengesproken.

Pet Shop Boys – Will O’ the Wisp

Sinds ze samenwerken met Stuart Price, gaan de Pet Shop Boys erg lekker. Dat is ook weer het geval op het nieuwe album Hotspot. Maar mijn favoriete PSB blijft toch old school PSB, toen er nog een vleugje vleermuisdisco in de muziek zat.

Laat Hotspots opener ‘Will O’ the Wisp’ daarin nou voorzien. Er zit zelfs zo een stukje spoken word a la ‘It’s a Sin’ in!

Gregory Porter – Revival

Dat Gregory Porter kan zingen staat buiten kijf, maar zijn muziek is me vaak te glad. ‘Revival’ is ook wel glad, maar wel op de goede ‘dit moet een gigantische radiohit worden’ manier. Een perfecte mix van gospel en moderne pop.

Puhelinseksi – Ei saa luovutta

Svart Records is een Fins label dat zich zo een beetje richt op het hele Roadburn-segment, van death metal via stonerrock tot psychedelica. Ze hebben ook een redelijk aantal bands die meer voor de lokale markt zijn, maar die staan dan wel in de wereldwijd verzonden nieuwsbrief. Uit nieuwsgierigheid klik ik die dan wel eens aan – de totale onbegrijpelijkheid van Fins maakt het altijd toch extra intrigerend – en zo vond ik deze powerpoptrack van Puhelinseksi (Telefoonseks).

Moetje voor fans van Warm Soda en The Vicious/Masshysteri.

Michael Stipe – Drive to the Ocean

Op het moment dat hij begint te zingen, weet ik me meteen weer hoeveel ik van de stem van Michael Stipe houd. En nog het meest in melancholieke ballads als dit ‘Drive to the Ocean’, dat wat mij betreft kan wedijveren met een R.E.M. topnummer als ‘Drive’. Ik ben ook wel gecharmeerd van de soort psychedelisch elektronische begeleidingstrack. Die doet me denken aan Nick Cave & The Bad Seeds circa Push the Sky Away.

Opvallend genoeg was op het moment dat ik het schreef (22 januari) de op 3 januari uitgebrachte video nog geen 60.000 keer bekeken, dus de roem van Stipe en R.E.M. is blijkbaar heel snel weggezakt. Extra treurig omdat het een benefietsingle is. Je kunt ‘Drive to the Ocean’ niet streamen, maar wel (met extra’s) op Stipes website kopen voor minimaal 77 dollarcent. De opbrengst gaat naar klimaatgroep Pathway to Paris.

Update 30/01: het nummer is nu ook op streaming diensten verschenen.

U.S. Girls – Overtime

U.S. Girls is een naam die ik al jaren af en toe langs zie komen. Het is het soloproject van Meghan Remy, die ooit nogal experimenteel begon, maar nu dus uitkomt bij deze zeer fijne, gepolijste discorocktrack in de lijn van het werk van Spoon. De saxofoonsolo van Jack Clemons van The E Street Band.

Dit nummer is eerder in een andere versie verschenen op de EP Free Advice Column uit 2013, maar die is nergens meer online te vinden (ruzie met het label?), dus vergelijken is lastig. Op een liveversie uit 2015 is de begeleiding nog volledig elektronisch, maar de zangmelodie al behoorlijk vergelijkbaar met de huidige versie.

War Dogs – Die by My Sword

Dit soort retro power metal luistert bij mij heel nauw. Het moet episch zijn, maar niet kitscherig bombastisch (geen jubelkeyboards). Het moet rauw klinken, maar niet amateuristisch (veel retrometalbands maken er een soort outsidermetal van). De band moet zichzelf niet te serieus nemen, maar ook absoluut niet vervallen in flauwe parodie.

Het Spaanse War Dogs voert op zijn debuutalbum die balanceeract behoorlijk goed uit. Een nummer als ‘The Shark’ is me net te kitscherig, maar het merendeel van de songs blijft aan de goede kant van de streep, met uitschieters als het titelnummer. Ik ben vooral erg gecharmeerd van het stukje met de drumfills en de ritmewisseling in de gitaarsolo.

The Weeknd – Blinding Lights

Perfecte symbiose van synthwave en r&b. Abel Tesfaye toont zich weer één van de beste en interessantste mainstreamartiesten van de laatste jaren.

Hayley Williams – Simmer

Hayley Williams is nog steeds op muzikale ontdekkingsreis. Met haar band Paramore waren ze altijd al de beste van de emopunkklas, in niet geringe mate door Williams’ kwaliteiten als zanger en frontvrouw. Op het vierde, titelloze album werd het muzikale palet zeer succesvol sterk verbreed. Die lijn werd doorgezet op opvolger After Laughter, hoewel die plaat wel wat minder was dan Paramore.

Nu is er deze track, die door Williams is geschreven met haar vaste medecomponist, Paramore-gitarist Taylor York. Toch is het niet gek dat het niet onder de Paramore naam wordt uitgebracht, want de rockbasis wordt hier definitief losgelaten.

De artpop richting die Williams en York op ‘Simmer’opgaan, was voor mij even wennen. Williams is voor mij toch de zangeres met de stem als een luchtalarm die met Paramore singles maakt met perfecte stadionrefreinen. ‘Simmer’ daarentegen, wel, suddert. Maar Williams verliest haar andere wapen, haar expressiviteit, niet en die groove mag er ook zijn. Nu denk ik dat ‘Simmer’ misschien wel het beste is dat Williams tot nu toe heeft gemaakt.

Wolf Parade – Julia, Take Your Man Home

Julia, take your man home
He’s just sitting at the bar
Carving shapes that look like dicks into the wood
Julia, take your man home
He keeps running in and out of the street
With a weed between his teeth he calls a rose
Julia, take your man home
He keeps talking about New Jersey and cocaine
And some person he keeps saying is made of glass

Hilary Woods – Tongues of Wild Boar

Sacred Bones heeft er een handje van platen uit te brengen die me wel intrigeren, maar altijd net een ding is waardoor ik ze niet echt vaak luister. Ik heb een beetje het gevoel dat dat ook het geval gaat zijn met het volledige album van de Ierse zangeres Hilary Woods, maar dat neemt niet weg dat de combinatie van strijkers, industrial en Ierse folk op single ‘Tongues of Wild Boar’ van ongekende mysterieuze schoonheid is.

Comments

comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.