Triorecensie: „The Ark Work” van Liturgy

Weinig black metal was zo controversieel de laatste jaren als Liturgy, met gitarist/zanger Hunter Hunt-Hendrix als mikpunt van alles wat mooi en lelijk is. Hij liet zich echter niet uit het veld slaan en het derde album is dus bij uitstek een onderwerp voor een Triorecensie.

bmspread2_0

Volgens Bas:

Pretenties: meer bands zouden ze moeten hebben. Hoge ambities, doelen stellen die niemand ooit durfde te stellen, immer voorwaarts gaan: het gebeurt te weinig. Waardoor veel muziek saai en nietszeggend is.

Van dit alles kunnen we Liturgy in ieder geval niet betichten. Hun kopman Hunter Hunt-Hendrix heeft een duidelijke visie en heeft die meerdere malen luidkeels verkondigd. Hij is niet bang voor kritiek, volgt heel stoer alleen maar zijn eigen weg. Eeuwig respect, echt waar. Het zou dan wel goed zijn als die pretenties worden waargemaakt, want uiteindelijk draait het daar om: is het mooi, is het goed, is het luisterbaar?

En daar gaan Hunt-Hendrix en co. dit keer flink de boot in. Kijk, het interesseert me geen zak welke stijl het is, als het maar goed en mooi en alles is. Fijn voor hem dat hij zijn zelfbenoemde transcendental black metal heeft afgezworen; het zou allemaal niets moeten uitmaken. Hij had echter een heel fijne blackmetalkrijs, zo heerlijk diep in de mix verstopt, verborgen in een muur van geluid. Hoe heeft hij die nu kunnen vervangen door zijn hoogst eentonige, nasale cleane geneuzel? Ook nog eens prominent hoorbaar, nergens omsloten door geluidswallen en noise. Niet om door te komen, dat gekweel.

Bijna even erg is het geflirt met een goedkope synth die alleen maar op standje “cheapo plastic speelgoed trompet” kan worden gezet. In essentie leuke ideeën rondom ritmiek en structuur worden totaal verneukt door het absurd amateuristische geluid van een nep-Casio uit de uitverkoopbak van de Intertoys. Nog een beetje glitch/IDM erin? Natuurlijk, moet kunnen, ook al voegt het verder geen hol toe behalve een kwaadmakende gekunsteldheid.

Al luisterend naar The Ark Work word ik hoe langer hoe pissiger. De band is geweldig, de ideeën mogen er nog steeds wezen, de riffs zijn soms echt prachtig, de drummer is werkelijk fenomenaal. Maar die stem. Maar die synth. Alles wordt er mee vol gekliederd, en onherstelbaar verpest. Alsof je naar een Mark Rothko meesterwerk staat te kijken waar iemand zijn boodschappenlijstje op heeft geschreven en toen zijn hond overheen heeft laten pissen. Niet te doen. Ik stop ermee. Anders moet ik nog verder luisteren ook.

Photo by Greg Cristman | greg C photography™

Photo by Greg Cristman | greg C photography™

Volgens Sietse:

Na de albums Renihilation and Aesthethica van Liturgy was bij het horen dat er een nieuwe album van deze uit Brooklyn afkomstige band ging komen toch wel even een glimlach op het gezicht te zien. Door het eerste album heb ik interesse gekregen in Black Metal, iets wat ik daarvoor niet echt voor mogelijk had gehouden.

Al tijdens mijn pubertijd had ik een schurfthekel aan Burzum en vergelijkbare dubieuze figuren. Met het debuut album van Liturgy kwam daar toch echt verandering in (al blijft Burzum een ontzettende grote eikel), wat live zelfs indrukwekkend was. Al bij de eerste keer ze live zien, tijdens Incubate 2010, werd ik volledig weggeblazen door het geweld van deze heren. Op het tweede album kwam hier dan ook nog eens een dikke dosis techniek boven op waar elementen uit Math rock in de muziek werden getrokken. Misschien voor de pure black metal fetisjist een drama, maar voor een doordrenkte muzieknerd een zegen.

En nu, nu is er dus een nieuwe album. The Ark Work wat waarschijnlijk een verwijzing is naar het in zoveel religies voorkomende verhaal over de Ark van Noah en de zondvloed. In naam dus een zeer interessante die veel beloofd en goed past binnen een black metal concept. Het eerste opmerkelijke bij dit album valt al direct op in het eerste nummer waar we een synthesizer trompet een stuk horen spelen. En die synthesizer blijkt door het gehele album terug te komen dan weer als trompet, dan weer als orgel, dan weer als vreemde achtergrond deuntjes. Ook komt het digitale werk terug in bewerking van de zang. En dat brengt ons bij het tweede opvallende punt: Hendrix probeert te zingen en krijst niet meer, iets wat een zeer grote verandering in de sfeer van het album te weeg brengt. Een verandering die bij mij ook de eerste vraagtekens opwerpt, Hunt-Hendrix kan namelijk niet echt zingen. Het is een saaie niet toonvaste stem. Vermoedelijk kan zijn stem het niet meer aan, iets wat werd benadrukt bij het optreden in de OCCII te Amsterdam op 15 juni. Ook in de oude nummers leek het niet meer te lukken en werd “gewoon” gezongen.

Muzikaal gezien neemt de band ook weer een stap verder weg van black metal. Waar op Aesthethica math rock zijn intrede deed lijkt er op dit album nog meer ruimte voor technisch vernuft en daarmee heel wat minder voor het nihilistische geluid van black metal dat we zo goed kennen. In sommige gitaarstukken zijn nog wel elementen terug te vinden, maar over het algemeen is het naar de achtergrond gedrukt. In de plaats van de black metal krijgen we wel een indrukwekkend staaltje muzikaliteit terug die niet onder doet voor de gemiddelde prog-rock band. Dit is echter ook een behoorlijk mankement. Het steekt allemaal erg goed in elkaar, maar verliest er ook heel wat spanning mee. Het is een bombastisch werkje geworden waar nog weinig ruimte voor daadwerkelijke opbouw terug te vinden is. Techniek ten behoefte van de techniek, niets anders.

Al met al is het album voor mij, ondanks dat ze als muzikanten zeker zijn gegroeid, toch een stap terug. De spanning in de nummers ontbreekt en er lijkt toch vooral veel technisch geneuzel over te blijven … technische geneuzel met iemand die niet echt kan zingen. Iets wat bij het optreden ook duidelijk was: de sterkste nummers waren toch die paar van de eerste twee albums, en dan met name de instrumentale werken. De belofte wordt wat mij betreft dan ook niet waar gemaakt.

Volgens Martijn:

Bij de geboorte van de Noorse „Tweede Golf” black metal stonden individualiteit, een flinke dosis zelfvertrouwen, om niet te zeggen arrogantie, en boven alles ideologie hoog in het vaandel. Toen Hunter Hunt-Hendrix, de man achter Liturgy, het echter waagde en hoogdravend essay te schrijven over wat hij Transcendental Black Metal noemde, kreeg hij de wind van voren.

Van de keyboard-jihadi’s die op het internet bepalen wie true is en wie niet, maar ook door de nieuwe garde post-blackies. Een in houthakkershemden en tats gehesen slag met strak gekapt haar en getrimde baarden met een soort arbeidersmentaliteit dat vindt dat je vooral normaal moet doen. Hunt-Hendrix kon het dus niet goed doen, extra bitter omdat er over bijvoorbeeld Burzums nonsens of Drudkhs discutabele gedachtengoed een stuk laconieker wordt gedaan.

iuTerwijl de twee albums die Liturgy maakte juist interessanter waren dan veel gezichtsloze extremestijlenpotpori’s waar een label als Relapse ons mee blijft bestoken. En in plaats van de postrock overgewaaide James Hornerromantiek van bijvoorbeeld Deafheaven bouwde hij het in potentie in black metal aanwezige twintigste-eeuwse muziekpotentieel uit. Denk aan minimal, spectral music en zelfs tintinnabuli. Dit alles op een hoog intensiteitsniveau dat ontegenzeggelijk bij het genre black metal hoort. Alleen werd het zwarte gat van de meer chaotische black metal eerder een net zo verblindend hevig licht, tot het punt waar de extreme tegenpolen weer bij elkaar lijken te komen.

Die Blaze in the Blogosphere over de persoon Hunt-Hendrix leek zijn tol te eisen en het werd doodstil. De groep leek te zijn opgedoekt en de ene na de andere band gaf ongestraft zijn eigen draai aan de stijl, in de eindeloze stroom van nogal anonieme en politiek correcte post-black-core-drone-doom die ons momenteel teistert. Braafheid en middelmatigheid zijn al saai, maar het was toch ook echt een doodzonde in de ogen van stichters van het genre, zoals uitvoerig te lezen in oude interviews met bijvoorbeeld Ihsahn van Emperor en Euronymous van Mayhem.

Verrassend genoeg verscheen recentelijk dan toch een nieuw Liturgy-album. Het roer is flink om maar je kunt niet bepaald zeggen dat er water bij de wijn is gedaan. Waar eerder werk klanktechnisch duidelijk black metal was te noemen is het nu allemaal niet zo duidelijk meer. Het gitaargeluid en de riffs herinneren nog aan eerder werk maar dat is het wel zo’n beetje. The Ark Work is een episch werkstuk waarin die contemporaine invloed flink uitgebouwd is. Bombastisch en behoorlijk bizar. In de ritmes, waarin de verguisde ideeën over de burst beat nog duidelijk aanwezig zijn, maar ook in het digitale geknutsel en het gebruik van koper en zelfs doedelzakken in Kel Valhaal bijvoorbeeld.

Het is zeer intrigerend en spannend, uitdagend zelfs. Er is echter een stoorzender: Hunter Hunt-Hendrix heeft zijn krijs ingeruild voor een zeer vlakke en toonloze voordracht. Het past niet echt goed bij het uitgesproken karakter van het instrumentale geweld, maar het weerhoudt hem er zelfs niet van Vitriol vrijwel helemaal uit vocalen op te trekken. Hierdoor blijf ik een wat ambivalent gevoel houden. Er is veel om van te houden, een stuk als Follow II is bijvoorbeeld echt heel mooi. Veel zaken die niet gelijk beklijven verdienen in ieder geval respect voor het lef en de originaliteit. Helaas kan ik er vooralsnog niet helemaal in opgaan door die kleurloze zang. Wellicht verandert het nog, na het optreden in oktober bijvoorbeeld. Het is nu in ieder geval wel zover verwijderd van black metal dat de ad hominems Hunt-Hendrix deze keer wel bespaard zullen blijven (en anders heeft de Soft Pink Truth het met Why Do The Heathen Rage? toch nog wel bonter gemaakt). Zo is het radicaler maar minder controversieel.