Het schaduwkabinet: week 40 – 2017

Het aftreden van een minister valt soms zwaar. Zeker als het onze schaduwminister Martijn betreft. Wij wensen hem al het goede. Nog eenmaal te lezen in onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Adna, Dmitry Evgrafov, Himmellegeme, Ibeyi, Lost Bear, Celia Mur & Nono García, Pale | Seas, Protomartyr, Radůza, Reptaliens, Max Richter, Rocky Wood, The Roseline, Slow Heart Music, Kaitlyn Aurelia Smith, Snapped Ankles, Moses Sumney, Tangerine Dream, Torres, The Weather Station, We Insist!, Winter Severity Index, Wolf Parade, Jamila Woods, Yung Nnelg, Wifisfuneral, Smokepurpp, Leikeli47, Rapsody en MC Eight.

 

Jan Willem

Adna – Closure (cd, Despotz)
De Zweedse singer-songwriter Adna Kadic, kortweg opererend als Adna, is een bijzondere parel in de muziek. Simpelweg zou je kunnen stellen dat ze een soort poprock maakt, maar daarvoor is haar muziek gewoonweg te mysterieus en ongrijpbaar. Na haar twee wonderschone cd’s Night (2014) en Run, Lucifer (2015) is ze nu terug met Closure. Hierop gaat ze weer verder met haar feeërieke pracht. Dat wil zeggen pianogestuurde muziek met parelmoerachtig, bitterzoete zang en aangevuld met percussie, beats, strijkarrangement, atmosferische elektronica en achtergrondzang. Dat levert 9 sobere, melancholische songs op die een enorme indruk maken. Aan de ene kant brengt ze uiterst subtiele songs, maar ze kan ook met de nodige bombast uit de hoek komen. Ik vind het ook lastig haar te classificeren, maar denk aan het midden van Bel Canto, Florence And The Machine, Soap&Skin, The xx en Swallow. Zoiets dan, maar dan toch weer anders. Het is jammer dat het na 32 alweer afgelopen is. Hoe dan ook een geweldig derde werk!

 

Dmitry Evgrafov – Comprehension Of Light (lp, 130701/ Fat Cat / Konkurrent)
Het innovatieve sublabel 130701 van het grillige Fat Cat, opgericht op die datum, herbergt inmiddels schitterende releases op het gebied van de de experimentele en neoklassieke muziek. Artiesten als Set Fire To Flames, Sylvain Chauveau, Hauschka, Max Richter, Dustin O’Halloran, Ian William Craig en Jóhann Jóhannsson hebben er al overtuigende werken op uitgebracht. Ook de Russische pianist, componist en multi-instrumentalist Dmitry Evgrafov heeft er zijn prachtalbum Collage (2015) het licht laten zien. Daarop brengt hij een bezwerende mix van neoklassiek en experimentele ambient. Dat is in feite niet anders op zijn nieuwe album Comprehension Of Light, zij het dat de muziek net een tandje spannender verstild en meer duister is. Hij krijgt daarbij hulp van het Iskra String Quartet, die voor werkelijk zinnenstrelende strijkpartijen zorgen. Tevens bieden Benoît Pioulard en Abul Mogard een helpende hand. De melancholische en dikwijls ook mysterieuze muziek zit de ene keer meer in de neoklassieke hoek en koerst op andere momenten meer richting dark ambient, maar dat gebeurt wel op coherente wijze. Mensen die van Endless Melancholy, loscil, Ólafur Arnalds, Max Richter en Jóhann Jóhannsson houden, doen er goed aan ook dit album een kans te geven. Buitengemeen diepgravende pracht.

 

Himmellegeme – Myth Of Earth (cd, Karisma / Clear Spot)
Noorwegen is wel vaker een uitstekende leverancier van rockbands en dat in vele categorieën. Een nieuwe band die zich aan het muzikale front meldt is het uit Bergen afkomstige Himmellegeme rond kopman Aleksander Vormestrand (gitaar, zang) en verder Hein Alexander Olson (gitaar, achtergrondzang), Thord Nordli (drums), Erik Alfredsen (bas, achtergrondzang) en Lauritz Isaksen (keyboards). Ze roeren zich in diverse hoeken van de rock, namelijk de progrock, symfonische rock, progrock, stoner en psychedelische rock. Daarmee brengen ze 7 stukken, die als rode draad heerlijk melancholisch zijn. Qua muziek pakt het de ene keer wat zweveriger uit en op andere momenten wat harder, maar altijd goed te volgen en smaakvol gebracht. Denk aan een fijne kruisbestuiving van Sigur Rós, Seigmen, Porcupine Tree, Masters Of Reality, Pink Floyd, Motorpsycho en Radiohead. De band lijkt hier aan het begin te staan van nog veel meer, wat dit prachtdebuut tot een grote belofte maakt.

 

Ibeyi – Ash (cd, XL Recordings)
De verwachtingen na het gelijknamige debuut van Ibeyi uit 2015 zijn toch wel hooggespannen. De groep eindigt op de vijfde plaats in mijn jaarlijst. Deze Frans/Cubaanse groep van de inmiddels 22-jarige tweelingzussen Lisa-Kaindé (zang, piano, synthesizer, bas) en Naomi Diaz (zang, drums, percussie), dochters van de overleden Cubaanse percussionist Miguel “Angá” Diaz (Afro-Cuban All Stars, Buena Vista Social Club), brengen zo’n eigengereid geluid naar buiten dat ze hier amper overheen kunnen. Of enkel in herhaling vallen, wat overigens geen straf zou zijn. Hun licht mysterieuze mix van trip hop, droompop, soul, downtempo elektronica, jazz en Cubaanse muziek, plus de (samen)zang in het Engels en Yorùbá is sensationeel goed. Nu is Ash een feit. De cd opent met een sample van “Dragan I Slavei” van het door mij zeer geliefde Le Mystère Des Voix Bulgares, waar ze al snel met prachtige samenzang doorheen zingen. Het begint meteen al goed. In de tweede track gaan ze er met hun bijzondere beats en prachtige zang pas echt van start. Het klinkt voller, maar niet minder mysterieus of bijzonder. De dames hebben hun instrumentarium en muziek flink uitgebreid met orgel, marimba, batas, beats, cajon, programmeringen en tevens samples (onder meer een speech van Michelle Obama). Daarnaast mogen ze rekenen op gasten als Kamasi Washington (saxofoon), Meshell Ndegeocello (bas), Chilly Gonzales (piano) Mala Rodriguez (rap) en het IDMC koor. Ze opereren nog altijd ergens tussen bovenstaande genres, zij het wat meer experimenteel. Toch blijft het toegankelijk, maar op ongeforceerde wijze weten ze nog altijd in hun eigen gevonden gat in de muziek een uniek sound naar buiten te brengen. Vergelijkingen met andere artiesten laat ik ook gewoon achterwege hier, want niets zou passen. Muziek die zowel intrigerend en innovatief is als innemend en wonderschoon. Gewoon een tweede sensationeel album op rij.

 

Lost Bear – Donkey Shot (lp, Tiny Room Records)
Bij de Utrechtse band Lost Bear is het na de periode 2008-2013 erop of eronder, omdat ze nooit echt doorbreken. Nu vind ik dat geen criterium, want weten die luisteraars veel! Gelukkig maken ze na de cd Limshasa (2011) en de mini Shingolai (2012), uitgebracht op het fijne Snowstar label, een doorstart. Eerst met de cassette Monkey Pop (2015), die ik wegens logistieke problemen dan niet heb, maar daarna met de dubbel lp Inside The Dragon (2016) op het ook immer fijne Tiny Room label. Daarbij verzorgen zij de logistiek, zodat ik de lp gewoon in een cdspeler kan schuiven. Hierop slingeren ze je lekker rammelige combinaties van lo-fi, krautrock, psychedelische rock, indiepop en elektronica om de oren, die ertoe doen. De groep is dan een kwintet. Een jaar later is er alweer de opvolger Donkey Shot, dat 11 nummers breed en bijna een half uur lang is. De bezetting bestaat dan uit bassist Gino Miniutti, zanger Casper Steenhuizen, drummer Arno Breuer (Sven Agaath), gitarist Gibson Houwer (The Fire Harvest) en Tiny Room labelbaas en gitarist/toetsenist Stefan Breuer (ex-I Am Oak, The World Of Dust). De focus is iets meer verschoven naar de donkere kant van de muziek, waarbij ook postpunk, new wave, dub en avant-garde de dis bepalen. En dat larderen ze nog altijd met lo-fi, krautrock en indie. Daarbij houdt de zang van Steenhuizen het fijne midden tussen J Mascis, Robert Smith en Jamie Stewart, wat geen dierenplaatjes maar wel bonuspunten oplevert. Dat alles mengen ze op gevarieerde wijze door elkaar en dat smaakt prima en zelfs naar meer. Het is allemaal grofkorrelig maar subtiel gekruid, waarbij liefhebbers van Xiu Xiu, Guided By Voices, Can, Sebadoh, The Cure en Wire ervan zullen smullen. Daarmee zijn ze die beloftestatus echt wel ontstegen, maar of de luisteraar zich daar wat van aantrekt is een tweede. Zeg dat ik het gezegd heb!

 

Celia Mur & Nono García – Coplas Mundanas (cd, Youkali Music / Xango Music Distribution)
Zo nu en dan stuit je op iets waarvan je meteen voelt dat het iets bijzonders is. Dat is namelijk precies het geval van het in 2011 verschenen album Coplas Mundanas van zangeres Celia Mur en gitarist Nono García. Ze brengen hierop 12 nummers, die bestaan uit bewerkingen van populaire songs, covers (onder andere Kurt Weill) en een aantal originele composities. Overkoepelend zou je de minimale stukken ergens onder de flamenco-jazz kunnen scharen, echter hetgeen dit album zo bijzonder maakt is dat ze genregrenzen slechten. Zonder iets te forceren weten ze bossanova, flamenco, fado, jazz en pop in steeds verschillende combinaties te brengen dan wel in elkaar over te laten gaan. De twee krijgen daarbij een enkele maal hulp van zanger Javier Ruibal, saxofonist Pedro Cortejosa, gitarist Miguel Angel Corral en zangeres Carmelo Muriel. Maar de hoofdmoot komt van het prachtig virtuoze gitaarspel van García en de wonderschone zang van Mur. Zij beschikt over een fijn warme stem, waarmee ze ook heel gevoelig uit de hoek kan komen. Naast Spaans zingt ze ook in het Portugees en Frans. Ook die grens vervaagt. De twee weten een zwoele atmosfeer neer te zetten, als een heerlijke zomeravond. Om grenzeloos van te genieten. Zeker nu deze klassieker ook hier weer volop verkrijgbaar is.

 

Pale | Seas – Stargazing For Beginners (cd, Abbey Records / Bertus)
De afgelopen 5 jaar zijn er al wat mini’s verschenen van de Britse gitaarband Pale | Seas, maar nu is het langverwachte debuut Stargazing For Beginners een feit. Belangrijke spil van de groep is frontman Jacob Scott, die beschikt over een bijzonder licht geknepen stemgeluid. Hij zou hiermee zo passen bij de betere folkrock stemmen uit de jaren 70, maar past ook helemaal in het hier en nu, zeker als hij meer de hoogte ingaat. Hoe dan ook geeft hij de groep meteen wel iets tijdloos mee, die verder bestaat uit Graham Poole (gitaar), Matthew Bishop (bas) en Andrew Richardson (drums). Hun 10 songs, waarvan een deel van de eerdere mini’s afkomstig is, bevatten een pakkende mix van folkrock, indierock, shoegaze en droompop, die op fraaie en gevarieerde wijze voor een sepiakleurig geheel zorgen. Passend bij de herfst waar de zon nog schijnt over de gevallen bladeren. De muziek zal liefhebbers van T-Rex, Beach House, Jacco Gardner, Neil Young, Sigur Rós, Devendra Banhart en Slowdive wel aanspreken; inderdaad zo breed. Dan mag je gerust spreken van een droomdebuut!

 

Protomartyr – Relatives In Descent (cd, Domino)
Vanaf 2012 komt het Amerikaanse gezelschap Protomartyr met releases naar buiten, die meestal een kil, bijtend, hard en energiek geluid bevatten. Ze zijn het product van de stad Detroit, die nogal troosteloos schijnt te zijn. Maar als je daardoor dan fraaie muziek kunt produceren, is dat alleen mooi meegenomen. Dat doen Joe Casey (zang), Scott Davidson (bas), Greg Ahee (gitaar, piano, synthesizer) en Alex Leonard (drums) dan ook. Tevens in post-punk bands als Tyvek en Frustrations trouwens. Op hun nieuwste, vierde album Relatives In Descend laten ze weer 12 nummers vol met de betere post-punk het licht zien, samen met gasten op synthesizer en viool. Hoewel licht daarbij alleen spreekwoordelijk gebruikt kan worden. Toch klinkt de muziek meer toegankelijk, mede door de ritmische en dikwijls wat rustiger aanpak. Tevens lijkt er een soort berusting van alles uit te gaan, waardoor het niet altijd meer venijnig is. Maar als ze een uitbarsting laten horen is die ook allesverzengend. En daarbij zorgt de drive achter dit alles voor uiterst meeslepende muziek. Sterk wapen blijft die zang van Joe Casey, die ergens tussen Nick Cave en David Gedge inzit maar dan met het tegendraadse van Mark E. Smith. Ter referentie moet je denken aan een fijne mix The Birthday Party/Nick Cave, Joy Division, The Wedding Present, The Fall, Echo & The Bunnymen, Sonic Youth en Ought. Daarmee laten ze een gevarieerd palet aan donker geluid horen, dat toch een breder publiek zal aanspreken. IJzersterk en misschien wel het beste wat de band tot nu toe heeft voortgebracht.

 

Radůza – Studna V Poušti (cd, Radůza Records)
De Tsjechische Radka Vranková (nu Urbanová) is uitgegroeid van een straatmuzikante tot een graag geziene muzikant die met de grote artiesten uit haar land speelt. Dat doet ze als sinds 1994 onder het alias Radůza, al komt haar discografie pas echt van de grond aan het begin van deze eeuw. Ze heeft een stem als een scheepsklok maar kan ook heel gevoelig uit de hoek komen. Normaal roert ze zich in de pakkende folkrock, waarbij ze verder geen stijl dan wel taal uit de weg gaat. Inmiddels heeft ze naast haar 9 reguliere albums ook al de soundtrack Tenkrát V Ráji, hetgeen zoiets betekent als “Terug In Het Paradijs”, op haar naam staan. Hierdoor, maar ook door het vele verdriet op de wereld heeft ze de behoefte een Kerstalbum te maken. Dat gaat echter niet alleen over Kerstmis, maar ook over relaties tussen ouders en kinderen, tussen partners en dus over het algemeen onder mensen. Als er van alles fout is en het niet slechter kan worden, dan kan het alleen maar beter worden. Dit alles heeft ze verwerkt tot het 14 nummers tellende album Studna V Poušti, dat zoiets als “Nou in de woestijn” betekent, uitgebracht op haar eigen label. Ze brengt een combinatie van folk en meer klassieke muziek. Daarbij wordt ze geholpen door een aantal zangers, (soul/klassieke/kinder)koren, gasten op diverse akoestische instrumenten en diverse orkesten. Het resultaat is op een paar wel erg nadrukkelijke halleluja’s na van een zinnenstrelende schoonheid. Muziek die troostend en bezinnend is, ook al versta je er geen woord van. Ze is en blijft een prachtig unicum. Luisteren is geloven (of nu ja…).

 

Reptaliens – FM-2030 (cd, Captured Tracks / Konkurrent)
Cole en Bambi Browning zijn een gevalletje van liefde op het eerste gezicht. Niet alleen voor elkaar maar ook voor de muziek. Samen starten ze Reptaliens, in eerste instantie als slaapkamerproject (uhuh). Cole brengt analoge synthesizers, gitaar en bas en Bambi zingt met haar zwoele stem. Het duo wordt voor hun debuut FM-2030 uiteindelijk toch een band met verder nog Julian Kowalski (gitaar), Bryson Hansen (synthesizer) en Tyler Vergian (drums) in de gelederen. Sowieso kunnen ze door hun actieve deelname in de muziekscene van Portland rekenen op veel andere muzikanten voor hun live optredens. Hoe het ook zij, ze presenteren hier 11 heerlijk dromerige en licht psychedelische songs, die ergens landen tussen synthpop, droompop, shoegaze, downtempo en leftfield. Muziek om bij te dagdromen. Blouse, Broadcast, Stereolab, DIIV en Donna Regina behoren daarbij tot de associaties. Een zeer geslaagde en gedroomde eersteling.

 

Max Richter – Henry May Long (cd, Deutsche Grammophon)
Hoewel er nog een paar soundtracks op stapel staan van componist Max Richter verschijnt eerst nog die van Henry May Long, die oorspronkelijk uit 2008 stamt en hoort bij de gelijknamige film van Randall Sharp. Het Deutsche Grammophon is zo vriendelijk geweest deze eindelijk eens op cd uit te brengen. Ik ben niet alleen liefhebber van Richter’s reguliere werken, maar ook van zijn soundtracks die er gewoonweg niet voor onderdoen. Zo heeft hij hier 14 korte en lange stukken geschreven voor piano, die hij zelf speelt, plus viool, altviool en twee cello’s. Alleen door de wat kortere stukken rijst het vermoeden dat het om een soundtrack gaat, voor de rest helemaal niet; geen herhalende thema’s en dergelijke dus. Het is gewoonweg adembenemende neoklassiek, die je niet onberoerd zal laten.

 

Rocky Wood – Ok, No Wait (mcd, On The Camper / Five Roses Press)
Als er iets verschijnt op het On The Camper label ben ik meteen nieuwsgierig. Daar zijn namelijk ook geweldige acts als Peter Kernel, Camilla Sparksss, Francesca Lago en Viruuunga te vinden. Nu brengt het Zwitsers/Amerikaanse combo Rocky Wood er hun nieuwe mini Ok, No Wait uit. De in 2012 opgerichte groep debuteert in 2014 al ijzersterk met Shimmer, waar ze een zomerzwoele, dromerige mix van alt-folk, avant-pop, indierock, wave en lounge ten gehore brengen, waar de prachtig bitterzoete zang van Romani Kalsi een oorstrelend sterk wapen is. De line-up bestaat naast Kalsi (zang) uit Roberto Pianca (gitaar, keyboards), Fabio Besomi (gitaar, keyboards), Stefano Senni (bas) en Nelide Bandello (drums, percussie). Je krijgt 5 nieuwe tracks geserveerd die weer dat dromerige bevatten van een warme, schemerige zomeravond, zij het dat er ook wel iets onderkoelds vanuit gaat. Ik moet denken aan bands als The xx, Warpaint en Elysian Fields en dat is bepaald geen straf. Ze incorporeren overigens ook op soulvolle wijze postrock in hun sound. Daarmee is deze 22 minuten durende mini ook een ware traktatie en heerlijk tussendoortje geworden.

 

The Roseline – Blood (cd, King Forward/ Heartselling / It’s All Happening)
The Roseline is het geesteskind van de Amerikaanse zanger/gitarist Colin Halliburton, dat hij al zo’n 12 jaar lang runt met diverse medewerkers. De muziek bestaat veelal uit een mengelmoes van folk, altcountry, country en Americana. Na het initiële trio bouwt hij deze uit tot een zesmansformatie. Op hun vijfde album Blood bestaat de groep uit Kansas naast Halliburton uit Ehren Starks (piano, orgel, synthesizer), Kris Losure (gitaar), Jeff Jackson (gitaar, pedal steel, contrabas), Jim Piller (drums) en Heidi Gluck (achtergrondzang) plus gasten op saxofoon en viool. Het levert 12 nummers op die finishen na 50 minuten en die zich een weg banen door de genoemde genres, al liggen de altcountry en Americana er wat meer bovenop. Bij de altcountry krijg je geen beelden van uitgebeende karkassen, gieren en cactussen maar veeleer een in pasteltinten uitgevoerde versie daarvan, die warmer en liever overkomt. Dat is tevens een beetje hun valkuil, want het blijft wel erg netjes binnen de lijntjes. Maar ze kleuren daarbij zo ontzettend mooi dat dit bezwaar weer verdwijnt als tuimelgras naar de horizon. Denk aan een mooi midden van Calexico, Lambchop en Ryan Adams en je krijgt aardig een idee wat zij je voorschotelen.

 

Slow Heart Music – This Body Is Not Me (cd-r, Whitelabelrecs)
Onder zijn eigen naam brengt de uit Manchester afkomstige muzikant Ben Rath al vijf albums uit op cd-r bij diverse labels (Cathedral Sounds, Triple Moon, Sound In Silence, Unknown Tone). Hij laat dan veelal iets horen dat het midden houdt tussen drones, neoklassiek, ambient, experimentele en abstracte muziek. Zeer de moeite waard allemaal. Nu wil hij eens zijn meer akoestische kant van de muziek laten horen en dat doet hij als Slow Heart Music, wat eerder al een mini heeft opgeleverd. Zijn debuut This Body Is Not me brengt hij uit op het innovatieve Whitelabelrecs. Alweer een cd-r, die een vinylachtig uiterlijk heeft. Hij produceert zijn muziek hier hoofdzakelijk op de klassieke gitaar en brengt slechts heel minimaal wat elektronische franje. De verstilde, minimale muziek die hij hiermee weet te maken spreekt enorm tot de verbeelding en laat veel over aan de luisteraar. Soms neurie je vanzelf teksten van Nick Drake en Jackson C. Frank mee, al tapt de muziek echt wel uit andere vaatjes. Maar het zegt wel iets over hetgeen hij je weet voor te schotelen. Tedere, warme muziek die diepe snaren weet te raken.

 

Kaitlyn Aurelia Smith – The Kid (cd, Western Vinyl / Konkurrent)
De aan het conservatorium van San Francisco opgeleide multi-instrumentaliste/componiste Kaitlyn Aurelia Smith is een groot natuurliefhebber en houdt ervan organische composities te creëren. De twee werelden vallen samen als ze de analoge Buchla Music Easel synthesizer uit 1973 ontdekt, die ze een opvallend menselijk geluid vindt hebben. Naast diverse andere instrumenten en haar licht mysterieuze zang, maar ze op Euclid (2015) en EARS (2016) veelvuldig van dit instrument. Er vloeit vanuit haar bijzondere kosmische bubbel een eigengereid geluid uit dat een fraaie kruisbestuiving van jazz, wereldmuziek, abstracte elektronica, minimal music en ambient vormt. Hier gaat ze (gelukkig) weer mee verder op The Kid. Met een batterij aan synthesizers (Buchla, Prophet 5, Sh 1010, WASP en veel meer), Ondes Martenot, trompet, fluit, fagot, cello en zang weet ze weer een geheel eigen universum te creëren, waarbij ze een zowel biologerend als meeslepend geheel produceert. Een speels bubbelbad aan geluiden die samen een eenheid vormen. Je kunt je er helemaal in onderdompelen, om er verkwikt weer uit te komen. Ergens tussen Colleen, Fever Ray,Oneohtrix Point Never, Laurie Anderson, Wildbirds & Peacedrums, Holly Herndon en Laurel Halo kom je haar buitenaardse sound tegen. Verwonderen en genieten tegelijkertijd.

 

Snapped Ankles – Come Play The Trees (cd, Leaf / Konkurrent)
Het Britse trio Snapped Ankles is live een opvallende verschijning, want ze zijn veelal verkleed als een soort boom al dan niet met een gewei op het hoofd. Achter die boomverkleding zit vermoedelijk ook de boodschap die ze uit willen dragen: “When the city starts to encroach on the forest, nature will find a way to reclaim what is rightfully hers.” Hun identiteit is bewust niet te achterhalen maar ze creëren de muziek met de synthesizer, drums, bas, gitaar en zang. Na een 12” is nu hun debuut Come Play The Trees (weer die bomen) op het Leaf label (nou ja), waarop ze een uiterst eigenzinnig geluid laten horen. Ze combineren monotone synthesizersounds met krautrockachtige drumbeats, terwijl de gitaar- en baspartijen weer passen bij garagerock en new wave. Daar wordt met een fijne punkattitude bij gezongen. Alsof Wire, Section 25, The Fall met Add N To X en Suicide aan het dansen zijn op een onderkoelde dansvloer van Martin Hannett. Ze roeren met hun sound duidelijk in het verleden, maar met de verslavende motorik, de pompende ritmes, opzwepende beats en de bijtende zang weten ze het verschil te maken en zich helemaal op de toekomst te richten. Enfin, ik kan hier nog wel even over doorbomen, maar laat ik het erop houden dat het een origineel en sterk album is dat hout snijdt. Of nou ja, daar sla ik de plank dan een beetje mis.

 

Moses Sumney – Aromanticism (cd, Jagjaguwar / Konkurrent)
Moses Sumney is een singer-songwriter uit Los Angeles, die een heel unieke stem in huis heeft. Hij tovert namelijk zowel een fraaie falset naar boven als een warme soulstem. Maar ook zijn muziek is van een niet eenvoudig vast te pinnen bijzonderheid. Na diverse gastbijdragen (Sufjan Stevens, The Cinematic Orchestra, Chance The Rapper, James Blake, Solange) en mini’s verschijnt nu eindelijk zijn debuut Aromanticism, waarop hij zich laat inspireren door de aantrekkingskracht van de romantiek en de overschatting ervan en over mensen die het gewoon niet in huis hebben. Weliswaar is hetgeen hij hier laat horen in basis gewoon singer-songwritermuziek, maar Sumney lardeert dit met nachtelijke soul, hedendaagse r&b, funk, dubstep en gloedvolle orkestraties. Daarbij krijgt hij hulp van vele gasten op diverse toetsen en snaar-, strijk- en blaasinstrumenten, die zijn composities van extra glans voorzien. Je waant je in een wondere wereld, waar magie, romantiek en schoonheid de norm lijkt. Dat is niet alleen wonderschoon, maar het brengt je ook echt in vervoering en op denkbeeldige plekken waar je enkel liefdevol over kunt dromen.

 

Tangerine Dream – Quantum Gate (cd, Kscope / Bertus)
Er zijn toch weinig bands die echt van reusachtige invloed zijn geweest op de muziekgeschiedenis zoals het Duitse Tangerine Dream, dat al in 1967 is opgericht door Edgar Froese (1944-2015), waarbij de plannen om mij ter aarde te laten komen nog niet eens bestaan. Deze groep maakt in eerste instantie avant-rock, maar verruilt al snel de conventionele instrumenten voor elektronica, waarmee ze het genre de Berlijnse school introduceren. Deze elektronica pioniers maken erna wel zo’n 100 albums, die vele artiesten erna beïnvloeden. Ze herbergen door de jaren heen ook vele grote namen, zoals Klaus Schulze en Conrad Schnitzler, maar het blijft toch altijd een dingetje van Froese. Hoewel de helaas overleden frontman er niet meer bij is besluiten de overgebleven leden van een latere incarnatie Thorsten Quaeschning en Hoshiko Yamane samen met klasbak Ulrich Schauss de laatste schetsen van Froese uit te voeren en waar ook wel synthesizerstukken van te horen zijn. Dat levert het album Quantum Gate op, waarbij ze de droom van Froese om kwantummechanica en filosofie naar muziek te vertalen verwezenlijken; Froese heeft hiervoor zelf met de mini Quantum Key (2015) al het pad geëffend. De drie voltooien zijn werk met verve en zeker in de geest van. Het is van die gedroomde synthesizermuziek, volvet en rijk gedetailleerd, waarin je jezelf helemaal kunt wentelen. Een ruimtetrip waar je steeds weer wat nieuws ontdekt. Het is een op en top Tangerine Dream album, waar de geest en hand van de grootmeester nog duidelijk aanwezig is. Een machtig mooi, stijlvol eerbetoon.

 

Torres – Three Futures (cd, 4AD)
Op haar eerste twee albums laat de Amerikaanse zangeres/gitarist Mackenzie Scott als Torres een lekker rockgeluid horen, waarbij ze meermaals geassocieerd wordt met PJ Harvey. Dat dondert dan helemaal niet, want ze komt in tegenstelling tot die artieste nog wél hard uit de hoek. Laat nu juist Rob Ellis, die je kunt linken aan PJ Harvey, haar vorige cd Sprinter (2015) produceren en tevens toetsen en drums toevoegen. Tevens mag ze rekenen op gitarist/toetsenist Adrian Utley (Portishead) en een paar andere gasten op bas, pedal steel, programmering, Moog, gitaar en toetsen. Het heeft haar in elk geval op de kaart gezet, waardoor ze nu op het geweldige 4AD label haar nieuwe album Three Futures mag uitbrengen. Torres (zang, gitaar, drumprogrammering, synthesizers) mag wederom leunen op Ellis (elektronische percussie, drumprogrammering, synthesizers) en Utley (synthesizers), maar ook op andere gasten op drums, sampler, synthesizers, gitaar, Moog, keyboards, drummachine en Omnichord. Opvallende naam daarbij is toch wel Ben Christophers, die solo al lang niet meer van zich laat horen. Hoe dan ook heeft dit alles als resultaat dat er een meer elektronisch geluid uitkomt. In alles hoor je nog de rockachtergrond van Torres, alleen weet ze dat hier breder en in andere vaarwateren te brengen. Hiermee gaan de associaties ook vaker naar artiesten als Lisa Germano, Nico, Spoonfed Hybrid en EMA dan de rockartiesten van weleer. Geen knieval voor het publiek of iets anders, maar een bewuste keuze om een andere weg te bewandelen naar de muziek die haar melancholie ook weet te vangen. Een prachtig alternatief op haar eerdere sound.

 

The Weather Station – The Weather Station (cd, Paradise Of Bachelors / Konkurrent)
De eerste drie werken van The Weather Station mogen er al wezen en lijken ook per album gewoon beter te worden. Dit is het project van de Canadese zangeres, multi-instrumentalist en arrangeur Tamara Lindeman, die doorgaans met haar muziek ergens tussen folk en altcountry uitkomt. Op haar vorige album Loyalty verschuift het geluid al meer richting de indierock, aangevuld met fraaie blaas- en strijkpartijen. Haar mooiste tot dan. Op haar vierde gelijknamige album draagt Lindeman naast zang en een batterij aan instrumenten (gitaar, banjo, piano, orgel, percussie) ook zorg voor alle strijkarrangementen. Daarvoor mag ze rekenen op een strijkkwartet. Naast de hier min of meer vaste bandleden Don Kerr (drums, percussie) en Ben Whiteley (bas, gitaar) zijn er nog zeven gasten die haar fraaie arrangementen verrijken met keyboards, fluit, piano, percussie, bas, gitaar en synthesizer. Ondanks deze enorme bezetting weet ze er toch een intiem en stemmig geheel van te smeden. Nu is het al genieten van haar heerlijk bitterzoete zang, die me wisselend aan Suzanne Vega, Joni Mitchell en Aimee Mann doet denken, waarmee ze haar verhalende teksten goed en vooral mooi uit de verf laat komen. De muziek echter mag er ook wezen en is een kruisbestuiving van folk, singer-songwritermuziek, indierock en altcountry, waarbij de strijkers haar muziek van prachtig melancholische franje voorzien. Op alle fronten is het wéér beter geworden. Degenen die bovenstaande zangeressen een warm hart toedragen of houden van Tiny Ruins, Meg Baird, Linda Perhacs, Tarnation, Nadia Reid en dergelijke moeten zekere deze eens een kans geven. Wat een majestueuze prachtplaat!

 

We Insist! – Wax And Wane (cd, Vicious Circle)
Het Franse rocktrio We Insist! bestaat al sinds 1995 en heeft al zes uitstekende albums uitgebracht. Toch zijn ze relatief onbekend gebleven. En daar snap ik eigenlijk niets van. Etienne Gaillochet (drums, zang), Eric Martin (gitaar, achtergrondzang) en Julien Allanic (bas, gitaar, achtergrondzang), dat altijd in deze samenstelling heeft gespeeld, brengen doorgaans een pakkende en ijzersterke sound. Door de jaren heen is het geluid van jazzrock, alternatieve rock en avant-rock steeds meer opgeschoven richting math rock, noise en soms experimentele muziek. Ook op hun zevende cd Wax And Wane laten ze een geluid horen waarvan het hart van menig fan van de betere, stevige rock sneller zal gaan kloppen. Ze brengen in hun 10 tracks veelal uptempo, hoekige muziek, die ergens tussen math-, avant-, progrock en hardcore inzit. Denk daarbij aan een geweldige hybride van Primus, Chevreuil, Fugazi, Don Caballero, Faraquet en mede door de zang ook System Of A Down. En het is bepaald geen herhaling van zetten geworden, want ze gaan hier anders te werk dan op hun voorgaande album, hetgeen ze eigenlijk altijd wel doen. De groep introduceert hier namelijk loops, synthesizer, akoestische gitaar, pauk, mellotron, mandoline en piano in hun toch al overheerlijke sound. Daarnaast is er in één track een kamerorkest te horen. Met al deze extra details krijgt de muziek ook meer diepgang, zeker in de breedte. Muziek die je grijpt en pas na 43 minuten weer los te laten. Steengoed!

 

Winter Severity Index – Katabasis (cd, Manic Depression)
In 2009 vormen 4 jonge Italiaanse dames de groep Winter Severity Index, te weten Simona Ferrucci (zang, gitaar, bas, drumprogrammering), Diana Salzo (bas), Elyria (drums) en Valentina Fanigliulo (synthesizers, keyboards). Ze brengen een fraaie mix van new wave, darkwave, post-punk en later ook shoegaze. Echter na de eerste epee zijn alleen Ferrucci en Fanigliulo nog over. Die nemen nog de mini Survival Rate (2013) op. Daarna vliegt ook Fanigliulo uit, die we inmiddels kennen als Mushy en Phantom Love. Ferrucci vindt een nieuwe muzikale partner in Alessandra Romeo (synthesizers, keyboards), waarmee ze de twee sterke albums Slanting Ray (2014) en Human Taxonomy (2016) opneemt. Het zojuist verschenen Katabasis grijpt terug naar het begin en combineert Survival Rate met andere tracks die Ferrucci nog met Fanigliulo heeft opgenomen en hier voor het eerst worden uitgebracht. Het is schitterend wat ze hier voor het voetlicht brengen. Natuurlijk hoor je dat Siouxsie & The Banshees, Xmal Deutschland, Joy Division (alleen al hun prachtige cover van “Candidate” bewijst dat), Black Rose en sowieso vroegere 4AD bands van invloed zijn geweest, maar daar weten ze wel een eigen draai aan te geven. Op zich jammer dat ze hun gelijknamige mini debuut hier niet hebben meegenomen, maar dat is dan ook het enige wat ik er op aan te merken heb. Voer voor de nostalgische melancholici onder ons.

 

Wolf Parade – Cry Cry Cry (cd, Sub Pop / Konkurrent)
Op de één of andere manier is het Canadese in 2003 opgerichte Wolf Parade altijd langs me heen gegaan, wellicht ook door mindere wolven en de verwarring daaromtrent. Dat terwijl ik van hun zanger Spencer Krug wel veelvuldig iets heb gehoord en in huis heb. Hij is te horen in groepen als Moonface, Fifths Of Seven, Handsome Furs, Frog Eyes en Blackout Beach. Dat is ook meteen de reden waarom het nieuwe album Cry Cry Cry van Wolf Parade maar liefst 7 jaar op zich heeft laten wachten. En deze eerste kennismaking bevalt me prima eigenlijk. Ze laten namelijk lekker overstuurde indierock horen, die soms ook vol energie richting de glam-, prog-, synth- en psychedelische rock koerst. Ik moet wisselend denken aan groepen als Xiu Xiu, Arcade Fire, Modest Mouse, Shearwater, Tapes ‘n Tapes en heel soms zelfs Cardiacs. En dan mag driemaal scheepsrecht zijn, ik vind dit bepaald geen plaat om te janken maar gewoon een blij makend en ijzersterk album. Ik kan alleen niet oordelen of deze dan beter is dan de rest.

 

Jamila Woods – Heavn (cd, Jagjaguwar / Konkurrent)
Hoewel zangeres Jamila Woods vooral door poëzie en post-punk uit de jaren 80 (The Cure) is geïnspireerd, komt ze op haar debuut Heavn met een heel andere sound. De gemene deler van de drie kwartier muziek die ze hier laat horen is een soort minimal soul, maar dat lardeert ze met elementen uit de hip hop, funk, r&b, jazz en trip hop. Ze heeft door haar vele gastoptredens even door haar telefoonboek kunnen bladeren en een keur aan gasten op zang, rap, viool, gitaar, bas, drums, hoorn en productie geregeld. Zo geven Noname, Lorine Chia, Chance The Rapper, Saba en Nico Segal acte de présence. Toch weet ze met al deze inbreng weliswaar een rijk gedetailleerd maar niet overvol geheel neer te zetten. De muziek blijft ergens ook kaal doordat alles goed gedoseerd wordt. Hierdoor komt de zang wel heel mooi uit de verf. Knap gestructureerde schoonheid, die ook de nodige diepgang brengt. Een zeer veel belovend debuut.

 


 

Martijn

Yung Nnelg Serena
Nnelgie ontwikkelt zich steeds verder op zijn derde EP. De basis hip hop maar inmiddels een behoorlijk uniek, melodieus en mellow geluid. Een beetje dreamy ondanks de pittige trap bass, maar ook poppy hooks. Je vraagt je af, waar heeft ie die saus vandaan?

Wifisfuneral Boy Who Cried Wolf
Smokepurpp Deadstar
Beetje denigrerend Soundcloudrap genoemd maar zeker na XXXtentacions tegenvallende album 17 (20 minuten bijna akoestisch emo-gedoe) komen deze twee jongemannen wél hard. Boy … is een lekker album waar bijvoorbeeld old schooler Joe Budden lekker op de hak wordt genomen over een waterige Rollin-VHS-beat. Smokepurpp is harder, trappier, spookier en overall een tandje beter.


Leikeli47 Wash & Set
Rapsody Laila’s Wisdom
De gemaskerde Leikeli47 biedt een zeer diverse set aan stijlen en sferen aan. Hip hop, reggaeton, pop, een onderhoudend geheel. 9th Wonders protegé Rapsody pakt het wat meer old school aan. Ze heeft al aardig wat mixtapes gedropt maar Laila’s Wisdom is met afstand het beste tot nu toe. Swag sauce on full drip, allebei.
.

MC Eiht Wich Way Iz West
Vorige week haalde ik Rocks west coast project aan, de hookup van MC Eiht (westsiiiide) met DJ Premier is ook een lekkere mix van wie ooit water en vuur beweerden te zijn. Mannen met ervaring, met dikke G-funk vibes waar Primo tips to the hat geeft met bijvoorbeeld suspense beeps met een twist. De klein legertje aan featurings van o.a. WC, B-Real (Cypress Hill) en de terugkeer van één van de beste rappers uit die G-Funk-era: Lady Of Rage. Master!

En dan nog dit: dit is mijn laatste bijdrage aan Het Schaduwkabinet, ik ga de Subs na ruim tien jaar verlaten. Peace, I’m out!