Het schaduwkabinet: week 11 – 2018

Je zou maar 2 miljoen krijgen! Wij kunnen jullie helaas niet meer bieden dan onze “2 cents” in onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Barcelona Gipsy Balkan Orchestra, Caroline Says, Sarah Davachi, Dine Doneff, Editors, Hot Snakes, Immigrant, Durand Jones & The Indications, Khruangbin, Migos, Mount Eerie, Nanook Of The North, Alex Stolze, Various Artists: For Christian H, Various Artists: Music From Yemen Arabia en Sarah Davachi.

 


 

Jan Willem

Barcelona Gipsy Balkan Orchestra – Avo Kanto (cd, Satélite K / Xango Music Distribution)
Na de twee fantastische cd’s Imbarca (2014) en Balkan Reunion (2015) met de Barcelona Gipsy Klezmer Orchestra, besluit de groep na het vertrek van de toenmalige oprichter en klarinettist Robindro Nikolic een doorstart te maken. Dat doen ze als Barcelona Gipsy Balkan Orcherstra, heygeen ze nog altijd afkorten als BGKO, waarbij ze de K nu uit de Balkan halen. Dat levert de weergaloze wereldplaat Del Ebro Al Danbio (2016) op. Ze maken een diverse maar altijd verbindende mix van onder andere klezmer, Bakan sevdah’s, rembetika, Oosterse en rroma muziek, net zo divers als de groep zelf eigenlijk. Naast de Catalaanse zangeres Sandra Sangia zijn het namelijk accordeonist Mattia Schirosa (Italië), gitarist Julien Chanal (Frankrijk), contrabassist Ivica Kovačević (Servië), percussionist (darboeka, bendit, cajón, daf) Stelios Togias (Griekenland), (bas)klarinettist Dani Carbonell (Catalonië) en violist Oleksandr Sora (Oekraïne) die de groep completeren. Met dat leuke bonte gezelschap hebben ze nu de cd Avo Kanto afgeleverd, hetgeen Esperanto is voor “de songs van onze grootouders”. Het is, zoals ze aangeven, de enige taal die recht doet aan de samenstelling van de groep. En daar waar het debuut er al mocht wezen, zijn ze hier gewoon nóg beter geworden, wat mede komt door de aanstekelijke energie en dynamiek. Nu hebben ze veel inspiratie opgedaan tijdens hun tournees, wat dan ook goed terug te horen is. Verder hebben ze meer een eigen smoel gekregen, omdat de diverse stijlen beter ingebed zijn en de sound van BGKO daarmee bestaat uit een authentieke blend. Daarnaast bieden ze eveneens nog altijd die zinnenstrelende droefgeestige muziek, waar ze diepe snaren mee weten te raken. Maar wat ze ook brengen, het is onbegrensd of ten minste met open grenzen en bovenal om intens en grenzeloos van te genieten. Wat een wereldse weelde!

 

Caroline Says – No Fool Like An Old Fool (cd, Western Vinyl / Konkurrent)
“Eat shit, millions of flies can’t be wrong” is wel de eerste associatie die ik heb met het debuut 50,000,000 Elvis Fans Can’t Be Wrong van Caroline Says, zij het dat dit project van de Amerikaanse singer-songwriter Caroline Sallee je een prettig poepje laat ruiken. Hierop brengt ze namelijk een aangename mix van droompop, shoegaze, bossanova en garagerock. Dat alles voorziet ze van haar zoetgevooisde zang. De betere shit dus. Daarmee gaat ze op No Fool Like An Old Fool op nog dromerige en iets meer psychedelische en vintage wijze verder. Ze levert 9 nieuwe songs, die net onder de 29 minuten eindigen. Maar hetgeen ze hier brengt mag er weer meer dan wezen. Wederom brengt ze een net zo pakkende als zweverige mix van de eerder genoemde stijlen. Daarbij moet je denken aan een kruisbestuiving van Lisa Germano, Swallow, Stereolab, Trish Keenan, Amy O, Donna Regina en Lali Puna. En daarmee is ook haar tweede worp een zeer genietbaar en wonderschoon geheel geworden, die de belofte van haar debuut op overtuigende wijze inlost.

 

Sarah Davachi – All My Circles Run (bonus cd, Sarah Davahi)
Vorig jaar komt de Canadese componiste Sarah Davachi na diverse cassettes en lp’s met de geweldige cd All My Circles Run aanzetten. Het is een bezinnend, biologerend en machtig mooi werk vol drones, minimal music, neoklassiek en experimentele muziek. Daarbij staat steeds weer een ander instrument centraal om haar ideeën vorm te geven. Het schurkt ook tegen mijn jaarlijst aan en is voor collega Sietse zelfs de nummer één. Dat valt ook wel te begrijpen, want deze muziek is echt van een andere orde. Later in het jaar verschijnt er de lp-versie met een bonus cd. Hierop staan slechts 2 tracks, maar wel met een lengte van ruim 48 minuten. Ofwel een addendum om U tegen te zeggen. Deze is nu ook los verkrijgbaar via haar bandcamp-pagina en meer dan de moeite waard als je haar eerder genoemde album weet te waarderen. Het overtuigende bewijs kan je beluisteren via onderstaande link.

 

Dine Doneff – Rousilvo (cd, neRED/ ECM)
Dine Doneff is een componist, multi-instrumentalist uit Macedonië. Hoewel hij ook een Grieks staatsburgerschap heeft en dan Kosta Theodorou heet. Onder die laatste naam verschijnt hij in het Primavera En Salonico van Savina Yannatou. Maar hij is al actief sinds de jaren 80 en heeft onder meer gewerkt met anny Michalis Siganidis, Arto Tunçboyaciyan (Armenian Navy Band), Luis Sclavis, Michel Godard, Sainkho Namtchylak, Theodosii Spassov, Anja Lechner en Luk Perceval. In 2010 brengt hij het album Rousilvo uit, waarop hij een alternatieve opera maakt dat bestaat uit Balkanmuziek, jazz, folk, wereldmuziek en klassiek. Vorig jaar wordt deze opnieuw uitgebracht en dit jaar wordt deze onder de vleugels van ECM uitgebracht. Ditmaal onder de naam Dine Doneff. Of de uitvoering hetzelfde is kan ik niet nagaan, al doet het feit dat er dezelfde titels met dezelfde lengte op staan vermoeden van wel. Hoe dan ook, beschouw het maar als een nieuwe release van dit jaar. Doneff brengt naast de composities ook contrabas, gitaar, tabla en zang en krijgt instrumentale steun van zes muzikanten op piano, accordeon, oud, mandola, fluit, saxofoon, trombone en drums. Voor het operadeel mag hij rekenen op 7 zangeressen, waarvan 4 van het Bulgaarse Camea Quartet, die me wel aan Le Mystère Des Voix Bulgares doen denken. De muziek is een stemmige en bovenal mooie grog van de bovengenoemde stijlen geworden, waarbij de (instrumentale) jazz wel het meest komt bovendrijven. Hoewel hij een unieke mix brengt, doet het me soms denken aan de muziek van Boris Kovač. Een prachtig nachtelijk en contemplatief melancholisch album.

 

Editors – Violence (cd/boxset, Play It Again Sam)
Zoals jullie weten, recenseer ik vooral over hetgeen ik goed/mooi vind. Neemt niet weg dat als ik een band volg, die ik zeer waardeer me daar ook wel eens kritisch over uitlaat. Neem nu de Britse Editors, die ik in het begin zo waardeer om de galm die de sfeer van de jaren 80 uitademt plus dat diepe, getergde wavegeluid van zanger Tom Smith (ook keyboards, gitaar). De groep bestaat verder uit Russell Leetch (bas), Ed Lay (drums), Elliott Williams (keyboards) en Justin Lockey (gitaar). Ze laten vanaf hun derde album de keyboards een grotere rol spelen, wat een ander maar eveneens prima en duister geluid oplevert. Alleen op hun vorige cd In Dream (2015) lijken ze het spoor even bijster. Als fan ontdek ik er nog wel wat pareltjes, maar Smith gaat heel gevoelig zingen en de gitaren zijn helemaal verdwenen. Dat vaagt hun verworven identiteit toch wel ietwat weg. Het voelt als een tussenalbum. Nu komen ze met hun zesde worp Violence, die ik gewoonweg weer blind heb aangeschaft. Hierop krijg je negen, of in mijn geval met de gelimiteerde boxset 11, nieuwe nummers. De gitaargestuurde songs zijn gelukkig weer van de partij en worden afgewisseld met die meer synthpop-achtige nummers. Smith gaat hier qua zang ook weer van laag naar hoog, maar blijft nu dichter bij z’n gevoelens. Hierdoor wordt het allemaal meer invloedbaar dan op het vorige album. En er staan weer een paar ouderwets goede songs op. Dat maakt dat dit een genietbaar werk is geworden, waar ze er nog niet helemaal zijn, maar wel weer op de weg terug zijn naar hun goede vorm. De extra nummers en prachtige artwork van de boxset zijn die paar euro’s extra ook zeker waard.

 

Hot Snakes – Jericho Sirens (cd, Sub Pop / Konkurrent)
In de jaren 90 ben ik onder meer nogal verzot op post-hardcore en noisebands, zoals Pitchfork en het vervolg Drive Like Jehu. Twee leden daaruit gitarist John Reis (Back Off Cupids, Rocket From The Crypt, The Night Marchers) en zanger/gitarist Rick Froberg (Crash Worship, Physics, Obits) zijn tijdens en na die periode ook actief in vele andere projecten, zoals genoemd tussen de haakjes. Daarnaast vinden ze elkaar ook aan het begin van deze eeuw weer in de formatie Hot Snakes, waarmee ze van 2000 tot 2004 drie energieke albums vol met de betere post-hardcore naar buiten brengen. Dan lijkt het doek gevallen, totdat ze in 2011 weer bij elkaar komen. Nu is dan eindelijk hun vierde album Jericho Sirens een feit. Ze worden hierop vergezeld door bassist Gar Wood (The Night Marchers, Fishwife, Tanner, Beehive & The Barracudas) en drummers Jason Kourkonis (The Night Marchers, Bardo Pond, The Delta 72) en Mario Rubalcaba (Metroshifter, Rocket From The Crypt, Thingy, Earthless). Welbeschouwd heb je het dan gewoon over een superband, zij het dat ze opereren in de alternatieve hoek. Ze brengen 10 nieuwe songs die (uiteraard) gewoon na 30 minuten finishen. Ze nemen de complexe noise van weleer mee naar een stevige rocksound, die meer van hier en nu is. Ik vind het wel mooi dat ze na al die jaren gewoon nog steeds zo fel klinken en de muziek brengen waar ik toen al zo dol op was. Het is een uptempo adrenalinevolle trip geworden, waar je nog altijd compleet uit je dak kunt gaan. Naast hun eigen bands dienen ook AC/DC, Wipers, METZ, Further, Mudhoney, Crain en Jawbox ter referentie. En een geluid als deze is toch wel weer uiterst verfrissend en lekker in het hedendaagse, soms wat brave muzieklandschap. De broodnodige variatie!

 

Immigrant – Christos Moon (2cd, Immigrant)
Graeme McNab is een Schotse singer-songwriter, die al acht jaar aan de weg timmert met het alias Immigrant. Hij heeft daarmee al zo’n 15 releases, veelal cd-r’s, afgeleverd. Zijn songs die veelal bestaan uit zijn akoestische gitaarspel en fluweelzachte stem bevatten ook elementen uit de folk en lo-fi. Het is iedere keer weer meer dan voldoende om te overtuigen. Nu presenteert hij zijn nieuwe album Christos Moon, waarop 12 nieuwe tracks staan van bij elkaar ruim 41 minuten. Wederom zijn dat melancholische, indringende songs waar zijn zachte zang je in de houdgreep weet te nemen. In eerste instantie roept het associaties op met Iron & Wine en Greg Weeks (waar is hij?), maar ook Gareth Dickson, Nick Drake, James Vincent McMorrow, Al Stewart en Boduf Songs behoren tot de referenties. Dat levert een buitengewoon fraai geheel op. Ik heb de zogeheten “deluxe edition”, waar er 18 van zijn gemaakt. Hierop krijg je handgeschreven titels, fraaie enveloppen om het album en last but not least een extra schijf met maar liefst 20 tracks van nog eens een goede 66 minuten samen. Het is een compilatie van oude en nieuwe songs. Hierop brengt hij meer instrumenten en experimenten, zonder van zijn bijzondere sound af te wijken. Eigenlijk is deze schijf nog beter dan de eerste. Wat een weelde! Graag zou ik hieronder wat fragmenten plaatsen, maar helaas is er online niets van terug te vinden.

 

Durand Jones & The Indications – Durand Jones & The Indications (cd, Dead Oceans / Konkurrent)
Het verhaal van de Amerikaanse muzikant Durand Jones is wel vemakelijk. In het kort komt het erop neer dat hij in 2012 zijn ouderlijk huis verlaat om altsaxofoon te studeren aan de universiteit van Indiana. In een dronken bui staat hij op een avond voor zijn eveneens dronken medestudenten op het podium te zingen met de locale rock ‘n’ rollband Dock Of The Bay als begeleidingsband. Die band bestaat uit drummer Aaron Frazer, gitarist Blake Rhein, bassist Kyle Houpt en organist Justin Hubler. Dat is The Indications geworden en hun zanger is sindsdien Durand Jones. In 2016 brengen ze hun gelijknamige album uit, wat een instant klassieker is. Durand Jones beschikt over een fenomenale soulstem en de muziek is een bevlogen mix van blues, jazz, soul en r&b. Naast de genoemde muzikanten doen ook nog een saxofonist, trompettist, zanger en mee. Deze muziek zou ook wel jaren geleden gemaakt kunnen zijn, maar dan deze nu nog steeds bij iedereen bijgebleven. En dan ook nog eens met zo’n fraaie Blue Note-achtige hoes. Liefhebbers van met name Charles Bradley maar ook James Brown, Otis Redding en Curtis Harding zullen hier hun hart aan kunnen ophalen. Goed nieuw is dat deze nu via Dead Oceans ook hier verkrijgbaar is. Warm aanbevolen!

 

Khruangbin – Con Todo El Mundo (cd, Night Time Stories)
Ik houd er best van als bands van nu een retrosound produceren op moderne wijze, maar er zijn wel groepen die me net meer weten te raken dan andere. Zo’n groep is ook het Amerikaanse Khruangbin, hetgeen in het Thais iets als “vliegtuig” betekent. Ze zien zich dan ook als een vehikel dat de wereld verbindt. Dat is al het geval op hun debuut The Universe Smiles Upon You (2015). In feite willen ze een soort hommage brengen aan de Thaise rock en funk van weleer, maar grijpen toch op veelal psychedelische wijze breder om zich heen. Ook op hun tweede worp Con Todo El Mundo, vanuit het Spaans vertaald “voor iedereen in de wereld”, gaan ze daarmee verder. Laura Lee (zang, bas, handgeklap), Mark Speer (gitaar, zang, mellotron, percussie) en Donald Johnson Jr (drums) brengen samen met gasten op pedal steel, percussie en vibrafoon weer een geluid naar buiten dat net zo werelds als psychedelisch en retro is. Naast de Thaise invloeden hoor ik ook wel de muziek uit Iran terug van de jaren 70, Afrikaanse desertblues en onderkoelde surfmuziek. Doordat de zang er ietwat zweverig doorheen zit verweven en ze nergens echt een nadrukkelijke stempel zetten, kan je met deze muziek alle kanten op. Het kan dienen als aangenaam behang, maar indien je er echt voor gaat zitten is het eveneens een intense, wereldse vlucht uit de realiteit. Alsof Googoosh, Secret Chiefs 3, The Focus Group en Unknown Mortal Orchestra elkaar treffen op een yogasessie voor backpackers. Dat levert een uiterst aangename luisterervaring op.

 

Migos – Culture II (2cd, Motown/ Quality Control Music / Capital)
Sinds 2009 vormen Quavo (Quavious Keyate Marshall), Offset (Kiari Cephus) en Takeoff (Kirsnick Khari Ball) de Amerikaanse trap- en hiphopgroep Migos. De groepsnaam verwijst naar een verlaten huis dat gebruikt wordt voor de productie en consumptie van drug; het is maar dat u het weet. Hun vorige cd Culture (2017) heeft hier veelvuldig opgestaan, dankzij zoonlief. Het is een sport om op het juiste moment de prrrr, trrrr, grrrr, drrrr en dergelijke bijgeluiden, die ze dikwijls gebruiken, mee te zingen. Valt niet mee, het moment niet en dan is de prrrr ook nog eens een trrrr. Hoe dan leveren de drie uitstekende (t)rappers een meeslepend hiphopalbum af met een geheel eigen smoel. Nu is er het vervolg Culture II, dat niet uit één maar twee schijven bestaat. Je krijgt in één uur en drie kwartier maar liefst 24 nieuwe tracks, waarbij hun sound duidelijk herkenbaar is. Ik snap Motown ook wel dat ze deze groep nu in hun stal hebben opgenomen. De achtergrondmuziek is namelijk veelal soulvol, jazzy en anderzijds stemmig, waar ook wel eens een saxofoon, synthesizer of orgel klinkt.. Daarop plaatsen ze subtiel hun beats en uitstekende raps met uiteraard weer de bekende toevoegingen. Ze mogen verder nog rekenen op gastbijdragen van 21 Savage, Drake, Gucci Mane, Travis Scott, Ty Dolla Sign, Big Sean, Niki Manaj, Cardi B, Post Malone en 2 Chainz. Ook al brengen ze veel in één keer, je zit het moeiteloos en met plezier uit. Geweldige (of moet ik zeggen dope) release!

 

Mount Eerie – Now Only (cd, 7 e.p.)
Vorig jaar komt Mount Eerie met het ontzaglijke meesterwerk A Crow Looked At Me. Dit project van de immer verrassende Phil Elverum (The Microphones) belandt om meerdere redenen op de eerste plaats in mijn jaarlijst. Niet eens omdat het zijn allerbeste muziek is, al mag die er meer dan wezen, maar veeleer nog door de compleet overrompelende emotie die hij weet over te brengen. Hij zingt dan ook onomwonden over de liefde voor zijn op 9 juli 2016 overleden vrouw Geneviève Castrée (Woelv, Ô Paon). Haar achteruitgang, laatste adem, de leegte die ze achterlaat voor hem en hun dochter komen pijnlijk direct aan bod. Dat alles opgenomen in de kamer waar ze is overleden en gespeeld op haar instrumenten. Je voelt jezelf haast een voyeur van situatie waar je niet bij wil of mag zijn. Toch deelt hij dit vanuit zijn liefde voor haar. Dat maakt dit alles ook ergens wel wonderschoon. Dit is iets waar woorden eens echt tekort schieten. Het is een album met de impact van een hevige aardbeving. Nu komt hij, zoals altijd totaal onaangekondigd, met het vervolg Now Only (cd via 7 e.p. verkrijgbaar en de lp via Norman Records), dat je gerust mag bestempelen als een hevige naschok. Na de inzage in het proces hoe iemand zijn geliefde heeft verloren, krijg je nu een intiem kijkje in het leven van een rouwende man over hoe het leven erna eruit ziet. Hoewel de mokerslag eerder is uitgedeeld, komt deze ook keihard aan en binnen. In 6 tracks van een kleine 44 minuten lang, weet Elverum je mee te nemen in een aangrijpend verwerkingsproces, waar rouw, eenzaamheid en verwarring aan bod komen. Die ambivalentie bestaat uit het feit dat hij niet wil leven op de manier die hij nu doet, dat wil zeggen in het verleden hangen en enkel met verdriet, maar aan de andere kant ook niet wil dat zij dood is. Vooruit willen, maar door de ketens van verdriet en liefde toch geremd worden. Het valt allemaal te begrijpen. Wederom houd ik het niet droog, omdat je toch onbewust of bewust aan je eigen vrouw en kinderen gaat nadenken. Ik heb het eigenlijk niet eens over de muziek gehad, bij de vorige trouwens ook niet, maar dat komt om hetgeen hij brengt dat gewoonweg overstijgt. Muzikaal en zeker qua sfeer gezien sluit hij wel aan op de vorige cd, echter zit deze sterker in elkaar en brengt hij niet enkel die sombere akoestische muziek, maar laat hij ook wel eens een harder en zelfs opgewekt geluid horen; in “Distortion” brengt hij zelfs een Sunn O))) achtige intro. Toch draait alles hier weer om de emoties, die hij op onwaarschijnlijk dappere en mooie wijze naar buiten weet te brengen. Persoonlijker en directer, maar ook mooier dan dit krijg je het zelden.

 

Nanook Of The North – Nanook Of The North (cd, Denovali)
Het Poolse Nanook Of The North is een samenwerkingsverband tussen de fijne muzikanten Stefan Wesołowski en Piotr Kaliński. Die eerste leer ik kennen als maker van uitstekende neoklassiek en ambient. Maar ook de tweede is geen onbekende, want die ken ik weer van het project Hatti Vatti, waarmee hij mysterieuze klanklandschappen vol dub, IDM, technobeats en veldopnames produceert. Daarvoor zat hij in de punkband Gówno. Met hun project brengen ze nu hun gelijknamige album, waarop 10 stukken van ruim 46 minuten staan. Wesołowski (viool, piano, synthesizer) en Kaliński (synthesizers, elektronica, veldopnames) kiezen de stomme film met dezelfde naam van Robert J. Flaherty, die wel gezien wordt als de eerste documentaire, als uitgangsbasis. Ze brengen dus in feite een imaginaire soundtrack hiervoor, die gaat over het leven van een inuit rond de poolcirkel. Dat vertaalt zich hier naar een innovatieve mx van IDM. Ambient, drones, neoklassiek, pianomuziek en veldopnames, waarbij ze geruggensteund worden door de inuit keelzangeres Kathleen Ivaluarjuk Merrit en Miki Jacobsen (Groenlandse drum). Dat levert een volslagen uniek en tot de verbeelding sprekend geheel op, waarbij je meegenomen wordt op een nostalgische trip over permafrost. Ondanks het elektronische karakter van de muziek, doet het allemaal wel werelds aan, mede geholpen door de veldopnames. Deze twee artiesten zetten hier een bijzonder en zichzelf overstijgend geheel neer dat biologerend, betoverend en buitengemeen wonderschoon is.

 

Alex Stolze – Outermost Edge (cd, Nonostar Records)
Hoewel de Duitse violist, componist en producer Alex Stolze al lange tijd bezig is met het maken van muziek, zet hij zich de laatste paar jaar steviger op de muzikale kaart. Voor die tijd is hij actief in groepen als Unmap, Bodi Bill en Nonostar. Dat laatste is tevens de naam van zijn label, dat hij runt naast zijn technolabel Krakatau records en Ritual Union waarmee hij zijn muziek voor films en theater het licht laat zien. Maar recentelijk speelt hij zichzelf in de kijker met de 12” Mankind Animal (2016), als bandlid van Dictaphone, die vorig jaar met het prachtige APR 70 komen, plus het album Solo Collective Part One (2017) dat hij met Anne Müller en Sebastian Reynolds heeft gemaakt. Kortom een reuze veelzijdige artiest, die zich ook niet in één hoek laat vangen. Dat maakt mij, mede door de titel, al zo nieuwsgierig naar zijn soloalbum Outermost Edge. En daar word ik bepaald niet teleurgesteld. Sterker nog, Stolze zoekt met de viool, elektronica en zang meerdere randen op, waarbij hij in één track samenwerkt met de Israëlische artiest Ofrin en meermaals mag rekenen op verscheidene drumsounds van Christian Grochau (Qrauer, Woods Of Birnam, Polarkreis 18). Zo gebruikt Stolze zijn viool niet alleen als strijkinstrument om fraai, melancholisch gestemde neoklassiek en Barokke muziek mee te maken, maar ook als tokkelinstrument waarmee hij juist skeletachtige texturen toevoegt. Dat voorziet van allerhande elektronica, beats en percussie, die soms uiterst kaal en op andere momenten meer uptempo en voller uitpakken, waarbij hij zowel de techno als IDM koers vaart. Dan heb ik het nog niet eens gehad over de her en der opduikende innemende herfstige zang, waarbij hij eenmaal mag rekenen op Ofrin (voluit Ofri Brin). Dan heb ik de losse onderdelen benoemd, maar Stolze laat deze ook weer in allerhande combinaties naar buiten treden. Continu word je verrast en brengt hij je op coherente wijze op andere uitersten van de muziek. De bindende factor is de ingetogen sfeer, maar voor de rest staat er geen maat op dit album. Ik kan roepen dat het een caleidoscopische mix is van Talk Talk, Dean Roberts, Dictaphone, Andrew Bird, Kreidler, Olan Mill en zelfs een lo-fi versie van Roger Waters, maar Alex Stolze brengt hier eigenlijk gewoon een uniek, innovatief en grenzeloos meesterwerk.

 

Various Artists: For Christian H (cd, Biophon)
Ter nagedachtenis van de vorig jaar mei plotseling overleden Christian Hollingsæter (1982-2017), de directeur van het Insomnia festival, heeft Geir Jensen (Biosphere) de compilatie For Christian H samengesteld. De opbrengsten gaan naar Christian’s zoon Julian. Naast Biosphere brengen nog 17 andere Noorse groepen/artiesten een exclusieve bijdrage; ik zal ze niet allemaal oplepelen, want dat kan via de links hierboven en hieronder zelf achterhalen. Zoals je niet al verbazen zijn de tracks veelal behoorlijk droefgeestig; terwijl het merendeel elektronische acts betreft. De reden waarom deze verzameling tot stand is gekomen is natuurlijk geen leuke, maar de geboden muziek die hier in 70 minuten de revue passeert mag er wezen. Ik zag deze nu bij diverse mailorders pas opduiken, maar lees dat deze al in de herfst van vorig jaar is verschenen. Maakt ook niet veel uit, het blijft de moeite waard.

 

Various Artists: Music From Yemen Arabia (2cd, Sub Rosa)
Voor fraaie compilaties kan je gerust bij het innovatieve Belgische Sub Rosa label aankloppen, dat zich in vele genres licht op de meer experimentele dan wel bijzondere muziek richt. Ze hebben zojuist de dubbel cd Music From Yemen Arabia uitgebracht. Op de eerste schijf zijn staan 6 stukken, maar die duren wel 49 minuten. Het bevat muziek afkomstig uit Sanaa, het sutanaat Laheij en Aden van rond 1973; vandaar de subtitel “Sanaani, Laheij, Adeni”. Je hoort The Kawbakani Brothers, Hassan Al Zabeede en Saad Al Kabakani aan het werk, waarbij ze vaak met enkel zang, dubbele trom, oud, tamboerijn en soms een citer stemmige, repetitieve stukken brengen waar een hypnotiserende werking van uitgaat. Dromerige desertblues en andere betoverende Oosterse tapijten. De tweede schijf bevat nog eens 4 stukken en finisht na ruim 46 minuten. Deze heeft de ondertitel “Samar”, hetgeen verwijst naar de heerlijke luxe tijd waar mensen samenkomen voor ontspanning, verfrissing en het maken van muziek. De sfeer ademt dat ook wel uit. Naast de eerder genoemde broers hoor je hier ook muziek van Hassan Zubeede en Abdul, Mohammed & Saad Kawkaban. Het levert een schitterend document op dat ook nog eens gestoken is in een prachtige hoes, waar ook een uitgebreid boekwerk bijzit. Ook als je niet zo thuis bent in dit soort muziek, is het toch een uitnodigend werk dat je eenvoudig zal verleiden.

 


 

Sietse

Sarah Davachi – All My Circles Bonus CD (Eigen Beheer)

Mijn favoriete album van 2017 “All My Circles” van Sarah Davachi kreeg aan het einde van het jaar nog een nieuwe uitgave met extra bonus CD. Uiteraard baalde ik er wel van dat ik dan wederom de plaat zou moeten kopen dus dat heb ik niet gedaan. Echter nu heeft Davachi de CD ook in eigen beheer opnieuw uitgegeven, met handtekening en alles. Dus die heb ik nu los gekocht (voor ongeveer dezelfde prijs als de LP + de bonus CD, maar goed het zij zo).
Uiteraard ben ik er erg blij mee, want hier zijn twee mooi nieuwe tracks op terug te vinden. De CD start met For Harpsichord wat een fijn minimaal ambient stuk is waarin langzaam noten op een clavesimbel worden gespeeld, die met simpele effecten (met name delay) zo een 8 minuten door pruttelen. Erg fijn, maar pas in de tweede track wordt het wonderbaarlijk mooi. In For Pipe Organ and String Trio krijgen we een mooi warm drone spel tussen een kerkorgel en een string trio te horen. Hier laat Davachi horen waarom ze kan worden gezien als de waarlijke opvolger van Eliane Radigue. Niet dat net zo klinkt als Radigue, maar het is wel van de zelfde kwaliteit. Het is mijn dan ook een vraag waarom dit niet eerder als een los album is uitgekomen. Een van de betere werken van Davachi, en hoe dan ook behorend tot de top van de minimale drone.
Er staan van Davachi voor de komende paar jaar al verschillende albums gepland zoals ik onlangs in een interview las en wat ze ook aangaf toen ik haar vroeg voor een release in de Eliane Tapes serie (waar ze dus geen tijd voor heeft), en als dat hier op verder gaat kan ik niet wachten om deze te horen.
Top muziek!!!