Het schaduwkabinet: week 05 – 2018

What the hack, wat een week. Ook wij lekken weer aardig wat uit in onze lijstjes uit het:

SCHADUWKABINET

We luisterden naar: Navid Afghah/ Tony Overwater/ Hesam Inanlou, Amparanoia, Michael Begg | Mélénchon Brève, Calexico, Matt Dunkley, flica, Nils Frahm, Hector Guerra, Thomas William Hill, The New Spring, The Soft Moon en Zéro Degré.

 


 

Jan Willem

Navid Afghah/ Tony Overwater/ Hesam Inanlou – Miràge (cd, RHE Records / Xango Music Distribution)
Muziek is de ultieme kunstvorm om te verbroederen. Wat dat betreft kan ik enkel dromen van joint ventures uit conflictgebieden, zoals een Palestijnse en Israëlische. Maar dat zal wel toekomstmuziek blijven voorlopig. Ook mooi is het als diverse cultureel verschillende muzikanten elkaar opzoeken. Zo werkt de Nederlandse jazzmuzikant en contrabassist Tony Overwater op de cd Miràge samen met de Iranese muzikanten Navid Afghah (tombak) en Hesam Inanlou (kamancheh). Samen brengen ze hier drie langgerekte stukken, die geen rekening houden met grenzen, maar gewoonweg op zoek gaan naar de verbindende factor. De output klinkt overwegend Oosters, maar de Westerse jazz en folk spelen hierin ook een belangrijke rol. Hier zijn geen ego’s aan het werk, maar simpelweg drie muzikanten die elkaar respecteren en met de liefde voor muziek voor ogen. Hoe mooi is dat? Dat los van de betoverend mooie muziek die ze hier afleveren. Na een klein half uur is dit sprookje uit 1001 nacht alweer voorbij. Dat is dan ook het enige minpuntje van dit wereldse meesterwerk, waar je nog veel langer van zou willen genieten.

 

Amparanoia – El Coro De Mi Gente (cd, Calaverita Records/ Warner / Xango Music Distribution)
De Spaanse groep Amparanoia, die sinds 1997 hun muziek naar buiten brengt, weet als geen ander een kruisbestuiving aan stijlen op smakelijke wijze aan de man te brengen. Het is als een in lagen opgebouwde kruidenbonbon, die elke keer dat je erop kauwt zorgt voor een nieuwe smaaksensatie. Lekker, maar ook met een goede bite en de nodige diepgang. Een verrassende groep, die als geen ander pachanga (denk Mano Negro), latin, reggae, pop, ranchera (denk Los Lobos), salsa, dub, ska, cumbia en Afrikaanse elementen weet te bundelen in steeds wisselende combinaties. Ter ere van hun 20 jarig bestaan verschijnt de cd El Coro De Mi Gente, hetgeen “het koor van mijn volk” betekent, waarop ze een dwarsdoorsnede van hun 5 albums brengen. En dat is niet zo maar een compilatie geworden, maar één waarbij ze diverse gasten hebben uitgenodigd om deze nummers opnieuw het licht te laten zien. In maar liefst 15 tracks mogen ze rekenen op diverse internationale en nationale gasten, van Manu Chao (ex-Mano Negra), Fermin Muguruza en DePedro tot Sergent Garcia en Calexico. Hoewel ik normaal niet zo van het feestgedruis ben, vormt deze groep daar een heel grote uitzondering op en zeker met het feestje dat ze hier vieren.

 

Michael Begg | Mélénchon Brève – One True Vine (cd, Omnempathy)
Eind vorig jaar heb ik de cd TITAN: A Crane Is A Bridge van Michael Begg gerecenseerd, een artiest die ik in eerste middels de groep Human Greed leer kennen. Hiermee maakt hij, al dan niet samen met Deryk Thomas, vijf prachtalbums vol filmische hybriden van experimentele en abstracte muziek, neoklassiek, folk en ambient. Daarna stapt hij over op zijn eigen naam, omdat het meer en meer een solgebeuren is geworden. Je kunt hem tevens nog tegenkomen bij 48 Cameras en Fovea Hex of naast Chris Connelly en Colin Potter. Naast bovengenoemd werk verschijnt er eind 2017 nog een album van Begg, namelijk One True Vine in samenwerking met Mélénchon Brève. Over die laatste kan ik totaal geen informatie vinden, dus dat geeft het eerste mysterieuze tintje aan dit album. Ook qua geluiden is het gissen welke instrumenten ze inzetten voor de 11 tracks die ze hier presenteren. Nou maakt dat ook niet zo gek veel uit, want de donkere, droefgeestige muziek weet je meteen te grijpen. Ze openen dan ook met schitterende dark ambient, maar brengen erna weer stemmige neoklassiek ten gehore, waar je ook piano en cello te horen krijgt. En zo blijven ze variëren met deze genres en tevens avant-garde, drones, droomop en meer soundscape gerichte muziek, waarbij her en der ook stemsamples opduiken. De nummers lijken te draaien om nostalgie, sentiment, verlies, bezinning en de dingen waarvan de tijd nog zwanger is. Ofwel het verleden, het heden en de toekomst. Daarbij leggen ze af en toe echt een haast verlammende pracht aan de dag (luister bijvoorbeeld maar eens naar “Bury The Choir In Fifteen Feet Of Snow”), naast uiterst onheilspellende stukken (zoals “Tu As Perdu Ta Langue”). Daarbij doorkruisen ze ook diverse eeuwen, althans zo lijkt het. Denk daarbij aan een schitterende mix van David Darling, Stars Of The Lid, Celer, Akira Rabelais, Arvo Pärt, Kyle Bobby Dunn en Deaf Center. Een subliem en zinnenstrelend meesterwerk.

 

Calexico – The Thread That Keeps Us (2cd, City Slang/ Konkurrent)
De basis voor Calexico wordt al rond 1990 gelegd, wanneer kernleden Joey Burns (zang, gitaar, keyboard, percussie) en John Convertino (drums, percussie) nog deel uitmaken van Giant Sand. In 1996 brengen ze een cassette uit, die een jaar later opgevolgd wordt door hun feitelijke debuut Spoke. Ze drukken hun stempel met een kenmerkende, pakkende mix van Amricana, texmex, altcountry en indiefolk. En de rest is geschiedenis. Op de vooravond van hun negende album The Thread That Keeps Us, even los van alle soundtracks en in eigen beheer uitgegeven touralbums, lekken ze al twee nummers naar buiten. Die maken me nu niet direct enthousiast en doen haast saai aan. Zouden ze hun touch, hun inspiratie kwijt zijn? Dat beantwoorden ze nu met een meer dan overtuigende “nee!”. De muziek is inderdaad wat meer introvert en kalmer, maar vormen samen een ijzersterk geheel. Die uitgelekte nummers blijken eigenlijk meer een soort stemmige intro, van waaruit ze opbouwen naar de rest en komen hier beter uit de verf dan als losse flodder. Ze hebben bewust of onbewust wat zand (giant sand) in de ogen gestrooid, maar laten hier één van hun beste albums horen. Het is een uiterst melancholisch, bezinnend en broeierig geheel geworden, waarbij je eenmaal ingestapt niet meer wilt stoppen. De groep wordt hier verder gecompleteerd door Martin Wienk (trompet, synthesizer, gitaar, vibrafoon, donderdrum, zang), Jacob Valenzuela (trompet, zang, vibrafoon, percussie), Sergio Mendoza (keyboards, synthesizers, gitaar, bas), Jairo Zavala (gitaar, zang, vibrafoon, percussie) en Scott Coberg (contrabas, bas) plus 8 gasten op pedal steel, zang, percussie, drummachine, distortion, viool, cello en strijkarrangementen. In de 15 tracks van bij elkaar bijna drie kwartier lang, laten ze zich van hun beste en meest gevoelige kant zien. Geen hoogtepunten maar een constant hoog niveau, waarbij ze tevens een iets meer psychedelisch en rauwer geluid aan de dag leggen; zichzelf herhalen is ook niet des Calexico’s. Dat alles bouwen ze ook nog eens op voortreffelijke wijze op en voorzien alles van een laag muzikaal fluweel. De band waar ik van dag één fan van ben geworden weet het gewoon weer te flikken. Ze zijn en blijven de meesters in hun eigen geschapen competitie. De gelimiteerde versie bevat een extra schijf, waarop nog eens 7 tracks staan, die na ruim 22 minuten finishen. Deze mogen er ook meer dan wezen en zijn elke extra euro meer dan waard. Een subliem album voor de fans en de nieuwkomers.

 

Matt Dunkley – Cycles 7-16 (cd, Village Green)
Wellicht dat de Britse componist, arrangeur en orkestleider Matt Dunkley niet meteen een belletje doet rinkelen, maar toch is hij toonaangevend binnen de film- en klassieke wereld. Hij heeft diverse soundtracks gemaakt en samengewerkt met artiesten als Dido, The Pet Shop Boys, Tom Jones, U2, Massive Attack, Elliot Smith, Catatonia, Badly Drawn Boy, Nick Cave, Kronos Quartet en Patti Smith. Een beetje vergelijkbaar met Craig Armstrong, zij het dat Dunkley ook minimal music en meer echt klassiek brengt. Dat wil zeggen bij de orkesten waarmee hij gewerkt heeft. Op zijn slechts 27 minuten durende solodebuut Six Cycles, laat hij emotioneel geladen neoklassiek vol prachtige orkestraties horen. Dit alles wordt uitgevoerd door het Deutsches Filmorchester Babelsberg. Zij voeren ook weer de stukken uit op de nieuwe cd Cycles 7-16. Toch is het niet een gewoon herhaling van zetten, maar laat Dunkley een breder geluid horen. Zo werkt hij in sommige stukken met een volledig orkest en in andere meer als kamerorkest. Tevens staat er een stuk op waar 7 solopiano’s te horen zijn. Het levert weer een intens geheel op, met fraaie ingetogen en juist meer uitbundige momenten. Dit keer finisht hij na een krappe 49 minuten. Liefhebbers van Roger Goula, Craig Armstrong, Philip Glass, Clint Mansell, Arvo Pärt en Max Richter doen er goed aan deze tot de verbeelding sprekende beauty ook eens te proberen.

 

flica – Sub:side (cd, Schole Records)
In 2007 start de Maleisische elektro-akoestische muzikant Euseng Seto zijn project flica. Daarvoor maakt hij deel uit van het elektronische duo muxu. Sinds zijn debuut Windwane & Window verschuift zijn sound van meer easy listening melodieën en IDM gerichte muziek naar meer droefgeestig en donkerder geluid. Zijn nieuwste worp Sub:side is inmiddels zijn vijfde album. Hierop brengt hij 10 uiterst stemmige stukken, waar pianospel en orkestraties fraai vermengd worden met softe beats en sfeervolle elektronica. De pianopartijen doen me denken aan bijvoorbeeld Nils Frahm, terwijl de rest ook wel associaties oproept met Boards Of Canada, Haruka Nakamura, Hior Chronik en Akira Kosemura, zij het dat Seto hier echt zijn eigen weg in weet te vinden. Hij zet een nachtelijke, jazzy atmosfeer neer, waar zijn breekbare, emotievolle muziek je laat wegdromen en zorgt voor bezinning. Veel belangrijker is dat het van een diepgravende schoonheid is wat hij hier laat horen. Na ruim 10 jaar kan je gerust stellen dat flica een artiest is waar je niet meer omheen kunt.

 

Nils Frahm – All Melody (cd, Erased Tapes / Konkurrent)
De zeer getalenteerde Duitse pianist, producer en componist Nils Frahm, heeft menig fraaie releases op zijn naam staan die veelal conceptueel van aard zijn. Zo brengt hij een cd uit als er een vinger gebroken is of wikkelt hij doekjes om de hamers voor een bepaald effect. Maar hij gaat ook nooit het experiment uit de weg, al dan niet mer elektronica. Het meeste neemt hij op in zijn eigen Durton Studio. Daarnaast werkt hij ook samen met Ólafur Arnalds, F.S. Blumm, Anne Müller, Library Tapes en Seeljocht en vind je hem terug in projecten als Oliveray, Siva en Übertonmensch. Dat nog eens los van al zijn productieactiviteiten. Tevens is hij de geestelijk vader van Piano Day, die op 28 maart valt. Toch bekroop me een beetje het gevoel van herhaling en dat hij een slim trucje heeft gevonden om zijn muziek aan de man te brengen, zij het dat zijn albums echt de moeite waard zijn. En dan komt hij na twee jaar met zijn volgende solwerk All Melody. Hierop werkt hij met onder meer celliste Anne Müller, altviolist Viktor Orri Árnason, trompettist Richard Koch, marimbaspeler Sven Kacirek, percussionist Sytse Pruiksma (Ljerke, The Alvaret Ensemble), het Shards koor en diverse andere vocalisten. Naast zijn typerende, zalvende en breekbare pianospel levert dat ook weer de nodige experimenten en avontuurlijke uitstapjes op, die Frahm ooit nog de labels talentvol en belofte voor de toekomst hebben opgeleverd. In de 12 tracks van bij elkaar bijna 74 minuten, die hij hier met zijn gasten laat horen, valt alles wat hij hiervoor heeft gemaakt prachtig samen. Het is een geweldige hybride geworden van pianomuziek, neoklassiek, jazz, dance, minimal music en ambient, waarbij de (koor)zang van toegevoegde waarde is. Het laat alle facetten van deze muzikale kunstenaar op ongedwongen wijze de revue passeren. Daarbij lopen de referenties uiteen van Nils Petter Molvær en Ólafur Arnalds tot Max Richter en Four Tet. Het is zijn meest complete en wonderschone album tot nu toe geworden.

 

Hector Guerra – Desde El Infierno (cd, Kasba Music / Xango Music Distribution)
Bij de in Spanje geboren, tegenwoordig in Mexico wonende artiest Hector Guerra, moet ik altijd aan de zomer denken. En ook aan barbecueën, maar dan niet zo’n stijve Hollandse met kipsaté, shaslick en hamburgers uit de diepvries met gore sausen, maar één waar er een grote variété aan wereldse gerechten is met eigen bereide sausen, pittige en tropische, en waar er fijne muziek uit de speakers galmt. Voor Guerra begint zijn avontuur in de hip hop formatie Pachamama Crew, bestaande uit muzikanten van verschillende afkomst. Daarna begint hij in Mexico aan zijn trilogie “Amor Des El Infierno”, waarvan eerder al de delen Amor (2012) en Gracias Por Existir (2015) zijn verschenen. Hierop laat Guerra wederom samen met vele gasten uit allerlei windstreken een lekkere bonte mix aan stijlen de revue passeren, die ergens tussen latin en hip hop uitkomen; zij het overgoten met diverse sausen. Nu is er het laatste deel Desde El Infierno (uit de hel). Ondanks de ietwat onheilspellende titel is de muziek weer zonovergoten en een feestelijke mix aan stijlen, zonder overigens al te uitbundig te worden; dat komt alleen al door kritiek te uiten op de houding van de VS jegens Mexico en onderwerpen over verdriet aan te snijden. Op pakkende wijze worden cumbia, hip hop, latin, techno en reggaeton aan de satéprikker geregen, waarbij ze een lekker zigeunersausje ook niet uit de weg gaan. Er schuiven allerlei prominente internationale gasten aan tafel, zoals Mellow Man, Mariel Mariel, Kju Fx en Professor Angel Sound. Een geweldig buffet volgt waar onder meer hybriden van Manu Chao, Shantel, Lila Downs, Beat Buffet en Daft Punk ontstaan. En dat is zomers genieten midden in de winter; gewoon omdat het kan.

 

Thomas William Hill – Asylum For Eve (cd, Village Green)
Ik denk dat Penfold Plum, Origamibiro en Wauvenfold meer bekend zijn dan de naam van componist Thomas William Hill zelf. Tevens is hij een begenadigd soundtrackmaker. Al die werelden komen min of meer samen als hij zijn reeds vorig jaar verschenen solodebuut Asylum For Eve presenteert. De 10 neoklassieke stukken die hij hier aflevert bouwt hij op met de piano. Daar omheen drapeert hij gestreken gitaar en ukelele, viool(getokkel), banjo, charango en wat elektronica. Hij krijgt her en der hulp p[ synthesizer, noises, drums en marimba. Dat levert uiterst gedetailleerde, droefgeestige pracht op, die ook zijn filmachtergrond wel een beetje verraadt. Denk daarbij aan een mix van Sophie Hutchings, William Ryan Fritch, Richard Skelton, Greg Haines en Gustavo Santaolalla. Een geweldig debuut!

 

The New Spring – Wholly Wholly (lp/digitaal, Tambourhinoceros / Indigo / Believe Digital)
Ik heb eerlijk gezegd nog nooit van The New Spring gehoord. Dit is het soloproject van de Deense muzikant Bastian Kallesøe, die vanaf 2011 al 3 albums heeft uitgebracht. Dit veelal op vinyl, wat wel een extra reden kan zijn dat ik nooit dit project beluisterd heb. Hij zit met zijn muziek ergens tussen folk, lo-fi, pop en lichte avant-garde in. Dat is ook het geval op zijn nieuwe, vierde album Wholly Wholly, waar hij in een goede 35 minuten 10 songs voorschotelt. Kallesøe (zang, gitaar, keyboard) wordt hierbij geholpen door muzikanten op drums, percussie, bas, keyboards, zang en strijkinstrumenten. Met zijn herfstige zang weet hij al voor een prettig melancholische atmosfeer te zorgen, waarbij het instrumentarium zorgt voor een bijpassend decor. Daarbij roept de muziek associaties op met Smog, Adrian Crowley, Christian Hjelm, Elvis Costello en Arthur Russell. Het levert een net zo ontwapenend en indringend als stemmig en wonderschoon geheel op.

 

The Soft Moon – Criminal (cd, Sacred Bones / Konkurrent)
Bij het in San Francisco gestarte The Soft Moon draait alles om kopman Luis Vasquez, die soms met band en soms alleen speelt. Inmiddels is hij via Italië in Duitsland beland, waardoor het echt een eenmansproject is geworden. The Soft Moon lijkt per album persoonlijker en venijniger te worden en zich meer en meer vast te bijten in de duistere muziek van de jaren 80. De postpunk, new wave en industrial herleven op zeer intensieve en persoonlijke wijze op zijn drie albums. Met zijn vierde album Criminal is hij nog altijd blijven steken in de jaren 80, maar dat geeft echt helemaal niks. Hier probeert hij af te rekenen met zijn jeugd vol geweld en criminaliteit, waarvoor hij zich vooral heel erg schuldig voelt. Wellicht dat de muziek daarom grimmiger is dan ooit. Het komt eveneens veel harder binnen. Muzikaal gezien moet je denken aan een dwarsdoorsnede van Nine Inch Nails, Modern English, Virgin Prunes, Joy Division, Frontline Assembly, Skinny Puppy en A Place To Bury Strangers, maar de emotionele impact ervan is volslagen uniek. Het is muziek die fysiek en geestelijk iets met je doet. Gewoonweg crimineel goed!

 

Zéro Degré – Rituels (cd, We Are Unique! Records)
Maar liefst 8 jaar na het debuut Des Étoiles Plein Les Yeux (2009) komt Zéro Degré vorig jaar met het tweede album Rituels aanzetten. Dit is het project van de Franse muzikant Nicolas Tochet, die eerder ook van zich laat horen in de postrockformatie Melantonine. Op zijn nieuwe cd brengt hij een nachtelijke mix van postrock, IDM, samplekunsten en stemmige elektronica. Door zijn poëtische voordracht, die het midden houdt tussen spoken word en half zang, moet ik in eerste instantie denken aan de melancholische experimentele muziek van Encre met het chansonachtige van Dominique A. de postrock van Diabologum op hun meer zachte momenten. Maar Tochet brengt ook postrock die wel richting Arab Strap, The Notwist en Hood koerst plus de samplegerichte IDM muziek van Phylr. Telkens weet hij een verrassende combinatie aan stijlen neer te zetten, die allen wel in het melancholische spectrum zitten. Dat levert een overdonderend mooi geheel op!