Cinema in 2017 (Ludo)

Elke week een stuk of vier keer een stuk of tien bijvoeglijk naamwoorden voor een film verzinnen, het is een hobby. Of beter gezegd, mijn basismodus. Natuurlijk roept dat soms twijfels op. Bestaat er een grens aan smaak? Als je teveel ziet, zie je dan niks meer? Gelukkig volgt er meestal snel een pareltje, waarmee ik tegenwoordig zelfs het Filmhuis Breda mag verblijden! Ook dit jaar krabbelde ik dus  weer een respectabel aantal filmstukjes, en die zal ik hier voor u samenvatten.

Het eerste blok van het filmjaar bestaat altijd uit ‘achterstallig onderhoud’, oftewel het grasduinen in de jaarlijstjes van anderen. Op het moment dat ome Donald zijn eerste Diet Coke als president dronk, dook ik in het diepe in met HyperNormalisation. Met slechte wil een Zeitgeist vol fake news voor linkse lui, in mijn werkelijkheid een deprimerende klap in het gezicht. Drie uur zonder zuurstof buiten de bubbel van het kapitalisme. Zo scherp, zó ontmoedigend. Het lijkt een kwestie van tijd totdat ‘echte’ dictators het Westen zullen regeren, onder het mom van eenheid. Trump is de ‘politicus’ die de moderne mensheid verdient (ik tikte eerst zeer terecht ‘verzint’). In zijn vrijzinnige associaties doet Adam Curtis soms aan Laurie Anderson denken, eveneens ironisch scherprechter van de moderne tijd. Haar subjectivistische egodocument Heart of a Dog verwarmt zelfs het hart van de hondenhater. Hoe houdt een mens op een goede manier vast, wat helemaal niet vast valt te houden?Over honden gesproken, Solondz gebruikt in Wiener-Dog een worsthondje als munitie tegen Amerika. De regisseur schiet raak met losse flodders, en dat is óók een kunst. High brow, low brow, Woody Allen, gender queers, werkelijk iedereen krijgt ervan langs. ‘Heel, motherfucker.’ We blijven op metaforisch Amerikaans niveau, met The Reflecting Skin. Het moet één van de grimmigste films rond een jong hoofdpersonage zijn. Het mannetje dartelt weliswaar door uitgestorven graanlanden, maar voor zweempjes jeugdnostalgie moet men hier niet zijn. De boel staat continu op ontploffen. Een horrorfilm met symfonische kracht. En ergens zweemt het idee: bad karma in ruil voor De Bom? In 12:01 dreigt een evil scientist Amerika versneld in het verderf te storten. De vermakelijke deeltijdfilm verscheen bizar genoeg in hetzelfde jaar als Groundhog Day. Daar zit een ironische grap in, iets over voor eeuwig gedoemd zijn tot De Vergelijking, of dat alleen het beste scenario vóóruit mocht. Met de jaren gaat het deze kijker in de cinema steeds minder om verhaal, en steeds meer om gevoel. Contact maken met een gemis, of juist met een vervuld verlangen. Soms is dat voor mezelf wel duidelijk, zoals in het levensechte Israëlische familiedrama Next to Her. Vaker valt het raakpunt lastiger aan te wijzen. In Mysterious Object at Noon overheerst bovenal het plezier van verzinnen. De narratologische oerknal van Man with a Movie Camera vormt niet voor niets het begin van de hele kunstvorm. Op het het schilderachtige (film)doek van A Touch of Zen kan zelfs een vuistslag betekenis krijgen. Dansend kan de goedgemutste kijker zichzelf ook prima verliezen. Zeker in druppelvorm weet ik het zwiergenre te waarderen. Dat wil dus zeggen, twee keer per jaar. Het huiselijke My Sister Eileen danst dronken de dixieland in een koperen tuin, met op zijn tijd een cocktail toe(tje). I Love Melvin brengt dromen nog gewaagder tot leven. ‘Now I’d like to go from the ridiculous to the sublime.’

De slackeraar is een vaste gast aan mijn snijtafel. With two cameras and a microphone debuteerde Kelly Reichard begin jaren negentig met River of Grass. Een soort Stranger than Florida. Hot rod rumble, op standje sloom. Reichardt bewijst eer aan haar helden: Jarmusch, Hopper en Cassavetes. Aan heldenverering hebben ze in Cuba een oompje dood. Of niet? Alea opent La Muerte de un Burócrata met een bijsluiter aan invloeden, en hij trommelt vervolgens een standbeeldenfabrikant op. Al snel staat de boel op stelten. Buster Keaton stond immers ook op die begin-bon met invloeden. Een heerlijk staaltje sine qua non-cinema. Dé lummelaar van dit filmjaar heet Ghislain Lambert. De Waalse domestique droomt zoals de de meeste mensen van een wielercarrière durven dromen. Hij levert zelf het enthousiaste commentaar terwijl hij op zijn vélo naar het dorp rost. ‘Lambert, champion du monde! Wat volgt is een straffe demarrage richting de kopgroep van de wielercinema.Ik heb altijd een zwak voor ‘volwassen’ films over kinderen. Hierboven viel al een voorbeeld te noteren, maar er waren er meer. Veel meer. Miyazaki betoverde me met Porco Rosso, waar varkens wél kunnen vliegen. De meest transcendente scene leende de literaire Japanner uit een vroeg verhaal van kinder-expert Roald Dahl. Die had vast wat in Innocence gezien, de beste film die Sophia Coppola nooit maakte (noch her-maakte.) Hadzihalilovic laat het leven op een kostschool in bezwerende herhaling vallen. Het lijkt het hiernamaals wel. JB Charles zei het ooit treffend: ‘Toen ik laatst in de hemel was, het was bij de topazen poort, schreed daar een kleine optocht voort.’ In Ma Vie de Courgette houdt het hoofdpersonage dapper vast aan het flintertje fijne herinnering dat hij van zijn moeder heeft. Langzaam klaart het Méteo des Enfants op. Onvermijdelijk vrolijk wordt de kijker van Labyrinth. Jim Henson weet van wanten wanneer de poppetjes aan het dansen moeten. Compleet gedrogeerd droomt Jennifer Connelly van haar schurk, David Bowie.
En nog houdt het niet op. Die jongelui toch. ‘They cannot tame their natural evils.’ In The Witch gaat een settlers familie ten onder. Dan is de zondebok snel gevonden in het meisje dat ontwaakt tot vrouw. Ook tijdens de engste horrorfilm uit mijn filmjaar, keren ouder(s) en kroost zich tegen elkaar. Terwijl de bommen op Teheran vallen, steken knappe moeder en dikke dochter elkaar aan in ongeluk. Under The Shadow eindigt daar waar mama het kind instopt. Onder de dekens. Even Iraans, en minstens zo spannend is Mourning. Het Iraanse verkeer biedt altijd stof. Tunnels vormen omineuze overgangen naar nieuwe situaties. ‘Hoe kan hij een kind opvoeden, hij moet verdomme zelf opgevoed worden!’ Het Britse armeluiskind Diane moet noodgedwongen haar eigen weg vinden, nadat pa haar op de meest pregnante manier in de steek heeft gelaten. De tweede helft van deze seventies-film is Altmanteske cinema op zijn best. Over een extreem moeilijk onderwerp extreem ‘gewoon’ doen. Dat is dapper. De nacht erna had ik er zelfs een droom over.
De vaste volgers weten dat ik vele filmjaren aan The New York Times 1000 Best Movies heb besteed. Deze zomer ging ik op voor het laatste rondje. Er restte mij curiositeiten (zoals het Reichardtiaanse Heartland en het kermis-feestje State Fair) én vele series. Dat laatste betekent precies één onderwerp: WWII. De Duitsers mogen de oorlog dan verloren hebben, op het seriefront zijn ze niet van het doek te slaan. Zoals bekend vereist elk cultuurwetenschappelijk betoog van enige allure een verwijzing naar Auschwitz, dus bij deze. Als ik u was zou ik Heimat vergeten. Beter is het de hand te nemen van Marcel Ophuls. Hij maakte zijn specialiteit van ellenlange oorlogsdocu’s. De wereldburger graaft in het verleden van het meest collaborerende land van Europa, bezoekt het Hôtel Terminus, en kijkt samen met Albert Speer projectorfilmpjes in The Memory of Justice. Ophuls trekt zelfs naar de sauna, om tussen de naakte lichamen over de Nasleep te spreken. Je ziet Duitsland in het reine komen met zichzelf. Het klinkt cru, maar daar kan Claude Lanzmanns huiveringwekkende Shoah niet tegenop. Wel verslaat hij Marcel in hun onderlinge sigaretten-strijd!

Cinematigheden
Als de meeschrijvers hun huiswerk hebben genoteerd, beginnen we aan het meest teleurstellende uit het Nederlandse bioscoopjaar 2017.

*Brimstone
Koolhovens bespottelijke epos hamert tweeënhalf uur op de enkele noot van vrouwenhaat. Het bizarre Nederlandse accent van Guy Pearce voegt nog een vies kwakkie aan de Europudding toe.

*Manchester by the Sea
Overgewaardeerd melodrama, waar Michelle Williams redt wat ze redden kan. De traumamachine wordt weer ouderwets goed aangezwengeld. Al snel gaat alle hoop op een subtiele film in rook op.

*L’Amant Double
Kut.

*Baby Driver
Elk jaar wordt de cinefiel een paar keer gefopt door ‘metascores’. Dit niemendalletje is een echte crime equals cool-film. Lekkere mensen, lekkere liedjes, en dan lekker mensen traumatiseren.

*Harmonium
Een overdosis aan ellende en toeval zorgen hier voor méér dan een weeïge bijsmaak. Elke minuut kachelt het scenario verder achteruit. Het betrouwbare narratief eindigt in schematisch gespiegel. Filmmaken als een God. Lekker met de Japanse poppetjes schuiven. ‘A bit weird right?’

*Una
Moeilijk ‘pedo’-drama Una roept genoeg vragen op, zonder zelf ook maar het begin van een antwoord te weten. Ben Mendelsohn en Rooney Mara praten vooral eindeloos. En het tweetal komt geen stap verder. Het stompzinnige scenario besluit ten einde raad maar met gezochte spanning.

*Sieranevada

Er dreigt metaalmoeheid in dit zoveelste Roemeense epos. Sieranevada is Puiu’s minste. Dat is dubbel zo teleurstellend na The Death of Mr. Lazarescu en het onweerstaanbare Aurora. Dat waren twee films die duidelijk profiteerden van hun hypnotiserend lange speelduur. Het eindeloze Sieranevada had echter makkelijk korter gekund. Neen, gemoeten. Misschien wel het hele uur nádat die vermaledijde priester eindelijk arriveert. Ik voelde een ‘equidistantie’ (om een woord uit de film te gebruiken). De film faalt met name omdat het geruzie – want daar loopt het vanzelfsprekend op uit – nogal dorpstonelig geïmproviseerd aanvoelt. Wanneer het koorknapengezang wegsterft, blijkt ieder familielid zijn eigen kruisje te dragen. Dat thema heeft de Europese cinema nu al uitgebeend sinds Festen. Zelfs buiten de deur vindt Puiu enkel korte lintjes bij betweterige mensen. ‘Stay here and get your mother’s education.’

Cinemagie
Daar zijn ze dan. De beste vijftien. (Een eervolle vermelding nog voor A Ghost Story, de Tarkovsky for kids, met bovendien een fraai Koyaanisqatsi-citaat. Casey Affleck piekte dit filmjaar op het witte doek als wit doek.)

15. Wind River
Zou er überhaupt een film over gelukkige indianen bestaan? Het rijpe talent Sheridan schreef vorig filmjaar al mijn favoriet Hell or High Water. Hier doet hij ook nog de regie, en hij kleurt zijn moderne western wederom met veel schwung in. Frontaal botsende lessen uit de stateloze wildernis.

14. Magallanes
Op een dag pikt taxichauffeur Magallanes een bijzondere passagiere op. Een beeldschoon spook uit het verleden. Peru heeft zo zijn junta-ellende om te verwerken. Er worden in dit strakke actiedrama heel wat Weinstein-achtige power pig-kwesties bij de lurven gegrepen. Hashtag yo también.

13. La Región Salvaje
Centipede, de arthouse-versie. Science fiction is op zijn best als het een beetje sexy wordt. Freud would have a bloody ball. Regisseur Escalante zoomt langzaam in op het jurkje van de moeder uit een Mexicaans gezin, als aankondiging van het grote Vulvische Verlangen om gevuld te worden.

12. Paterson
De kleine wereld van Jim Jarmusch. Wie zou zich daar nou niet thuis voelen? Er is ruimte voor zelfexpressie, en voor alle nationaliteiten. Geniet van hoe de zon naar binnenvalt, precies op de haren van uw lief. Karrend door het goudbruine Paterson nadert buschauffeur Paterson (Adam Driver, what’s in a name) het leven dichter en dichter.

11. Aloys
WF Hermans peinsde ooit of er in Nederland een detectivefilm viel te maken. Iets met overspel misschien? De Zwitsers doen het gewoon. Lege kamers, lopende kranen, en een sjofele speurder in het schaduw van het Kruis. Stiekem afluisteraar Aloys wordt het slachtoffer van een aardig staaltje ‘mindful stalking’, en krijgt zélf Caché-tapes. ‘Het gehoor intermedieert onze gedachten.’

10. Moonlight
Three Times gay in the ghetto. Een dapper onderwerp, met panache aangepakt. Elk segment van dit drieluik is beter dan het vorige. Ravotten transformeert tot echte aanrakingen, en op de achtergrond knokt de moeder van ‘Little’ Chiron een robbertje mee. Tijdens het slotdeel legt regisseur Jenkins all zijn kaarten op tafel. Hij moet een groot fan zijn van Wong Kar-Wai en Hou Hsiao-hsien, invloeden die je in Amerika zelden tegenkomt. De onwil en de hunkering, in een leven waar alles obstakel lijkt.

9. Good Time
Domme mensen, helemaal niet-grappige beperkte mensen. Zo vaak zie je ze niet in de cinema. En in een serieuze crimefilm al helemaal niet. Krankzinnig idee dus, en dat zijn de beste. Twee broers beroven een bank. Natuurlijk komt het tweetal van die koude kermis nooit meer thuis. De dappere soundtrack van Oneohtrix Point Never pompt adrenaline in de aderen. Alle emoties kaatsen in het rond, echo na echo. Ik kreeg zelfs After Hours-associaties! Bad time voor de kijker. In a good way.

8. American Honey
Het Texaanse meisje Star ziet op een dag een soort Bangbros-busje voorbij scheuren. Moderne volksmuziek beukt – dit is dé subwoofer film van het jaar – en dan maar lol maken in de supermarkt. ‘Yep, yep!’ Rondreizende salesmen kennen we nog van de Maysles brothers, en eigenlijk zijn de tijden niet veranderd. Star trekt mee richting Bushland, waar ze een ander soort folkmuziek aantreft. Leert het zorgertje nu eindelijk voor zichzelf zorgen? In elk geval leert Star loslaten.

7. The Happiest Day in the Life of Olli Mäki
Stijlvolle euronostalgie uit Finland. Natuurlijk zit die northpaw Kaurismäki-meligheid weer ingebakken en swingen de oldies-rockgitaren. Olli Mäki vindt zichzelf terug op het breekpunt van de commercialisering. ‘Welkom in de profsport’. Een bokser móet een mediaster zijn. ‘De bakker van Kukkola’ heeft al snel geen zin meer in de droom van een ander. Het resulteert in een a-typische sportfilm in grijstinten. Zeker, met veel liefde voor de sport, maar vooral met liefde voor het leven.

6. It Comes at Night
De horror floreerde dit jaar. Cinema biedt shocktherapie, en houdt een spiegel voor. Beleefdheid in tijden van de apocalyps. Zoals in alle goede horrordrama’s blijkt het gevaar hier niet de man met de hamer, maar het moment dat het eigen lichaam zich tegen de protagonisten keert… Een familie schuilt in het bos voor het onvermijdelijke. Lange tijd heeft It Comes at Night zo wat weg van kamperen, zeker wanneer er een tweede familie opduikt. Christopher Abbott brengt jong leven mee. De puber van het oorspronkelijke gezin kijkt zijn ogen uit. Zwartgallig, en zwartogig. ‘Are you sick?’ ‘No sir!’

5. Grave
Een meisje gaat uit studeren. Jong, naïef en maagdelijk, zoals het hoort in een horrorfilm. Paps en mams brengen haar nog naar de ‘fac’. Het ouderlijke gezag wordt er daar rap uitgemept, nota bene door haar rebelse zuster. Zo grijpt alles Freudiaans ineen. Op de lege gangen van de veterinaire opleiding begint de lust te koken. Trek in iets vleselijks. Een ontgroening wordt een doorbloeding. De Cronenbergiaanse toestanden liggen in de lege gangen voor het opscheppen. Niet teveel verklaringen bieden, gewoon beeld na beeld de kijker raken met intense goorheid. De mens is een beest. ‘Pas de protein?’

4. The Killing of a Sacred Deer
De buitenlandse carrière van de gekke Griek Lanthimos loopt inmiddels gesmeerd. Het vlezige The Killing laat voorganger The Lobster alle hoeken van het veld zien. De naïef-perverse toon blijft overigens hetzelfde. Ik bedoel, dit is een film waarin Ferrell niet zo harig blijkt als gehoopt! De openhartige cardioloog sluit vriendschap met een engelachtige jongeling. De knaap heeft een rekening te verheffen, maar hij is in de verste verte niet het enige doodenge personage. Het leven verwordt tot kinderspel. Oneerlijk, arbitrair, en keihard. Ik fluisterde zachtjes tegen mezelf: ‘Driemaal’. ‘Do you understand? It’s metaphorical.’

3. Get Out
Perfecte update van The Stepford Wives, helemaal bij de tijd, hartstikke raak. In de suburbia voltrekt zich eender welke emancipatie moeizaam. Daar ligt de satire voor het oprapen. Oprispingen vanuit de witte onderbuik. Get Out wringt heel knap een paar genrefilms tegelijk uit – zo vind ik het bewust flauwe black buddies comedy-element ook geniaal – en alle omkeringen werken bovendien als maatschappijkritiek. De blanken beginnen te ‘acteren’ zodra ze ‘de Ander’ zien. Psychiater Keener begeleidt ons richting finale waanzin. Whites doing voodoo. Een postmoderne Frantz Fanon-favoriet, dus. Zwarte huiden, witte maskers. ‘We’ve got some black mold down there.’

2. Loveless
‘For love and selfie.’ Andrej Zvjagintsev beent zijn favoriete onderwerp opnieuw uit: de nieuwe Russische rijken. (Die als twee druppels water op de oude Westerse rijken lijken, en vice versa.) Een smartphone lost de eenzaamheid niet op, net zomin als alle mogelijke ‘fake comfort’ dat kan. Vanaf de eerste shots toont Zvjagintsev ons deze leegte. Visueel rustig, gepast klinisch zelfs. Met Loveless perfectioneert de regisseur zijn stijl. Alle opsmuk gaat overboord in dit schrille meesterwerk. Hij vult het ‘tabula rasa’ met een grote M. Een werkelijk gemis dat de egocentrische personages wel op móet vallen. Vol tegenzin en waanzin. Urenlang wordt er gezocht. Een mokerslag in stilte. ‘Fox 1 do the calling.’

1. El Ciudadano Illustre
Ik kom terug op de smaakkwestie, en de bijbehorende plezierige twijfel. De nummers 2 en 3 van mijn lijst zag u overal bejubeld te worden. Terecht. Deze kleine Argentijnse komedie viel echter tussen wal en schip. Zonder twijfel is mijn keuze dus subjectivistisch. De juiste film, op het juiste moment. Ik had me als cultuurwetenschapper ten slotte net een half jaar over middlebrow literatuur gebogen. De bestseller-voorkeuren van de massa. Laat El Ciudadano Illustre nu net de beste middlebrow-dis van het dit jaar zijn. Aan deze Nobelprijsuitreiking kan zelfs Bob Dylan een puntje zuigen. (‘Nu voldoe ik aan de smaak van rechters, academici, en koningen.’) Een gelauwerde schrijver voelt op het Zweedse gala het einde van zijn carrière naderen. Hem rest slechts één oplossing. Terug naar huis, naar het hinterland van Argentinië, waar ze lang hebben uitgekeken naar ‘notre hijo’, ‘hijo de Salas.’ De kop van onze held na een ‘diavoorstelling’, werkelijk onbetaalbaar. Zo zit de film vol half gênante, half geniale momenten, als een vroeg opus van Miloš Forman. Het stoffige dorp wordt gefilmd met low budget camera’s, wat de lulligheidsfactor enkel versterkt. Heel subtiel verschuiven de grappen, van Cervantesk idioot naar Borgesk surreëel, om Kafkaesk spannend te eindigen. Een toonbeeld van goede smaak dus. ‘Diego, de Paus, de koningin van Nederland, Messi en…!’