‘I don’t sing, I just shout…’: Het oeuvre van The Fall

photo by Ian Dickson

(Foto schaamteloos gejat van eh-nuhhh Ian Dickson/Redferns)

‘Is there anybody there!?’ ‘YEAH!’

Alle albums van The Fall. Twee keer. In twee weken. Voorwaar geen korte zit, met 357 songs! (Zou dat getal numerologisch te duiden zijn? 3-5-7, het houthakkende ritme van de Diddleybeat?) Laten we heel even proberen de getallen achterwege te laten; een ‘endurance test’ zoals deze moet gewoon in al zijn kolossale oneindigheid over de vraatzuchtige luisteraar uitgestort worden. Eat Y’self Fitter!

Mijn aanknopingspunt om een en ander te duiden vormt een andere outsider: Jandek. Uiteraard. Er zijn genoeg gelijkenissen. De Amerikaanse anti-folk-troubadour begon zijn atonale queeste in 1978. The Fall’s eerste anti-rock-album stamt uit 1979, maar de debuut-ep verscheen eveneens in 1978. Beide zangers zingen nooit naar de zuivere zin van het woord, en dan druk ik het zacht uit. Ze schreeuwen, kreunen, lachen en blaffen (Eén verschil, Mark huílt nooit on record, behalve dan voor ‘The Band, and The Man’). The Fall blijft als muzikale entiteit veertig jaar lang in Jandek’s wilde band-fase hangen. Huiveringwekkend en wonderlijk consistent. Mark’s doorgedraaide cheerleaders annex echtgenoten brullen fanatiek met hem mee. En wat deden die lui dan? Ieder jaar opnieuw rammen op de toms, en primitief pielen op die gitaren. Een goed jandekiaans voorbeeld is de solo in The Birmingham School of Business School. Is het überhaupt een solo? Nahhh. Mark kletst er vanzelfsprekend gewoon doorheen. (Zijn mond houden, doet ie pas nu, in 2018.) Over de leipe humor zwijg ik dan zelf maar. Heel laat in de carrière nog een banjo en een meerstemmige fluit-solo, waarom ook niet? (Trouwens… Jandek ging naar Madrid. En The Fall?)

Maar, wie zó ontzettend veel albums maakt, vindt haast vanzelf een finesse, een naïeve wil tot grondige zelfverkenning. Tot op de bodem. Ook bij The Fall breekt na al dat krassen een verrassend melodieuze periode aan. Daar zet Mark zijn meest melancholische Lou Reed-sneer op, en zijn supportende dames, ze doen zowaar even lieftallig (Brix sings, Elena sings!). Tot andere melodieën, of andere songs leidt deze pop-fase niet eens zozeer, maar juist de haperende poging charmeert. Keer op keer. Op welk album de band nou precies piekt, je moet het me eigenlijk niet vragen. Net als bij Jandek kenmerkt het moedwillig ondergaan van deze band zich door verwarrende verschuivingen. Het album dat eerst geniaal leek, wordt plots zenuwachtig, en vice versa. Hoogtepunten verdwijnen (stond die hit niet ergens op de eerste helft?) of keren jaren later in een reprise terug. In zijn algemeenheid merkte ik dat ik er zelf in het midden van iedere plaat vaak helemáál in zat. Als een dieseltje komt de groep op gang, om daarna op top speed te raken, waarna zowel de band als de luisteraar de draad  kwijtraken. Bad riffin’ en bad mouthin’.

Oproerganger Smithy is op zijn best wanneer hij vol  jeugdig esprit zijn gezelschappen antidotes toedient. Hij gromt soms verdraaid concrete aanwijzingen: ‘This is what it’ll sound like. This is what it sound like.’ En – o ironie – wanneer hij na jaren eindelijk een écht goede motoritmiek-sectie vindt, blijkt hij een rochelende spookrijder in zijn eigen technopunkgroep geworden. Eerst vuurde hij de band aan, later droeg de band hem (en zijn leven) voort, op weg naar de laatste Val. Ergens toch ook wel weer mooi complementair. En in tegenstelling tot wat ‘ze’ zeggen, daalt het niveau eigenlijk nauwelijks. In de noughties zijn er nog altijd Nine out of Ten-runs te noteren. Zelfs ‘S-s-suffering’ doet Smith geheel in eigen stijl. Zonder tanden, maar nooit tandeloos. Ach wee, het einde van The Fall – noem het gepast pesterig kleren van de keizer-muziek, met Smith als onbetwiste keizer. Hij kan zich in zijn kist probleemloos met zijn 31 albums bedekken, mocht hij dat nodig achten. (Ik denk het niet.) Mark is dead… Maar-uhhh:

‘Death does not exist!’

Rondje van de zaak voor de hele pub: Ludo’s 31 favoriete Fall-songs, één per plaat. Want de ‘dice man’ wil toch even patsen met die getallen.

1. Futures and Pasts
2. Flat of Angles
3. C’N’C’ -S Mithering
4. Just Step S’ways
5. Solicitor in Studio
6. Hotel Bloedel
7. 2 × 4
8. Paint Work
9. Mr. Pharmacist
10. Victoria
11. Kurious Oranj
12. Bill Is Dead
13. Rose
14. The Birmingham School Of Business School
15. I’m Going to Spain
16. Hey! Student
17. Feeling Numb
18.  D.I.Y. Meat
19. I Come and Stand at Your Door
20. (Jung Nev’s) Antidotes
21. Pumpkin Soup And Mashed Potatoes
22. Crop-Dust
23. Contraflow
24. Midnight Aspen
25. Reformation!
26. Is This New
27.  Weather Report 2
28. Happi Song
29. Sir William Wray
30. Autochip 2014-2016
31. Brillo de Facto

Comments

comments

4 thoughts on “‘I don’t sing, I just shout…’: Het oeuvre van The Fall

  1. “Zijn mond houden, doet ie pas nu” 🙂

    Het einde van Mark E. Smith bleek een Wederopstanding: die ouwe platen werden na jáááren ook hier weer uit de kast gehaald. Perverted By Language, Bend Sinister en nog zo het één en ander: nog steeds verrekte goed spul…

Laat een reactie achter op john prop Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.