In alle staten verkeren, maar dan wel met fijne muziek uit het lijstje uit het:
SCHADUWKABINET
Ik luisterde naar: Bellightning, Adrian Crowley, Heartworms, Park Jiha, Kendrick Lamar, Mereba, Thme, Vlimmer en Shannon Wright.
Jan Willem
Bellightning – Page Of Pentacles (mcdr, Eukaryotic)
Ik had me ooit voorgenomen geen mini’s en singles aan te schaffen, maar ja dan zijn er toch altijd weer van die uitzonderingen op die regel. Dat had ik al eerder toen het koppel Katie English (Isnaj Dui, Silver Servants, Busy Microbes, The Owl Service, Littlebow) en Mark Kluzek van het geweldige project The Doomed Bird Of Providence, waar ook Katie deel vanuit maakt, de mini BEL (2022) uit hadden gebracht op het eigen Eukaryotic label. Een prachtig kleinood vol strijkkwartetten, dat ooit begon op de piano. Geheel buiten hun normale werken en daar volgde twee jaar later een remix versie van, die zoveel toevoegde. Nu zijn Mark (accordeon) en Katie (cello, fluit) terug met het project Bellightning, dat ze samen met JS Adams (elektronica) van BLK w/ Bear op na houden. Op hun eerste mini Page Of Pentacles werken ze nog samen met een cellist, saxofonist en fagotspeler. En dat voor de 6 tracks van samen net iets meer dan 7 minuten. Toch weten ze daarmee een diepe indruk te maken en je stevig in de houdgreep te nemen. Ze balanceren ergens tussen neoklassiek, folk en avant-garde en gieten dat uit in David Lynch-achtige mallen. Een biologerend kleinood!
Adrian Crowley – Measure Of Joy (cd, Valley Of Eyes / Konkurrent)
De Ierse singer-songwriter Adrian Crowley heeft een stem in huis, die direct de herfst en een zekere prettige melancholie met zich meebrengt. Zijn zware zang houdt het midden tussen Leonard Cohen, Bill Callahan, Micah P. Hinson, Sivert Høyem en Michael Gira. De roest op zijn stembanden zorgt door de jaren heen alleen maar voor een nog mooier stemgeluid. Hij heeft naast solowerken ook albums gemaakt met James Yorkston en Marry Waterson. Hij is nu terug met zijn tiende soloalbum Measure Of Joy, waar ik een tijd terug al een paar ruwe versies live van heb mogen horen; daar bleek hij overigens bepaald niet zo zwaarmoedig als zijn muziek doet vermoeden. In een kleine drie kwartier brengt hij 11 stemmige songs, die geproduceerd zijn door John Paris. Dat betekent ook altijd dat hij meespeelt, wat hier ook het geval is op drums, percussie, gitaar, synthesizers, vibrafoon, lap steel, piano, orgel en Fender Rhodes. Crowley brengt naast zang ook gitaar, mellotron, speelgoedpiano, klarinet, altviool, programmering en cello. Daarnaast doen er nog gasten op cello, altviool, bas, contrabas, programmering, drums, viool en zang. Dat laatste door niemand minder dan Nadine Khouri, maar ook Jim Barr (Portishead) is weer van de partij. Je zou kunnen stellen dat hij het groots aanpakt. Toch blijven de songs intiem, subtiel en ingetogen. Het is van een bij de strot grijpende schoonheid, waarbij hij zich echt een meesterlijke liedjessmid toont. Naast de genoemde artiesten, moet je eveneens denken aan Smog, Arab Strap, Lambchop en Tindersticks. Dit is Crowley op z’n best.
Heartworms – Glutton For Punishment (cd, Speedy Wunderground / [PIAS])
Een hartworm is een parasitaire rondworm, die voor je hond dodelijk kan zijn. Als bepaalde muggen hier opduiken zou het voor de mens ook gevaarlijk kunnen zijn, maar wees gerust dat is nu niet het geval. De Londense Josephine “Jojo” Orme heeft toch Heartworms als projectnaam gekozen. Nu heeft ze een fascinatie voor de meer donkere kant van het leven en werkt tevens in een Tweede Wereldoorlog museum. Haar naam zoemt al zo’n vijf jaar rond, maar nu is haar debuut Glutton For Punishment eindelijk een feit. Zoals te verwachten op basis van eerder materiaal zoekt ze duidelijk de post-punk kant op, al kiest ze voor een soort mengelmoes van Depeche Mode, The Murder CapitalLCD Soundsystem, Chalk en Sprints, al zit er ook wel een Siouxsie And The Banshees gloed overheen.. Mede door haar zang, maar soms ook door de beats, zoekt ze best de pop op. Dat maakt hetgeen ze brengt goed verteerbaar. Al is de discrepantie tussen de muziek en haar stem soms wel eens unheimisch, net als bij de Cranes. Het is een goed debuut, waar je hoort dat er nog veel meer in het vat zit.
Park Jiha – All Living Things (cd, tak:til/ Glitterbeat / Xango Music Distribution)
Inmiddels is de muziek uit Zuid-Korea en zeker van de scene uit Seoul er één om goed in de smiezen te houden. Naast de wat bekendere namen als Jambinai, Byol.org en ook Park Jiha, komen er met enige regelmaat wel meer interessante acts vandaan. Ze weten dikwijls een interessante blend van traditionele muziek dan wel instrumenten en hedendaagse experimentele muziek te laten horen. Dat geldt ook voor Park Jiha. Voordat ze solo haar vleugels uit heeft geslagen, maakte ze nog deel uit van neo-traditionele duo 숨[suːm]. Op haar soloalbums creëert ze haar muziek met piri (soort Koreaanse hobo), saenghwang (mondharp), yanggeum (cimbalom ofwel een soort plankciter) en klokkenspel. Op haar nieuwe album All Living Things, wederom uitgebracht op het geweldige tak:til label (een experimenteel sublabel van Glitterbeat), komen daar nog bellen, fluit, elektronica en zang bij. In 9 stukken van ruim drie kwartier toont ze weer aan wat voor een bijzondere componiste en tevens multi-instrumentalist ze is. Het album is een tedere en diepgaande meditatie over het wonder van het leven en is doordrenkt van eerbied en dankbaarheid voor de kans om op dit moment gewoon een levend wezen op deze planeet te zijn; om deel uit te maken van de natuurlijke cycli van het leven en om ergens bij te horen in het universum. Dat klinkt wellicht heel zweverig, maar het is veeleer een intieme en uiterst contemplatief geheel geworden. De traditionele instrumenten zet ze in om er naast de diepgewortelde tradities ook neoklassiek, filmische muziek, minimal music en ambient mee te smeden. Ze brengt op subtiele wijze lagen aan en springt geweldig met de ruimtes in de muziek om. Alsof ze een persoonlijke kosmos om je heen schept, die realiteit en verbeelding met elkaar verweeft. Daarbij krijg je als ze haar stem gebruikt, als instrument, ook echt bergen kippenvel. Het is haar meest veelzijdige en indrukwekkende album tot nu toe, vol fascinerende en bezinnende pracht. Haar magnum opus.
Kendrick Lamar – GNX (cd, pgLang/ Interscope)
Natuurlijk had iedereen het er vorig jaar al over en belandde het nieuwe album GNX van Kendrick Lamar zelfs in diverse jaarlijstjes, maar het fysieke exemplaar is zojuist pas verschenen. En daar heb ik graag op gewacht. Deze rapper met inhoud en onbegrensd innovatief talent; misschien wel één van de grootsten die nu rondloopt, laat in zo’n drie kwartier 12 nieuwe tracks op de luisteraar los. Als geen ander smeedt hij weer pakkende lassen van rap, trap, r&b, hip-hop, jazz, soul en zelfs neoklassiek en experimentele muziek. Uiteraard maakt hij weer gretig gebruik van gastvocalisten als Deyra Barrera, SZA, Dody6, Lefty Gunplay, Wallie The Sensei, Sietex, Roddy Ricoh, AzChike, Hitta J3, Peysoh, Sam Dew en YoungThreat. Dat nog los van diverse gastmuzikanten op klassieke en elektronische instrumenten. Veel belangrijker is dat dit alles weer staat als een huis en waar hij zijn boodschap op fraai verpakte en persoonlijke wijze weet uit te dragen. Het is inmiddels zijn zesde officiële album, maar de rek lijkt er nog lang niet. Kendrick Lamar is heer en meester in zijn genre.
Mereba – The Breeze Grew A Fire (cd, Secretly Canadian / Konkurrent)
Soms krijg je wel eens van de artiesten, die je niet direct kunt plaatsen of die je zelfs wellicht links had laten liggen. En dan toch wordt je daar soms het meeste door verrast. Dat gebeurde mij eigenlijk met Mereba, het project van de Amerikaanse singer-songwriter Marian Mereba. Ze dook zes jaar geleden al eens op met een digitaal album vol r&b, neo soul en folk, maar is nu terug met het album The Breeze Grew A Fire. Ze gaat eigenlijk verder met het uitwerken van de genoemde genres, maar bewandelt haar eigen pad in deze. Zo mengt ze er ook spoken word en rap doorheen en weet ze er steeds een bijzondere sfeer mee te scheppen, waarbij ze ook echt geen blad voor de mond neemt; al klinkt het allemaal nog zo vreedzaam en romantisch. Van haar innerlijke kind tot alles wat ze om zich heen ziet en ervaart. En dan is het opmerkelijk hoe ze daar zo sfeervol mee weet te musiceren. Het lijkt allemaal zo gemoedelijk als een lome zomerdag, maar als je bent vergeten je in te smeren merk je vanzelf de impact. Een authentiek sterk album, dat kwetsbaarheid en schoonheid koppelt aan de keiharde waarheid.
Thme – Anti Atlas (cd, Laaps)
Je hebt van die projecten die best wel heel goed zijn en toch geheel onder de radar opereren. Dat is ook wel een beetje het geval met Thme, dat het geesteskind is van de Parijse muzikant Théo Martin. Al sinds 2020 brengt hij met enige regelmaat zijn releases uit op labels als Whitelabrecs, VAKNAR en Seil Records, waarop hij heerlijk onderkoelde ambient laat horen. Dat is nu ook weer het geval op zijn nieuwe album Anti Atlas, ditmaal uitgebracht op het prestigieuze Laaps dat gekoppeld is aan IIKKI en voorheen met Eilean Rec overeenkomstige muziek naar buiten bracht. Op Laaps lopen alle releases min of meer in elkaar over, omdat de één begint waarmee de ander geëindigd is. Daarna lopen de smaken nogal eens uiteen, al is de muziek op het label vaak te vinden in de experimentele elektronische dan wel ambient hoek. Thme brengt hier in 38 minuten 6 ambientstukken, die zo door besneeuwde landschappen lijken te kruisen en aangevuld worden met fijne drones. Wat dat betreft zou dit ook niet misstaan op labels als Dronarivm, Sound In Silence of Glacial Movements. Maar hier ook helemaal op z’n plek. Hij levert hier schitterende, tot de verbeelding sprekende muziek af.
Vlimmer – Diskomfort EP (mcdr, Blackjack Illuminist Records)
Ik ken het Duitse project Vlimmer nu al zo’n tien jaar en verbaas me er na zo’n 23 mini’s, 9 singles en 5 full-length album, meestal ook nog vergezeld door een volledig album met b-kanten en outtakes, dat ik er steeds weer nieuwe woorden voor weet te vinden. Dat heeft alles te maken met de geestelijk vader van het project, Alexander Leonard Donat, die naast de enorme productie hiermee ook vele albums uitbrengt met en als Fir Cone Children, Flight Recorder, Feverdreamt, Jet Pilot, ASSASSUN, WHOLE, Infravoids en Leonard Las Vegas. Het telkens variëren en verrassend voor de dag weten te komen zit kennelijk in zijn bloed. Nu is hij met Vlimmer terug met de Diskomfort EP, waarop hij in 23 minuten 6 nieuwe tracks he licht laat zien. Hij werkt zijn muziek op behoorlijk hoog tempo af en zit er weer mee in de hoek van alternatieve-, electro- en indierock, gothic, post-punk, synthpop, darkgaze en wave. De uitermate gepassioneerde zang van Donat voegt daar veel aan toe en zal menig The Cure fan wel kunnen bekoren. Toch is de muziek van Vlimmer haast een genre op zich geworden en lijkt er geen maat te staan op dit kwalitatief hoogwaardige en productieve project.
Shannon Wright – Reservoir Of Love (cd, Vicious Circle)
De liefde voor de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter Shannon Wright start voor mij al met haar band Crowsdell, waarmee ze in de jaren 90 twee albums heeft afgeleverd. Solo wordt ze alleen maar beter en ze duikt dan ook meermaals in mijn jaarlijst op. Haar laatste wapenfeit is van eind 2019, waarmee ze op 11 albums onder haar eigen naam kwam plus nog eentje met Yann Tiersen; die mag er ook meer dan wezen. Nu is eindelijk haar twaalfde album Reservoir Of Love een feit. Shannon (zang, gitaar, bas, drums, strijkinstrumenten, keyboards, Wurlitzer) mag hier rekenen op de steun van Kevin Ratterman (drums, strijkinstrumenten). In een goede 32 minuten levert ze hier 8 songs af, die her en der wat harder uitpakken. Tevens laat ze weer van die compleet narcotiserende pracht horen. Maar ook in het hard weet ze diepe snaren te raken, mede door haar intense bitterzoete zang. Daarbij varieert ze hier meer dan ooit met de diverse stijlen die ze in de loop der jaren heeft laten horen. De urgentie spat er vanaf, net als de ongepolijste schoonheid. Ze opereert hier op een onwaarschijnlijk hoog niveau, wat zowel bergen kippenvel als adrenaline oplevert. Liefhebbers van onder andere PJ Harvey, Blonde Redhead, Cat Power, Lisa Germano, Shellac en Nina Nastasia doen er goed aan, deze -vind ik- toch ietwat ondergewaardeerde maar zeer begenadigde en eigenzinnige artiest eens ter harte te nemen. Meesterlijk!